15 december 2005

SAMEN - LEVEN (1)

HET TIJDVAK VAN HET FUNDAMENTALISME

Tout le monde a une seule vie qui passe
Mais tout le monde ne s'en souvient pas,
J'en vois qui la plient même la cassent,
Et j' en vois qui ne la voient même pas,
Et j' en vois qui ne la voient même pas...
(Carla Bruni - "Tout le monde" )

Bij het lezen van bovenstaande titel denkt u misschien dat dit artikel over moslimterreur en moslimfundamentalisme handelt. Niets is echter minder waar, want dit artkel handelt slechts in de laatste plaats over moslimfundamentalisme: ik wil even stil staan bij fundamentalisme in het algemeen, de vele verschijningsvormen en de rol ervan in onze maatschappij.

Wanneer mensen in de toekomst zullen terugblikken op onze tijd, het begin van de éénentwintigste eeuw, dan zullen ze die waarschijnlijk "Het tijdvak van het fundamentalisme" noemen, zo verziekt is onze wereld door de fundamentalistische logica. Het gaat immers niet om een facet van de menselijke werkelijkheid, maar over "een-denken-in-overdrijving", waar elk onderwerp het slachtoffer kan van worden. Dat is de stelling die ik in deze drie artikels wil toelichten. Ik wil ook met u nadenken hoe we deze overdrijving kunnen ontspannen tot normaal en vredelievend funderen van een eigen cultuur of eigen (culturele) identiteit, de redenering volgend van wat ik noem "het principe van noodzakelijk evenwicht" . Een loodgieter herstelt beter de lekkende waterleiding in een vochtig huis, liever dan deze waterleiding uit dit huis te verwijderen en zo de watervoorziening ervan weg te nemen.

Fundamentalisme kom je tegen in allerlei vormen. In een reeks lezingen die hij deze dagen geeft, gaat Henk Oosterling eveneens uit van dit standpunt van de veelvuldigheid aan fundamentalismen. Hij onderscheidt in hoofdzaak vier soorten: religieus fundamentalisme, marktfundamentalisme, verlichtingsfundamentalisme en autofundamentalisme. De protestant Dick Wursten hanteert volgende (gebruikelijke) definitie van fundamentalisme: Hij noemt een stroming "fundamentalistisch" als ze de volgende drie kenmerken tegelijk heeft: (1) absoluut gezag van een heilig boek (2) doorgedreven organisatie van gelijkgezinden (3) militant optreden in de openbare ruimte. Laat mij spreken van orthodoxie, ideologische vereniging en maatschappelijke agressiviteit. Deze kenmerken kunnen nuttig zijn bij de vergelijking van de verschillende hier opgesomde fundamentalismen. De lijst kan nooit volledig zijn, omdat, zoals ik reeds stelde, elk onderwerp tot fundamentalisme kan overdreven of vernauwd worden. Hier volgt een -kort- overzicht (lees ook: "Samenleven 2" op deze Blog), mijn persoonlijke indeling.

