27 november 2005

EMANCIPATIE

BEVRIJDING ALS VAARDIGHEID

In het jaar 1814 maakt Francesco Goya een schilderij dat wereldgeschiedenis zal worden. Hij schildert de executie, op 3 mei 1808, van de verdedigers van Madrid. Het werk is een indringende aanklacht tegen de zinloosheid van brutaliteit en (politiek) geweld.

De aanleiding tot die executie was het Spaanse verzet tegen het bewind van Napoleons broer, Jozef Bonaparte. Na een mislukte veldtocht in Spanje, en de onderlinge twisten van het Spaanse Hof beu, onttroonde Napoleon de adel en maakte zijn broer koning van Spanje. Dit bewind werd niet aanvaard en het verzet ertegen ontlaadde zich in een guerilla met wreedheden aan beide zijden.

Niet alleen de Spanjaarden in Spanje waren ontevreden over hun nieuwe vorst, even zo die in de kolonies. Spanje in handen van een vreemde bezetter, deed sommigen twijfelen aan hun trouw aan de kroon. De idee van onafhankelijke Zuid-Amerikaanse staten was geboren. Voorstanders ervan wilden deze bevrijding eerst bereiken langs politieke weg, maar de stroming werd in bloed gesmoord.

Simon Bolivar was degene die deze bevrijding wist te verwezenlijken langs militaire weg. Hij behoorde tot de "crème de la crème" van de Venezolaanse elite. Hij trouwt in Spanje en keert met zijn echtgenote terug naar Venezuela. Kort na hun terugkeer sterft zijn vrouw, een verlies dat voor Simon Bolivar het begin is van een gepassioneerd militaire en politiek engagement. Gesteund door generaals met groot strategisch talent, voortdurend op de vlucht voor zijn vijanden, schuilend in wouden, vlakten en de bergen, slaagt hij er in Venezuela, Colombia en Ecuador te "bevrijden". Wat hij niet kan , is de onderlinge twisten over "hoe het nu verder moet" beslechten. Hij wordt dictator en verliest al zijn roem en glorie. Niettemin wordt hij een cult-figuur. Droomde hij niet van een verenigd Zuid-Amerika, dat opgewassen was tegen de grote broer uit het noorden? Het is moeilijk geworden over Simon Bolivar een studie te maken, omdat de verhalen over hem gekleurd zijn met een gedreven geloof in zijn bovennatuurlijke kwaliteiten.

De Noord-Amerikaanse kolonisten hadden eveneens al twintig jaar vroeger hun koloniale vorst de deur gewezen. De vraag "hoe het nu verder moest" is door hen ingevuld met de grondwet en vrijhandel. De verovering van het westen kon beginnen. Het Japanse shogunaat werd het mes op de keel gezet, de Japanse grenzen werden geopend en het keizerrijk hersteld. Aan de arrogantie en het racisme waar dit mee gepaard ging, worden we herinnerd in meesterwerken als "Madama Butterfly" van Giacomo Puccini. De Amerikaanse presidenten hebben steeds dekolonisatie en defeodalisering willen aanmoedigen, zelfs forceren, maar dan wel uit eigen belang, of nog beter, in het belang van de vrije markt. Het is dan ook niet moeilijk te begrijpen dat Simon Bolivar een volksheld is geworden. Nog maar recent werd door de Latijns-Amerikaanse regeringen het voorstel voor een grote Amerikaanse vrijhandelszone afgewezen. De Amerikaanse politiek is duidelijk: gooi de koning buiten, zoals zij hebben (voor)gedaan, en vervang die leegte door de vrije markt. Voor de plaatselijke bevolking betekent dit dat ze van onderdanen van een koning, tot onderworpenen van het (neo-)liberale imperialisme worden.

Het besef dringt door: wat de Amerikanen bevrijding noemen, is er geen. Het is schijnemancipatie, gericht op misbruik. Zoals totalitaire democratie lijkt op democratie, maar er geen is, lijkt de liberale ontvoogding op emancipatie, maar het is er ook geen. Zulk soort verschijnselen heb ik een naam gegeven, ik noem ze een "Llibin" . Looks like it, but is not. Liberaal-kapitalistrische ontvoogding is een Llibin.

