16 januari 2006

"THE LORD OF THE RINGS"

OVER HET HERBEVESTIGEN VAN WAT WAARDEVOL IS IN ONZE WERELD

De actualiteit is rijk aan gebeurtenissen. Twee nieuwsitems van december 2005 in België zijn me wat sterker bijgebleven: de aankondiging van de sluiting van de bierfabriek in Hoegaarden en het verwijderen door de spoorwegmaatschappij NMBS van de affiches van "de GAIA-gans" . Hoegaarden is een dorp in België, een beetje onder Tienen, dat zijn naam heeft gegeven aan een plaatselijk witbier. De kleine brouwerij werd enkele jaren geleden overgenomen door een biermultinational en nu, zonder verpinken, en ondanks het grote succes van het bier, gesloten om de productie ervan naar elders te verhuizen. GAIA is een Belgische dierenrechten-organisatie die de voorbije feestperiode een affichecampagne tegen foie gras heeft opgezet. Daartoe heeft ze affiches gemaakt van "SM-ganzen", om de aandacht trekken op de mishandeling van gedwangvoederde dieren. De waarde van de traditie van het streekbier Hoegaarden, is voor het huidige bedrijf waardeloos. Tegen foie gras mag geen actie gevoerd worden tijdens de feestdagen. Twee uitingen van hetzelfde economisch fundamentalisme dat dit tijdvak kenmerkt. In dit economische fundamentalisme bestaat er geen waarde buiten "meerwaarde", we zouden kunnen zeggen dat het de menselijke werkelijkheid "ont-waardt".

Hoe kunnen we omgaan met deze indringende ontwaarding? Hoe kunnen we de werkelijkheid haar menselijke waarde teruggeven, of, anders gezegd, de menselijke waardigheid herbevestigen? Dat is het onderwerp van deze bijdrage.

Ontwaarding door commercialisering
"The last samurai" vertelt het verhaal van een Amerikaans officier die na vele veldslagen te hebben overleefd, na het beëindigen van de Secessieoorlog een kermisattractie is geworden. Daardoor lijkt het leven hem zinloos en hij raakt aan de drank. Gerekruteerd voor een missie in Japan, valt hij in de handen van opstandige samoerai. Hij ontdekt er hun rust, eer en trots, en wisselt van kamp. Bij een ontmoeting met een vroegere wapenbroeder, vraagt die hem: "What is it about your own people that you hate so much?". Inderdaad: welk aspect van de Westerse cultuur wekt zijn weerzin op? Ontwaarding. Dat alles herleid en beperkt wordt tot een consumptie-artikel.

Een van de onderwerpen die slachtoffer worden van deze economisch-fundamentalistische ontwaarding is de natie-staat, of laat het mij een beetje met pathos "het vaderland" noemen. De natie staat op drie manieren onder druk: regionalisme, supra-nationalisme, en wat ik noem, meta-nationalisme. Regionalisme behoeft, naar ik meen, geen toelichting. Supra-nationalisme vertoont zich als voorstellen tot Europese politieke eenmaking, of universele (wereld) democratie. Het gaat bij beiden om territorium dat geografisch wordt omschreven. Het meta-nationalisme van de multinationals is niet geografisch maar sektorieel. Zoiets als "Wij van Bekaert", met een eigen wetgeving die de nationale te boven gaat. Of als de internationale denktanks die achter gesloten deuren de toekomst van de wereld uittekenen (hertekenen), en plannen maken die pas publiek bekend worden als ze voldongen feiten zijn. Daarbij wordt de wereld niet verdeeld volgens een geografisch territorium, maar volgens een internationaal bedrijfsnetwerk. Een voorbeeld is het antwoord van Bert De Graeve (VRT-interview) wanneer hem om de delokalisatieplannen van Bekaert werd gevraagd: "Slecht voor België, maar goed voor Bekaert."

