23 januari 2007

TE VEEL DRUK OP DE KETEL

OVER VRIJWILLIGE SOBERHEID EN DUURZAME VREDE

"On a besoin de temps, besoin de temps pour nous.
Juste besoin de temps, un peu de temps pour nous "
(Axelle Red, "Jardin Secret ")


Uitputtingsverschijnselen
Het moge verbazend lijken, maar in onze westerse wereld, die een seksuele revolutie achter zich heeft, waarin erotische en pornografische verhalen en prenten vrij verkrijgbaar zijn, waarin seksclubs en -dancings voor sommigen een gebruikelijk deel van het uitgangsleven vormen, is de seksuele armoede groter dan ooit. Uit peilingen en onderzoek blijkt dat er niet meer maar minder wordt "gesekst" dan 50 jaar geleden, en, echt verbazen doet dit niet, want we slapen ook twee uur minder per nacht. We werken en hollen meer dan we aankunnen, vallen 's avonds uitgeput in bed, en hebben geen energie meer over voor stoeien, laat staan voor "kindjes maken". DINS-koppels (double-income-no-sex) zijn van deze tijd. En dus is er de vraag: wat is dit voor een "rijkdom" in "het Westen", als mensen geen energie overhouden voor wat we allen het liefste doen en hebben: een lekkere wip.

De symptomen van de westerse armoede blijven niet beperkt tot een oppervlakkig seksleven. Een relatie aangaan en onderhouden blijkt bijzonder problematisch, sommigen geraken niet verder dan "seriële" monogamie. Daardoor dreigt de betekenis van de term "duurzame relatie" volledig verloren te gaan: wie weet nog wat het wil zeggen, wat het inhoudt? De berichten van huiselijk geweld, zelfs van gezinsdrama's, van kinder- en zelfverwaarlozing, van zelfmoord nemen toe. Voor wie al de stap zet om een baby "te maken", is er geen of te weinig tijd en ruimte voor borstvoeding. Velen "geven het op" en eindigen alleen, ieder in zijn huisje.

"Ieder in zijn huisje" kan misschien staan als een exponent van "vrijheid", in werkelijkheid betekent deze atomisering van de maatschappij één grote ellende. Een ellende waar mensen niet graag verblijven. Even op reis kan de gedachten verzetten, maar eens terug thuis zijn de problemen dezelfde en is de spaarrekening geplunderd. De discotent wat verder in het weekend , of dagelijkse oordopmuziek die je geen minuut verlaat en in de oren een andere wereld oproept dan welke de ogen zien. Of alternatieve identiteiten in vrije tijdsbestedingen allerhande.

Wegvluchten kan in overvloed, in oorverdovende dancings, in luxueuze hotels, in koopverslaving, in narcistische reality-shows, of in de virtuele realiteiten van computerspelletjes die een "second life" aanbieden. Al dat vluchten verzet de gedachten, maar vraagt energie, veel energie.

En dan is er het overaanbod aan alledaagse keuzes: alleen al van een pakje koffie kiezen zou je moe worden. Bij elk product dat je vast neemt in een grootwaren huis, maakt men ongewild een volledige prijs/kwaliteitsanalyse. Vandaag wordt er veel gevraagd, maar slapen en recupereren we des te minder. De gevolgen blijven niet uit: de westerling is uitgeput


Volwassen worden
Dit schilderij van Gustave Courbet uit 1866 geeft een zeer mooi en liefelijk beeld van de "oorsprong van de wereld". Een verleidelijke weergave van een jonge vrouw, vruchtbaar en klaar voor het moederschap. Als teken van haar geslachtsrijpheid krullen fraaie schaamhaartjes rond ontwikkelde schaamlippen. Een haardonsje ten teken van volwassenheid. Ik herinner me nog de trots en de vreugde bij het verschijnen van de eerste schaamharen: eindelijk! Wat een vreugde!

