7 november 2010

EEN BESCHAVING IN CRISIS

LEVEN EN OVERLEVEN IN DE POST-KOLONIALE CHAOS

(Afdrukversie in PDF)

"Nature shrinks as capital grows. The growth of the market cannot solve the very crisis it creates."

"As usual, in every scheme that worsens the position of the poor, it is the poor who are invoked as beneficiaries."

"In nature's economy the currency is not money, it is life."

"You are not Atlas carrying the world on your shoulder. It is good to remember that the planet is carrying you."

(Vandana Shiva, citaten)


De 21ste eeuwse beschavingscrisis

De actualiteit staat bol van allerlei rampspoed, erg verscheiden van aard: oorlog in Afghanistan, klimaatopwarming, milieuvervuiling, uitstervende diersoorten, teloorgang van de wouden, overstroomde gebieden, olierampen, vergrijzingsperikelen, eetstoornissen, meer geweld binnen het gezin, aangetaste sociale- en burgerrechten, toenemende onverdraagzaamheid, financiële crisis, nationalistische oprispingen, religieus integrisme, culturele onzekerheid, de groei van een nieuw extreem-rechts.


Het lijkt allemaal te veel om hanteren. Maar, bij nader toezien blijken al die rampzalige toestanden uitingen van één en dezelfde algemene beschavingscrisis. Kenmerkend daarvoor is een algemeen gevoel van bedreiging.


Het is niet de eerste keer dat zulks voorkomt. Ook in de zestiende eeuw werd de samenleving geteisterd door waanbeelden van beschavingsondergang en door oorlogen of burgergeweld die daaruit voortkwamen. De aanleiding lag cultureel bij de herleving van de klassieke oudheid, en politiek bij de ontdekking van het Amerikaanse continent. Daardoor voltrok zich een schaalvergroting van de leefwereld, waarin de mens zijn eigenwaarde verloor. Hetzelfde probleem, schaalvergroting met massahysterie tot gevolg, maken we vandaag mee aan het begin van de 21ste eeuw.


Schaalvergroting blijkt intrinsiek verbonden met de menselijke conditie. Immers, door de existentiële menselijke beperktheid ontstaan conflicten, en wanneer die escaleren vergroten mensen de afstand tot elkaar, eventueel door het opzoeken van nieuwe leefwerelden en woongebieden. Omgekeerd, bij plotse schaalvergroting, voelen mensen zich bedreigd, en vertaalt die angst zich in conflicten. Daartegenover staat dat vriendschap de intimiteit vergroot, en dus de afstand verkleint.


Concreet, gaat het vandaag over de schaalvergroting na de dekolonisatie, dwz na 1990, als we aannnemen dat het einde van de koude oorlog ook het einde van het koloniale tijdvak betekende. Net als tijdens de zestiende eeuw, werd de wereld onderworpen aan een bruuske schaalvergroting die postkoloniale vervreemding veroorzaakte. De dekolonisatie was al veel langer aan de gang, maar op dat ogenblik gingen de sluizen definitief open. Arbeiders uit de vroegere kolonisaties werden plots concurrenten op de arbeidsmarkt. De migratie nam toe. De landen werden multicultureler. Er ontstond een globaliseringsmalaise door veralgemeende stress en onzekerheid.


Die post-koloniale vervreemding greep en grijpt nog steeds diep in de bevolking in. Gevolgen zijn escapisme in allerlei vormen, integrisme, fundamentalisme, het inkapselen in tunnelvisies, depersonalisering, de-individualisering, anonimiteit, atomisering en massaficatie van de samenleving.


Enige relativering is hierbij noodzakelijk. Een beschavingscrisis, hoe diep ook, is nog geen apocalyps waarbij de uiteindelijke strijd tussen "Goed" en "Kwaad" wordt uitgevochten en waarna het paradijs verschijnt. Een beschavingscrisis, hoe ernstig ook, is nog geen wereldramp vergelijkbaar met een meteoorinslag. Oorlog is een symptoom van crisis, maar het zou verkeerd zijn een beschavingscrisis te herleiden tot het militair geweld dat ermee gepaard gaat: er is nog zo veel meer.


De schaalvergroting die gepaard gaat met de post-koloniale globalisering veroorzaakt dus fundamentalisme in allerlei vormen. Zoals ik reeds in andere bijdragen beschreef, leven we daardoor nu in het "tijdvak van het fundamentalisme". Op zijn beurt is fundamentalisme in wezen een manier om met de dingen om te gaan, wat betekent dat elke overtuiging potentieel een fundamentalistische invulling kan krijgen. Die fundamentalistische verkleuring bij zichzelf leren herkennen, is van het allerhoogste belang om algemeen maatschappelijke geweldescalaties te voorkomen.


De fundamentalistische geestesgesteldheid (zie ook : "Samen-Leven")

De globaliseringsmalaise wordt beleefd als een gevoel alsof men op de rand van de afgrond staat, als het reeds aangehaalde gevoel van diepgaande bedreiging van "het fundamentele". Dat laatste kan ingevuld worden met basisconcepten van extreem-links tot extreem-rechts, van het meest ecologische tot het meest kapitalistische, maar gemeenschappelijk aan al die uiteenlopende en zelfs met elkaar strijdige beschouwingen is een gevoel van fundamenteel ongemak.


Door die als fundamenteel ervaren gevaren ontstaat een dynamiek van imaginaire en reële bedreiging. Wie zich bedreigd voelt, kan een reëel gevaar worden voor anderen, die zich op hun beurt ook bedreigd gaan voelen, en dan niet zonder reden. Fundamentele waarden worden zo sterk als bedreigd beleefd, dat een houding groeit van "het is genoeg geweest", "ons geduld is op", met soms gewelddadige acties tot gevolg. Ik herinner me zo nog een jammerlijke anekdote van een blanke Amerikaan die een zwarte doodschoot die hem tegemoet kwam in de metro. De advocaten pleitten wettige zelfverdediging omdat de blanke man zich bedreigd voelde door de grote zwarte verschijning die op hem af kwam, panikeerde, en schoot. Op zijn minst was zijn gevoel van bedreiging en onveiligheid dermate groot, dat hij het nodig achtte een vuurwapen bij zich te dragen, "in case...". De imaginaire bedreiging bij de blanke was een reële bedreiging voor de zwarte medeburger. Het omgekeerde kan even goed voorvallen.


In tegenstelling tot wat nu trendy beweerd wordt, is er niet te veel maar te weinig individualisme in onze samenleving. Door de globaliseringsmalaise en de post-koloniale schaalvergroting voltrekt zich een soort meervoudige bewustzijnsvernauwing, een depersonalisatie die enerzijds eindigt in escapisme in groepsidentiteiten, anderzijds in egoïsme. In beide gevallen gaat het om een gefnuikte zelfontplooiing: te weinig zelf, te weinig individuele zelfstandigheid, te veel geatomiseerd Ego en te veel groepsdenken.


Het is dus niet verbazend dat communitarisme, welk een polarisering beoogt tussen individu en gemeenschap als "to be or not to be", zulk een opgang maakt, en dan nog meestal op basis van één of ander vijandbeeld. Apocalypticisme met de hoop op de meedogenloze en victorieuze eindstrijd tussen "Goed en Kwaad", is een discours dat erin gaat als zoete koek.


Het fundamentalisme van de enen kan (contra-)fundamentalisme bij de anderen veroorzaken. Dé uitdaging voor de 21ste eeuw is dan ook om een niet-fundamentalistisch, humanistisch, antwoord te kunnen bieden aan de brede waaier aan fundamentalismen in onze samenleving. "De pot verwijt de ketel", is eerder regel dan uitzondering. Wie fundamentalisme wil tegengaan en milderen, zal het dus eerst in zichzelf dienen te herkennen en zichzelf terug op het goede spoor brengen. Dit "werk op zichzelf" is een belangrijke stap naar zelfontplooiing in het huidige tijdvak van het fundamentalisme. Ter inspiratie, maakte ik een controle-lijst, die uitnodigt de eigen keuzes en gewoonten onder de loep te nemen, en die mogelijk maakt niet ongewild of ongemerkt in de fundamentalistische val te trappen. Dit zelf-reflexie-schema vindt u op het einde van deze tekst.


De belangrijkste fundamentalismen

Een opsomming van fundamentalismen kan nooit uitputtend en volledig zijn, aangezien het fundamentalistische perspectief, de fundamentalistische psyche zich potentieel op alle overtuigingen kan enten. Hier som ik enkele eigentijdse op.


Marktfundamentalisme ligt aan de basis van het hyper-consumptiekapitalisme dat men terugvindt binnen vele libertarische stromingen, en ook binnen de sociaal-democratie. We zouden ook kunnen spreken over consumptiefundamentalisme. Niet alleen privékapitaal, de toestand van de economie, maar ook de openbare financiën en de munt worden gezien als een rechtstreekse functie van het individueel consumptiegedrag van de burgers, waardoor een ware consumptiedwang ontstaat. Op ecologisch vlak wordt het verkoopbaar maken van het natuurlijk kapitaal als beste natuurbescherming gezien, dwz binnen het marktfundamentalisme komt alles (en soms ook iedereen) in aanmerking voor een verkoopstransactie. Eigendomsfundamentalisme zou ook een gepaste term zijn, en in die zin is het de spiegel van communisme (en vice versa).