Mannen of vrouwen die fier zijn op hun leeftijd, het is not-done vandaag. Zeker niet in beroepen waarbij men "presentabel" moet zijn. Van filmsterren wordt verwacht er 20 uit te zien van 18 tot 58. Wie daaraan niet meedoet, verlaat het circuit. Niet alleen 20, maar ook ideaal. Met opgespoten lippen, vergrote of verkleinde borsten of neuzen, of, minder agressief met belangrijke hoeveelheden verzorgingscrèmes, make-up en haarverf. Grijs is voor bejaarden. Alles is imago: verkoop jezelf.

Daar het vrije markt- of economische fundamentalisme alleen de waarde van eigendom erkent, verliezen andere waarden "hun waarde" . In "Ballistic" verklaart de anti-held: "Voor ons telt alleen "Profit and Power" ". In "The Legend of Zorro" streeft een Europese graaf winst na, ten koste van de bevolking en de omgeving. Argumenten die dit winstbejag in de weg kunnen staan zijn "onrelevant sentiment", zonder waarde. Voor het economische fundamentalisme telt alleen "meer-waarde", de mogelijkheid tot het verwerven van meer eigendom, deze meerwaarde is de "maat aller dingen". Elke kost is er een te veel, elke winst is er een te weinig. Sociale wetten zijn "heilige koeien" om overboord te gooien of "om hamburgers van te maken".

Economisch fundamentalisme is mogelijk dankzij consumptiedwang. Door consumeren groeit de economie, en worden arbeidsplaatsen "gecreëerd". Mensen worden geacht te consumeren om aan het werk te blijven: consu-minderen betekent meer werkloosheid, althans in die logica. Een vertegenwoordiger van kredietverleners zei zelfs: "Het consumptiekrediet stimuleert de economie en is uiterst belangrijk voor de werkgelegenheid. Daarom moet de overheid inspanningen leveren om het krediet aantrekkelijker te maken, ..." Consumeren om te consumeren, een consumptiedwang gegrondvest in morele chantage. Menselijk foie gras.

Interessant is de economische meerwaarde van zwaarlijvigheid. Wie zwaarlijvig is, heeft goed geconsumeerd (ijskreem, hamburgers, ...) en in die zin goed zijn "burgerplicht gedaan", die extra kilootje komen immers niet vanzelf. Omgekeerd is er niets zo commercieel boeiend als het verschijnsel "zwaarlijvigheid en overgewicht": boeken over diëten, vermageringsclubs, dieet-artikelen, medicijnen tegen de ziekte tegen gevolge van zwaarlijvigheid, plastische chirurgie voor wie zijn gewicht gehalveerd heeft,... kortom: kassa, kassa. Eerst overconsumeren, om daarna opnieuw te consumeren om de gevolgen van overconsumptie weg te nemen. De logica van de huidige wereld is consistent.

Onze Westerse economie noem ik een "ongelukseconomie" , en wel om twee redenen. We shoppen als vrije tijd, compensatie of als verslaving, eigenlijk omwille van "ongelukkig zijn". Ongeluk is een economische meerwaarde. Daarboven zijn de menselijke relaties ten gevolge van de vrije markt sterk verstoord, en vergt de arbeidstaak meer dan mensen kunnen geven. Dit alles wordt ingebed in een ideologie, eigenlijk een soort oorlogsretoriek, van vrijwaring van de concurrentiekracht, die van de bevolking een grote mate van zelfverloochening vraagt. Vandaag is de economie een bron van ongeluk voor de gewone mensen, die, omwille van dit ongeluk, economisch meer actief worden. Menselijk ( en niet-menselijk) ongeluk is dus een hoeksteen van ons Westerse economisch gebeuren, vandaar mijn omschrijving als "ongelukseconomie". De gezondheidsstatistieken ondersteunen deze stelling.

Op een bepaalde manier zou men de gedwangvoederde gans tot icoon van de huidige Westerse samenleving kunnen uitroepen: consumptiedwang. De dwang is echter minder fysiek. Shoppen om te shoppen. We leren vragen om de dwang die is opgelegd. En daarmee is de cirkel voor een tweede keer rond. De GAIA-gans herbergt een dubbele kritiek: op verstoorde menselijke relaties én op consumptiedwang.

