28 februari 2006

ONTREGELD (1)

DE OORSPRONG VAN VERVROEGING EN ZOMERUUR


Een zomerse dag
Reis even mee naar het land Fantasia. Het is een land van harde en ijverige werkers. Tussen vier uur en half vijf in de morgen staan de meeste mensen op. Zelfs baby's worden op dat ogenblik gewekt, om tussen vijf uur en half zes aan een kinderdagverblijf toevertrouwd te worden. Ook ouderen worden voor zes uur verwacht aan het ontbijt. Tussen zes uur en half zeven zitten de meeste scholieren hun eerste les op school te volgen. Wie om tien uur een taverne bezoekt, ziet er velen middagmalen gebruiken: biefstuk, friet, spaghetti, of welke warme maaltijd ook. Tegen vier uur in de namiddag zijn de meesten terug thuis voor het avondeten. Ouderen worden soms al tussen drie en vier uur in de namiddag, wanneer de zon nog hoog staat, terug in bed gelegd voor hun nachtrust. Tussen negen en tien uur in de avond gaan de inwoners van Fantasia dan slapen, om de ochtend daarna weer om vier uur half vijf op te staan. Dit gekke land bestaat: het heet België, of Nederland, of Frankrijk of Spanje. In de Franse streek Bretagne of in het Spaanse Galicië, is het nog erger: daar staan ze om drie uur half vier op. Voor alle duidelijkheid: dit is geen grap, maar bittere ernst.

We zijn zo ondertussen gewend aan de idee dat tijd iets volkomen arbitrairs zou zijn. Levend in een bunker, zouden we kunnen zeggen dat twaalf uur 's nachts, twaalf uur 's middags is. Niets is echter minder waar: de tijd is nauw verweven met onze fysieke en geestelijke gezondheid, met ons natuurlijk wezen zelf.

Bij bewustwording van dit probleem, merk ik meestal drie reacties (kijk ook naar deze): of : het doet er niet toe (tijd is arbitrair), of: omkering der waarden (men beschouwt het kunstmatige zomeruur (zomertijd) als het authentieke natuurlijke uur en wil daarom het "winteruur afschaffen" ), of, ten derde : verbijstering over de eigen onwetendheid. Over de indringende wijze waarop we in sommige landen (België, Nederland, Spanje, het Westen van China) aangetast zijn door een gedefaseerde tijd, en de daarbijhorende arbitraire logica, gaat deze bijdrage.


Blinden raken soms van slag
Blinden, in het bijzonder bij een beschadigde oogzenuw, hebben soms slaapstoornissen, gemiddeld meer dan andere mensen. De reden is een soort constante jet-lag. Slaperigheid wordt in het lichaam geregeld door het hormoon melatonine en gestuurd door de pijnappelklier, die het verloop van de dag volgen in welbepaalde golven, de circadiane ritmen. Wanneer het donker wordt produceert de pijnappelklier melatonine, waardoor je slaperig wordt.

Een volledige melatonine-cyclus duurt iets meer dan 24-uur, en, wanneer deze klok niet elke dag op "nul" wordt gezet, ontstaat er een faseverschil tussen de "melatonine-dag" en de werkelijke dag. Dit voortdurende bijwerken van de biologisch klok gebeurt door de waarneming van daglicht, en dat is voor sommige blinden onmogelijk. Dit stelt hen voor een groot probleem, omdat slapen, depressie, epilepsie, stress, nauw met elkaar verbonden zijn. Lichttherapie, behandelingen met melatonine, ... kunnen hen helpen gelijke tred te houden met het werkelijke verloop van de dag.

Niet alleen blinden kennen deze problemen. Mensen in erg noordelijke landen als Zweden en Noorwegen, kunnen in de winter ook last hebben van een tekort aan licht, of, beter: een duidelijk lichtritme. Tijdens de zomer moeten ze zich afschermen tegen een te lange dag, tijdens de winter is er gewoon te weinig licht.

De "biologische klok" van mens, dier, plant en zelfs van bacteriën wordt bestudeerd door de chronobiologie. Zij is nog een jonge wetenschap, maar heeft reeds verschillende ritmes en klokken in het lichaam ontdekt. Deze klokken werken nauw samen en vormen één geheel. Gebeurtenissen die deze klokken afstemmen noemt men "Zeitgebers". Licht is dé Zeitgeber, maar ook maaltijden geven ritme aan. Ondertussen is men zelfs al tot het inzicht gekomen dat het ogenblik van een welbepaalde medische behandeling, zo belangrijk kan zijn als de behandeling zelf. De biologische klok is gelokaliseerd tussen beide ogen ( de "suprachiasmatische kern") en is verbonden met hun netvlies.