Fundamentalisme in vele vormen

Verlichtingsfundamentalisme
1. Sceptisch rationalisme:
Het sceptisch rationalisme definieert de werkelijkheid als materie: wat niet materieel is, is niet. De eenvoudige bedenking dat het feit van een materiële gebeurtenis, op zich een immateriëel gegeven is, lijkt voldoende om te kunnen besluiten dat de menselijke werkelijkheid meer is dan materie. Een menselijke brein dat denkt aan een materiële gebeurtenis, bv de vaas valt van de tafel, kan een link leggen tussen de materie van het brein en de gedachte aan dit feit, het feit als dusdanig blijft immateriëel. Ik spreek hier over de werkelijkheid van "de geschiedenis", "de belevingswereld", "de moraal",... . Omdat het sceptisch rationalisme de menselijke werkelijkheid herleidt tot materie, hoeft het dan ook niet te verwonderen dat het niet in staat is een moraal te funderen. Dit betekent niet dat zijn aanhangers zich noodzakelijk immoreel gedragen, dit betekent dat hun moraal niet gefundeerd is in hun sceptisch rationalisme. De arrogantie van sceptici ligt daarin dat zij menen voldoende verheven te zijn boven en bekwaam te zijn om, de rest van de wereld te beoordelen en te veroordelen: waardering vooronderstelt een waarderend subject, dat als vanzelfsprekend onfeilbaar wordt verondersteld. Sceptici spelen de rol van ideologisch rechter, zonder enige verantwoording dat ze daar geschikt voor zouden zijn. Er bestaan sceptisch verenigingen, zoals SKEPP, die zich niet tevreden stellen met een gezellig bij elkaar zijn onder sceptici, maar die blind, militant en zelfs agressief - zoals in het geval van Indische rationalisten, met organisaties als "The Tarksheel Society"of "Science and Rationalists' Association of India" - alle "bijgeloof" willen bestrijden. Deze organisaties voldoen aan de bovenstaande omschrijving van fundamentalisme.

2. Vrij Onderzoek
De aanhangers van de afwezigheid van de belemmeringen van dogma’s spreken van het principe van Vrij Onderzoek, steeds met hoofdletters. Dit geeft aan dat het inderdaad bedoeld is als een absoluut principe dat men dogma’s verwerpt. De nieuwe studenten van de Vrije Universiteit Brussel, die zich onderwerpen aan de "doop", moeten er daarbij eeuwige trouw aan zweren, en de "vrijzinnige gemeenschap" of "georganiseerde vrijzinnigheid" heeft het in de Belgische wet laten inschrijven als wezenskenmerk van hun levensbeschouwing. Omwille van het absoluut streven naar afwezigheid van belemmering, naar negatieve vrijheid, beschouw ik de leer van het Vrij Onderzoek als de kennisleer van de vrije markt ideologie. Evenmin als op de leer van de vrije markt, kan men uit de leer van het Vrij Onderzoek een moraal afleiden. Dat dit een moeilijk punt is, wat betreft onderzoeksonderwerp en -methode, blijken de aanhangers ervan wel te begrijpen. Zij kunnen hun moreel beleven op het principe niet funderen, en dit ligt moelijk. Ludo Abdicht lijkt te beseffen dat er een evolutie nodig is in dit "Verlichtingsdenken". Een herformulering van "Vrij Onderzoek" als "het recht op de vrijheid van verantwoord onderzoek" zou volgende voordelen hebben:
1. Als "recht op vrijheid" zou dit verwijzen naar de ruimte en de steun die de ene mensen aan de andere dienen te geven om noodzakelijk onderzoek te voeren;
2. "Vrijheid van verantwoord onderzoek" verwijst naar het noodzakelijke spanningsveld tussen vrijheid, verantwoordelijkheid en zorg;
3. De formulering "recht op" en de kleine letters, verwijzen naar een recht tussen andere rechten, bv de mensenrechten, ipv naar een absoluut levensbeschouwelijke principe.
De aanhangers van het principe van Vrij Onderzoek zijn georganiseerd en zetten zich in om maatschappelijke dwalingen te bestrijden, onder de leuze "Scientia Vincere Tenebras", de wetenschap overwint de duisternis. Op een ogenblik dat wetenschappelijke inbreng de wereld kan vernietigen, is dit aan herziening toe. Het algemeen discours van de vrijzinnige verenigingen is ook anti-clericaal. De doctrine van "Vrij Onderzoek" noem ik dus eveneens een vorm van fundamentalisme, als vrijzinnig fundamentalisme dus.