De algemene leuze is: "Als het maar verkoopt!". Dit leidt tot bizarre toestanden waarbij zelfs maatschappij-kritiek vercommercialiseerd is. Een boek is een boek, en voor een uitgever doet het er niet toe waarover het gaat, als het maar verkocht raakt en winst genereert. Door deze manier van om te gaan met de werkelijkheid, verliest deze werkelijkheid haar waarde. Ze wordt ont-waard.

Hoe kunnen we deze ontwaarding terugschroeven, hoe kunnen de werkelijkheid haar menselijke waarde teruggeven?


Herbevestiging van de menselijke waardigheid
Hoe kan men de idee van universele menselijke waardigheid funderen? Al te veel wordt die vraag beantwoord met het zoeken naar redenen waardoor mensen meerwaarde zouden hebben tegenover andere leven de wezens of tegenover het niet-menselijke. Zulk een antwoord zoek ik niet, ik wil begrijpen waaruit de inhoudelijke waarde van mensen bestaat.

Een eerste component daarvan zie ik in de biologische gelijkheid van alle mensen. De algemene biologische constructie van de mens is dezelfde. Dit maakt dat er diep onder alle culturele verschillen meer gelijkheid is dan we denken. Zo heeft de schouder van ieder mensen universeel gewricht, de elleboog een scharnier. Onze bewegingscoördinatie is daardoor gelijkaardig. Geen mens kan leven in een atmosfeer die geen perfect aangepaste mix van gassen bevat, zoals die in de atmosfeer van de aarde bestaat. We leven op dezelfde planeet, en zien 's nachts de maan en de sterren. We hebben honger als we lang niet hebben gegeten en ons bloed is rood. We hebben allen behoeften.

Een tweede component noem ik de menselijke existentiële hulpeloosheid. Waarom is een huilende baby zo aandoenlijk? Hulpeloos en behoeftig, volledig aangewezen op de goede wil en de zorg van de volwassenen die hem omringen en omkaderen. We zijn beperkt, in omvang en grootte, in ruimte, in mobiliteit, in tijd, en vooral in denk- en waarnemingsvermogen. Als beperkte wezens streven we ernaar onze behoeften te bevredigen. Beperkt en aan ons lot overgelaten, hulpeloos, bouwen we aan een samenleving. Aan die hulpeloosheid ontsnapt niemand.

Waardigheid als gevolg van moreel handelen is een derde component. Wat is moreel handelen? Hierover bestaan verschillende benaderingen, wat nu volgt is de mijne. Moraliteit is een objectief maar immaterieel gegeven. Een vaas die op tafel staat, is beschrijfbaar als een bepaalde moleculenstructuur, materieel definieerbaar. Wanneer, bijvoorbeeld na een onhandige beweging, deze vaas van de tafel valt, is deze gebeurtenis, als gebeurtenis, een immaterieel gegeven. Naar mate ons handelen zich voltrekt, ontwikkelt zich een (parallel) universum aan immateriële feiten, onze geschiedenis. In de mate dat ons handelen een gevolg is van onze vrijheid tot handelen, heeft dit immaterieel feit ook een moreel aspect. In mijn visie is dit moreel aspect even objectief en onveranderlijk, vastgelegd bij en tijdens het voltrekken van de handeling.

Net zoals we beperkt zijn in de waarneming van de objectieve materiële werkelijkheid, net zo zijn we beperkt in de waarneming van de moraliteit van ons handelen. Ons handelen bezit dus een moraliteit die we niet kunnen kennen, of toch niet volledig. We kunnen trachten ons een beeld te vormen van het moreel karakter van ons huidig, verleden of ons toekomstig handelen, maar er is geen sluitend antwoord, niet omdat het niet bestaat, maar omdat we te beperkt zijn om dit te kennen. Wat we wel kunnen, is ons toegewijd en ernstig bekommeren over het moreel karakter van ons handelen, wetende dat onze benadering een gissing zal blijven. Deze morele ernst is een expressie van de wil tot moreel handelen. Ik denk dat dit het maximum is dat we kunnen bereiken.