De wereld verandert snel, nu leeft er een intieme "dress-code". De "Lolita-look" krijgt weerklank, en "haar" is niet meer welkom of het behoeft gecultiveerd te zijn. De "coupe naturel" toont nu smakeloos, en allerlei sjablonen om hartjes en landingsbanen te scheren of te trimmen doen de ronde. De keuze van schaamhaarsnit is overigens niet louter esthetisch, maar geeft ook iemands identiteit weer op seksmarkt. Afgaande op het oordeel van een kenner, is een "chick" met een omgekeerd driehoekje saai in bed maar gelukkig een bedreigde soort (!), de landingsbaan onbepaald en freaky, volledig kaal gewoonlijk daarentegen goed in bed, kan goed tegen pijn (?) en verkiest likeur, de sjabloon is het meest "fun", en de ongetemde jungle komt alleen voor bij oudere vrouwen (van 40 plus) en bij primitieve volkeren.

Lichaamsbeharing is in het algemeen helemaal "out", maar wat is er eigenlijk mis mee? Volgens de commentaren op het net is haar "niet van deze tijd", "onsmakelijk", "apenhaar", "voor freaks", "saai", "voor geitenwollensokken", "is de wereld beter af zonder" , "onhygiënisch", "onverzorgd" en vooral een erg grote bron van ergernis. "Scheren" daarentegen geeft een gevoel van vrijheid en is sexy. Maar er wordt ook geschoren en getrimd omdat de partner het zou verlangen, of omdat het op zich een erotische belevenis is of "de seks" zou "verbeteren". En, no pain no gain, de afgeschoren apenhaartjes groeien in en veroorzaken een boel problemen. Het ergste van het ergste is zonder enige twijfel okselhaar bij dames. Al brengen daartegenin de okselhaar t-shirt en het schaamhaarslipje wat relativering.

Heeft de "Lolita-look" nog een verdere betekenis, buiten mode en hygiëne? Pharmabedrijven ontwikkelen pillen om dames en meisjes menstruatieloos door het leven te laten gaan. Plastische chirurgen worden aangezocht voor schaamlipverkleiningen. Alle tekenen van rijpheid en vruchtbaarheid zijn blijkbaar ongewenst. Schaamhaar- en menstruatieloos, eeuwig kind-volwassen, het lijkt wel het motto: "iedereen-pedofiel" ? In navolging van het gebod van de eeuwige jeugd, is "grijs" voor haren volledig taboe, wat liters haarverfverkoop oplevert aan de cosmetische industrie.

Het lijkt wel of westerlingen massaal wegvluchten uit hun volwassen-zijn. Er bestaat zelfs een werkelijkheid waarin menselijke vluchtreacties daadwerkelijk beoogd worden: de "democratische" folterkamers van de CIA en het Amerikaanse leger, zoals in Abu Ghraib. Folteren zonder lichamelijke letsel achter te laten is het middel: vernederen, desoriënteren, zintuiglijke gewaarwoordingen ontnemen, bedreigen, uitputten, pijn doen lijden, onder hypnose brengen en drogeren. Het doel is de mentale volwassenheid vernietigen en een psychologische regressie veroorzaken, en zo "medewerking" te verkrijgen.

Sommige slachtoffers zijn daarna liever dood dan levend. Ook in deze extreme situaties is druk op de mens de oorzaak van zijn mentale wegvluchten, van zijn verlies aan volwassenheid, van regressie. In die zin zijn de CIA-folterkamers een afspiegeling van het "gewone" leven waarbij mensen hun intrinsieke waarde wordt ontnomen en waarbij zij herleid worden tot hun markt- of gebruikwaarde voor anderen. In beide gevallen is de druk zo intens dat mensen het opgeven om volwassen te (willen) worden of te blijven.

Klimaatswijziging
Het klimaat wijzigt, en wijzigt fundamenteel. Ik denk niet dat er nog velen dit zullen betwisten. Over de oorzaken, gevolgen en besluiten lopen de meningen wel ver uiteen. Een eerste twistpunt is de oorzaak: hebben we te maken met "natuurlijke" oorzaken - zoals veranderende zonne-activiteit - of is het juist de veranderde menselijke activiteit die de opwarming veroorzaakt? Een vreemde discussie, want beide analyses sluiten elkaar niet uit. Het aardse klimaat wordt bepaald door zowel natuurlijke als menselijke factoren, en de opdracht is deze van elkaar te kunnen onderscheiden en hun onderlinge wisselwerking in beeld te brengen. Zo is het mogelijk dat de menselijke activiteit een reeds bestaande natuurlijke trend versterkt, of, omgekeerd, dat de menselijke activiteit ondanks natuurlijke afkoeling, toch voor opwarming zorgt.

