27 november 2005

EMANCIPATIE

BEVRIJDING ALS VAARDIGHEID

In het jaar 1814 maakt Francesco Goya een schilderij dat wereldgeschiedenis zal worden. Hij schildert de executie, op 3 mei 1808, van de verdedigers van Madrid. Het werk is een indringende aanklacht tegen de zinloosheid van brutaliteit en (politiek) geweld.

De aanleiding tot die executie was het Spaanse verzet tegen het bewind van Napoleons broer, Jozef Bonaparte. Na een mislukte veldtocht in Spanje, en de onderlinge twisten van het Spaanse Hof beu, onttroonde Napoleon de adel en maakte zijn broer koning van Spanje. Dit bewind werd niet aanvaard en het verzet ertegen ontlaadde zich in een guerilla met wreedheden aan beide zijden.

Niet alleen de Spanjaarden in Spanje waren ontevreden over hun nieuwe vorst, even zo die in de kolonies. Spanje in handen van een vreemde bezetter, deed sommigen twijfelen aan hun trouw aan de kroon. De idee van onafhankelijke Zuid-Amerikaanse staten was geboren. Voorstanders ervan wilden deze bevrijding eerst bereiken langs politieke weg, maar de stroming werd in bloed gesmoord.

Simon Bolivar was degene die deze bevrijding wist te verwezenlijken langs militaire weg. Hij behoorde tot de "crème de la crème" van de Venezolaanse elite. Hij trouwt in Spanje en keert met zijn echtgenote terug naar Venezuela. Kort na hun terugkeer sterft zijn vrouw, een verlies dat voor Simon Bolivar het begin is van een gepassioneerd militaire en politiek engagement. Gesteund door generaals met groot strategisch talent, voortdurend op de vlucht voor zijn vijanden, schuilend in wouden, vlakten en de bergen, slaagt hij er in Venezuela, Colombia en Ecuador te "bevrijden". Wat hij niet kan , is de onderlinge twisten over "hoe het nu verder moet" beslechten. Hij wordt dictator en verliest al zijn roem en glorie. Niettemin wordt hij een cult-figuur. Droomde hij niet van een verenigd Zuid-Amerika, dat opgewassen was tegen de grote broer uit het noorden? Het is moeilijk geworden over Simon Bolivar een studie te maken, omdat de verhalen over hem gekleurd zijn met een gedreven geloof in zijn bovennatuurlijke kwaliteiten.

De Noord-Amerikaanse kolonisten hadden eveneens al twintig jaar vroeger hun koloniale vorst de deur gewezen. De vraag "hoe het nu verder moest" is door hen ingevuld met de grondwet en vrijhandel. De verovering van het westen kon beginnen. Het Japanse shogunaat werd het mes op de keel gezet, de Japanse grenzen werden geopend en het keizerrijk hersteld. Aan de arrogantie en het racisme waar dit mee gepaard ging, worden we herinnerd in meesterwerken als "Madama Butterfly" van Giacomo Puccini. De Amerikaanse presidenten hebben steeds dekolonisatie en defeodalisering willen aanmoedigen, zelfs forceren, maar dan wel uit eigen belang, of nog beter, in het belang van de vrije markt. Het is dan ook niet moeilijk te begrijpen dat Simon Bolivar een volksheld is geworden. Nog maar recent werd door de Latijns-Amerikaanse regeringen het voorstel voor een grote Amerikaanse vrijhandelszone afgewezen. De Amerikaanse politiek is duidelijk: gooi de koning buiten, zoals zij hebben (voor)gedaan, en vervang die leegte door de vrije markt. Voor de plaatselijke bevolking betekent dit dat ze van onderdanen van een koning, tot onderworpenen van het (neo-)liberale imperialisme worden.

Het besef dringt door: wat de Amerikanen bevrijding noemen, is er geen. Het is schijnemancipatie, gericht op misbruik. Zoals totalitaire democratie lijkt op democratie, maar er geen is, lijkt de liberale ontvoogding op emancipatie, maar het is er ook geen. Zulk soort verschijnselen heb ik een naam gegeven, ik noem ze een "Llibin" . Looks like it, but is not. Liberaal-kapitalistrische ontvoogding is een Llibin.