Waarde is dus immaterieel én objectief, en geeft ons een antwoord op wat waarde-vol is in onze wereld, waardevol genoeg om er zich voor in te zetten om ze "levend" te houden.

De verwezenlijking van onze vrijheid is een eerste manier om een waarde te bevestigen. In vaardigheid en arbeid, met iets dat we willen bereiken, tonen we onze vrijheid, maken we duidelijk waarvoor we staan. Iemand die iets wil doen voor een goed doel. Een restaurant voor daklozen. Een herstelling doen in huis. Een projectverwezenlijking. We doen iets waarvan we denken dat het goed is voor de wereld dat het zou gedaan worden. Door ons in te zetten voor immateriële waarden krijgt onze werkelijkheid terug een menselijke betekenis.

Er is nog een tweede manier om waarden te bevestigen. De uitspraak "Als ik iets goeds doe, handel ik moreel", kan herschreven worden als "Als ik niet "iets-slechts" doe, handel ik moreel". Het verschil zit daarin dat het goede een expressie is van de eigen verbeeldingskracht, maar dat het slechte kan aangereikt worden door anderen. Ik zag zo een fragment uit de televisie reeks "Rome". Vorenus is een officier in het Romeinse leger. Het vechten en de slachtingen jn Gallië beu, wil hij een normaal gezinsleven. Hij wordt body-gard van een zakenman. Wanneer die hem vraagt een wanbetaler te molesteren en te doden, neemt hij ontslag. Thuis vertelt hij aan zijn vrouw zijn "werkdag" en de reden van zijn ontslag. Zij begrijpt hem volkomen, maar ze herinnert er hem wel aan dat ze huur moeten betalen en kinderen te voeden hebben. Hij besluit dan, tegen zijn zin, om terug in dienst te gaan bij het leger van Marcus Antonius. Ik vind dit een treffend voorbeeld van een afweging van de wil om goed te doen (zorgen voor zijn gezin) en de weigering om slecht te doen. Terug dienst nemen is voor Vorenus een bitter feit.

In het Oosten noemt men dit "investeren in verliezen" of "winnen door verliezen" . Door de weigering van materieel gewin, wint men aan waardigheid. De, in China vervolgde, Falun Gong, heeft dit winnen door verliezen tot een van haar kernwaarden gemaakt.

Na biologische gelijkheid en existentiële hulpeloosheid, is deze derde component (projectverwezenlijking en weigering) voor ons als mensen zeer belangrijk. Doorheen het verwezenlijken van het goede dat we willen, in het weigeren van het kwade dat we verwerpen, vinden we als mensen onze waardigheid. Wanneer dit onmogelijk is, of we zelfs gedwongen worden tegen dit inzicht in te handelen, zijn we, letterlijk, vernederd.

Voor het morele handelen is de kracht van de weigering van het slechte van uitermate groot belang. De Milgram experimenten tonen echter hoe veel persoonlijkheidskracht men daarvoor moet bezitten. Het vraagt veel om te zeggen: "Neen, daaraan doe ik niet mee!". Tegen de groepsdruk in of tegen gezag. Nochtans is het op zulk een ogenblik dat men bewijst dat immateriële waarden, waarden zijn.

Willen we de menselijke waardigheid herbevestigen, is een bezinning nodig over wat men wil én ook over wat men niet wil. Wat willen we verwezenlijken en waartoe willen we ons niet lenen? Wat hebben we nodig om onze levenskwaliteit te verhogen, en welke middelen willen we zeker niet gebruiken om dit doel te bereiken? Deze vraag is bijzonder indringend in een wereld waarin we gestuurd worden door manipulaties en onze aandacht wordt afgeleid van wat echt goed voor ons is. En, net als Vorenus, zullen we met vuile handen (een beetje) slecht aanvaarden, als we er een goed mee kunnen bereiken. Dit laatste, is echter tragisch, een absoluut te vermijden vernedering van onze menselijke waardigheid. Het ontnemen van de mogelijkheid tot moreel handelen, de ervaring van het verlies aan positieve vrijheid, is de uiteindelijke ontmenselijking van onze werkelijkheid.