De belangrijkste vraag blijft naar mijn mening onbeantwoord: "Waarom nu ?".

"Menselijke activiteit" is een veel te vaag begrip. Stel dat een kleine minderheid van de mensheid een industriële economie en kapitalistische levenswijze had ontwikkeld en de rest in ongerepte natuur leefde. Dat zou geen enkel probleem stellen, want de verstoringen door dat kleine deel zouden rechtgezet worden door het recuperatievermogen van het andere. Men zou kunnen veronderstellen dat dit de toestand was tot 1985.

Met de globalisering en de omslag van "ontwikkelingslanden" tot "groeilanden", neemt nu een veel groter deel van de wereld de industrieel-kapitalistische levenswijze over, zodat de milieuvernietiging opgetrokken wordt tot voor de natuur en de aarde onhandelbare en ondraagbare niveaus. De klimaatswijziging is dus niet het gevolg van "menselijke activiteit" in abstracto (een abstracte analyse die bovendien kan leiden tot het culpabiliseren van de gewone burger), maar wel van heel concreet, de globalisering van de westers-kapitalistische leef- en productievormen.

Of nog met andere woorden: de plotse klimaatswijziging bewijst dat de westerse levensstijl niet globaliseerbaar is.

Daardoor ontstaat een dilemma, aangezien de meesten die westerse levensstijl als synoniem voor welvaart beschouwen. Het kapitalisme, zeggen sommigen, brengt de oplossing voor alle problemen, een stelling die door de klimaatswijziging geloochenstraft wordt. Maar moeten we de westerse welvaart dan voorbehouden aan een klein groepje "happy few"?

Een kapitalistische groei zal nooit aan meer mensen welvaart brengen dan aan de upperclass. De american dream wil doen geloven dat grote rijkdom door ieder kan verworven worden, maar daar de kans daartoe is niet groter dan die bij het winnen van een loterij: niet iedereen kan het grote lot winnen. En hoe meer mensen hetzelfde winnende nummer hebben, hoe kleiner de hoofdprijs. De american dream is een contradictio in terminis, maar hij motiveert velen.

De loonkloof tussen de gangbare lonen in het Westen en in de groeilanden bedraagt ongeveer een factor 200, de loonkloof tussen het gangbare loon in het Westen enerzijds en dat van voetbal-, basket-, film-, popsterren of topmanagers anderzijds bedraagt een factor 2000 of meer. Daarmee bedraagt de loonkloof tussen een topmanager en een werknemer in de groeilanden een factor 400000. Men vindt dit getal van 400000 terug als men het vermogen van de allerrijksten erdoor deelt: dan bekomt men 100000 Euro, de prijs van een kleine woning in België. Op wereldschaal kan u zich deze toestand als een dorpje van 15000 superrijken voorstellen, die evenveel bezitten als de zes miljard andere wereldbewoners. Het kapitalisme zorgt in de eerste plaats voor de globalisering van de superrijkdom.

Maar zelfs al kunnen we de minimumlevenstandaard 200 maal verhogen door middel van de globalisering van de westerse levenswijze, dan betekent dit de totale vernietiging van de natuur en van de aarde als levende planeet.

De oplossing voor dit "duurzaamheidsdilemma" vraagt het zoeken naar gepaste correctie op ons maatschappijmodel in het algemeen, onder meer door "vrijwillige soberheid" in het bijzonder. Hierop kom ik verder terug.

Modeshow van bij de beesten
Milieuvernietiging door globalisering is een ernstig probleem, uiteraard ook voor de dieren die in nog ongerepte biotopen leven. Zij verdwijnen mee met hun omgeving. Maar ook de dieren die aan de mens toevertrouwd zijn, hebben in vele gevallen een droevig lot.

Uiteraard zijn er die huisdieren die met veel affectie opgenomen zijn in een warme familie en er volledig deel van uitmaken. Maar er zijn ook diegene die verwaarloosd worden of een bepaald extern doel dienen. Sommige dieren zijn een puur financiële investering om prijzen mee te behalen op dierenwedstrijden. Ze worden geboetseerd naar een norm, en als ze niet voldoen, gedumpt. Er zijn de dierensporten waar het er niet meer zachtzinnig aan toegaat. Dan zijn er de "vrijetijds-dieren". Paarden staan zich te pletter te vervelen in maneges, fazanten worden gekweekt en uitgezet voor "de jacht". Vele dieren worden het slachtoffer van de "vlucht uit de werkelijkheid" van de westerling.