De peetvader van het huidige ultra-liberale gedachtengoed is Ludwig von Mises. Leerling van Carl Menger en stichter van de "Oostenrijkse school". Leraar van Friedrich August von Hayek, die Tatcher en Reagan inspireerde. Het huidige ultra-liberalisme gaat echter verder, terug naar de bron, en is in die zin een vorm van orthodoxie. Het gaat terug naar de fundamenten van het liberalisme, herleidt de werkelijkheid daartoe, en is dus een vorm van economisch fundamentalisme. "Von-Mises-instituten" rijzen als paddenstoelen uit de grond. Liberalisme is normaal gezien anti-utopisch, maar deze nieuwe orthodoxe stroming schuwt de utopisch dwang niet, zoals blijkt uit hun aanhang aan het begrip "Nieuw Begin": "Centre pour une Nouvelle Europe" , "Novo Civitas" zijn twee Belgische voorbeelden.

De filosofie van Ludwig von Mises kan worden samengevat als de stelling dat er maar één menselijk goed waardevol is, namelijk eigendom. Al het andere is waarde-loos, en daarom om het even. Een het-doet-er-niet-toe-cultuur: man/vrouw, Belg/buitenlander, hetero/homo of bi, film/reality-show,... het-doet-er-niet-toe. Eveneens: elke staatsinterventie is er één te veel. In zijn uiterste consequentie doorgedacht betekent dit anarchisme, en daar zitten de huidige "Von-Misers" mee in de knoop. Zij klagen over de huidige ongebreidelde morele teloorgang en algemeen verspreide "permissiviteit". Eigenaardig genoeg betekent de (eigenlijk door henzelf veroorzaakte) klacht "alles is toegelaten" een roep om extrinsieke moraal, om (toch wel onliberale) autoritaire interventie, die blijkbaar ontbreekt. Waarschijnlijk hebben deze aanhangers van von Mises ondervonden, dat als niets waardevol is buiten eigendom, het gezin op losse schroeven komt en de kinderen onopgevoed blijven. En met die onopgevoeden heeft de overheid "niks als last", "moeilijk inpasbaar" in het productieproces. Vandaar een pleidooi voor "republikeinse waarden" en "het gezin". Niet een gezin echter als warme haard en beschutting tegen een harde wereld, maar wel een indoctrinatie-medium voor de ultra-liberale ideologie, een kweekvijver voor werksoldaatjes, een concept dat met het respecteren van de natuurlijke functie van een evenwichtig gezin niets te maken heeft. De idee leeft om gezinstaken zoveel als mogelijk uit te besteden, te vermarkten. Een kleine variatie op het thema van de burgerij met huispersoneel: zo zijn de kinderen "niet verwaarloosd", en hebben de ouders de handen vrij om hun plaats in te nemen in het hyper-kapitalistische productie-proces, of voor andere "hogere taken". De ultra-liberale bezorgdheid van de "Von-Misers" voor het gezin en de familie, is, net als de ultra-liberale ontvoogding, een Llibin.

Een tweede thema waarbij de ultra-liberalen met zichzelf in de knoop raken, is de problematiek van oorlog en vrede. De vrije markt beschermt niet tegen uitbuiting, en kan daardoor al dan niet gewelddagige reacties oproepen. Om te beginnen schuiven de ultra-liberalen deze hete aardappel door naar de overheid: conflicten beginnen volgens hen bij of na overheidsinterventies en in geen geval ten gevolge van de vrije markt. Ingrijpen in deze conflicten kan oorlog betekenen, en oorlog is eveneens een vorm van overheidsinterventie, zelfs als die gevoerd wordt om handelsbelangen veilig te stellen (?). Oorlog verstoort de markt, houdt werknemers weg van de arbeidsmarkt, dus zijn ultra-liberalen tegen oorlog. "Tegen oorlog" is echter niet hetzelfde als "voor-vrede", omdat vredescultuur veel meer is dan de afwezigheid van militair conflict. Staatsinterventies hoeven niet noodzakelijk gewelddagig te zijn, er bestaat ook nog zoiets als diplomatie, en, non-interventie ten opzichte van geweld kan leiden tot schuldige nalatigheid. De ultra-liberale "anti-war" retoriek is eveneens een Llibin.