De manipulatie bij uitstek, die van het economisch fundamentalisme, is het streven naar de laagste prijs. Door prijskorting wordt ons leven goedkoop, letterlijke en figuurlijk. Hoe gaan we best daarmee om?

De valstrik van de "prijskorting": het leven is niet goedkoop.
De tijd van de solden is er weer. In grote mate worden "koopjes" binnengehaald. In onze buurt waren er tot voor vijftien jaar verschillende kruideniers. Die zijn alle verdwenen wegens te duur in vergelijking met de supermarkten. In Groot-Britannië combineert men: kleine winkels van één en dezelfde keten moeten de bereikbaarheid verbeteren. Maar ook supermarkten voeren nu een ware prijzenslag, met huismerken aan het prijzenfront. Instinctief zoeken mensen de laagste prijs. Erg begrijpelijk, en verantwoord voor de kleine budgetten, het is een teken van goed beheer.

Het zoeken van de laagste prijs, het is een gewoonte. Echter niet alleen bij consumenten, ook bij producenten. Die zoeken arbeid aan de laagste prijs. En dan krijgt de Westerse consument het deksel op de neus, want de werkgever verhuist naar lage-loonlanden. Een gevolg van dezelfde logica. Goedkoop blijkt plots niet meer goedkoop. Aan een laag getal op het ticket, hangt een hoge menselijke prijs: meer files, flexible werkuren, minder gezin, meer stress, overbelasting, verwaarloosde kinderen, meer eenzaamheid.

Naast mensen die om gewoon rond te komen het goedkoopste alternatief zoeken, zijn er die goedkoop om goedkoop zoeken: de vrekken. Voor hen heeft niets voldoende waarde om er geld aan te spenderen. Ook voor de vrek heeft de werkelijkheid geen waarde, is die ont-waard. Daartegenover staan diegenen die gaan voor "duur om duur", de snobs. Voor hén is er geen verband meer tussen prijs en kwaliteit, en dient de prijs veeleer sociale doeleinden: de exclusiviteit, het reserveren van bepaalde goederen voor bepaalde groepen, het zich afzetten tegen of afbakenen van anderen om "onder elkaar" te zijn. Er bestaan ook volledig ontkoppelde prijzen, zoals bij zeldzame postzegels en kunst. Elke verantwoording is daarbij verdwenen, de prijs wordt uitsluitend gedreven door speculatie en hebzucht. En er is ook de problematiek van de verspilling , waarbij elke vorm van budgetplanning ontbreekt, goederen nutteloos of overbodig worden aangekocht, wegwerpartikelen, of te veel van hetzelfde. Koop meer schoenen dan je kan dragen in een heel leven.

Consumptiedwang is de hedendaagse norm. "Shop until you drop". Waardoor mensen ontsparen , schulden aangaan, en bijgevolg een stuk veiligheid en zekerheid verliezen. Een mooi voorbeeld van consumptiedwang, in de echte zin van dwang, is de invoering van digitale TV. Eerst is er de vraag of digitale TV problemen kan stellen voor de privacy van de kijkers: de provider is technisch in staat te weten waarnaar u kijkt, zeker als het gaat om programma's op aanvraag. Met de PC kan je al met bijzondere e-mailprogramma's foto's versturen, naar kennissen of om te laten afdrukken. Met dezelfde privacy-problemen: Big Brother is digitaal. Wie beseft dat briefgeheim en vrije pers tot de grondvoorwaarden van een democratie behoren, kan daar alleen bezorgd om zijn. Maar ook is er het feit dat de overgang van analoge naar digitale TV een politiek dictaat zou zijn. Een dictaat dat u verplicht te kiezen tussen enerzijds blijven TV kijken met aankoop van de bijhorende digitale technische hulpstukken, of geen TV meer kijken, tenzij met schotelantenne. Analoge TV verdwijnt, op bevel van... . Zoals ik reeds hoger zei, de westerling is een beetje (veel) als de gecontroleerde en gedwangvoederde gans.