En er zijn de "consumptie-dieren", die we "nodig" hebben voor voeding. Vooral voor hen is het allemaal ellende, op grote industriële schaal. De consument die een op piepschuimplaatje-met-plastic-verpakte biefstuk koopt, heeft geen weet of inzicht in het leed dat daar is aan voorafgegaan. Of hij heeft er wel weet van, maar staat machteloos, welke situatie zijn behoefte aan escapisme nog vergroot. De vervreemding is totaal: "Wat is een varken? Dat is een dier dat in een tekenfilm met de auto rijdt!".

Ook onze dieren betalen de prijs. Niet voor niets verschijnt er op het politieke landschap hier en daar een "Partij voor de Dieren".

De strijd om het minimumloon
De globalisering is in de eerste plaats een westers project, waarbij westerse bedrijven op zoek gaan naar goedkopere arbeidsvoorwaarden, grotere omzet en nieuwe afzetmarkten. Slechts op de tweede plaats is de groei in de "emerging markets" een fenomeen van "eigen bodem".

Stilaan echter beginnen de groeilanden een eigen productie te ontwikkelen. De eigenaars van die bedrijven , de westerse en de "exotische", zijn collega’s, de werknemers behoren zichzelf wederzijds als concurrenten te zien. Alle bedrijven blijken immers belang te hebben bij lage lonen. Waar de lonen "te hoog" zijn, is er "ruimte voor kostenbesparing". De eigen productie in de groeilanden is een middel om deze "kostenbesparingen" in westerse landen te bewerkstelligen. Waar bedrijven vroeger delokaliseerden naar "lage loonlanden", zijn het nu de lonen van de westerse werknemers die onder vuur komen te liggen.

De lage lonen in de groeilanden zijn geen afgescheiden fenomeen. Ook andere "kosten" worden geweerd: veiligheid, voeding, leef- en werkomstandigheden, sociale wetgeving staan niet in de balansen van deze bedrijven. Op de arbeidsvloer in menig groeiland heersen ware wantoestanden. Die wantoestanden maken lage prijzen mogelijk, en stellen daardoor onze eigen arbeidswetgeving onder druk. De westerling werkt daar gretig aan mee, want ook hij verkiest goedkope producten in de winkelrekken, en zo doende ondergraaft hij zijn eigen welzijn.

In die context worden de werknemers zorgvuldig schuldgevoelens aangepraat. De kosten moeten omlaag, de productie omhoog, daarbij vragen stellen heet "onverantwoordelijk". Het kapitalisme heeft de vaderlandslievende arbeidsplicht ontdekt, wat vroeger tijdens een oorlog de opoffering op het slagveld was, wordt dat nu op de werkvloer.

De gevolgen zijn talrijk. "jobzekerheid" moet de plaats ruimen voor "werkzekerheid". Niet alleen een vaste werkgever en vaste werkplaats, maar ook vaste werkuren worden de uitzondering. "Flexibiliteit" is het ordewoord.

De lonen omlaag, de werklast omhoog. Men spreekt over langere werkweken, verhoogde efficiëntie (hetzelfde werk door minder mensen dus), een langere loopbaan. En vooral, meer mensen aan het werk. Debatteerde men vroeger over het recht op werk van vrouwen, nu hebben vrouwen eveneens arbeidsplicht. En gehandicapten krijgen hun plaatsje in het productieproces. Het argument dat als meer mensen werken, de druk op de anderen verlicht wordt, is vals: het doel is eerst het aantal werkenden te verhogen om daarna de individuele "productiviteit" te verhogen.

Bij deze wereld waarin militaire dienstplicht zijn plaats heeft afgestaan aan de arbeidsplicht, hoort een 24-uurseconomie. Winkels zouden altijd open moeten zijn, want productie-overschotten zijn ten alle prijze te vermijden. De westerling heeft niet alleen de plicht om flexibel te produceren, maar ook om fanatiek te consumeren.