Christelijk-nationalisme (neo-katholicisme, dominionisme) is een vorm protestant fundamentalisme of katholiek integrisme dat streeft naar het afbakenen van landen waarin de wetgeving de christelijke orthodoxie volgt. Lekenactivisten, al dan niet onder de vorm van politici, worden geacht de burgerlijke wetgeving in die zin aan te passen zodat de maatschappij als een geheel volgens christelijke normen geordend wordt. Islam-integrisme wil, net als christelijk-nationalisme, een theocratische samenleving, maar dan volgens islamitische principes. Bijzonder daarbij is het islamitisch concept "shirk" (godslastering door "polytheïsme") de onvergeefbare hoofd- en doodzonde die aan het islamintegrisme samen met de plicht tot Heilige Oorlog tegen geloofsonzuiverheid een bijzonder fanatiek en onverzoenbaar karakter geeft. Ander religieus fundamentalisme heeft gelijkaardige kenmerken, ik denk aan Hindu-fundamentalisme in India, of aan militant atheïsme. Hierbij kan men opmerken dat atheïsme een vrij inhoudsloos en relatief begrip is, dat meestal louter naar de negatie van een specifieke religie verwijst, weze het als aanklacht of als waardebeleving.


Cultureel-nationalisme streeft onder de leuze "Volk en Staat" naar de culturele homogenisering van bepaalde geografische gebieden, die geacht worden een bepaalde culturele identiteit te bezitten. Die nationale identiteit wordt zowel beschrijvend, normerend als vormend bedoeld, dwz er wordt een ethisch imperatief gepromoot om te leven volgens de volksaard (wat die ook moge wezen), zonder enige vrije keuze voor de inwonende burgers.


Verwant aan het cultureel-nationalisme, is het identiteitsdenken. Dat beperkt zich niet tot etnieën of nationaliteiten, maar het kan ook andere groepen bepalen zoals generaties, gender, huidskleur, sociale klassen, minderheden, beroepen, seksuele voorkeur of kledingswijze. Eenmaal de homogene identiteit vastgelegd (bv "de ouderen", "de zwarten", "de vrouwen",...) ontstaat een benadering van negatieve of positieve discriminatie. "Gelijke kansen-fundamentalisme" behoort daarom tot de meest verspreide fundamentalismen binnen de Westerse samenleving. Ongeacht de "rechtse" of "linkse" benadering gaat het in elk van de gevallen om een discriminatiebeleid, gebaseerd op utopische begrippen. "Afwezigheid van discriminatie" is objectiveerbaar, "gelijke kansen" zijn daarentegen onmogelijk omschrijfbaar, en het concept zelf is strijdig met de diversiteit van de "condition humaine". Een gelijke kansen-beleid is in de regel een pleidooi voor conformisme, een "doelgroepenbeleid" wordt al snel discriminatie.


Eveneens verwant aan het cultureel-nationalisme is het interculturalisme. Interculturalisme heeft niets te maken met verdraagzaamheid ten aanzien van interculturele contacten die de samenenleving verrijken. Het tegendeel is waar: interculturalisme verklaart het interculturele tot norm, en creëert aldus een nieuwe monocultuur die de multiculturele componenten moet vervangen. Het is "de bon ton" in rechtse en sommige linkse kringen te stellen dat de multiculturele samenleving gefaald heeft. Die stelling is absurd, want het multiculturele behoort tot de essentie van het samenleven zelf. Bovendien is ook een begrip als integratie, net als "gelijke kansen", ondefinieerbaar. Het enige wat in een rechtstaat kan vastgesteld worden, is het al dan niet begaan van een wetsovertreding, daarbij in acht genomen dat zulks alleen relevant is voor rechtvaardige wetten die de mensenrechten respecteren. Een onrechtvaardige wetgeving hoeft niet nageleefd te worden. Bijgevolg is het voeren van een integratiebeleid meestal een machtsoverschrijding door de overheid.


Bij Verlichtingsfundamentalisme ligt er een te exclusieve nadruk op de rationele dimensie van het menselijke. Hierbij vindt men een materialistisch reductionisme van het menselijk bestaan zelf. Omgekeerd zijn irrationalismen onder allerlei vormen eigenlijk anti-modernismen, die dan weer een te exclusieve nadruk leggen op de anti-ratio, waardoor die paradoxaler wijze tot ratio wordt verheven. In die zin is irrationalisme een pseudo-rationalisme, of een "anti-Verlichtingsfundamentalisme". Het eigentijdse post-modernisme behoort tot deze categorie, dwz er bestaat geen "post-moderne wereld", maar het post-modernisme is een geestesgesteldheid van de post-koloniale beschaving.


Egoïsme en atomisme komen voor onder verschillende vormen, van het zich blindstaren op eigen materiële bezittingen of geneugten, tot het zich verdrinken in emotionalisme, waarbij de wereld herleid wordt tot een puur subjectivistische beleving.


Populitarisme, de versmelting van massa-entertainment met politiek -zoals benoemd door de Franse journaliste Geneviève Petit- brengt een politieke werkelijkheid gedefinieerd als sport- en spel, en dit in twee richtingen: entertainment wordt politiek, politiek wordt entertainment. In gewone spelletjesprogramma's wordt de geest van de kijkers voorbereid om een totalitaire politiek gunstig te ontvangen. Verkiezingen worden gehanteerd als waren ze een competitieve spelvorm, een sportieve wedstrijd, waarbij het begrip "democratische meerderheid" aan betekenis verliest ten voordele van het concept "verkiezingen winnen".


Aan al deze fundamentalismen ontbreekt inzicht in diversiteit. Niet alleen wil het fundamentalistische streven de maatschappij ordenen volgens één principe, het wil dat dit principe op elk facet van de samenleving toegepast wordt, en het ontkent daarboven op ook de diversiteit in eigen kring.


Dynamiek van het fundamentalisme

Het ontstaan van de verschillende fundamentalismen sinds de jaren twintig, met een definitieve stroomversnelling sinds de jaren negentig van vorige eeuw, is zoals gezegd een gevolg van de de-individualisering en de anonimisering die samengaat met plotse schaalvergroting van de post-koloniale werkelijkheid. De plaats binnen de samenleving van het fundamentalisme is bijzonder verscheiden.


Een eerste thema is dat van "opkomend fundamentalisme". Voorbeelden kunnen daarvan zijn de bezorgdheid voor de opkomst van extreem-rechts, zoals bv het FN in Frankrijk, het VB in België, of de invloed van moslim-integrisme binnen de islamgemeenschap. Het gaat om een groeiende tendens binnen een democratische samenleving, waardoor die samenleving voor aanzienlijke problemen komt te staan, in het bijzonder met betrekking tot het respect voor burgerrechten. Het probleem hierbij is het beperken van de invloed van opkomend fundamentalisme.


Van "overheersend fundamentalisme" is er sprake als een bepaald fundamentalisme zich dermate macht heeft weten te veroveren, dat we niet langer kunnen spreken van een democratie. Die verovering van de politieke macht kan enerzijds door militaire of economische invasie (dwz door een externe macht) of door gemanipuleerde verkiezingen of staatsgreep anderzijds ( dwz een totalitarisme van interne oorsprong). Voorbeeld van het eerste is de Duitse bezetting van Europese landen tijdens WO II, de Amerikaanse bezetting van Irak of het alom aanwezige hyper-kapitalisme, van het tweede Mussolini-Italië, Franco-Spanje, het Griekse kolonelsregime, het Ayatollah-Iran, het nationalistische Servië onder Milosevic, en het Vlaams-integrisme binnen de politiek in België. Het probleem in dit geval is het herdemocratiseren van de samenleving.


Soms ontstaat er een "clash van fundamentalismen", bv wanneer Verlichtingsfundamentalisme in aanvaring komt met religieus fundamentalisme, of wanneer cultureel-nationalisme zich afzet tegen moslim-integrisme. Het gevaar is dat de bittere escalerende strijd tussen deze gepolariseerde kampen de rest van de samenleving beschadigt en vergiftigt.


Onder de vorm van soft-fascisme, ziet men de ook verschijning van een "alliantie van fundamentalismen". Op die manier kunnen bij verkiezingen absolute meerderheden bereikt worden. Binnen het huidige Europa, en binnen de actuele USA groeit er op dit ogenblik de alliantie van hyper-kapitalisme, katholiek integrisme en cultureel-nationaal fascisme. Onder meer ligt in deze alliantie de essentie van een politiek verenigd Europa als reactionaire reconstructiepoging van het Heilige Roomse Rijk onder impuls van de Habsburgers. "Kapitalisme, Katholicisme en Kultuur" zijn de "drie K's" van het euro-nationalisme. Om zich te doen gelden maakt het euro-nationalisme ook graag gebruik van het reeds vermelde interculturalisme, soms ook "actief pluralisme" of "laïcité positive" genoemd. Men ziet een zekere omkering der waarden binnen het euro-nationalisme, bv wanneer kapitalisme door zo goed als alle politieke strekkingen als armoedebestrijding naar voor wordt geschoven: een kleiner deel van een grotere koek kan mogelijk in absolute termen "meer eten" betekenen, en daarom wordt "economische groei" heilig verklaard. Vernietiging van de natuur, in de breedst mogelijke zin, dwz ook van de menselijke natuur, is er het gevolg van.