Halverwege de negentiende eeuw sliepen de mensen negen uur per nacht, nu nog zeven. Ons slaappatroon is sterk veranderd, onder meer door de invloed van kunstlicht. Slapen blijft een mysterieus iets, maar hangt duidelijk samen met de algemene neuro-chemo-electrische werking van de hersenen. De afwijkende waarneming van licht, meer bepaald van de dageraad, kan dus nauw samenhangen met neurologische problemen als depressie, stress, slapeloosheid en epilepsie.

Dit geldt dus onder meer voor blinden, waarom zou het dan ook niet gelden voor wie wijsgemaakt wordt dat het om vier ’s morgens eigenlijk al zes uur is? Verstoring van het bioritme geldt immers niet voor niets als één van de belangrijkste nadelen van het zomeruur en van de vervroeging van de wettelijke tijd. Bij de overgang van winteruur naar zomeruur komt ze het meest in de aandacht, maar deze verstoring van het bioritme bestaat elke dag.


Klokkentijd in België
Tot 1 mei 1892 gebruikte men in België de tijd van een grote stad in de onmiddellijke nabijheid. De tijd in die grote steden werd aangegeven door de kerktoren, waarvan de klok afgestemd werd op een zonnewijzer. Dit werd wat onpraktisch door de toegenomen industrialisering en mobiliteit. Er reden treinen van Oostende naar Luik. Een standaard uur voor heel België werd nodig, en, met de wet van 28 april 1892 werd de GMT (Greenwich Mean Time) de wettelijke tijd in België. Een logische en goede keuze. Wanneer het in Greenwich (Londen) 12 uur is, is het in De Panne 12u 10 en in Malmedy 12u 24. De gemiddelde afwijking tussen de meeste Belgische steden en Londen bedraagt 17 minuten. Bovendien bevinden de meeste grote steden zich in het Westen van het land.

Na de Eerste Wereldoorlog werd een zomeruur ingevoerd, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hieraan nog een vervroeging van één uur toegevoegd door de Duitse bezetters, zodat het uur van de bezette gebieden afgestemd werd op het Duitse. Deze vervroeging is bewaard gebleven na het einde van de oorlog, maar het zomeruur daarbovenop werd afgeschaft. België had van 1946 tot 1977 een continu zomeruur, dus vervroeging. Sinds 1977 hebben we in Europa, de regelgeving volgend van de Europese Commissie (zoek met "zomertijd"), opnieuw de uurregeling van Nazi-Duitsland: vervroeging plus zomeruur.

Wie in het Spaanse Galicië enkele kilometer zuidwaarts reist tot over de Portugese grens, moet zijn klok verzetten van Duitse naar Engelse tijd. Portugal en Galicië liggen op dezelfde lengtegraad als Ierland, een westerlengte dus, en geen oosterlengte. De afwijking tegenover de juiste zonnetijd bedraagt daar drie uur! Ook de stad Brest in het Franse Bretagne heeft een westerlengte als ligging. Deze afwijking wordt alleen geëvenaard door het Westen van China (pdf wereld tijdzones), dat de tijd volgt van Shangai, het uiterste Oosten van China.

In België ondergaan we de invloed zowel vervroeging als van zomeruur, waardoor we in de zomer bijna twee uur afwijken van de juiste zonnetijd. Wat kunnen van zulke extreme misvormingen de motivaties zijn? Ik zal ze bespreken aan de hand van twee historische teksten uit het begin van de twintigste eeuw, één ten voordele van vervroeging en één ten voordele van het invoeren van het zomeruur.


Dokter Leopold Dejace
Léopold Dejace was chirurg uit de buurt van Luik en hoofdredacteur van het Belgische medische tijdschrift "Le Scalpel", waarin hij zelf ook schreef, zoals blijkt uit volgende aankondiging op het net:

VOYAGE D'ÉTUDES MÉDICALES]. DEJACE (L.). - Voyage d'Études Médicales. Onzième V.E.M. Aux stations du Sud-Est de la France.
Liège, Impr. La Meuse, [1912].
Plaquette petit in-8. 34 pages. Agrafé. Couverture un peu salie. Cachets.
Extrait du journal Le Scalpel et Liège Médical, 1911-1912.

In 1901 schrijft hij een tekst ten gunste van vervroeging. Hij klaagt erover dat de Belgische wetgever zich in 1892 vergist heeft met de invoering van GMT als standaardtijd voor België. Een aanpassing van deze "fout" ziet hij in belang van "de industriëlen, de landbouwers, de arbeiders, de bedienden, de moralisten".