3. Mensenrechten (?)
Met het vraagteken achter het woord "mensenrechten" wil ik aanduiden dat dit onderwerp eigenlijk hier niet op zijn plaats is. Nochtans is de spanning reëel. Op de plaats van de mensenrechten in een multiculturele samenleving, kom ik terug in "Samen-leven (3)". Enkele kanttekeningen zijn echter op zijn plaats. Het verwijt van mensenrechten als verlichtingsfundamentalisme kan neigen naar cultuurrelativisme, maar omgekeerd kan een ongepast bekritiseren van andere culturele gewoonten aanleiding geven tot karikaturen en stereotypen. Zo bv de van de geïntegreerde, brave en onschuldige moslima, belaagd door de agressieve moslim-man, en uitgescholden voor "hoer". Niet dat dit probleem niet bestaat, de veralgemening ervan is fout. Vrouwen zijn net zozeer voorstander van hoofddoeken. Bij culturen die vrouwen besnijden zijn het ook vrouwen die er de (mede)dragers van die (afschuwelijke) gewoonte zijn. Net zoals er mannen zullen zijn die er met weerzin naar kijken. Stereotyperen helpt de problematiek niet vooruit, begrijpen misschien wel. De stereotypering gaat echter verder: voor sommige zichzelf-progressief-noemenden, is de idee van het verwijt van verlichtingsfundamentalisme in dit verband een bewijs van een rechtse ideologie. Daarmee zijn we bij ons volgende onderwerp: de ethische arrogantie.

4. Ethische arrogantie
Onder ethische arrogantie versta ik de vereenzelviging van een persoon, organisatie, partij of identiteit, met een concreet ethisch standpunt. Voorbeelden zijn er genoeg: over Kyoto, over de homowetten, over kunstappreciatie, over fundamentalisme, over stemrecht,... . Ethische arrogantie komt voor bij zichzelf-progressief-noemenden, zoals bij het socialistisch utopisme. Zij kan zich ook uiten als ethische dwang, wanneer mensen met een bepaalde mening worden verondersteld van een bepaalde organisatie lid te worden omwille van hiervoor vermelde vereenzelviging van organisatie en concreet standpunt. De ethische arrogantie is in wezen een drogredenering die bestaat uit een onzorgvuldig gebruik van de logische implicatie. De negatie van "Uit A volgt B" is "Uit niet-B volgt niet-A". Dit noemt men "contrapositie" of "transformatie". De volgorde dient dus omgekeerd te worden bij de ontkenning van een gevolgtrekking, en tegen die regel zondigt de ethische arrogantie. Algemeen gaat de redenering als volgt:

(1) Uit A volgt B
(2) Uit niet-A volgt niet-B (verkeerde ontkenning van (1))
(3) Uit B volgt A (correcte ontkenning van (2))
Besluit: A=B

Even met een voorbeeld toegelicht:
(1) Wie voor de Kyoto-akkoorden is, is progressief;
(2) Wie tegen de Kyoto-akkoorden is, is conservatief; (verkeerde ontkenning)
(3) Wie progressief is, is voor de Kyoto-akkoorden; (correcte ontkenning)
wat dus leidt tot een vereenzelviging van "progressief" met "voorstander van de Kyoto-akkoorden".

Een beetje een "Zonnekoning-syndroom": "L’Etat, c’est Moi!" Elk gesprek wordt door deze instelling onmogelijk wegens onmiddellijke diabolisering of criminalisering van het tegenargument en/of van de debatpartner. De vereenzelviging van "spreken over verlichtingsfundamentalisme" met "rechts" zoals in bovenstaande link, is van deze ethische arrogantie een gepast voorbeeld.

Een tweede gevolg van ethische arrogantie kan de vicieuze cirkel zijn "Uit A volgt B, uit B volgt A". Het eeuwige "kip of ei", typerend voor paradoxale communicatie ("Uw mening is vrij, maar ons standpunt is het juiste!"). Links organiseert zich, want Rechts is gevaarlijk; Rechts organiseert zich, want de maatschappij is te Links, enz. ook hiervan zijn talloze voorbeelden te vinden.