(Foto: de Chaco in Paraguay wordt vernietigd door nazaten van naar Zuid-Amerika gevluchte Nazi's en christelijke fundi's.)


Een andere alliantie van fundamentalisme is de samenwerking tussen communisme en islamintegrisme, islam-socialisme zeg maar. Nog een ander ontstaat wanneer Iran het Vaticaan uitnodigt om samen te strijden tegen een "goddeloze, seculiere samenleving". Uiteraard zijn nog andere allianties van fundamentalismen mogelijk, zoals die van Verlichtingsfundamentalisme en cultureel-nationalisme.


De aanwezigheid onder allerlei vormen van fundamentalisme in onze samenleving veroorzaakt blokkering in de nodige menselijke behoeftenbevrediging en impasses in het politieke leven. Een algemene verlaging van de levenskwaliteit is het gevolg, die op haar beurt dan weer meer fundamentalistische reacties in gang kan zetten.


De morele dimensie

Het voorgaande levert enige basis voor beschouwing van de morele dimensie van de aanwezigheid van fundamentalisme in de samenleving.


Om te beginnen schuilt er geen kwade geest, geen "Groot Kwaad" achter de huidige beschavingscrisis. De gevolgen van de dekolonisatie vormen samen een neutraal historisch gegeven, waarvoor niemand verantwoordelijk kan gesteld worden.


Anderzijds verantwoordt een neutrale ramp nog geen plundering of ander misbruik. Net als bij een aardbeving, die door niemand gewild noch veroorzaakt is, zijn er mensen die elkaar proberen te helpen, elkaar steunen, en zijn er anderen die misbruik van de situatie maken. Dat misbruik is vanzelfsprekend niet meer moreel neutraal.


Zoals in voorgaande paragraaf reeds benadrukt, is ook de mogelijkheid groot dat wie volledig terecht reageert tegen een bepaald fundamentalisme, uit het oog verliest dat ze zelf een nieuw aan het ontwikkelen zijn. Zo is interculturalisme onder meer een fundamentalistische reactie op religieus integrisme.


Diversiteit en zelfbeschikking blijken steeds weer de grote afwezigen in de fundamentalistische ideologie. Willen we een antwoord bieden op het fundamentalisme binnen onze samenleving, zijn het juiste deze begrippen die er daarom best de kern van vormen.


Modern humanisme als alternatief

Een vredelievend alternatief voor fundamentalisme heeft een individueel en een politiek luik. Burgerrechten binnen een liberale lekenstaat vormen een legaal fundament binnen een democratische rechtstaat, aangezien ze de vrijheden van de burgers omschrijven en beschermen.


Menselijke waardigheid is immers minstens ten dele een expressie van de vrije keuzes die de burgers maken tijdens hun leven. Een samenleving die aan haar burgers die morele vrijheid ontzegt, ontneemt aan haar burgers ook de mogelijkheid enige waardigheid op te bouwen. Daarom zijn burgerrechten een conditio sine qua non voor een waardige, vredelievende samenleving.


Het genieten van deze beslissingsruimte die de burgerrechten bieden, is echter wel een noodzakelijke, maar geen voldoende voorwaarde voor een duurzame samenleving. Zoals in het huidige geval van vervreemding en massahysterie ten gevolge van de post-koloniale schaalvergroting, schept dit ook de ruimte dat mensen zelf-destructieve keuzes beginnen te maken, die op hun beurt de vervreemding versterken. Het met dwang ontnemen van menselijke vrijheid biedt hierbij geen oplossing, omdat die trend de menselijke waardigheid vernietigt, en eveneens de vervreemding-aan-de-bron vergroot.


Mijn besluit is dat er in deze beschavingscrisis te veel Ego en te weinig Zelf is. De oplossing voor de post-koloniale vervreemding ligt deels bij menselijke zelf-herontdekking, bij het hervinden van het Zelf dat men door de schaalvergroting verloren heeft.


Zo kan het nodig zijn om bij wijze van zelfbezinning na te gaan waar iemand voor zichzelf echt behoefte aan heeft, en projecten uit te werken om die behoefte te bevredigen. Dat houdt ook in dat men onderscheidt maakt tussen echte menselijke behoeften en door het hyper-kapitalisme geconditioneerde verlangens, en ophoudt met "shoppen bij wijze van vrijetijdsbesteding". Dit kan men "vrijwillige soberheid" noemen.


Het kan ook betekenen dat men aandacht krijgt voor de "hogere behoeften" van zelf-ontplooiing en zelf-verwerkelijking, en dat men inziet dat ook de bevrediging van sociale behoeften cruciaal is voor een zelf-vervullend leven.


Men kan zich op de wereldbol oriënteren, niet door te kijken naar landsgrenzen en bestuurlijke machten, maar door te kijken naar het landschap en de bodem, de rivieren, de zon en de sterren: die veranderen niet van plaats na of ondanks de installatie van een volgend inadequaat bestuur.


Er is ook de mogelijkheid om inzicht verwerven in de eigen herkomst, geografisch, cultureel en politiek, niet om er zich in in te kapselen, maar om die te overstijgen naar universeel menselijke waarden. Vanuit zelfkennis groeit men dan naar kennis van en begrip voor de medemens.


Het goede nieuws is overigens dat aangezien fundamentalisme in essentie een geestesgesteldheid is die zich op alle levensbeschouwingen kan enten, omgekeerd de meeste levensbeschouwingen zich kunnen lenen tot een humanistische interpretatie of beleving. In die zin zou men humanisme kunnen zien, niet als een aparte levensbeschouwing zoals "atheïstisch socialisme", maar als een manier om met de eigen onderliggende levensvisie om te gaan. Op die manier ontstaat er een grote veelvuldigheid en een aanzienlijke diversiteit aan religieuze en niet-religieuze humanismen, die elkaar in goede verstandhouding kunnen ontmoeten. Weer omgekeerd, kan een radicaal antropocentrisme als een polariserend fundamentalisme beschreven worden.


Kortom, het komt aan op de herontdekking van de menselijke authenticiteit. Het komt aan op begrip van redelijke zelfbeschikking en diversiteit van het menselijke. Het komt erop aan in een samenleving waarin de mens zichzelf verliest, zichzelf terug te vinden als uitgangspunt voor een gelukkig leven.


Bij wijze van zelfbezinning begint men op die manier aan een herontdekkingsproces. Wie, louter bij wijze van inspiratie voor zulk een zelf-ontdekkende meditatie, een aanzet zoekt, kan misschien vertrekken bij volgende beperkte vergelijking tussen een humanistische en de fundamentalistische gesteldheid, ten einde niet-fundamentalistische antwoorden te vinden op uitdagingen van het eigentijdse fundamentalisme.


HUMANISME---------------------FUNDAMENTALISME
ZELF
Keuzevrijheid-------------------------Conformisme
Zelfbeschikking-------------------------Groepsdenken
Zelf-efficiëntie (vaardigheid)-------------------------Pragmatische hulpeloosheid
Zelf-ontplooiing-------------------------Zelfopoffering, voorbestemdheid
Zelf-vertrouwen-------------------------Laag zelf-beeld
Zelf-ontdekking-------------------------Volkerendenken
Zelf-zorg (stress-hantering)-------------------------Uitbuiting
Zelf-standigheid-------------------------Egoïsme
Sociale behoeftenbevrediging-------------------------Zelfgenoegzaamheid
Zelf-kennis-------------------------Superioriteitscomplex
Behoeftenbevrediging-------------------------Consumptiedwang
Zelf-vervulling-------------------------Entertainment, funcultuur
Zelf-zorg-------------------------Gezondheidscultus

KRITIEK en DEBAT
Open debat-------------------------Afscherming
Respect - zelfstandig denken-------------------------Legalisme - misprijzen
Risico-analyse-------------------------Onaantastbaarheid
Alternatieven-------------------------Slechts één mogelijkheid
Falsificatie-------------------------Speculatief
Open-informatieverwerving-------------------------Afscherming van "het andere"
Kritische vraagstelling-------------------------Verbod op kritiek
Open omgang met feed-back-------------------------Vijandigheid tgv opmerkingen
Vrije meningsuiting-------------------------Orthodoxie
Dissidentie-------------------------Volgzaamheid
Verzet-------------------------Gehoorzaamheid

MORAAL
Geen schade-------------------------Geweldcultuur
Vrijheid-------------------------Dwang
Vredelievend-------------------------Misbruik
Contextuele reflexie-------------------------Polarisering, vijandbeelden
Nuances-------------------------Dualisme
Meerduidig-------------------------Geen ambiguïteit
Objectiverend-------------------------Absolutisme-relativisme
Creatief-------------------------Destructief
Op verzoening gericht (indien mogelijk)-------------------------Heilige Oorlog
Tolerant-------------------------Intolerant
Verbondenheid-------------------------Xenofobie