Een eerste bijzondere vaststelling in de tekst is dat Léopold Dejace het Duitse tijd ziet als de enig juiste zonnetijd: "Het sociale leven is niet meer afgestemd op de zon en op het daglicht, maar op een overeengekomen stand van de wijzers en de klok". Die klacht is terecht in die zin dat standaardtijd altijd een bij wet vastgelegd gegeven is, in tegenstelling tot de juiste zonnetijd, maar uiteraard is deze klacht ook zeer bizar door de perceptie van de Duitse tijd als "De Zonnetijd" bij uitstek voor heel Europa, waar op dat ogenblik althans de Belgische tijd "jammerlijk" van afweek:

"Wanneer de uurwerken van onze stations en Belgische steden 12 uur aanwijzen, dan wijzen de Duitse, Oostenrijkse, en Italiaanse klokken 1 uur aan."

"Elke Belg, die op reis was in Duitsland en die van de voordelen kon proeven van het centrale uur, zet bij zijn terugreis, met spijt, zijn uurwerk terug op Meridiaan Tijd. Waarom richten de sterke bonden die er in België bestaan geen vereniging op die (...) voordelen opeist van het Centrale Europese uur om de gevaren van ons kunstmatig uur te bestrijden?"

Zulke beweringen zijn toch echt sterk. Zelfs als het volgen van de Duitse tijd in België al voordelen zou hebben, zoals Léopold Dejace beweerde, dan zijn die in Duitsland niet zichtbaar, omdat de Duitse tijd in Duitsland hetzelfde is als de Engelse tijd in België. Deze omkering die van het natuurlijke uur het kunstmatige uur maakt, en dan nog in naam van de wetenschap ("De wetenschappers zouden er zich moeten rekenschap van geven dat het zonne-uur en het conventioneel uur zo maar niet aangepast kan worden. Een berekening volstaat om de waarheid te kennen"), is toch wel heel bijzonder, en doet eerder vermoeden dat een gedweep met de Duitse cultuur er de bron van is.

Welk waren volgens Léopold Dejace dan de voordelen van tijdsvervroeging?

"Laten wij twee punten van de sociale moraal aanstippen in verbinding met het Centraal Europese uur:
- Aan de avond van elke dag zijn uur natuurlijk licht terug bezorgen, is in werkelijkheid een bestrijding van het nachtelijk uitgaan. Als de nacht valt komen de gevaarlijke nachtdieren, de apachen, de pooiers en de meisjes van plezier op het toneel. De publieke ordehandhaving heeft er alle belang bij om de werkuren van dit soort uitschot te verminderen.
- Het alcoholisme zou gevoelig verminderen als men de klok een uur later zet. Het volstaat om een ritje te maken door onze dorpen met hun landbouw of industrie om te weten te komen dat de zomer het dood seizoen is voor de cafés. De werklieden die van hun dagtaak huiswaarts keren bij klare dag, zij minder geneigd een café te bezoeken. Als men voor deze mannen gedurende verschillende maanden hun thuiskomst bij daglicht laat gebeuren, is dit een vermindering van het alcoholgebruik na het werk, met de vermindering van de gezinsproblemen erdoor veroorzaakt."

"De moralisten veroordelen sinds jaren de nachtelijke activiteiten en het West-Europese uur bevordert deze."

Het is niet echt nodig te wijzen op de sterk moraliserende inslag van deze argumenten, maar ik onthoud vooral de houding van iemand die voor anderen wil beslissen hoe zij moeten leven.

Een argument dat ook vandaag nog leeft is dat van het extra-uur daglicht:

"Indien het centrale uur wordt ingesteld in België dan zouden deze sukkelaars thuis gedurende maanden kunnen genieten van het resterend daglicht en kunnen deze hun tijd, eventueel spenderen met wandelen of heilzaam tuinieren. Gedurende de maanden april tot september kunnen zij profiteren van de buitenlucht. De andere kant van de medaille is dat men vroeger moet opstaan, maar elke hygiënist zal ten allen tijde het met de kippen opstaan en vroeg slapen gaan aan bevelen."

"Voor België is dit uur licht volledig verloren en wordt opgeofferd aan de avondschemering door het aannemen van de Greenwichtijd. Zijn de schadelijke gevolgen dan zo miniem dat men aan de menselijke plant één uur onttrekt van de weldoende zonnestralen? Heden kennen wij beter de voordelen van de weldoende zonnestralen, en het is absurd om uit een betwistbaar administratief standpunt de ganse natie één uur zon af te nemen."

Zo heb ik nu, honderd jaar later, gelezen dat het zomeruur goed is tegen tandbederf, omdat meer daglicht meer vitamine D aanmaakt in de huid. Anderen wijzen erop dat meer daglicht ook meer huidkanker veroorzaakt. In elk geval vond Léopold Dejace de zaak erg belangrijk:

" Wij hebben maar alleen het probleem aangeraakt, maar trekken er toch de aandacht van elkeen op. Misschien komt er ooit een dag dat iemand zich zal inzetten om de oplossing te brengen voor dit sociaal gezondheidsprobleem. Wij stellen van onze kant dit probleem voor aan een onderzoek van de hoge gezondheidsraad."