De peetvader van het huidige ultra-liberale gedachtengoed is Ludwig von Mises. Leerling van Carl Menger en stichter van de "Oostenrijkse school". Leraar van Friedrich August von Hayek, die Tatcher en Reagan inspireerde. Het huidige ultra-liberalisme gaat echter verder, terug naar de bron, en is in die zin een vorm van orthodoxie. Het gaat terug naar de fundamenten van het liberalisme, herleidt de werkelijkheid daartoe, en is dus een vorm van economisch fundamentalisme. "Von-Mises-instituten" rijzen als paddenstoelen uit de grond. Liberalisme is normaal gezien anti-utopisch, maar deze nieuwe orthodoxe stroming schuwt de utopisch dwang niet, zoals blijkt uit hun aanhang aan het begrip "Nieuw Begin": "Centre pour une Nouvelle Europe" , "Novo Civitas" zijn twee Belgische voorbeelden.

De filosofie van Ludwig von Mises kan worden samengevat als de stelling dat er maar één menselijk goed waardevol is, namelijk eigendom. Al het andere is waarde-loos, en daarom om het even. Een het-doet-er-niet-toe-cultuur: man/vrouw, Belg/buitenlander, hetero/homo of bi, film/reality-show,... het-doet-er-niet-toe. Eveneens: elke staatsinterventie is er één te veel. In zijn uiterste consequentie doorgedacht betekent dit anarchisme, en daar zitten de huidige "Von-Misers" mee in de knoop. Zij klagen over de huidige ongebreidelde morele teloorgang en algemeen verspreide "permissiviteit". Eigenaardig genoeg betekent de (eigenlijk door henzelf veroorzaakte) klacht "alles is toegelaten" een roep om extrinsieke moraal, om (toch wel onliberale) autoritaire interventie, die blijkbaar ontbreekt. Waarschijnlijk hebben deze aanhangers van von Mises ondervonden, dat als niets waardevol is buiten eigendom, het gezin op losse schroeven komt en de kinderen onopgevoed blijven. En met die onopgevoeden heeft de overheid "niks als last", "moeilijk inpasbaar" in het productieproces. Vandaar een pleidooi voor "republikeinse waarden" en "het gezin". Niet een gezin echter als warme haard en beschutting tegen een harde wereld, maar wel een indoctrinatie-medium voor de ultra-liberale ideologie, een kweekvijver voor werksoldaatjes, een concept dat met het respecteren van de natuurlijke functie van een evenwichtig gezin niets te maken heeft. De idee leeft om gezinstaken zoveel als mogelijk uit te besteden, te vermarkten. Een kleine variatie op het thema van de burgerij met huispersoneel: zo zijn de kinderen "niet verwaarloosd", en hebben de ouders de handen vrij om hun plaats in te nemen in het hyper-kapitalistische productie-proces, of voor andere "hogere taken". De ultra-liberale bezorgdheid van de "Von-Misers" voor het gezin en de familie, is, net als de ultra-liberale ontvoogding, een Llibin.

Een tweede thema waarbij de ultra-liberalen met zichzelf in de knoop raken, is de problematiek van oorlog en vrede. De vrije markt beschermt niet tegen uitbuiting, en kan daardoor al dan niet gewelddagige reacties oproepen. Om te beginnen schuiven de ultra-liberalen deze hete aardappel door naar de overheid: conflicten beginnen volgens hen bij of na overheidsinterventies en in geen geval ten gevolge van de vrije markt. Ingrijpen in deze conflicten kan oorlog betekenen, en oorlog is eveneens een vorm van overheidsinterventie, zelfs als die gevoerd wordt om handelsbelangen veilig te stellen (?). Oorlog verstoort de markt, houdt werknemers weg van de arbeidsmarkt, dus zijn ultra-liberalen tegen oorlog. "Tegen oorlog" is echter niet hetzelfde als "voor-vrede", omdat vredescultuur veel meer is dan de afwezigheid van militair conflict. Staatsinterventies hoeven niet noodzakelijk gewelddagig te zijn, er bestaat ook nog zoiets als diplomatie, en, non-interventie ten opzichte van geweld kan leiden tot schuldige nalatigheid. De ultra-liberale "anti-war" retoriek is eveneens een Llibin.

