15 december 2005

SAMEN - LEVEN (3)

VAN MILITANT FUNDAMENTALISTISCH TOT VREDELIEVEND MULTICULTUREEL

Oh! guerre ya mungu gani?
Oh! guerre ya mungu gani?... Oorlog in naam van welke God?
Oh! guerre rangi ya damu
...Oorlog in naam van welke kleur?
Rangi ya damu ... Oorlog met de kleur van bloed
Rangi ni moja
...Bloed heeft maar één kleur.
(Khadja Nin - "Sambolera" )

In "Samen-leven (1) " en "Samen-leven(2) " heb ik gesteld dat we op dit ogenblik in het tijdvak van het fundamentalisme leven. Fundamentalisme zie ik als een denkfout die zich op elk onderwerp kan richten. Het komt daarom in vele vormen voor, ook onder de vorm van verlichtingsfundamentalisme. Het belangrijkste en meest invloedrijke fundamentalisme, dat misschien wel de andere uitlokt, is niet het religieuze, maar wel het economische, ultra-liberale fundamentalisme, waarbij alleen eigendom waardevol is en alleen het streven naar eigendom zin geeft (heeft). Algemeen blijft een beeld van een fundamentalistische pandemie tegen gevolge van de huidige vrije-markt globalisering. Tevens heb ik gesteld dat (de huidige Westerse) totalitaire democratie kan gezien worden als "fundamentalisme aan de macht", zodat beide verschijnselen elkaar versterken en uitlokken.

Aangezien het bij fundamentalisme om een overdrijvende-denkfout gaat, kan men ernaar streven, niet om het onderwerp te bestrijden, maar wel om het fundamentalisme te begrijpen en om deze verkeerde benaderingswijze terug binnen leefbare proporties te brengen. Zo kunnen we zoeken naar een evenwichtige multiculturele basis voor een vredescultuur: als het ware een genezingsproces. Daaraan wil ik hier aandacht geven.

Multicultureel funderen
1. Funderen is een behoefte
(Cultureel) funderen is een menselijke behoefte. Mensen hebben behoefte aan denkstructuren die de werkelijkheid betekenis en zin geven. Men bouwt aan en investeert in waarden en tradities, die het handelen, het nemen van beslissingen en het organiseren van de samenleving of een kleinere groep, zoals de familie, mogelijk maken. Dit is een (culturele) identiteit, zonder welke het leven niet mogelijk is. Cultuur is een waarde en een werkelijkheid, waarvan men het bestaansrecht kan eisen en verdedigen.

2. Een dubbele marge
In een samenleving leven we samen en dus niet alleen, noch als individu, noch als cultuur. Daarom heeft dit zelf-funderen nood aan een dubbele marge. Wanneer we inzien dat we recht hebben op onze culturele identiteit, zien we ook in dat we niet het recht hebben die op te leggen aan anderen: niet aan andere groepen binnen onze samenleving, en ook niet aan bestaande of toekomstige leden van de eigen groep. Culturele fundering is een keuze, waarvoor we het recht eisen, maar het ook aan anderen geven. Dit is een dubbele marge: één naar buiten en één naar binnen. Het woord cultuur heeft geen zin als er niet voor gekozen kan worden. Eveneens is het noodzakelijk zelfkritisch te kijken in hoeverre de cultuur die men wil overbrengen, de mensenrechten van de groepsleden niet schendt .

Een brede kijk op de samenleving en de maatschappij is nodig om een respectvol bewustzijn van de algemene culturele verscheidenheid op te bouwen, om bestaansrecht te kunnen eisen en te kunnen geven. Het gaat erom te weten in welke samenleving men leeft.

3. Terroir
Cultuur groeit in een bepaald terroir. De recepten van de traditionele keuken maken gebruik van de voedingsmiddelen die in de streek voorhanden zijn. De literatuur speelt zich af tegen het plaatselijke landschap. De cultuur kijkt terug op een plaatselijke geschiedenis van eeuwen, stamboomonderzoek kan in eigen streek gebeuren. Dit is de (heersende) autochtone cultuur, ietwat in tegenstelling tot de cultuur van migranten die hun wortels en tradities ver van huis hebben. Bewustzijn van dit onderscheid is belangrijk, opdat multiculturalisme niet louter een vat vol culturen zou zijn: begrip voor het feit dat dit een ander soort problemen geeft naargelang men behoort tot een migrantencultuur of tot een autochtone cultuur. In de USA is de autochtone cultuur, die van de indianen, in de verdrukking door de cultuur van de Europese migranten. De Joden hebben een migrantencultuur van tweeduizend jaar oud, te tellen van toen ze bij de diaspora door Keizer Trajanus verjaagd werden uit Jerusalem.