Een argument van een heel andere soort en ook nog actueel, is dat van "besparingen".

"Wij bespreken vrijwillig de belangrijke vraag van de supplementaire industriële verlichtingkost niet, die in de handen van de economisten blijft, maar blijven alleen bij de vraag over de invloed op de algemene gezondheid."


En daarmee komen we bij de verdedigingen van het zomeruur (DST: Daylight Saving Time)


Het pamflet van William Willett
Het eerste pamflet ten gunste van de invoering van een zomeruur werd geschreven door Benjamin Franklin in 1784. Dit was echter een humoristische tekst om mensen aan te sporen vroeger te gaan slapen en vroeger op te staan. De Engelse bouwondernemer William Willett schreef in 1907 (pas) de eerste en meest bekende tekst om het zomeruur in te voeren. In 1908 werd in het Engelse parlement zijn wetsvoorstel afgewezen. De Duitse legers hadden de idee echter wel onthouden en voerden in 1914 in de bezette gebieden een zomeruur in, om brandstof te sparen. Uiteindelijk kreeg het Duitse oorlogsvoorbeeld navolging: op 17 mei 1916 werd de invoering van DST goedgekeurd in Groot-Brittannië, tegen een storm van protest in. Het zomeruur is dus het product van Angelsaksisch liberalisme en Duits imperialisme.

Het was William Willett bij een vroege ochtendwandeling opgevallen dat de luiken overal gesloten waren. Deze bijzondere ervaring was voor hem het begin van een heel engagement om een zomeruur ingevoerd te krijgen. In zijn artikel "The Waste of Daylight" argumenteert hij:

"We lose nothing, and gain substantially. (...) Those who have travelled by sea east or west, will remember how easily they accommodated themselves to the frequent alterations of time on board ship."

Ondertussen weten we wel dat aanpassen aan een nieuw tijdschema meer dan een week duurt. Voor dieren op een boerderij duurt het zelfs langer. Bovendien is het aanpassen aan het zomeruur slechts ten dele te vergelijken met de aanpassing aan de lengtegraad door de passagiers van een schip: voor hen schuiven alle "Zeitgebers" samen op, voor de slachtoffers van zomeruur en vervroeging ontstaat een andere ordening tussen lichtinval en maaltijden. Maar Millet denkt vooral aan de voordelen van een extra-uur daglicht:

"By a simple expedient these advantages can be secured. If we will reduce the length of four Sundays by 20 minutes, a loss of which practically no one would be conscious, we shall have 8o minutes more daylight after 6 p.m. every day during May, June, July and August, and an avenge of 45 minutes more every day during April and September."

"Now every hour so spent makes for health and strength of body and mind. With 9 hours and 20 minutes every week, of additional opportunity, the value of existing opportunities for exercise and recreation will be more than proportionately increased."

Hij ziet mogelijkheden voor de vrijetijdsindustrie:

"The benefits afforded by parks and open spaces will be doubled, and the nation may some day have cause to be thankful that by this means opportunities for rifle practice will have been created, which under existing conditions cannot be contemplated."

Hierover bestaat nu zelfs twist: vorig jaar bestond er op bepaalde plaatsen in de USA de idee om het zomeruur te verlengen tot eind oktober (zoals in Europa), maar dit veroorzaakte onmiddellijk een belangenconflict tussen de barbecue-verkopers en de media: niemand houdt een barbecue voor zijn televisie, en dus was een commerciële keuze noodzakelijk.

En uiteindelijk is er het argument van de besparing op kunstlicht:

"Everyone, rich and poor alike, will find their ordinary expenditure on electric light, gas, oil and candles considerably reduced for nearly six months in every year."

Deze stelling moet flink gerelativeerd worden: wat ’s avonds zou gewonnen worden, wordt veel 's morgen verloren vooral in het begin van de lente, op het einde van de zomer en in de herfst. Het aandeel kunstlicht in de totale hoeveelheid van energieverbruik daalt. De besparing zou 0,5% per jaar zijn. Of er een financiële besparing is, is dan helemaal onzeker, aangezien het aanpassen aan de tijdsverandering ook kosten met zich meebrengt.

Het woord "Everyone" komt veel voor in de tekst van Millett, een typisch kenmerk van een totalitaire denkwijze van wie anderen wil dwingen binnen het eigen denkkader. In die totalitaire logica vinden zomeruur en vervroeging elkaar.

Lees verder: "ONTREGELD (2), de zonnetijd als symbool van verdraagzaamheid"

Comments: Een reactie plaatsen



<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?