De basisgedachte van het liberalisme, waar bovenstaande schijnbare-ontvoogding, schijnbaar-gezin en schijnbaar-pacifisme uit voortkomen, is de definitie van vrijheid als "negatieve vrijheid". "Wie ontdaan is van alle beperkingen, is vrij" is een grondstelling van het liberalisme. Onder "beperkingen" kan men veel verstaan: allemaal lastige dingen (of zelfs personen) waar men vanaf wil. Ook in godsdienstige context leeft de idee dat de geest in het lichaam vast zit, en dat het zich ontdoen van het lichaam de geest bevrijdt. Wie zich echter uitsluitend en kritiekloos ontdoet van zijn "belemmeringen", ontdoet zich misschien van waardevolle zaken en blijft bovendien met een leegte achter. De liberale, negatieve, vrijheid is een zinloos vacuüm, dat niet weinig wordt opgevuld met het recht van de "sterkste", in het geval van von Mises, de rijkste.

Als tegendeel voor negatieve vrijheid bestaat "positieve" vrijheid, als autonomie, maar door de overheid georganiseerd. Door de leerplicht leert men lezen, en zo wint men aan zelfstandigheid. Verscheidenheid wordt een gevaar, want "onrechtvaardig". In het uiterste van deze gedachte beslist de overheid waar men talent voor heeft, en kiest zij hoe men zich moet ontwikkelen. Dit vrijheidsconcept, veeleer van het socialistisch utopisme, eindigt eveneens in dictatuur.

Wil men emancipatie zien als groeien in zelfbeschikking, dan kan men het liberale vacuüm vullen met vaardigheid. Wat heeft het zin als de overheid voor mij een huis met ingerichte keuken voorziet, de wet mij volledige (negatieve) vrijheid geeft in wat ik wil koken en in de winkels alle voedingswaren beschikbaar zijn, als ik nog geen ei kan bakken? Omgekeerd zal iemand die kan koken, wel een manier vinden om, ondanks de omstandigheden, een maaltijd te bereiden. Het aanleren van vaardigheden, is het domein van cultuuroverdracht en zelfontwikkeling.

Wie kan koken, moet nog beslissen om dit te doen , en de maaltijd nog bereiden ook. De beslissing om een vaardigheid om te zetten tot actie is het gebied van de ethiek, het feit van de actie te voltrekken, noem ik arbeid. Wanneer men projecten volbrengt waartoe men vaardig is, ontwikkelt men zichzelf. Arbeid is zo een middel tot zelfontplooiing, zij is het emancipatieproces zelf. Het is een arbeid waarvoor men zelf heeft gekozen.

Deze omschrijving geldt niet alleen voor individuen. Een gemeenschap kan groeien in haar vaardigheid tot samenleven, tot behoorlijk zelfbestuur, zich organiseren tot een duurzame productie en tot de verdeling van de aldus beschikbare middelen. Democratie is immers niet alleende vraag van "Wie?" en "Wat?, maar ook van "Hoe?": de vraag van Simon Bolivar "hoe het nu verder moet?". De uitbouw van dit zelfbestuur is ook een vorm van arbeid en van emancipatie. Het creëert het kader waarbinnen mensen hun vaardigheden kunnen ontwikkelen.

Sterk tegengesteld aan het concept van arbeid als zelfontplooiing, is wat ik noem de arbeidsmarkt. Vandaag de dag is er veel te koop op "de markt". Sommigen verkopen een nier of hun eicellen, of zelfs een kind. Lucht is een beleggingsproduct geworden. Op de arbeidsmarkt verkoopt iemand een deel van zijn arbeidstijd in ruil voor geld, op dezelfde manier als iemand een deel van zichzelf verkoopt. Of men verkoopt zichzelf helemaal, en dan wordt men slaaf. De begripsverwarring tussen arbeid en "gaan werken" is een belangrijke bron van misverstand. Arbeid omschrijven als of vernauwen tot "arbeidsmarkt" is tevens een Llibin.

Vaardigheid stelt mensen in staat om door arbeid te verwezenlijken wat zij waardevol vinden, en om zo een leefbare wereld te ontwikkelen. Dit concept en dit proces noem ik emancipatie.