4. Mensenrechten en rechtstaat
In West-Europa is er een derde speler aanwezig "op de achtergrond" namelijk de democratische rechtstaat. Deze vertegenwoordigt tegelijkertijd een kader van positief recht waarbinnen de verschillende culturen zich bewegen, én de Europese traditie van de "Mensenrechten" . Rechtstaat, mensenrechten, autochtone-cultuur, migranten-cultuur maken samen belangrijke spelers in ons maatschappelijk gebeuren. Dit betekent dat de situatie van een niet-Westerse religieuze traditie in de West-Europese democratische rechtstaat sterk verschilt van die in een land met een meer feodale of absloute bestuursvorm, in de zin van een cultuur waarbij die religie en staat enigszins één macht vormen. Bovenstaande marges houden dan ook in dat in het Westen een religie met het samen-leven met andere culturen beter rekening houdt, maar wel bestaansrecht eist, en anderzijds dat het Westen het feodale karakter van het land van oorsprong respecteert. Deze mogelijke feodaliteit is een onderdeel van het recht op zelfbeschikking van dit land.

Naar aanleiding van de multiculturaliteit op wereldschaal, worden geregeld de mensenrechten in vraag gesteld door niet-Westerse culturen. Eveneens libertarische alleen-eigendom-telt-denkers stellen de geldigheid van mensenrechten in vraag. Het is inderdaad belangrijk te beseffen dat de concrete opsomming van de mensenrechten een werk was van sommige mensen in 1948, en dat zij dus een eerste en te vervolmaken aanzet zijn. Mensenrechten hebben behoeften aan wetenschappelijke uitdieping en filosofische fundering. In vorige paragraaf gaf ik al aan dat we beter voorzichtig omspringen met het gebruik van mensenrechten naar anderen toe. Maar deze terughoudendheid en voorzichtigheid zijn heel wat anders dan het principe of de mogelijkheid tot mensenrechten zelf in vraag stellen.

Men kan zich afvragen waarom mensen gelijk in waardigheid geboren worden. Om dit aan te geven kan men verwijzen naar de biologische gelijkheid van de mens: we zijn min of meer hetzelfde gebouwd, eten drinken, lopen, en hebben op dezelfde manier seks. Wanneer we ons kwetsen, bloeden we. Men kan ook verwijzen naar de existentiële hulpeloosheid van alle mensen: iedereen is beperkt in mogelijkheden, in tijd en in ruimte, en toch moeten we ondanks deze beperktheden ons leven leiden, samen met anderen en met de wereld. We kunnen ook verwijzen naar de behoeftigheid van alle mensen, waaruit we een recht op behoeftenbevrediging kunnen afleiden, dat we voldoen door arbeid (niet door arbeidsmarkt). Het recht op behoeftenbevrediging, het recht op leven, betekent het verbod op uitbuiting. Het is jammer dat libertariërs respect voor andere mensen zien als een beperking van hun vrijheid of als dwang. Hoezeer libertariërs neerkijken op de menselijke waardigheid, blijkt bv. uit volgend citaat uit "Human Dignity: Reason or Disire" , van Frank van Dun (blz 14):

"It is obviously not true that all human beings have dignity in the ordinary sense of the word. There is daily proof of this (...) in almost any broadcast of the Jerry Springer Show".

De menselijke waardigheid vindt haar verantwoording in de mogelijkheid van mensen tot moreel handelen, door welk handelen de mens zichzelf waarde geeft. Het feit dat de ene mens dit anders of meer of minder doet dan een ander, het feit zelfs dat er grensgebieden bestaan van het menselijke, verandert daar niets aan. Menselijke waardigheid is een dynamisch begrip, en dat is de reden waarom de taal woorden voorziet als "vernedering", maar ook als "trots" en "eer".

Ook het feit dat mensenrechten elkaar kunnen tegenspreken, is voor libertariërs een probleem. Zo schrijft Frank van Dun (o.c. blz. 5):

"Enforcement of one person’s economic, social, and cultural rights necessarily involves forcing others to reliquish their property, or to use it in a way prescribed by the enforcers."

Het recht op behoorlijk loon komt in tegenstrijd met het recht op eigendom. Dit lijkt alleen een dilemma omdat libertariërs één mensenrecht vergeten te lezen, namelijk het laatste. Dit zegt dat geen mensenrecht mag worden toegepast op die wijze dat die toepassing een ander mensenrecht schendt. Dit schept geen dilemma’s, maar is integendeel een bewijs van bewustzijn van wat ik noem "het principe van noodzakelijk evenwicht". In heel veel gevallen dienen dus afwegingen gemaakt te worden, wat betekent dat men het ethisch karakter van een handeling beter geval per geval beschouwt. De werkelijkheid is te verscheiden voor absolute regels. Mensenrechten zijn geen regels, maar een uiting van de noodzakelijke voorwaarden voor het leiden van een gelukkig leven, iets waarop alle mensen recht hebben. Geluk, samen met anderen, niet ten koste van anderen, zoals in de ultra-liberale doctrine.