MENS
Menselijke behoeften-------------------------"Hoger Belang"
Empathie-------------------------Beoordelend
Humor-------------------------Humorloos/spot/eeuwige ernst/hoogdravend
Feminisme-------------------------Misogynie
Diversiteit-------------------------Homogeniteit
Mededogen, mensgericht-------------------------Misantroop
Existentiële hulpeloosheid-------------------------Sturing door "Hogere Macht" of "Ego"
("condition humaine")
Democratische lekenstaat-------------------------Theocratie - totalitarisme - anarchisme
Egalitarisme-------------------------Superioriteitsdenken

NATUUR
Natuur als objectieve waarde-------------------------Natuur als gebruiksvoorwerp
Natuurbehoud-------------------------Natuurvernietiging
Mens is een deel van de natuur-------------------------Mens boven en los van natuur
Verzoening cultuur en natuur-------------------------Tegensteling cultuur en natuur

GESCHIEDFILOSOFIE
Emancipatorisch-vredescultuur-------------------------Apocalypticisme
Evolutief-met crisismomenten-------------------------Utopisme
Vertrouwen in de toekomst-------------------------Angst voor de toekomst
Vrijheidsgericht-------------------------Teleologie
Analyse van on-vrijheid-------------------------(Gevoel van) bedreiging
Verzoening traditie en moderniteit-------------------------Overwinningshoop bij "eindstrijd"

UNIVERSUM
Immanentie, persoonlijke transcendentie-------------------------Globale transcendentie
Abstractie-------------------------Personificatie, personalisme



29 februari 2008

DE NAWEEËN VAN AUSTERLITZ

OVER HET ZOEKEN NAAR WELZIJN EN ZELFBESCHIKKING
IN HET EUROPA VAN DE TOEKOMST



Tuer un homme
ce n'est pas défendre une doctrine,
c'est tuer un homme.

(Sébastien de Castellion, 1553)



In de herfst van vorig jaar liep er in de ruimtes van "Tour & Taxis" in Brussel een tentoonstelling onder de titel "Dit is onze geschiedenis" , over "50 jaar Europees avontuur". Let op het woord "onze" , wat niet slaat op België, maar op Europa. De tentoonstelling stelde de Europese Unie voor als één natie, naar het voorbeeld van de USA. Dit jaar 2008 wordt het "Europees jaar van de Interculturele Dialoog" dat meer wederzijds begrip tussen de diverse "volkeren" van Europa beoogt. Op 2 juli 2007 hield Nicolas Sarkozy in Straatsburg een opgemerkte rede waarin hij vurig pleitte voor de ontwikkeling van een "Europese identiteit" door de Europese burgers. Als het van Nicolas Sarkozy afhangt, moeten we volbloed-Europeanen worden.

Het klinkt allemaal wondermooi, maar het is het niet. Hoe zou Europa immers een mooie toekomst kunnen tegemoet gaan, als die toekomst gebouwd wordt op leugen en bedrog? In zijn toespraak in Straatsburg op 2 juli 2007 neemt Nicolas Sarkozy een ferm loopje met de geschiedenis wanneer hij stelt:

"Qu’est-ce que l’idéal européen ? C’est la volonté de dresser l’Europe contre la mort d’une certaine idée de l’homme et de la civilisation dont la menace fut d’abord dans la succession des guerres civiles européennes puis dans la guerre froide, et qui se trouve aujourd’hui dans le risque d’aplatissement du monde global et dans les crispations identitaires qu’il provoque. Voilà ce que c’est, l’idéal européen. "

Zonder blikken of blozen stelt Nicolas Sarkozy de Duits-Franse en de Wereldoorlogen voor als "Europese burgeroorlogen" , interne incidenten dus. De tentoonstelling spreekt dan weer over "50 jaar geschiedenis". Dit is bijzonder bedenkelijk, want de geschiedenis van Europa begint in het jaar 180, bij de dood van Marcus Aurelius. Het gegoochel met feiten en identiteiten door de top van Europa is geen onschuldig academisch tijdverdrijf. Wat voorbereid wordt, zijn het gekneed zelfbeeld en de gecontroleerde levensomstandigheden van de toekomstige Europeaan. Anders gezegd: welk leven heeft Europa voor ons in petto, wat staat ons te wachten? En verder: hoe kunnen we daar een houding tegenover aannemen, en welke, met het oog op een waardig en menselijk leven? Laten we daarom eerst een vollediger "verhaal van Europa" vertellen.

Het Romeinse Rijk is nooit gevallen
Het beeld van Romeinen die zich dag in dag uit te buiten gingen in seks- en eetorgieën, zich vergaapten op voor de leeuwen gesmeten vervolgde christenen, en die kikten op elkaar gruwelijk afmakende gladiatoren, tot hun decadent imperium onder de voet gelopen werd door massa’s "barbaren", is op zijn zachtst gezegd een karikatuur die behoort tot de katholieke "historiografie" en kerkelijke propaganda. Deze scheefgetrokken maar gangbare voorstelling over de Romeinse samenleving, levendig aanwezig in onze geesten, behoort bij het Rome rond de eerste eeuw: Caesar en Cleopatra, Nero en Calligula, Ben Hur, de recente peperdure BBC-serie "Rome" en, Asterix, uiteraard. Maar daar staat tegenover dat het "officiële" einde van het West-Romeinse Rijk slechts op 4 september 476 kwam, dwz 400 jaar later. Wat gebeurde er ondertussen? En wat gebeurde er in dat andere Romeinse Rijk, het Oost-Romeinse Rijk? Het woord dat wij voor die laatste hebben uitgevonden, "Byzantijnen", is recent en onterecht. Het begrip was de inwoners van het Oost-Romeinse Rijk volkomen vreemd. Zij waren, bleven, spraken over en zagen zichzelf als Romeinen.

Er is dus iets grondig mis met de gangbare voorstelling van het Romeinse Rijk.

Machtsstrijd was de regel in het antieke Rome, in het bijzonder tussen de republikeinen en de populisten. Caesar, een populist, won de burgeroorlog, werd vermoord omdat hij koning wou worden, en bracht zo de eerste "augustus" of "princeps" voort: zijn adoptiefzoon Octavianus. Die princeps moeten we ons niet voorstellen als een "keizer" maar als een "verhevene president voor het leven". Het systeem van opvolging bleek duidelijk: de "princeps" zocht en koos een geschikte opvolger, adopteerde die, en de de zaak was geregeld. Soms bleek dit een vergissing, zoals bij Nero en Calligula, andere "principi" waren goede bestuurders, naar Romeinse normen dan. De macht van en in het Romeinse Rijk was gebaseerd op brutale onderwerping en zelfs genocide, maar voor wie die macht aanvaardde bood de "Pax Romana" bescherming en godsdienstvrijheid.

Aan deze reeks komt een einde in 180 bij de dood van Marcus Aurelius, de "laatste" Romeinse "keizer". Om minder bekende redenen had die geen adoptief zoon als opvolger aangeduid (misschien omdat hij opstand vermoedde, misschien vond hij er geen, misschien werd hij gedwongen ?), maar wel zijn eigen zoon. Het gevolg van die beslissing was honderd jaar permanente burgeroorlog. Het leger wou zijn kandidaat, de senaat de hare, de zonen waren ambitieus, alsook wie vond dat hij adoptiefzoon had kunnen worden, en ook de katholieke Kerk had een oogje op de macht. De burgeroorlog bracht het Rijk economisch aan de grond, tot Diocletianus macht genoeg verwierf om alle tegenstanders te verslaan en hervormingen door te voeren. Eén daarvan was het uitroepen van de keizer-cultus tot staatsgodsdienst. Wanneer Diocletianus zich terugtrok, barstte de burgeroorlog opnieuw uit, met meer en meer het katholicisme als inzet. Constantijn I kwam als winnaar uit die strijd. Hij bewaarde het concept staatsgodsdienst, maar verving de keizer-cultus door het katholicisme. Rond het jaar 300, een kleine 200 jaar voor de "officiële val", had de katholieke Kerk de burgeroorlog om de macht gewonnen en werd het katholicisme staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk, in een samenleving die nog geen 20% christenen telde, laat staan katholieken.

De gevolgen zouden rampzalig zijn voor Europa.

Het katholicisme als staatsgodsdienst rond 300 betekende immers het startschot voor de installatie van een katholiek religieus terreurbewind, dat zowel de antieke cultuur van de aardbodem zou vegen, alsook elke van de tientallen niet-katholieke maar authentiek-christelijke religies. "Heidendom" en "ketterij" werden het doelwit van gewelddaden van de bisschoppen, die zich, zoals in Alexandrije, om de inwoners godsvruchtigheid bij te brengen, bedienden van straatbendes bestaande uit monniken van de kloosters in de Wadi El-Natrun-woestijn (de volgelingen van de heremiet Antonius). Tempels werden kort en klein geslagen, bibliotheken verbrand, sportieve spelen afgeschaft, beelden vernield, mensen vermoord, alles in naam van het "katholikos", de "Enige Waarheid" . Niet-katholieke christenen, die eerder nog te lijden hadden gehad onder de christenvervolgingen van de "antieke Romeinen", werden nu door de "katholieke Romeinen" vervolgd wegens "afwijkend geloof" of "anathema". Vanaf 24 februari 391, na het edict van de keizer Theodosius I op aansporen van de Roomse Bisschop Ambrosius, was elke vorm van godsdienstvrijheid uit het Rijk verdwenen.