21 november 2005

NATUURLIJK WEEFSEL

Er rijden veel Poolse vrachtwagens op de Belgische snelwegen. De chauffeurs van de deze trucks zijn soms een maand van huis, terwijl ze in West-Europa goederen bestellen. Ik neem aan dat ze het huiswerk van hun schoolgaande kinderen ondertussen niet opvolgen. Ook binnen België is er een ware pendelcultuur, gespreid over de hele dag. Van de werknemers wordt flexibiliteit verwacht. Ook van kaders, die ook soms lang van huis zijn, om te vergaderen in het buitenland.

Tijdens de vakantieperioden, gaat het toerisme letterlijk steeds verder. Vroeger was dit de Noordzeekust of de Ardennen, dan Spanje en Griekenland, nu Sri Lanka en Indonesië, Zuid-Afrika en Kenia, Mexico of Cuba. Op minder dan een dag kan je aan de andere kant van de wereld een droomweekend doorbrengen.

De grenzen van het toerisme zijn blijkbaar nog niet bereikt. De Amerikaanse firma Space Adventures brengt binnenkort "de ruimte op de markt". Enkele multimiljonairs maakten al zulk een commerciële ruimtevlucht. De Amerikaanse overheid, van haar kant, droomt van bemande vluchten naar Mars.

In al deze verhalen vind ik iets gemeenschappelijks, dat ik het "Star-Trek-Syndroom" noem. Het is de gedachte, dat een mens niet meer is dan een fysiek lichaam, volledig gescheiden van zijn omgeving, gewoon overplaatsbaar, zonder problemen. Zoals je bij een puzzle een stukje verplaatst van hier naar daar. Inderdaad, in "Star-Trek" vliegt de bemanning van de "Enterprise" onder leiding van Captain Kirk het hele heelal rond, en landt op de ene planeet, dan weer op de andere. De leefbaarheid van de planeet wordt daarbij meestal weergegeven onder de vorm van één of ander zuurstofpercentage in de lucht, of iets dergelijks. De mens als willekeurig (o)verplaatsbaar voorwerp.

Wie een beetje zijn gedachten laat lopen naar onze relatie met onze planeet "Aarde", vindt wel meer dan de 21% zuurstof in de atmosfeer. De zwaartekracht bijvoorbeeld. Een dag rechtop staan, zal nog lukken, maar wie een dag ondersteboven hangt, sterft aan een hersenbloeding. Elke stap die we zetten geeft een schok in onze beenderen, die deze stimuleert om kalk op te nemen. Het verschijnen van het zonlicht in de ochtend werkt als een "tijdsaangever" voor onze biologische klok, die afgestemd is op de rotatiesnelheid van onze planeet, namelijk 24 uur. Wie op korte tijd ver reist, ondervindt jet-lag. Aan zee en bij rivieren zijn we gewend aan eb en vloed, een gevolg van de aanwezigheid van de maan. De koolstofmoleculen in ons lichaam, werden ooit door vulkanen in de atmosfeer gebracht. De seizoenen in de gematigde streken , zijn een gevolg van de schuine stand van de aard-as. De indianen van het Andes-gebergte hebben meer hemoglobine in hun bloed, als gevolg van het lagere zuurstofgehalte in de lucht.

De Gaia-hypothese van James Lovelock legt grote nadruk op de onderlinge verbondenheid van alle leven op aarde, onderling en met de planeet. Ook de nieuwe wetenschap "Biogeologie" (niet verwarren met "geobiologie" , die op nog een andere manier hieraan aandacht schenkt ) wil de wederzijdse betrokkenheid van leven en planeet bestuderen en in kaart brengen. Wat ontbreekt in het "Star-Trek-Syndroom" is een visie op deze verbondenheid. Zij is innerlijk en wezenlijk, niet een mystieke verbodenheid met "het hogere".

Een visie op verbondenheid kan je op verschillende manieren invullen:
- onbestaand, zoals in bovenstaande voorbeelden
- verbondenheid met "het hogere", waardoor dat "hogere" het karakter van een wetgever krijgt
- onderlinge verbondenheid onder op-zich-staande mensen
- innerlijke verbondenheid met de natuur
- innerlijke verbondenheid met de natuur en met de maatschappij van mensen-in-een-gezin

De sociale psychologie ziet het individu als een groepslid. Ze gaat uit van groepsdynamica. Groepen worden onderscheiden van los-zand-verzamelingen van mensen. Wie met twintig op een trein staat te wachten, vormt geen groep, maar een samenscholing. In die visie krijgt het gedrag van mensen betekenis, naar gelang de groepen waartoe hij behoort: het gezin, de club, de gemeenschap. Een geïsoleerd individu (Robinson Crosoë op Mars) is niet levensvatbaar. Zelfs van alleenstaanden zou je kunnen zeggen dat zij deel uitmaken van een gezin van één persoon. Verschillende studies, bijvoorbeeld bij ouderen, hebben uitgewezen dat de fysieke en de geestelijke gezondheid sterk afhankelijk zijn van sociale contacten en geborgenheid. De sociale integratie van een persoon geven hem kracht, emotionele rijkdom en bescherming.