De basisgedachte van het liberalisme, waar bovenstaande schijnbare-ontvoogding, schijnbaar-gezin en schijnbaar-pacifisme uit voortkomen, is de definitie van vrijheid als "negatieve vrijheid". "Wie ontdaan is van alle beperkingen, is vrij" is een grondstelling van het liberalisme. Onder "beperkingen" kan men veel verstaan: allemaal lastige dingen (of zelfs personen) waar men vanaf wil. Ook in godsdienstige context leeft de idee dat de geest in het lichaam vast zit, en dat het zich ontdoen van het lichaam de geest bevrijdt. Wie zich echter uitsluitend en kritiekloos ontdoet van zijn "belemmeringen", ontdoet zich misschien van waardevolle zaken en blijft bovendien met een leegte achter. De liberale, negatieve, vrijheid is een zinloos vacuüm, dat niet weinig wordt opgevuld met het recht van de "sterkste", in het geval van von Mises, de rijkste.

Als tegendeel voor negatieve vrijheid bestaat "positieve" vrijheid, als autonomie, maar door de overheid georganiseerd. Door de leerplicht leert men lezen, en zo wint men aan zelfstandigheid. Verscheidenheid wordt een gevaar, want "onrechtvaardig". In het uiterste van deze gedachte beslist de overheid waar men talent voor heeft, en kiest zij hoe men zich moet ontwikkelen. Dit vrijheidsconcept, veeleer van het socialistisch utopisme, eindigt eveneens in dictatuur.

Wil men emancipatie zien als groeien in zelfbeschikking, dan kan men het liberale vacuüm vullen met vaardigheid. Wat heeft het zin als de overheid voor mij een huis met ingerichte keuken voorziet, de wet mij volledige (negatieve) vrijheid geeft in wat ik wil koken en in de winkels alle voedingswaren beschikbaar zijn, als ik nog geen ei kan bakken? Omgekeerd zal iemand die kan koken, wel een manier vinden om, ondanks de omstandigheden, een maaltijd te bereiden. Het aanleren van vaardigheden, is het domein van cultuuroverdracht en zelfontwikkeling.

Wie kan koken, moet nog beslissen om dit te doen , en de maaltijd nog bereiden ook. De beslissing om een vaardigheid om te zetten tot actie is het gebied van de ethiek, het feit van de actie te voltrekken, noem ik arbeid. Wanneer men projecten volbrengt waartoe men vaardig is, ontwikkelt men zichzelf. Arbeid is zo een middel tot zelfontplooiing, zij is het emancipatieproces zelf. Het is een arbeid waarvoor men zelf heeft gekozen.

Deze omschrijving geldt niet alleen voor individuen. Een gemeenschap kan groeien in haar vaardigheid tot samenleven, tot behoorlijk zelfbestuur, zich organiseren tot een duurzame productie en tot de verdeling van de aldus beschikbare middelen. Democratie is immers niet alleende vraag van "Wie?" en "Wat?, maar ook van "Hoe?": de vraag van Simon Bolivar "hoe het nu verder moet?". De uitbouw van dit zelfbestuur is ook een vorm van arbeid en van emancipatie. Het creëert het kader waarbinnen mensen hun vaardigheden kunnen ontwikkelen.

Sterk tegengesteld aan het concept van arbeid als zelfontplooiing, is wat ik noem de arbeidsmarkt. Vandaag de dag is er veel te koop op "de markt". Sommigen verkopen een nier of hun eicellen, of zelfs een kind. Lucht is een beleggingsproduct geworden. Op de arbeidsmarkt verkoopt iemand een deel van zijn arbeidstijd in ruil voor geld, op dezelfde manier als iemand een deel van zichzelf verkoopt. Of men verkoopt zichzelf helemaal, en dan wordt men slaaf. De begripsverwarring tussen arbeid en "gaan werken" is een belangrijke bron van misverstand. Arbeid omschrijven als of vernauwen tot "arbeidsmarkt" is tevens een Llibin.

Vaardigheid stelt mensen in staat om door arbeid te verwezenlijken wat zij waardevol vinden, en om zo een leefbare wereld te ontwikkelen. Dit concept en dit proces noem ik emancipatie.

Comments: Een reactie plaatsen



<< Home

This page is powered by Blogger. Isn't yours?