Het principe van de menselijke universaliteit, ook al behoeft dit begrip verdere toelichting, is verantwoord, en vertegenwoordigt een onmisbaar baken voor een vredelievende samenleving, ten einde relativisme en misbruik te kunnen benoemen en te kunnen vermijden.

5. Noodzakelijk evenwicht
In een multiculturele samenleving is het dus goed dat ieder zijn plaats kent, maar/en ook op-eist. Het funderen van de eigen identiteit komt dan in evenwicht met respect voor anderen, traditie en omgeving. De stelling die ik hier toelicht, is de hoger aangehaalde van "het principe van noodzakelijk evenwicht" . Zonder dit principe loopt elke menselijke handelen en streven het risico te verworden tot een fanatisme, zoals cultureel funderen dan verwordt tot fundamentalisme. Deze gedachten ligt eveneens aan de basis van het bekende "kernkwadrantenspel".

De communicatieve democratie
Het kader van de democratische rechtstaat is een belangrijke speler in de multiculturele samenleving. Anderzijds geven totalitaire tendensen binnen de democratie aanleiding tot het verharden van cultureel funderen tot fundamentalisme, wanneer die tendensen cultureel bestaansrecht niet of onvoldoende erkennen. De problematiek van de democratie is meer dan alleen maar wie welke beleid moet voeren. De "directe democratie" behandelt de vraag naar "Wat?". De universele werelddemocratie behandelt de vraag naar "Wie?". Belangrijk echter is het (op dit ogenblik vergeten) "Hoe?". Hoe worden beleidsbeslissingen uitgevoerd, bijgestuurd, hoe luistert men naar de bevolking, in plaats van alleen, in het beste geval, te "communiceren" (dus eigenlijk mede te delen) wat er beslist werd ergens binnenskamers. Een democratische rechtstaat die in staat is te communiceren met de burgers, noem ik "de communicatieve democratie", in tegenstelling tot de huidige Westerse totalitaire democratie.

Multicultureel bewustzijn
"Vredelievend multicultureel" is een noodzakelijk zelfkritische denkpiste, vooral in de huidige mobiele samenleving. Zelfs met verminderde mobiliteit behoort het multiculturele tot het wezen van onze Westerse samenleving. Grenzen moeten immers nooit volledig open zijn, of nooit volledig gesloten, maar ademen, zoals onze huid ademt: wie zich vol schildert met lak, zal sterven, maar wie afgestroopt is en geen huid meer heeft, eveneens. De huid is een levensbelangrijk orgaan van het menselijk lichaam, als ademende filter, evenzeer heeft een natie goedwerkende grenzen nodig. Ook hierbij geldt het principe van het noodzakelijk evenwicht.

"Multiculturaliteit" is een sterker begrip dan "pluralisme". Pluralisme betekent "meer van hetzelfde". Dan aanvaarden we anderen (alleen) als ze op een andere manier "Westers" zijn. Multicultureel betekent een echte eigen culturele identiteit, binnen bepaalde marges zoals ik heb beschreven, zodat vredelievend multicultureel niet verhardt of verwordt tot strijd tussen fundamentalismen.

Evenwichtig multicultureel bewustzijn is een zelf-kritisch groeiproces, met respect, voor zichzelf en voor de (het) andere als kernbegrip, en, een noodzakelijk element van vredescultuur, dat we "multicultureel burgerschap" kunnen noemen.

SAMEN - LEVEN (2)

FUNDAMENTALISME OMSCHRIJVEN

Fundamentalisme in vele vormen (vervolg, lees ook: "Samen-leven (1) ")

Religieus fundamentalisme
1. Christendom
Het eerste religieuze fundamentalisme dat met die naam werd aangeduid, is een protestantse stroming ontstaan in de negentiende eeuw in de USA. Zo schrijft Wikipedia:

"Fundamentalisme was een beweging van Amerikaanse Christenen, die vanaf 1870 kritiek uitten op modernistische theologische tendensen. Zij formuleerden een vijftal "fundamentele geloofswaarheden", die in 1910 bekend werden als "The Five Fundamentals" . Hierover werd ook een serie boeken uitgegeven onder de naam A testimony of the Truth. In 1920 leidde dit tot de oprichting van de World's Christian Fundamentals Association."

Daardoor heeft de term "fundamentalisme" betekenis gekregen voor de rest van de wereld.