Dit religieus terreurregime van de Romeinse katholieke keizers, is het fundament van wat wij de Europese "beschaving" noemen.

In het Oost-Romeinse Rijk werd het bewaard tot in de vijftiende eeuw, waarna Rusland de fakkel wou overnemen: keizer heette er "Tsaar". Ook het Ottomaanse rijk zette de tradities en de structuur verder, maar verving katholicisme (ondertussen "orthodox"-katholiek) door de islam. In het Westen werd het Romeinse Rijk overgenomen door de tot het katholicisme bekeerde Clovis (500), later door de Karolingers (800), en tenslotte door de Habsburgers (1500). Maar daarbij heette het niet meer "Romeinse Rijk" maar "Heilige Roomse Rijk".

De antieke beschaving: met de grond gelijk gemaakt
Ondanks de grondigheid waarmee de katholieke keizers getracht hebben alle niet-katholieke cultuurelementen te vernietigen, blijkt uit historisch en archeologisch onderzoek van een ontelbare hoeveelheid slachtoffers en van uitgebreide onderwerpen, de indringendheid van de katholieke terreur en van het bijhorend vandalisme beginnend in de vierde eeuw. Ik wil slechts drie voorbeelden vermelden.

De cultus van Egyptisch godin Isis was wijd verbreid over het Romeinse Rijk. Tot in Groot-Brittannië stonden tempels die Romeinen aan haar opdroegen. Ze werd apart vereerd, of in drie-eenheid samen Serapis (een hellenistische synthese godheid afgeleid van Osiris) en Horus, hun kind. Het oorspronkelijke verhaal gaat dat Isis' man Osiris door zijn broer werd vermoord, in veertien stukken gehakt en in de Nijl gegooid. Isis kon dertien stukken van het lichaam van haar echtgenoot terugvinden, maar het veertiende ontbrak: zijn penis. Daarom maakte Isis een penis van goud om het lichaam van haar man te vervolledigen waarna ze hem weer tot leven wekte. Ze werd zwanger en kreeg een kind, Horus. Osiris werd daarna god van de onderwereld, en Isis voedde haar zoon alleen op. Isis werd als godin van de helende levenslust vereerd, en cultus die ten volle universeel was, voor mannen en vrouwen, voor arm en rijk, voor aristocraten, burgers, en slaven. Bij zeelieden was ze zeer geliefd. De volgelingen volbrachten rituelen met vuur, water en wierook, zich terugtrekkend in hun innerlijke spiritualiteit. Alexander de Grote bracht een hellenistische versie van Osiris: Serapis. Een tempel aan hem gewijd heette "serapeum" , en die tempels waren om ter mooist. Het serapeum van Alexandrije behoorde tot de mooiste gebouwen van de antieke oudheid. Er was een aanzienlijke binnenkoer waarrond de vertrekken van de priesters, priesteressen en bezoekers stonden. Mensen sliepen in de tempel met de hoop op genezing, of op een droom die hen op de weg daar naartoe zou brengen. Er stond een groot beeld van Serapis, gemaakt van hout, metaal en stenen in bonte kleuren. Aan de voet van het beeld stonden banken waar de volgelingen konden mediteren over de vriendelijke god die hen welgezind was. De tempel bevatte ook een belangrijk deel van de Alexandrijnse bibliotheek, ter studie. Rond 391 kwam het bevel van Theophilus, "Hij die God bemint", de bisschop van Alexandrije, om de tempel te vernietigen, wat er een belegerde burcht van maakte. Straatbendes van Nitriaanse monniken slaagden erin de verdediging te doorbreken, vernielden de altaren, de prachtige deuren, en sloegen alles kort en klein waar ze aankonden. Ze vernielden het beeld van Serapis en verbrandden alle stukken. De Isis-tempels ondergingen een gelijkaardig lot. De laatste tempel van Isis op het Egyptische eiland Philae, werd door katholieke keizers gesloten rond het jaar 600, en omgebouwd tot een kerk.

Maria Magdalena was naar alle waarschijnlijkheid de meest uitmuntende leerling van Jesus, en misschien ook zijn levensgezellin. Door Petrus werd ze verworpen, door Paulus gehaat, maar samen met Thomas vertegenwoordigde ze het begin van de gnostische stroming in het christendom. Thomas vertrok naar India, waar een christendom met volkomen eigen identiteit ontstond, tot deze volgelingen door Portugese kolonisten in de zestiende eeuw gedwongen werden zich te bekeren tot het katholicisme. Maar ook binnen het Romeinse Rijk bestonden gnostisch-christelijke stromingen, die allen door de katholieke kerkvaders verketterd en dus vervolgd werden. Ook de herinnering aan Maria Magdalena moest het ongelden. De kerkvaders stuurden systematisch het beeld de wereld in dat ze een "hoer" was, een uitdrukking die we ook nu nog gewoon zijn te horen bij fundamentalistische religieuzen als ze het over "afvallige vrouwen" hebben. Na Maria Magdalena waren de volgelingen van Valentinus de meest toonaangevende christelijk-gnostische stroming. Jesus was voor hen menselijk, de verlossing kwam door (innerlijke) kennis, niet door geloof, en zij beschouwden mannen en vrouwen als volkomen gelijkwaardig. Ze hadden priesteressen, vrouwelijke genezers en evanglisten. Dit beviel de kerkvaders niet, en die omschreven de Valentinianen als "losbandig", zoals de katholieke Kerk alles wat ze bestrijdt systematisch "barbaars" noemt. Tertullianus schrijft verontwaardigd over de gelijkwaardige rol van de vrouwen onder de gnostici:

"De ketterse vrouwen zijn zelfs brutaal genoeg - met onbedekt hoofd! - om anderen te onderwijzen, om deel te nemen aan discussies". (Tertullianus, Recepten tegen ketterij, 41)

Het succes van de christelijke gnostici was dermate groot dat de katholieke kerkvaders hen niet alleen als ketters, maar nog meer als concurrenten of rivalen beschouwden. In het latere dertiende eeuwse Zuid-Frankrijk steunden de Katharen ook in zekere mate op een gnostische traditie. De katholieke kerk organiseerde enkele kruistochten naar Zuid-Frankrijk waarbij de Katharen als volk door de katholieke kruisvaarders werden uitgemoord, en, om verdere ketterijen te voorkomen richtte de Kerk daarna de Inquisitie op.

Maria Magdalena en de gnostici waren maar één van de vele verketterde christelijke stromingen. De kerk van Jerusalem, die geleid werd door de nazaten van Jacobus, de broer van Jesus, werd eveneens als gevaarlijke dwaling gebrandmerkt. Paulus noemde hen "valse apostelen" maar van hun kant spaarden zij ook hun kritiek op de predestinatieleer van Paulus niet. Jacobus schrijft:

"Wat nuttigheid is het, mijn broeders, indien iemand zegt, dat hij het geloof heeft, en hij heeft de werken niet? Kan dat geloof hem zalig maken? (...)Het geloof zonder werken is dood."

De volgelingen van Jacobus verwierpen de ontbevlekte ontvangenis en noemden zichzelf ook geen christenen maar Ebionieten of Nazareners ("Jesus Christus" betekent "Jesus, de Messias"). Voor de bisschop Epiphanius rond het jaar 400, waren de Nazareners een soort namaak-christenen: ze spraken wel over Jesus, maar eigenlijk waren ze gewoon een Joodse sekte. De Ierse monnik Pelagius bevestigde ook "de goede werken" en stelde dat mensen door eigen keuze en vrijheid een goed leven konden leiden, maar werd door de kerkvaders eveneens verketterd, en met hem nog zo vele andere christelijke stromingen die niet pasten in dogmatiek van het Paulinische christendom van de kerkvaders, onder meer of vooral omdat ze meer nadruk legden op de menselijkheid van Jesus.

Ook de "seculiere" academici ontsnapten niet aan de terreur. Zo was er de bloedmooie, uitmuntende Alexandrijnse wiskundige en filosofe Hypatia, die grote indruk maakte en veel intellectuelen rondom zich verzamelde. Zij werd in 415 op aanvraag van de bisschop van Alexandrije, Cyrillus, door een straatbende van Nitriaanse monniken aangerand, brutaal vermoord en haar resten werden publiek verbrand, dit alles enkel en alleen omdat ze mee opkwam voor het behoud van de tempels in haar stad. Drie eeuwen later roemde een andere bisschop, Nikiu, het geweld van de "godsvruchtige monniken" en schreef hierover:

"Ze scheurden haar de kleren van het lijf en sleepten haar door de straten, totdat ze dood was. Toen brachten ze haar naar een plaats, die Cinaron heette, en verbranden haar lichaam met vuur. En het hele volk verzamelde zich om de patriarch Cyrillus en noemden hem de nieuwe Theophilus, omdat hij de laatste resten van de afgodenverering in de stad vernietigd had."

Het verhaal over de antieke godsdiensten, de niet-katholieke christenen en antieke intellectuelen is steeds hetzelfde: de bronnen drogen geleidelijk op na 400, dwz na het edict van Theodosius. De terreur ging door tot de antieke beschaving voldoende vernield was naar de zin van de katholieke kerkvaders.