Shop until you drop
Van alle economische referentiecijfers zijn de consumptiegegevens waarschijnlijk de meest belangrijke, vooral in december. Zonder consumptie is de kapitalistische productie immers zinloos. Ook consumeren is tot burgerplicht verheven. De groeilanden zijn niet alleen een bron van goedkope arbeidskrachten, zij bieden tevens het perspectief op een nieuw leger consumenten. Meer mensen die meer verbruiken, er lijken geen grenzen aan de economische groei, en daarmee tevens aan het kapitalistische winstbejag.

Overgewicht is een bron van economische activiteit. De zwaarlijvige consumeert twee maal: éénmaal om te dik te worden en nog een maal om terug te vermageren. Geen mensen verstaan hun economische burgerplichten zo goed als die met een jojo-end overgewicht. Maar omdat vele zwaarlijvigen in hun betreurenswaardige toestand geraakt zijn door het overmatig verbruik van junkfood, zijn ze tevens "ondervoed" op het vlak van vitamines en mineralen. Zij kunnen dus niet stoppen met eten.

Dit is fysiek zo, maar ook economisch. Overconsumptie veroorzaakt overkreditering (schulden dus), en men gaat niet langer werken om zich iets moois aan te schaffen maar om de eigen schuldgraad te verlichten.

Consumptie schept werkgelegenheid, en dus zet de huidige westerling zich al shoppend in de schuld om aan het werk te blijven, om daarna te werken om zijn schulden af te betalen. De winst die dit proces genereert, is voor de upperclass. Dit absurde economische model, dat steunt op consumptiedwang, zet de werknemers onder een ondraaglijke druk, veroorzaakt massa’s dierenleed, vernietigt de natuur en wijzigt het klimaat op onvoorzienbare wijze.

De vraag is dan ook hoe lang we deze kapitalistische absurditeit nog kunnen en willen aanhouden.

Vrijwillige soberheid
Een oplossing, of een belangrijk deel van een oplossing, voor de dilemma's en absurditeiten van de westerse consumptiedwang , zowel op globaal als op individueel vlak, is voor mij vrijwillige soberheid. Het is echter een moeilijk begrip om vatten. Het begrip is afkomstig van Richard B. Gregg , een leerling van Mahatma Gandhi, en het werd later verder uitgewerkt door Duane Elgin .

Eerst is belangrijk dat het om een vrijwillige levenswijze, een vrije keuze gaat. Ik spreek dus niet over een of andere vorm van afgedwongen armoede, weze het door de sociale omstandigheden, weze het om religieuze of andere redenen. Gedwongen soberheid is een toestand van geweld, daar kan men geen vredelievende samenleving op bouwen.

Vervolgens is soberheid niet hetzelfde als armoedigheid of verdragen frustratie ten gevolge van zelf-opgelegd ascetisme. Vrijwillige soberheid is verbonden met consuminderen, maar dan wel als authentiek consuminderen, niet met consuminderen-als-zuinigheid dat in dienst staat van consu-meren.

Bij het nadenken over vrijwillige soberheid ga ik uit van de menselijke behoeften in hun volledigheid, dus cultuur en zelfontplooiing inbegrepen, en wil ik een antwoord vinden op de vraag: "Wat heb ik nodig ?". Met als doel een samenleving van bevredigde mensen, kan men kiezen voor kwaliteitsproducten die de menselijke behoeften voldoen. Die hoeven dan niet noodzakelijk "goedkoop" te zijn. Daarbij is het nodig om de cultuur van het genieten te ontwikkelen, want zonder deze cultuur zullen sommige behoeften onbevredigd blijven, m.a.w.: genieten moet je leren. Wie kan genieten en wie kwaliteitsproducten ter beschikking heeft om aan zijn noden te voldoen, zal naar grote waarschijnlijkheid als mens bevredigd zijn. Van de overige dingen kan men dan vanzelf afstand doen, mocht het probleem zich dan nog stellen.

Wie kan genieten van zijn grijze haren heeft geen kleurshampoo nodig.

Kiezen voor vrijwillige soberheid is kiezen tegen overconsumptie, tegen massacultuur en ook tegen snobisme. Epicurisme en stoïcisme ontmoeten elkaar. Het gaat niet om een ascetisch, zelfverloochenend, masochistisch kiezen voor somberheid en saaiheid, integendeel, het gaat om de verwezenlijking van een behoeftenvervullend leven. Een nieuwe vorm van rijkdom.