2. Islam
Ook al is Islam-fundamentalisme niet het belangrijkste fundamentalisme van deze tijd, is het niet uit de actualiteit weg te denken. Waarschijnlijk kunnen er minstens drie soorten onderscheiden worden: het Islamfundamentalisme in autochtone islamlanden zoals Iran of Saoudi-Arabië, dat in bezette gebieden zoals Irak of Palestina, en dat in Westerse democratieën, zoals in Europa of zelfs in Algerije. Op dit onderscheid kom ik terug in "Samen-leven (3)".

3. Andere levensbeschouwingen
Aangezien het bij fundamentalisme om een overdrijvende denkfout gaat, kan elke levensbeschouwing of religie fundamentalistische vormen aannemen. Ik verwijs in deze context ook naar het vrijzinnig fundamentalisme dat ik besproken heb in "Samen-leven (1) ".

Etnisch en nationalistisch fundamentalisme
Met deze fundamentalismen wil ik verwijzen naar de bv. het Vlaamse of het Servische nationalisme (separatisme), gebaseerd op de idee van volk of van natie. Supra-nationale instellingen zien zij als een grote bedreiging.

Irrationalistisch fundamentalisme
Sommige New-Age stromingen vinden zichzelf in een absoluut subjectivisme. De wereld wordt gezien als een individuele gedachte, wat dat individu verantwoordelijk maakt voor de toestand ervan. Immers: de wereld is zijn gedachte. Dit fundamentalisme is zo wat het spiegelbeeld van het sceptisch rationalisme. Zoals deze laatste het vanzelfsprekend vinden dat alleen materie telt, zo worden in bepaalde New-Age stromingen controversiële paranormale of esoterische concepten kritiekloos als reëel voorondersteld en het discours is soms sterk anti-ratio. Ook de gedachte "Nieuwe Wereld", de gedachte van "opnieuw te beginnen" is een gemeenschappelijk kenmerk met andere fundamentalismen. Misschien neigt New-Age als doctrine meer naar het sektarische dan naar het fundamentalisme, maar sommige trachten via politieke lobby macht te beïnvloeden. Een ander probleem is de gemakkelijke commercialisering van New-Age producten.

Nog andere fundamentalismen
1. Pijn
Elk onderwerp kan zich lenen tot een fundamentalistisch vertekening. Toch wel opmerkenswaardig is het zo genaamde "pain-ism" dat ten grondslag ligt van de dierenbevrijdingsbeweging. Deze stroming wil dieren "menselijk" verklaren door hun vermogen tot lijden. Dierenrechten worden dan verdedigd op basis van vermeende menselijke eigenschappen bij dieren, zoals dus het vermogen om pijn te lijden. Hier is sprake van een dubbele denkfout. Het is schadelijk (voor de dieren) dierenrechten te verdedigen op basis van hun "mens-zijn" (net zoals je rechten van zwarten niet verdedigt op basis van hun "blank-zijn"), beter is ze te verdedigen op basis het evidente respect voor hun bestaan zelf. Eveneens is het verkeerd pijn als norm voor moreel handelen te nemen, aangezien er veel goede dingen zijn die op één of andere manier noodzakelijk pijnlijk zijn. "Pijn" is niet hetzelfde als "schade". Sterker nog, aan deze fundamentalistisch afkeer van pijn, lijkt het omgekeerde, het fun-fundamentalisme verbonden, zowat de cultuur van de oppervlakkigheid.

2. Ongebondenheid
Verder is er het fundamentalisme van het ontkoppelde individu, dat de atomisering van de maatschappij weerspiegelt met een beeld van "individuele ongebondenheid", onder meer vertegenwoordigd door een idee van absolute mobiliteit.

De fundamentalistische werkelijkheid

De stelling van deze drie artikels over "Samen-leven" is dat fundamentalisme een vertekening is van het denken, die elk facet van de menselijke realiteit kan treffen. Om een nog beter beeld te krijgen van de oorzaken van fundamentalisme kan men een stap verder zetten dan alleen fundamentalisme beschrijven en de denkwijze en de context ervan willen begrijpen.

Ik meen in de fundamentalistische denkwijze twee componenten te kunnen onderscheiden:

1. Meervoudige bewustzijnsvernauwing
Het fundamentalistische denken vernauwt de complexe en verscheiden menselijke werkelijkheid tot een dimensie ervan, bv godsdienst of economie. Daarna vernauwt deze denkwijze deze dimensie tot haar fundering, die daardoor "fundament" wordt, om daarna te vernauwen op één aspect van dit fundament. Misschien is hierdoor een lange reeks bewustzijnsvernauwingen mogelijk. Ultra-liberaal economisch fundamentalisme vernauwt zo eerst tot economie, dan tot vrije markt, dan tot eigendom. Marxisme is ook een economisch fundamentalisme, maar het herleidt alleen tot economie, zodat we kunnen spreken van "economisch determinisme": de andere dimensies worden niet ontkend, maar als een expressie gezien van de economie, die integendeel tot de libertariërs, voor wie alleen eigendom telt.