Hoe daarop te reageren? Door, zoals de vrek of de absolute asceet, niets meer te consumeren? Ik neem aan dat er verkrachte vrouwen zijn, die later problemen hebben met het aangaan van nieuwe, gezonde seksuele contacten. De Gaia-vergelijking doordenkend, zal de gans die, als reactie op het dwangvoederen weigert te eten (wat een zeer begrijpelijke reactie is), uiteindelijk sterven.

Kritisch consumeren en echt consuminderen lijkt het antwoord. Vrijwillige soberheid in de zin dat consumptie een antwoord wordt op de vraag: "Wat heb ik (echt) nodig?" . Een gevolg van de "bezinning" op wat echt waardevol is voor u als consument, en, iets waarvoor men dan ook bereid is de gepaste prijs te betalen. Dit is consu-minderen in de zin van minder consumeren (zie het treffende artikel uit "Zuinigheid met stijl": "De Status van Soberheid"). In tegenstelling van "Meer doen met minder"-consuminderen, waarbij met voor alles de goedkoopste prijs zoekt met de bedoeling juist meer te kunnen kopen, dus consu-minderen om te consu-meren. Het is cynisch dat maatschappijkritiek in het algemeen en zelfs "consuminderen" in het bijzonder een consumptie-artikel is geworden.

De gedachte is economie te herdefiniëren als behoeftenbevrediging. Vandaar, voorafgaand aan het consumeren, een kritische reflectie op de eigen behoeften. Zo zullen er projecten zijn die u wil verwezenlijken. U wil een old-timer herstellen, en koopt de stukken die daartoe nodig zijn. Misschien kan u ook gewoon ruilen met een ander liefhebber van old-timers, of misschien geeft een ander liefhebber u gewoon een onderdeel als geschenk. Ruilen en schenken kunnen ook goederen verdelen en behoeften bevredigen. Ook kunnen mensen elkaar helpen in plaats van diensten te kopen. Dit noem ik de "gift-economie" .

Kritisch consumeren, echt consuminderen, gifteconomie, het zijn wegen weg van opportunisme en snobisme. De prijskorting van de vrije markt is er een met een boomerang-effect: je betaalt ze later dubbel en dik terug, tenzij dat een ander moet opdraaien voor het leed dat je veroorzaakt. Voor wie oog heeft voor immateriële waarden als eer en stijl, is dit laatste echter beneden alle waardigheid.

Het leven is niet goedkoop. Beter dan op jacht te gaan naar kortingen, zijn soberheid en een eerlijke prijs betalen voor de intrinsieke waarde.

De vriendschap van Sam
In de film-trilogie "The Lord of the Rings" is Sam de trouwe metgezel van de "ringdrager" Frodo Baggins. Frodo ziet het soms niet meer zitten, het dragen van de ring der almacht is een zware last. Sam moedigt Frodo telkens aan: "Omdat er goede dingen in de wereld zijn, voor welke het waard is te vechten". Uit het verloop van de film blijken dat vooral vriendschap en moed te zijn. Vriendschap maakt de wereld menselijk.

Het is een statement om in een wereld van ontmenselijking en economisch fundamentalisme resoluut (kordaat, standvastig, assertief ) te kiezen voor de herbevestiging van de menselijke waarden. Goede projecten willen verwezenlijken, het kwade weigeren, soberheid, vriendschap en moed cultiveren, om er enkele te noemen.

Comments:
Deze reactie is verwijderd door een blogbeheerder.
 
Een reactie plaatsen



<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?