Dat betekent economisch dat winstbejag terug vervangen wordt door winst, en dat de lonen kunnen stijgen en dat bedrijven meer kunnen investeren in duurzaamheid. Voor wie het wenst kan dan één gezinsinkomen, eventueel verdeeld over de twee partners onder de vorm van part-time werk, volstaan voor een goed leven. Schulden worden afgebouwd en ontsparen afgeremd. De werk- en consumptielast neemt af, gezinnen kunnen winnen in stabiliteit. Door algemene werkontlasting kunnen mensen dan een rustiger en meer voldaan leven leiden.

De genoemde kwaliteitsproducten blijven onderdeel van economische activiteit. Die economische cyclus start bij het winnen van grondstoffen, gaat dan over in het vervaardigen van producten, die daarna verdeeld, verkocht en uiteindelijk gebruikt worden, en zo eindigt de cyclus bij het afdanken als afval van de goederen zodat ze opnieuw grondstof worden. Bij elk van deze fasen kan een plan gemaakt worden om haar zo duurzaam en ethisch mogelijk te laten verlopen. Dat neemt niet weg dat hoe minder er geconsumeerd wordt, hoe sterker de productie verkleint, en dus ook hoe minder milieubedreiging er bestaat. De optie van een duurzame economie en die van vrijwillige soberheid vullen elkaar aan.

De internationale context is belangrijk. Immers: één van de redenen van de westerse consumptiedwang, zijn de erbarmelijke werkomstandigheden in de groeilanden. Internationale initiatieven zijn nodig om ook op die "markten" de nodige kwaliteitscorrecties te realiseren. Protectionistische maatregelen zoals een taks op onethisch geproduceerde buitenlandse producten, kunnen daarbij nuttig zijn.

IJdelheid in het algemeen kan bron zijn van geweld, bijgevolg blijkt dat wie een vredelievende samenleving beoogt, op één of andere manier pleit voor soberheid. Mensenrechten, die de menselijke behoeften vertalen in recht, zijn ook belangrijk voor een vredelievende samenleving, en zo krijgen we ook vanuit vredesperspectief de thematiek van zelfkritische behoeftenbevrediging.

Vrijwillige soberheid heeft dus zowel een individuele als een globale dimensie, ten gunste van een wereld met meer authentiek genieten, met een samenlevingsmodel dat wél globaliseerbaar is, in tegenstelling tot het op consumptiedwang gebaseerde westers-kapitalisme.

Om die reden stigmatiseren kapitalistisch-libertarische denkers de vrijwillige soberheid. Zij spreken over "eco-fascisme" en hanteren nog andere lieve en vriendelijke omschrijvingen. Dit bewijst nog maar eens dat vrijwillige soberheid de Achilleshiel van het kapitalisme is: wanneer er productie-overschotten ontstaan, begint het systeem te wankelen.

Daardoor riskeren we echter een nieuw dilemma: stel dat de remedie even erg is als de kwaal, dat er een chaos zou ontstaan die even ingrijpend is als de zelfvernietiging van het kapitalisme? Wel: is dat zo, zijn we al zo ver gevorderd? En, als dat zo zou zijn, wat hebben de "gewone mensen" dan te verliezen? Zich inzetten voor goede doelen, ook financieel, zou ook bij de upperclass, een wenselijke zaak zijn.

Ecologisch humanisme
Vrijwillige soberheid maakt deel uit van mijn persoonlijke benadering van de diepe ecologie, een invalshoek die ik "ecologisch humanisme" noem. Ik beschouw ecologie als een vorm van cultuur, zodat de tegenstelling tussen natuur en cultuur waarmee de diepe ecologie wat geplaagd zit, verdwijnt. "Respect voor de natuur" is een mensenzaak, om de natuur te redden hoeft de mens niet uit te sterven, zoals sommigen denken.

Wanneer de mens de natuur gebruikt, kan dat niet alleen om het vervullen van "basisbehoeften", maar evenzeer voor de zo genoemde "hogere behoeften" van de mens. Behoeftenbevrediging maakt een meer vredelievende samenleving, die op haar beurt gunstig is voor natuurbehoud. Omgekeerd zal een meer "ecologsiche" samenleving ook een meer vredelievende zijn. De behoefte aan een vredelievende samenleving gaat hand in hand met de noodzaak van duurzaamheid en met respect voor de natuur.

Of, korter: ecologie is mensenwerk.

Comments: Een reactie plaatsen



<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?