Van de Constantijnen tot de Habsburgers
Om bestuurlijke redenen splitsten de katholieke Romeinse keizers hun Rijk in een West- en een Oost-Romeinse deel. In het West-Romeinse Rijk kwamen meer en meer Franken, Gothen en andere Germanen wonen. Zij maakten een akkoord met de Oost-Romeinse keizer dat die als enige erkende Romeinse keizer zou regeren, met Germaanse vazallen-koningen in het Westen. In tegenstelling tot de "Romeinse" Germanen die reeds lang de christelijke leer van het Arianisme hadden omarmd, bekeerde Clovis (een Frank uit onze Kempen) zich rechtstreeks tot het katholocisme en verklaarde amper 15 jaar na de machtsoverdracht katholicisme tot staatsgodsdienst voor de Franken.

Wanneer het Oost-Romeinse Rijk van de achtste eeuw meer en meer bedreigd werd door de groeiende invloed van de Islam, besloten de Karolingers (afkomstig van de streek rond Luik) de fakkel over te nemen. Karel de Grote werd door de paus tot Keizer gekroond van het "Heilige Roomse Rijk". Dit "Heilige Roomse Rijk" was de rechtstreekse verderzetting van het katholieke Romeinse Rijk van de Constantijnen en hun opvolgers. De religieuze terreur was er eveneens de grondslag van.

Het Heilige Roomse Rijk is meer dan een politieke constructie. Er is een ware "evolutietheorie" aan verbonden. Volgens het Paulinische christendom zal de wereld vergaan waarna Jesus zal oordelen over verlossing van de dan fysiek verrezen doden. Maar de kerkvaders zoals Tertullianus waren zo verstandig geweest te stellen dat het einde van de wereld niet zou komen zo lang de Romeinse keizers de macht in handen hadden, zo lang het Romeinse Rijk bleef bestaan. De beste manier om dit voortbestaan te garanderen was voor hen natuurlijk de bekering tot het katholocisme van alle Romeinen, bij extensie van de volledige mensheid. De ideologie ten grondslag aan het Heilige Roomse Rijk zijn de katholieke Paulinische eschatologie en bijhorende erfzonde- en verzoeningsleer.

Kortom: het bestaan van Het Heilige Roomse Rijk is de bestaansgarantie voor het voortbestaan van de wereld, als het valt of verdwijnt, komt de "Anti-Christ". Een veralgemeende kerstening is de enige manier om deze eindtijd te vermijden. Men zou niet voor minder kruistochten organiseren en een Inquisitie voor de zuiverheid van de geloofsleer in het leven roepen, tegen elke vorm van afvalligheid, afgodenverering of goddeloosheid: "Het Lot van De Wereld" hangt ervan af !!

Tijden de renaissance ontdekten vele humanisten oorspronkelijke antieke documenten en verwezen het Paulianisme naar het rijk der fabelen. Pico Della Mirandola beschouwde zichzelf als een "goed christen" maar verwierp in zijn tekst "Over de menselijke waardigheid" de erfzondeleer en onderschreef net als Pelagius de menselijke vrijheid. Voor Luther was daarentegen al dit afglijden weg van de oorspronkelijk leer er te veel aan, hij "protesteerde", riep zich uit tot enige ware katholiek en greep terug op de predestinatieleer van de vierde eeuw, van de Romeinse kerkvaders zoals Augustinus.

De macht over het Heilige Roomse Rijk was sinds de negende eeuw in velerlei handen geweest. De islam, het schisma met de orthodoxe kerk, de investituurstrijd, de renaissance, de reformatie hadden het zwaar onder druk gezet. In de zestiende eeuw zag de Habsburgse Karel V het als zijn goddelijke roeping om het terug in eer en glorie te herstellen, en legde zich toe op een imperialistische politiek. Vanaf nu werd "Het Heilige Roomse Rijk" een Habsburg Rijk. Om de godsdienstoorlogen te beslechten besluit Karel V : "Cuius regio, eius religio" , dwz de heerser van de (deel)staat bepaalt de godsdienst van zijn onderdanen. Het gevolg was een explosie van machtsstrijd om het plaatselijk gezag, met een totale versnippering tot gevolg. De keizerlijke macht verzwakte opnieuw.

De Franse revolutie bracht uiteindelijk de oplossing voor de godsdienstoorlogen met het invoeren van de scheiding tussen Kerk en Staat. Burgerrechten werden ingevoerd, in het bijzonder godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting. De Europese machten waren geschokt en vormden een Coalitie tegen de democratie. Binnen de oorlogen die de Europese grootmachten daarop voerden tegen het prille democratische Frankrijk, onderscheidde zich een jonge officier, Napoleon Bonaparte. Wanneer het nieuwe Franse regime begon te sputteren, greep hij de macht. Dit alles eerst tot groot genoegen van Europa, maar wanneer Napoleon zich tot "Tegen-Keizer" kroonde van de Habsburgse keizer, verklaarde het Habsburgse Europa hem de oorlog en viel het Frankrijk binnen.

Napoleon reageerde op deze invallen met een veroveringsstrategie, zijn militaire successen zijn verbluffend. Hij verdreef de Habsburgers uit de Nederlanden, uit Spanje en uit Italië, en trok naar Oostenrijk, waar hij op 2 december 1805 de Habsburgse legers ontmoette in de buurt van de stad Austerlitz. De geschiedenis is bekend: de Habsburgers ontbonden het Heilige Roomse Rijk omdat ze vreesden dat Napoleon zich de kroon ervan zou toeëigenen, en Napoleon versloeg de Oostenrijkse legers volkomen, ondanks een merkelijk kleinere mankracht, dankzij zijn militaire genialiteit.

Het Heilige Roomse Rijk lag in 1805 aan diggelen, het werd officieel ontbonden op 6 augustus 1806, het bestond niet meer, na 1500 jaar de wereld behoed te hebben voor de ondergang en de eindtijd: "Komt nu de Anti-Christ? Wat nu?"

Na Austerlitz
Het is duidelijk dat met de Franse Revolutie, met "1789" de seculiere moderniteit doorbrak, geboren werd in Europa. De "Coalitie tegen de democratie" van de Europese grootmachten, was ook een coalitie tegen de moderniteit. Na de definitieve nederlaag van Napoleon in 1815 in Waterloo, werd door Klemens von Metternich in de voetsporen van het Congres van Wenen de "Heilige Alliantie" opgericht. Zij omvatte een samenwerkingsverband tussen de Europese aristocratie om elke nieuwe democratiseringsgolf te fnuiken. De Heilige Alliantie was een eerste poging tot restauratie van het Heilig Roomse Rijk. Maar de democratiseringsgolf bleek onstuitbaar. In België, Griekenland, Polen, Italië werden liberale democratieën opgericht, onttrokken aan de Habsburgse invloed. De Italiaanse overheid ontnam alle grondgebied aan het Vaticaan, dat daarop volgend soldaten ronselde over heel Europa, de Zouaven, om de pauselijke bezittingen te verdedigen. De pausen verklaarden elke vorm van democratie, liberalisme en socialisme tot ketterij. Uiteindelijk werd deze zaak geregeld door Mussolini, die Vaticaansstad aan de Kerk gaf in ruil voor religieuze steun aan zijn regime. De Heilige Alliantie zelf kwam in moeilijkheden door onenigheid volgend op de emancipatie van de Balkan. Duitsland koos de kant van de Turkse Ottomanen , Groot-Brittannië en Rusland die van de Grieken.

Ondertussen werden echter andere opvolgers voorbereid voor de restauratie van het "Heilige Roomse Rijk" , namelijk het "veelvolkerenrijk" Oostenrijk-Hongarije van de Habsburgers dat ontstond na de slag bij Austerlitz. De Nederlandse liberale politicus Frits Bolkestien ziet het als voorbeeld voor een verenigd Europa. Het was een federaal land, maar kwam in conflict met de panslavische beweging van miskende deelgbieden in de Balkan die aansluiting bij Rusland zochtten. De Eerste Wereldoorlog was er het gevolg van, en ook het Keizerrijk Oostenrijk-Hongarije als restauratie van het Heilige Roomse Rijk mislukte. Rusland werd USSR, het Ottomaanse rijk werd het seculiere Turkije, Duitsland en Oostenrijk westerse democratieën.

Nog geen vijf jaar daarna richtten Habsburgse aristicraten de "International Paneuropean Union" op die een verenigd katholiek Europa nastreeft. De stichting van Opus Deï, welk katholieke lekenactivisme stimuleert, valt in dezelfde periode. Een Habsburgse intellectueel, Ludwig von Mises, legde zich toe op de ontwikkeling van een nieuw soort liberalisme, het "libertarisme" dat vooral dient om het socialisme te bekampen. De Habsburgers verkla(a)r(d)en het economisch liberalisme van Ludwig von Mises tot "enig echte" liberalisme, net zoals het katholicisme voor hen het "enig echte" christendom is. De basiswaarden van deze paneuropese beweging zijn libertarisme, katholicisme, charitas en een verenigd Europa, expliciet onder de vorm van een "Verenigde Staten van Europa".