2. Fanatieke dwang
Een tweede denkfout is daarbij de idee dat men deze vernauwing moet opleggen aan de rest van de maatschappij, en wel op twee manieren: aan alle andere culturen van de multiculturele samenleving, en aan alle leden van de eigen cultuur, de reeds bestaande en de komenden, dwz de komende generaties. Op die manier wil het fundamentalisme een dubbele fanatieke dwang uitoefenen: naar binnen en naar buiten.

Fundamentalisme en totalitaire democratie: kip of ei
Wanneer een fundamentalisme aan de macht komt via democratische verkiezingen, ontstaat een totalitaire democratie. Het streven naar dwang van de andere culturen vertaalt zich in het streven naar politieke macht, een weg dus die fundamentalisten gebruiken om hun cultuur op te leggen aan anderen. Bij hen leeft de idee dat aan de fundamenten pas is tegemoet gekomen als de volledige maatschappij in regel leeft met de eigen fundamenten, want anders is de ondergang nabij. Fundamentalisme kan dus aanleiding zijn tot een verhoging van het totalitair karakter van een samenleving, door het verwerven van politieke invloed of politieke macht.

Het omgekeerde is ook waar: wanneer democratische bestuurders zonder nuance of voldoende draagvlak hun wil opleggen aan de bevolking, bedreigen zij de bestaande funderingen van de verscheiden culturen. Daardoor kunnen die zich teruggeworpen voelen op hun fundamenten, waardoor men terugkeert naar het vorige punt. Het lijkt begrijpelijk dat er een vicieuze cirkel bestaat waarbij totalitaire democratie en fundamentalisme elkaar uitlokken.

Fundamentalisme lokt fundamentalisme uit
Begrijpelijk lijkt ook dat fundamentalisme nog meer fundamentalisme uitlokt. Ultra-liberaal economisch fundamentalisme, dat stelt dat alleen eigendom telt en alle andere dimensie van de menselijke werkelijkheid waardeloos zijn, kunnen een terugwerping op de andere, bv. de religieuze, fundamenten veroorzaken. De protestant Dick Wursten schrijft:

"Historisch gezien is het fundamentalisme een christelijk fenomeen. Het woord is "gemunt" in 1920 toen een journalist de naam gaf aan een groep radicale, orthodoxe en conservatieve protestanten (in de USA) die zich heftig verzetten tegen de niet te stuiten liberalisering van theologie, kerk èn samenleving."

Als dit waar is voor het protestantse, negentiende-eeuwse fundamentalisme, dan zal dit waarschijnlijk ook wel gelden voor dat van onze tijd. Het ultra-liberale economische fundamentalisme dat kapitalisme en vrije markt verheerlijkt, kan dus gezien worden als het meest ernstige fundamentalisme van onze tijd. Door de globalisering daarvan heeft zich ondertussen een pandemie van het economische fundamentalisme ontwikkeld.

Lees verder : "Samen-leven (3) "

SAMEN - LEVEN (1)

HET TIJDVAK VAN HET FUNDAMENTALISME

Tout le monde a une seule vie qui passe
Mais tout le monde ne s'en souvient pas,
J'en vois qui la plient même la cassent,
Et j' en vois qui ne la voient même pas,
Et j' en vois qui ne la voient même pas...
(Carla Bruni - "Tout le monde" )

Bij het lezen van bovenstaande titel denkt u misschien dat dit artikel over moslimterreur en moslimfundamentalisme handelt. Niets is echter minder waar, want dit artkel handelt slechts in de laatste plaats over moslimfundamentalisme: ik wil even stil staan bij fundamentalisme in het algemeen, de vele verschijningsvormen en de rol ervan in onze maatschappij.

Wanneer mensen in de toekomst zullen terugblikken op onze tijd, het begin van de éénentwintigste eeuw, dan zullen ze die waarschijnlijk "Het tijdvak van het fundamentalisme" noemen, zo verziekt is onze wereld door de fundamentalistische logica. Het gaat immers niet om een facet van de menselijke werkelijkheid, maar over "een-denken-in-overdrijving", waar elk onderwerp het slachtoffer kan van worden. Dat is de stelling die ik in deze drie artikels wil toelichten. Ik wil ook met u nadenken hoe we deze overdrijving kunnen ontspannen tot normaal en vredelievend funderen van een eigen cultuur of eigen (culturele) identiteit, de redenering volgend van wat ik noem "het principe van noodzakelijk evenwicht" . Een loodgieter herstelt beter de lekkende waterleiding in een vochtig huis, liever dan deze waterleiding uit dit huis te verwijderen en zo de watervoorziening ervan weg te nemen.