5. Verlichtingsfundamentalisme is mogelijk
Na het lanceren van de term "verlichtingsfundamentalisme", onder meer in politieke debatten, is gesteld door libertariërs dat dit een contradictio in terminis zou zijn, omdat kritisch denken typerend is voor de Verlichting. De uitspraak "Wie kritisch denkt behoort tot de Verlichting" is gelijk aan: "Ofwel denk je niet kritisch, ofwel behoor je tot de verlichting, ofwel beide". Dwz uit de eigenschap kritisch denken kan je niet besluiten tot het onkritisch zijn van de Verlichting. De uitspraak "Wie tot de Verlichting behoort, denkt kritisch", is vals als er mensen zijn die tot de Verlichting behoorden en toch onkritisch dachten. Zoals Robespierre en de Jakobijnen, zoals de Marxisten, zoals Napoleon en zijn aanhangers. Deze gevolgtrekking is dus vals. Ik kan dus besluiten dat onkritisch denken mogelijk is binnen de Verlichting, en dat verlichtingsfundamentalisme wel degelijk kan bestaan, en, zoals aangetoond in hoger staande voorbeelden, wel degelijk bestaat.

Economisch fundamentalisme
U kan eerst het artikel "Emancipatie - bevrijding als vaardigheid" lezen, waarin ik het huidige ultra-liberale denken heb besproken, ook bekend als "Libertarisme". De peetvader daarvan Ludwig von Mises, erkende maar een waardevol goed: eigendom. De menselijke werkelijkheid wordt herleid tot eigendom en het menselijke streven tot het ongeremd verwerven van eigendom. Het is de filosofie van het hyper-kapitalisme, door de bijhoerende "het-doet-er-niet-toe"- doctrine voor andere waarden, een cultuur van het opportunisme. Deze cultuur is op de dag van vandaag wijd verbreid, in die mate dat we over opportunisme kunnen spreken als hét wezenskenmerk bij uitstek van de éénentwintigste eeuw. De aanhangers van deze doctrine organiseren zich, in "Novo Civitas", "The Mont Pelerin Society" , "Centre pour une Nouvelle Europe", en allerlei andere "von Mises Instituten" . Door middel van denk-tanken streven zij ernaar om hun stempel op de huidige samenleving te drukken.

De menselijke werkelijkheid wordt herleid tot economie, de economie tot vrije markt. Ik spreek hier van economisch- of van vrije-markt-fundamentalisme.

Voor een deel is deze leer een reactie op het marxisme, waarbij persoonlijk eigendom verboden was. Het "recht op eigendom" is ingeschreven in de mensenrechten, wat wil zeggen dat persoonlijk eigendom aan een behoefte beantwoordt. Iets heel anders is echter de werkelijkheid te vernauwen tot het streven naar eigendom.

Het economisch fundamentalisme en bijhorend opportunisme kan probleemloos gecombineerd worden met andere fundamentalismen. Met een conservatieve leer bv, en dan heb je als resultaat republikeinen. Of met ethische arrogantie, en dan heb je als resultaat wat men "Paars" noemt: de doctrine van "De Actieve Welvaarstaat" is in werkelijkhied niet meer dan een samen-gaan van libertarisme met ethische arrogantie (onder de vorm van socialistisch utopisme). Voor de economische fundamentalisten immers, doet-het-er-niet-toe, zolang de vrije markt maar intact is. Daarom schreef Friedrich August von Hayek dat hij geen conservatief is: het was hem om het even.

Een gezamenlijk gevolg van verlichtingsfundamentalisme en economisch fundamentalisme, is de cultuur van de namaak. De machinale reproduceerbaarheid en de wetenschappelijke "vooruitgang" hebben verregaande kunstmatigheid gecreëerd van namaak huisdieren tot namaak mensen. De idee leeft dat niets industrieel of wetenschappelijk kopieerbaar is: van schilderijen tot levende wezens. Met andere woorden: deze fundamentalismen maken het leven tot kitsch en fake.

Lees verder: "Samen-leven (2) "

Comments: Een reactie plaatsen



<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?