Het geatomiseerde individu is dus de sociale tegenhanger van de astronaut: niet alleen ontkoppeld van de planeet, maar ook van zijn familieverbanden. Omgekeerd heeft de vernietiging van de familieverbanden atomisering en afhankelijkheid tot gevolg. Een sekte verbiedt of belemmert contact van de sekteleden met hun familie. Zij krijgen een nieuwe naam binnen een "nieuwe familie", moeten hun vroegere banden verbreken en vergeten, en zich toeleggen op de nieuwe gemeenschap waartoe ze nu behoren. Familiecontacten worden daar ervaren als een gevaar.

Het bedreigen van familieverbanden kan in het algemeen dienst doen als ernstig "knipperlicht" voor machtspolitiek, door middel van zelfverlies en de atomisering van de mens.

Op dit ogenblik wordt deze familiale integratie bedreigd door minstens twee maatschappelijke fenomenen: de vrije markt enerzijds en de holebi-wetten anderzijds.

De communicatie rond het laatste is bijzonder problematisch, omdat ze volledig gepolariseerd is, zodat je eigenlijk niet meer kan spreken van een echt maatschappelijk debat. Holebi-wetten zijn een icoon geworden van zichzelf-progressief-noemenden, en dat is bijzonder jammer. Tijdens de laatste presidentsverkiezingen in de USA hebben de Republikeinen deze polarisering handig uitgespeeld door gelijktijdig een referendum over het homo-huwelijk te organiseren. Vragen stellen rond de holebi-wetten, is voor sommigen een echt taboe.

Je zou kunnen aannemen dat conservatieven over het algemeen holebi-wetten afkeuren, en dat bijgevolg de voorstanders ervan progressief zijn. Daaruit besluiten dat wie progressief is of wil zijn, ook noodzakelijk voorstander is of moet zijn van holebi-wetten, is een stap te ver, of, een verkeerde conclusie. Alle situaties zijn verschillend, en dat argument geldt in alle richtingen, niet alleen ten voordele, maar ook ten nadele van holebi-wetten. In tegenstelling tot een hetero-gezin, kunnen de kinderen in een homo-gezin uitsluitend geadopteerd zijn. Homoseksualiteit is onvruchtbaar: een kind dat geboren wordt in een homo-gezin, kan met maximaal één partner genetische verwantschap hebben, echte biologische reproductie is er onmogelijk. De paradox van het homo-huwelijk is dat voor holebi’s een regeling wordt gevraagd (huwelijk), die door dezelfden voor progressieve hetero’s wordt afgewezen. Die wonen liever gewoon (al dan niet seriëel) samen.

De problematiek is zeer complex, en zonder twijfel een maatschappelijk en menselijk feit dat zeer veel aandacht vereist en verdient. Deze terechte en goedbedoelde bezorgdheid laten gebruiken of misbruiken door degenen die om machtsredenen het verschijnsel "familieverbanden" willen verzwakken, is niet de aangewezen weg om tegemoet te komen aan deze terechte probleemstellingen. Ik denk dat dit debat nood heeft aan nuancering en aan zin voor realiteit, en dat het beter is het niet te "ver-ideologiseren".

De combinatie van vrije-markt-economie en emancipatie van de vrouw heeft als neveneffect dat in de meeste gezinnen twee het werk van drie moeten doen. Sommigen vangen dit op door huishoudelijk werk uit te besteden, maar om dit te kunnen betalen, moet er weer meer gewerkt worden, niet thuis, maar op de arbeidsmarkt. De flexibilisering van deze arbeidsmarkt maakt dat beide partners soms heel verscheiden werkuren op verafgelegen werkplaatsen hebben. Dat zulks een gezin zwaar onder druk zet, is meer dan normaal. Hoe ver kan je gaan met het uitbesteden van gezinstaken? De vaardigheid die daarvoor nodig is, gaat door verwaarlozing verloren, zodat uiteindelijk het uitbesteden geen keuze meer is. Beide grootouders worden eveneens op de arbeidsmarkt verwacht, zodat ook zij het gangbare helpende handje niet meer kunnen toesteken. Vervreemd, vereenzaamd en overbelast: zo kan je een gezin toch geen kindvriendelijke omgeving noemen. Als er al kinderen zijn: niet zo bij een "dins-koppel": double income, no sex.