Fundamentalisme kom je tegen in allerlei vormen. In een reeks lezingen die hij deze dagen geeft, gaat Henk Oosterling eveneens uit van dit standpunt van de veelvuldigheid aan fundamentalismen. Hij onderscheidt in hoofdzaak vier soorten: religieus fundamentalisme, marktfundamentalisme, verlichtingsfundamentalisme en autofundamentalisme. De protestant Dick Wursten hanteert volgende (gebruikelijke) definitie van fundamentalisme: Hij noemt een stroming "fundamentalistisch" als ze de volgende drie kenmerken tegelijk heeft: (1) absoluut gezag van een heilig boek (2) doorgedreven organisatie van gelijkgezinden (3) militant optreden in de openbare ruimte. Laat mij spreken van orthodoxie, ideologische vereniging en maatschappelijke agressiviteit. Deze kenmerken kunnen nuttig zijn bij de vergelijking van de verschillende hier opgesomde fundamentalismen. De lijst kan nooit volledig zijn, omdat, zoals ik reeds stelde, elk onderwerp tot fundamentalisme kan overdreven of vernauwd worden. Hier volgt een -kort- overzicht (lees ook: "Samenleven 2" op deze Blog), mijn persoonlijke indeling.

Fundamentalisme in vele vormen

Verlichtingsfundamentalisme
1. Sceptisch rationalisme:
Het sceptisch rationalisme definieert de werkelijkheid als materie: wat niet materieel is, is niet. De eenvoudige bedenking dat het feit van een materiële gebeurtenis, op zich een immateriëel gegeven is, lijkt voldoende om te kunnen besluiten dat de menselijke werkelijkheid meer is dan materie. Een menselijke brein dat denkt aan een materiële gebeurtenis, bv de vaas valt van de tafel, kan een link leggen tussen de materie van het brein en de gedachte aan dit feit, het feit als dusdanig blijft immateriëel. Ik spreek hier over de werkelijkheid van "de geschiedenis", "de belevingswereld", "de moraal",... . Omdat het sceptisch rationalisme de menselijke werkelijkheid herleidt tot materie, hoeft het dan ook niet te verwonderen dat het niet in staat is een moraal te funderen. Dit betekent niet dat zijn aanhangers zich noodzakelijk immoreel gedragen, dit betekent dat hun moraal niet gefundeerd is in hun sceptisch rationalisme. De arrogantie van sceptici ligt daarin dat zij menen voldoende verheven te zijn boven en bekwaam te zijn om, de rest van de wereld te beoordelen en te veroordelen: waardering vooronderstelt een waarderend subject, dat als vanzelfsprekend onfeilbaar wordt verondersteld. Sceptici spelen de rol van ideologisch rechter, zonder enige verantwoording dat ze daar geschikt voor zouden zijn. Er bestaan sceptisch verenigingen, zoals SKEPP, die zich niet tevreden stellen met een gezellig bij elkaar zijn onder sceptici, maar die blind, militant en zelfs agressief - zoals in het geval van Indische rationalisten, met organisaties als "The Tarksheel Society"of "Science and Rationalists' Association of India" - alle "bijgeloof" willen bestrijden. Deze organisaties voldoen aan de bovenstaande omschrijving van fundamentalisme.

2. Vrij Onderzoek
De aanhangers van de afwezigheid van de belemmeringen van dogma’s spreken van het principe van Vrij Onderzoek, steeds met hoofdletters. Dit geeft aan dat het inderdaad bedoeld is als een absoluut principe dat men dogma’s verwerpt. De nieuwe studenten van de Vrije Universiteit Brussel, die zich onderwerpen aan de "doop", moeten er daarbij eeuwige trouw aan zweren, en de "vrijzinnige gemeenschap" of "georganiseerde vrijzinnigheid" heeft het in de Belgische wet laten inschrijven als wezenskenmerk van hun levensbeschouwing. Omwille van het absoluut streven naar afwezigheid van belemmering, naar negatieve vrijheid, beschouw ik de leer van het Vrij Onderzoek als de kennisleer van de vrije markt ideologie. Evenmin als op de leer van de vrije markt, kan men uit de leer van het Vrij Onderzoek een moraal afleiden. Dat dit een moeilijk punt is, wat betreft onderzoeksonderwerp en -methode, blijken de aanhangers ervan wel te begrijpen. Zij kunnen hun moreel beleven op het principe niet funderen, en dit ligt moelijk. Ludo Abdicht lijkt te beseffen dat er een evolutie nodig is in dit "Verlichtingsdenken". Een herformulering van "Vrij Onderzoek" als "het recht op de vrijheid van verantwoord onderzoek" zou volgende voordelen hebben:
1. Als "recht op vrijheid" zou dit verwijzen naar de ruimte en de steun die de ene mensen aan de andere dienen te geven om noodzakelijk onderzoek te voeren;
2. "Vrijheid van verantwoord onderzoek" verwijst naar het noodzakelijke spanningsveld tussen vrijheid, verantwoordelijkheid en zorg;
3. De formulering "recht op" en de kleine letters, verwijzen naar een recht tussen andere rechten, bv de mensenrechten, ipv naar een absoluut levensbeschouwelijke principe.
De aanhangers van het principe van Vrij Onderzoek zijn georganiseerd en zetten zich in om maatschappelijke dwalingen te bestrijden, onder de leuze "Scientia Vincere Tenebras", de wetenschap overwint de duisternis. Op een ogenblik dat wetenschappelijke inbreng de wereld kan vernietigen, is dit aan herziening toe. Het algemeen discours van de vrijzinnige verenigingen is ook anti-clericaal. De doctrine van "Vrij Onderzoek" noem ik dus eveneens een vorm van fundamentalisme, als vrijzinnig fundamentalisme dus.