De van Vlaams-Kretensische afkomst Richard Coudenhove-Kalergi noemt men dikwijls de peetvader van de Europese Unie omdat hij de Paneuropese Beweging startte. Hij was een zoon van een Oostenrijks diplomaat in Japan en de legendarische Ayoma Mitsuko, een Japanse aristocrate uit een samoerai-familie die men soms "de grootmoeder van de Europese Unie" noemt. De vader van Richard was anti-semiet, zo sterk dat hij er een boek over wou schrijven. Tijdens het voorbereidende werk daarvoor veranderde hij van standpunt, en huldigde voortaan de tegenovergestelde mening: de Joden zijn een superras. De toekomst van de mensheid zag hij in volledige interraciale vermenging, onder leiding van de "geestelijke aristocraten". Zijn zoon, Richard Coudenhove-Kalergi, werkte deze stellingen verder uit en promootte een soort "Abrahamistisch Philo-semitisme". Hij schreef:

"The man of the future will be of mixed race. Today's races and classes will gradually disappear owing to the vanishing of space, time, and prejudice. The Eurasian-Negroid race of the future, similar in its appearance to the Ancient Egyptians, will replace the diversity of peoples with a diversity of individuals (...)Strength of character paired with sharpness of the mind predestinates the Jews in their most excellent specimen to become the leaders of urbane humanity, from the false to the genuine spiritual aristocrats to the protagonists of capitalism as well as of the revolution." (Practical idealism 1925)

Voor hem waren islam en christendom uit de Joodse godsdienst afgeleid. Ze zijn alle drie semitische monotheïsmen en vormen één geheel. Om die visie kracht bij te zetten ontstond het "Three Faiths Forum" .

Wat vader en zoon Coudenhove-Kalergi bijzonder apprecieerden in het Jodendom, was de religieuze onverdraagzaamheid, in tegenstelling tot de laksheid vervat in de godsdienstvrijheid van het antieke Romeinse Rijk. Secularisme en "heidendom" beschouwden ze als grote gevaren. Het boek "Pan-Europa" van Richard Coudenhove-Kalergi werd gelezen door de Japanse ultra-nationalisten, die er mee inspiratie uit putten voor hun pan-Aziatisch imperialisme. Ook na de Tweede Wereldoorlog bleven deze Japanse nationalisten in nauw contact met Richard Coudenhove-Kalergi.

De Nazi’s verboden de paneuropese beweging, omdat ze zichzelf beschouwden als de echte erfgenamen van het Heilige Roomse Rijk: zij waren het waarachtige "Derde Rijk". Tegenover de ideologie van volledige raciale vermenging stelden ze raszuiverheid, tegen de ideologie van Joden als superras, anti-semitisme. Of was het omgekeerd, en was Pan-Europa een reactie op het anti-semitisme van de ariosofie van Jörg Lanz von Liebenfels, die een Arisch-christendendom propageerde, en geen "Abrahamistisch".

In beide gevallen gaat het om het herstel van het "Heilige Roomse Rijk", het herstel van "Charlemagne".

Na de Tweede Wereldoorlog nam Otto von Habsburg, de zoon van de laatste en zaligverklaarde Oostenrijks-Hongaarse Keizer Karl von Habsburg, het initiatief over van de Paneuropese Beweging en trachtte ze zo veel mogelijk te populariseren met als doel de recuperatie van in Oost-Europa aan de communistische regimes verloren eigendommen. "Van Beethoven" levert op hun aandringen het Europese volkslied, de sterren van Maria komen in de vlag, en de Europese eenheidsmunt wordt een feit. Otto von Habsburg onderhoudt een nauwe relatie met Opus Deï, gelijktijdig opgericht met "International Paneuropean Union", en met het Vaticaan. Hij zette ook in op niet-katholieke maar kapitalistische lobbygroepen zoals de Mont-Pelerin Society en schimmige verenigingen zoals het CEDI, tot zelfs geheime diensten zoals "Le Cercle" van Jean Violet. Ook de verwantschap met de moeilijk te overschatten invloedrijke families als "von Thurn und Taxis" is vermeldenswaard: die bezaten ooit het monopolie op alle postverrichtingen binnen het Habsburgse Europa.

Popularisme, personalisme, communitarisme en libertarisme werden de nieuwe filosofische hoekstenen van het "Nieuwe Heilig Roomse Rijk" ter bestrijding van alle kwaad. En wie goed kijkt, ontwaart de Anti-Christ in alle moderne zedenverwilderingen en barbarismen van onze tijd ... .

Uncle Sam en Nonkel Otto: van EU naar VSE ?
De katholieke kerk heeft al sinds haar vroegste begin een tweesporenbeleid gevolgd: bekeren om de macht te veroveren, de macht veroveren om bekering af te dwingen. Dit tweesporenbeleid heeft uiteraard alleen zin als die centrale macht bestaat, en dus ijveren de nieuwe erfgenamen van het Heilige Roomse Rijk voor een "Verenigde Staten van Europa" naar analogie met de USA. En zo komen we bij het begin van deze bijdrage: gaan we naar een Euro-chauvinisme, naar een Euro-patriottisme ? Komt er een "Nonkel Otto" als tegenhanger van "Uncle Sam" ?

In het reeds vermeldde boek "Pan-Europa" uit 1923, stelt Richard Coudenhove-Kalergi volgende vraag:

"L'Europe, dans son morcellement politique et économique, peut-elle assurer sa paix et son indépendance face aux puissances mondiales extra-européennes qui sont en pleine croissance?"

De Fransman Edouard Hériot, en de Engelse Winston Churchil, eveneens voorstanders van een Nieuwe Aristocratie als leiders voor de "Verenigde Staten van Europa", traden hem bij. Een verenigd Europa als bescherming tegen een gemeenschappelijke vijand, het beeld is niet meer weg te denken uit de discours van de Europese top. Ook de socialistische intellectueel Jürgen Habermas is gewonnen voor de oprichting van de "Verenigde Staten van Europa" , om gelijkaardige redenen, dat een verenigd Europa beter stand kan houden tegen bedreigingen allerlei.

Welke bedreigingen?

Richard Coudenhove-Kalergi zal wel de huidige groeilanden niet in gedachten gehad hebben, maar wel de toenmalige, dwz de USA en Japan. En vooral: het secularisme, het atheïsme, het "consumerisme". Richard Coudenhove-Kalergi wou de terugkeer van een uniform katholiek Europa "omdat het Joods was", een creatie van een superras. De invulling "de vijanden van Europa" is veranderd door de jaren, de rethoriek is dezelfde gebleven: het blijft een katholiek gevecht voor de "enig echte waarheid", en tegen ketters en barbaren.

Jürgen Habermas ziet vooral de USA als bedreiging en wil daarom een eigen Europees leger dat als vanzelfsprekend humanitair zal zijn. Hij is ook bang van een komende clash van beschavingen, waarin een verenigd Europa zich beter zou kunnen profileren, en ook de sociale zekerheid kan voor hem alleen gevrijwaard door de nieuwe superstaat Europa. De wortels van de Europese democratie zijn voor Habermas katholiek, en hij treedt daarme het discours van Joseph Ratzinger bij over het christendom als uitvinder van de democratie. Nog geen eeuw geleden verketterden de pausen de democratie als des duivels, maar kom, over details moet men niet vallen. Andere socialisten omarmen de Europese moslimgemeenschap en verlaten eveneens zo hun relatie tot de Verlichting. Klasseneenheid gaat voor hen boven alles: het Europese socialisme islamiseert, sommige moslims zien de socialistische klassensrijd als een nieuwe Heilige Oorlog, als een nieuwe Jihad. Ook de socialistische fractie is in de ban het huidige Europese Abrahamisme.

Nicolas Sarkozy profileert zich op dit ogenblik als "Le Charlemangne du temps moderne" . Het vermijden van Euro-kritische referenda is zijn doel, het scheppen van een Europese identiteit zijn middel. Daarbij schuwt hij het politiek opportunisme niet en stelt hij op vraag van katholieke traditionalisten de typische Franse "laïcité" in vraag. De Euro-renaissance van de Euro-identiteit behoort bij de Euro-geschiedenisvervalsing van Nicolas Sarkozy, maar beoogt vooral elke vorm van burgerdemocratie onmogelijk te maken. Als de burgers zich Europees voelen, stemmen ze niet meer "tegen" : weeral een probleem minder voor wie graag president van de Verenigde Staten van Europa wil worden.

De Europese Unie lijkt wel een "Groot Beieren". Het zijn meer en meer de Habsburgers als industriëlen en Joseph Ratzinger als paus, die de toekomst van Europa bepalen: een "Europa der Volkeren" een "Intercultureel-Europa" , waar Volkeren "als partners en niet langer als rivalen leven", en vooral: waarin de mens als individu, als burger helemaal niet telt en zonder waarde is.