Gezelligheid vraagt nabijheid. De kamasutra werd geschreven voor gehuwde paren. "Progressieve" kringen zijn echter dikwijls tegenstander van het patriarchale gezin. De positie van de moslim-vrouw wordt, enigszins met Westers geheugenverlies, beschimpt. Problematisch daarbij zijn niet de familieverbanden zelf, wel de invulling daarvan. Een gezin kan ook evenwichtig zijn.

Net zoals bij de sekte, worden in een ultra-liberale context om (economische) machtsredenen de familieverbanden onder druk gezet. Net zoals de astronaut los is van de aarde, zien we hier een ontkoppeld en op zichzelf teruggeworpen individu. En alle ideologische vrolijkheid over die ongebondenheid van de mens, kan wel doen vergeten dat er tevens een aspect "lijden" in aanwezig is.

Het beeld dat ik hier wil schetsen is er een van innerlijke verbondenheid, met de aarde, met de natuur en met een familie, in een levende gemeenschap. Meer dan materiëel eigendom, is dit, naar mijn mening, menselijke rijkdom. Duurzaamheid is op die manier niet tegengesteld aan, maar de voedingsbodem van en de basisvoorwaarde voor economische bloei (liever dan "groei").

13 november 2005

GEPRANGD

TUSSEN FUNDAMENTALISME EN TOTALITAIRE DEMOCRATIE

Mijn ontdekking van de term "Totalitaire Democratie"
Tijdens mijn zoektocht om deze wereld van de 21ste eeuw te begrijpen, ben ik bij Wikipedia gestoten op de term "totalitaire democratie". De definitie ervan luidt daar:

"Totalitarian democracy" is a term coined by Israeli historian J. L. Talmon to refer to a system of government in which lawfully elected representatives maintain the integrity of a nation state whose citizens, while granted the right to vote, have little or no participation in the decision-making process of the government."

Een bestuursvorm dus met het uitzicht van een democratie, je kan (moet) gaan stemmen, maar inhoudelijk eigenlijk een dictatuur. Deze omschrijving was werkelijk een aha-erlebnis, het is een begrip dat perfect de huidige toestand van de Westerse democratie omvat. Wie de totalitaire aspecten ervan onderzoekt en in kaart brengt, kan zonder veel moeite een twintigtal redenen opsommen waarom onze huidige bestuursvorm nog enkel democratie pro forma is.

Het boek van JL Talmon is dan ook zonder meer een boeiend inzicht in de totalitaire logica.

Links op het net
Gesterkt door deze interessante ontdekking ben ik gaan grasduinen op het net. Er zijn inderdaad nogal wat denkers of groepen die zich beklagen over "totalitaire democratie". Opvallend was echter wie. Zo bijvoorbeeld:
- Alexandre Zinoviev, die tevens het Servische nationalisme verdedigt;
- Centre de Formation à l’Action Civique et Culturelle selon le Droit naturel et Chrétien ;
- IABOC;
- Altermedia;
- Hocine Ait Ahmed;
- Mutations-Radicales;
- Jan Van Eyck Kring.

De denkers die de term "totalitaire democratie" uitvonden, JL Talmon, evenals Karl Popper , ea, behoren tot de liberale familie. Voor hen staat economie centraal. Laat ons zeggen dat de kritiek vanuit de rechter hoek van het politiek-maatschappelijke spectrum komt.

En toch, er is ook de site over "pluto-archy" als alternatief voor totalitaire democratie.


Tien jaar geleden werd Yitzhak Rabin vermoord
Terwijl ik dit alles aan het opzoeken was, vertelde het avondnieuws mij dat in Israel de tienjarige herdenking plaatsvond van de moord op Yitzhak Rabin. Hij werd vermoord omwille van zijn vredesvoorstellen door een orthodoxe Jood, niet door een Palestijn, net als ook Gandhi werd vermoord door een Indiër, Martin Luther King door een zwarte. Deze dagen staan de kranten vol van fundamentalistische terreur.