3. Mensenrechten (?)
Met het vraagteken achter het woord "mensenrechten" wil ik aanduiden dat dit onderwerp eigenlijk hier niet op zijn plaats is. Nochtans is de spanning reëel. Op de plaats van de mensenrechten in een multiculturele samenleving, kom ik terug in "Samen-leven (3)". Enkele kanttekeningen zijn echter op zijn plaats. Het verwijt van mensenrechten als verlichtingsfundamentalisme kan neigen naar cultuurrelativisme, maar omgekeerd kan een ongepast bekritiseren van andere culturele gewoonten aanleiding geven tot karikaturen en stereotypen. Zo bv de van de geïntegreerde, brave en onschuldige moslima, belaagd door de agressieve moslim-man, en uitgescholden voor "hoer". Niet dat dit probleem niet bestaat, de veralgemening ervan is fout. Vrouwen zijn net zozeer voorstander van hoofddoeken. Bij culturen die vrouwen besnijden zijn het ook vrouwen die er de (mede)dragers van die (afschuwelijke) gewoonte zijn. Net zoals er mannen zullen zijn die er met weerzin naar kijken. Stereotyperen helpt de problematiek niet vooruit, begrijpen misschien wel. De stereotypering gaat echter verder: voor sommige zichzelf-progressief-noemenden, is de idee van het verwijt van verlichtingsfundamentalisme in dit verband een bewijs van een rechtse ideologie. Daarmee zijn we bij ons volgende onderwerp: de ethische arrogantie.

4. Ethische arrogantie
Onder ethische arrogantie versta ik de vereenzelviging van een persoon, organisatie, partij of identiteit, met een concreet ethisch standpunt. Voorbeelden zijn er genoeg: over Kyoto, over de homowetten, over kunstappreciatie, over fundamentalisme, over stemrecht,... . Ethische arrogantie komt voor bij zichzelf-progressief-noemenden, zoals bij het socialistisch utopisme. Zij kan zich ook uiten als ethische dwang, wanneer mensen met een bepaalde mening worden verondersteld van een bepaalde organisatie lid te worden omwille van hiervoor vermelde vereenzelviging van organisatie en concreet standpunt. De ethische arrogantie is in wezen een drogredenering die bestaat uit een onzorgvuldig gebruik van de logische implicatie. De negatie van "Uit A volgt B" is "Uit niet-B volgt niet-A". Dit noemt men "contrapositie" of "transformatie". De volgorde dient dus omgekeerd te worden bij de ontkenning van een gevolgtrekking, en tegen die regel zondigt de ethische arrogantie. Algemeen gaat de redenering als volgt:

(1) Uit A volgt B
(2) Uit niet-A volgt niet-B (verkeerde ontkenning van (1))
(3) Uit B volgt A (correcte ontkenning van (2))
Besluit: A=B

Even met een voorbeeld toegelicht:
(1) Wie voor de Kyoto-akkoorden is, is progressief;
(2) Wie tegen de Kyoto-akkoorden is, is conservatief; (verkeerde ontkenning)
(3) Wie progressief is, is voor de Kyoto-akkoorden; (correcte ontkenning)
wat dus leidt tot een vereenzelviging van "progressief" met "voorstander van de Kyoto-akkoorden".

Een beetje een "Zonnekoning-syndroom": "L’Etat, c’est Moi!" Elk gesprek wordt door deze instelling onmogelijk wegens onmiddellijke diabolisering of criminalisering van het tegenargument en/of van de debatpartner. De vereenzelviging van "spreken over verlichtingsfundamentalisme" met "rechts" zoals in bovenstaande link, is van deze ethische arrogantie een gepast voorbeeld.