Een evenwicht en een relatie
Fundamentalismen zijn er in veelvoud: religieus, etnisch, nationalistisch, economisch, rationalistisch, ethisch, sektair, seksueel... .

Een gefundeerde mening is goud waard, maar wanneer wordt ze fundamentalistisch? Een bestuur dat voor de burgers van het land verantwoordelijkheid wil nemen is eveneens van onschatbaar belang, maar wanneer wordt dit bestuur totalitair?

Zijn het verschijnsel "totalitaire democratie" en het verschijnsel "fundamentalisme" niet diep onderling met elkaar verbonden? Lokt het een het ander niet uit, in een vicieuze cirkel?

Ieder burger heeft het recht op een mening, een gefundeerde mening, wat die ook moge wezen. In hoeverre ieder burger het recht heeft te handelen volgens die mening, is een andere zaak. Ieder bestuur heeft een visie nodig. In hoeverre dit bestuur het recht heeft die op te dringen aan de bevolking en zich te mengen in de privacy van de burgers, is, eveneens, een andere zaak.

Een delicaat evenwicht, maar tevens ook een kwalitatieve relatie: die van spreken, luisteren en gehoord worden. Van zelfrelativering. Van communicatie in de interactieve betekenis van het woord, niet in de betekenis van eenrichtingsmonologen die "het uitleggen". Echte democratie is niet alleen een kwestie van wie bestuurt, maar vooral van "hoe?".

Wie het alleen maar uitlegt, zonder te luisteren, is overtuigd van de enige-morele-waarheid. Deze overtuiging is volgens JL Talmon en K. Popper typisch voor het totalitaire denken:

JL Talmon: "The idea of a sole exclusive truth, which is the basis of the rigid and fixed conception of Republican virtue, excludes the possibility of political parties representing honest differences of opinion"(blz 115)

"The leader identifies himself with the absolute doctrine and the refusal of others to submit comes to be regarded not as a normal difference of opinion, but as a crime." (blz 40)

Bv Popper over Plato: "This autoritarian intellectualism, this belief in in the possession of an infallible instrument of discovery, or infallible method,..., is often called "rationalism", but is diametrically opposed tot what we call by this name". (The open society and its ennemies, deel 1, blz 227)

Overtuigd zijn van de enige-morele-waarheid, is dat ook niet fundamentalistisch? Wat hier op het spel staat is niet de vrije meningsuiting, wel het hebben van een (afwijkende) mening zelf.

Zelfbeschikking
Fundamentalisme en totalitarisme hebben met elkaar gemeen dat het "ismen" zijn. Overdrijvingen van wat normaal noodzakelijk is: een gefundeerde mening en behoorlijk bestuur. De wens tot (volledige) controle over het leven van de burgers hebben ze ook gemeenschappelijk. Burgers raken verpletterd door hun verscheiden en vaak tegengestelde aanspraken.

In wezen hebben geen van beide respect voor zelfbeschikking en voor menselijke behoeftenbevrediging. Nochtans maken die laatste een groot deel van onze menselijkheid uit.

10 november 2005

DIGNITADOC

VERWIJZINGEN

Een blog is een bijzonder interessant communicatiemiddel, maar heeft in deze vorm het nadeel dat er geen bestanden kunnen bij ingevoegd worden.

Daarom is er een kleine webruimte "Dignitadoc" waar ik documenten verzamel om er in huidige of komende bijdragen naar te kunnen verwijzen.

Klik op "Dignitadoc" om ernaar toe te gaan.

Misschien wil u eens de juiste zonnetijd berekenen (het is een excel-bestand)

Wil u deelnemen aan een open multiculturele dialoog over vrede en geweldloosheid, kan mogelijk het document "Hopen op en Werken aan Vrede en Geweldloosheid" , van het project 'uitnodiging Vredelievende Samenleving', u interesseren.

Bent u voorstander van een democratisch en unitair België, en, zoals ik, het separatistisch fundamentalisme een beetje beu, dan zegt het document "Duurzaam België" u misschien iets.

This page is powered by Blogger. Isn't yours?