Een tweede gevolg van ethische arrogantie kan de vicieuze cirkel zijn "Uit A volgt B, uit B volgt A". Het eeuwige "kip of ei", typerend voor paradoxale communicatie ("Uw mening is vrij, maar ons standpunt is het juiste!"). Links organiseert zich, want Rechts is gevaarlijk; Rechts organiseert zich, want de maatschappij is te Links, enz. ook hiervan zijn talloze voorbeelden te vinden.

5. Verlichtingsfundamentalisme is mogelijk
Na het lanceren van de term "verlichtingsfundamentalisme", onder meer in politieke debatten, is gesteld door libertariërs dat dit een contradictio in terminis zou zijn, omdat kritisch denken typerend is voor de Verlichting. De uitspraak "Wie kritisch denkt behoort tot de Verlichting" is gelijk aan: "Ofwel denk je niet kritisch, ofwel behoor je tot de verlichting, ofwel beide". Dwz uit de eigenschap kritisch denken kan je niet besluiten tot het onkritisch zijn van de Verlichting. De uitspraak "Wie tot de Verlichting behoort, denkt kritisch", is vals als er mensen zijn die tot de Verlichting behoorden en toch onkritisch dachten. Zoals Robespierre en de Jakobijnen, zoals de Marxisten, zoals Napoleon en zijn aanhangers. Deze gevolgtrekking is dus vals. Ik kan dus besluiten dat onkritisch denken mogelijk is binnen de Verlichting, en dat verlichtingsfundamentalisme wel degelijk kan bestaan, en, zoals aangetoond in hoger staande voorbeelden, wel degelijk bestaat.

Economisch fundamentalisme
U kan eerst het artikel "Emancipatie - bevrijding als vaardigheid" lezen, waarin ik het huidige ultra-liberale denken heb besproken, ook bekend als "Libertarisme". De peetvader daarvan Ludwig von Mises, erkende maar een waardevol goed: eigendom. De menselijke werkelijkheid wordt herleid tot eigendom en het menselijke streven tot het ongeremd verwerven van eigendom. Het is de filosofie van het hyper-kapitalisme, door de bijhoerende "het-doet-er-niet-toe"- doctrine voor andere waarden, een cultuur van het opportunisme. Deze cultuur is op de dag van vandaag wijd verbreid, in die mate dat we over opportunisme kunnen spreken als hét wezenskenmerk bij uitstek van de éénentwintigste eeuw. De aanhangers van deze doctrine organiseren zich, in "Novo Civitas", "The Mont Pelerin Society" , "Centre pour une Nouvelle Europe", en allerlei andere "von Mises Instituten" . Door middel van denk-tanken streven zij ernaar om hun stempel op de huidige samenleving te drukken.

De menselijke werkelijkheid wordt herleid tot economie, de economie tot vrije markt. Ik spreek hier van economisch- of van vrije-markt-fundamentalisme.

Voor een deel is deze leer een reactie op het marxisme, waarbij persoonlijk eigendom verboden was. Het "recht op eigendom" is ingeschreven in de mensenrechten, wat wil zeggen dat persoonlijk eigendom aan een behoefte beantwoordt. Iets heel anders is echter de werkelijkheid te vernauwen tot het streven naar eigendom.

Het economisch fundamentalisme en bijhorend opportunisme kan probleemloos gecombineerd worden met andere fundamentalismen. Met een conservatieve leer bv, en dan heb je als resultaat republikeinen. Of met ethische arrogantie, en dan heb je als resultaat wat men "Paars" noemt: de doctrine van "De Actieve Welvaarstaat" is in werkelijkhied niet meer dan een samen-gaan van libertarisme met ethische arrogantie (onder de vorm van socialistisch utopisme). Voor de economische fundamentalisten immers, doet-het-er-niet-toe, zolang de vrije markt maar intact is. Daarom schreef Friedrich August von Hayek dat hij geen conservatief is: het was hem om het even.

Een gezamenlijk gevolg van verlichtingsfundamentalisme en economisch fundamentalisme, is de cultuur van de namaak. De machinale reproduceerbaarheid en de wetenschappelijke "vooruitgang" hebben verregaande kunstmatigheid gecreëerd van namaak huisdieren tot namaak mensen. De idee leeft dat niets industrieel of wetenschappelijk kopieerbaar is: van schilderijen tot levende wezens. Met andere woorden: deze fundamentalismen maken het leven tot kitsch en fake.

Lees verder: "Samen-leven (2) "

This page is powered by Blogger. Isn't yours?