Wat is er mis met het Habsburgse "volkerendenken" dat Europa beheerst sinds de godsdienstvrede van Augsburg in 1555 ? Er bestaan zeker vele etnieën, volkeren, maar de idee dat men die netjes en zuiver op één grondgebied kan samenbrengen, is een gevaarlijke illusie. Door diaspora en migraties zijn vele inwoners over de aarde verspreid, en omgekeerd hebben vele gebieden altijd vele nieuwkomers ontvangen. Elke regio op aarde, elk "territorium" is principieel multi-etnisch, multi-cultureel, zelfs "multi-raciaal". Een "Volk" als eenduidige verbinding tussen "volk en territorium", "volk en staat" , is een utopie, dwz een dwangtoestand. Het territorilaiteitsbeginsel is een ongeschikt instrument tot pacificatie, want het veroorzaakt interne machtsstrijd. Wie de macht heeft, bepaalt in deze ideologie immers de cultuur. Volkeren die op eigen houtje samenwerkingsverbanden beginnen af te sluiten met "bevoorrechte" partners binnen de EU, brengen de machtsevenwichten daarvan in gevaar: in die zin brengt de EU zichzelf in gevaar door volkerendenken te promoten. Volkerendenken voor de enen is macht voor de anderen, dwz het komt meestal alleen de plaatselijke elites ten goede, en waarschijnlijk is dat ook de bedoeling ervan. Volkerendenken kan ook aanleiding geven tot genocide of andere ontsporing van geweld, wanneer de perceptie bestaat dat het eigen volk uitverkoren en de andere, of een ander volk "minderwaardig" is. Als er al iets ontvoogdends is aan volkerendenken, dan kan die emancipatie ook bereikt worden langs de weg van gerespecteerde burgerrechten. Het ontbinden van de ene natie, kan ook een politiek machtsmiddel zijn van landen die wel hun eenheid bestendigen: het valt op dat Duitsland herenigt terwijl de Balkan versnippert. Het belangrijkste probleem van volkerendenken is echter de eraan inherente miskenning van "het recht op afvalligheid" . Volkerendenken is een soort predestinatieleer, en zo merken we weer dat Europa een katholiek-libertarisch project is.

Het Habsburgse Europa stelt zich voor als libertarisch, christelijk, "sociaal" en europees. Wat is het tegendeel daarvan? Een "socialistische", seculiere, barbaarse nationalist: de Anti-Christ van de 21ste eeuw. Of gewoon iemand die andere "normen en waarden" heeft, zoals diegenen die een niet-christelijk humanistisch overheidsbeleid binnen een lekenstaat onderschrijven. Om die buiten te houden promoot het Habsburgse Europa een zuiverheidsbeleid voor een katholieke Europese monocultuur, dat het dit jaar promoot met "Het Jaar van de Interculturele dialoog". Daarmee willen Europese politici als Nicolas Sarkozy de basis leggen van een Europees nationalisme, als opstapje naar een Verenigde Staten van Europa, naar "Nonkel Otto". Van waarachtige redelijke individuele zelfbeschikking zal daarin weinig sprake zijn, zo min als dat was in het "Heilige Roomse" Europa van de laatste 1700 jaar.

Een en ander verklaart de ambivalente houding van de Europese Unie tegenover islam en tegenover separatisme. Juan Carlos, de koning van Spanje is een Habsburger, en dus is separatisme in Spanje onwenselijk en kiest men voor autonomie van deelgebieden. Servië daarentegen heeft van oudsher en Slavisch verband met Rusland, en kan best versnipperd worden, en dus steunt de Europese Unie Kosovaars separatisme. De Europese Habsburgse industriëlen hebben migranten als werknemers nodig, dus stuurt de Europese Unie in navolging van de paneuropese beweging aan op een "interreligieuze dialoog", maar wel uitsluitend tussen de drie Abrahamistische godsdiensten. Anderzijds zijn vele traditionalistische katholieken bang voor de "islamisering" van Europa", en wordt er daarom de nadruk gelegd op inburgering en op de katholieke wortels van de Europese identiteit. Het gevolg is dat drie grote politieke stromingen (christendemocraten, liberalen en socialisten) een opportunistische houding ontwikkelen tegenover levensbeschouwelijke kwesties. Het Vaticaan geeft zich uit voor uitvinder van de democratie, de liberalen omarmen de conservatieven, en de socialisten dingen naar de gunst van de moslimgemeenschap. Het gevaar daarvan is dat levensbeschouwelijke en morele kwesties irrelevant worden, met ontmenselijking tot gevolg.

De drie grote Europese fracties blijken aldus uit de hand te eten van de Habsburgse industriëlen en politici. Samen zien ze geen problemen in een nieuwe theocratisering van Europa. Nochtans ligt de basis van de democratie in het modernisme, in het Verlichtingsdenken, in "1789".

De ziel van "1789": de geboorte van een democratische lekenstaat
De scheiding van Kerk en Staat is de kern van Franse revolutie. Die ontnam aan de Inquisitie alle wereldlijke macht en gaf bestaansrecht aan al wie door de Kerk gediaboliseerd werd. Daarbij werden burgerrrechten en burgerlijke vrijheden wettelijk verankerd, zoals de godsdienstvrijheid en de vrije meningsuiting. Die burgerrechten maken duidelijk dat ieder mens het recht heeft een leven te leiden naar eigen inzicht, zich vrij een mening te vormen en die vrij te uiten, zonder vrees voor intimidaties of andere schadelijke effecten. "1789" bevestigde de zelfbeschikking van elk individueel burger in zoverre die geen inbreuk betekent op punten van algemeen recht, zo lang die niet strijdig is met de mensenrechten. Die mensenrechten zijn noodzakelijk twee-aan-twee contradictorisch, zodat elke afweging steeds in een context geplaatst moet worden.

De Fransen hebben met schade en schande moeten ondervinden dat het concept "Burgerrechtenbeweging" geen synoniem is voor het concept "Burgerbeweging". Een burgerbeweging gaat immers uit van het dualisme tussen elite en volk (= "de burgers"), en is geneigd een soort a priori waardigheid of onwaardigheid toe te kennen aan mensen naar gelang hun klasse of andere plaats in de samenleving. Een burgerrechtenbeweging geeft waardigheid aan iedereen, arm of rijk, machtig of onmachtig, man of vrouw, religieus of areligieus, maar geeft ook de mogelijkheid van onwaardig gedrag aan iedereen. Niemand is waardig of onwaardig door zijn afkomst, iedereen kan zich waardig of onwaardig gedragen, tot welke groepen men ook behoort.

Niemand of geen instelling heeft een monopolie op de menselijke waardigheid, dwz menselijke waardigheid is universeel en niet cultuurgebonden. Niemand heeft het recht menselijke waardigheid alleen aan de eigen groep toe te kennen, ook of vooral het Vaticaan niet wanneer het met het huidige personalisme die waardigheid alleen aan katholieken toekent of voorbehoudt. De morele beslissing tot waardig gedrag komt toe aan de individuele mens, die daartoe de gewaarborgde beslissingsruimte nodig heeft. Die wettelijke garantie van de individuele levensinvulling komt toe aan elk burger, niet alleen de armen maar ook de rijken, niet alleen de rijken maar ook de armen, zijn burgerrechten. Een Europa van burgers is een confrontatie van gedachten en van ideeën, niet van "Volkeren" of elites, maar van mensen. Het spreekt vanzelf dat deze rechten minstens ten dele positieve, proactieve rechten zijn, maar anderzijds is het onmogelijk een begrip als "gelijke kansen" te definiëren. Wat wel mogelijk is het wegwerken van manifeste discriminaties. Ook het "gelijke kansen beleid" is een Habsburgse utopie, gebouwd op de ideologie van de gelijkvormigheid dat "elk gelijk is voor God", op het solafideïsme van Paulus en Augustinus.

"1789" plaatste de verankering van de burgerlijke vrijheden en rechten in een democratische lekenstaat centraal. Het is die verankering van de seculariteit die tot op vandaag door het Habsburgse Europa bestreden wordt. Lekenstaten zijn als natiestaten legale kaders die de duurzame en authentieke godsdienstvrijheid mogelijk maken en garanderen. De lekenstaat is de kern van multicultureel burgerschap, waar etnisch-fundamentalisme en racisme zich terugplooien op een plaatselijke of oorspronkelijke monocultuur, het interculturalisme een soort "omgekeerd racisme" omvat dat een eenheidsworst-monocultuur nastreeft, en multicultureel tribalisme de onoverschatbare waarde vergeet van de lekenstaat als modern pacificatie-instrument van religieuze conflicten.

Men spreekt over "actief pluralisme" als alternatief voor de democratische lekenstaat.

Godsdienstvrijheid wordt niet bereikt door het "gelijk steunen" van "alle godsdiensten" zoals de leer van het actief pluralisme wil. Het begrip "gelijk steunen" is allerminst duidelijk en "alle godsdiensten" nog minder. Bij nader toezien blijkt het hier weerom in hoofdzaak om de abrahamistische religies te gaan. Maar ernstiger is dat deze "gelijke" benadering elke gerechtvaardigde en objectiverende cultuurkritiek verwerpt, zodat er niets minder dan een dekmantel voor wantoestanden uit kan ontstaan. Door zulk relativisme verschuift gerechtvaardigde cultuurkritiek naar de culpabilisering van wie zich tegen religieus misbruik verzet: alle godsdiensten "komen uit één bron", er is op zich immers niets verkeerds mee en dus ligt alle schuld bij de perceptie van de "onverdraagzame" die "bijgewerkt" moet worden. De taak van de overheid is echter niet het "gelijk steunen van godsdiensten", maar wel duidelijkheid en veiligheid creëren door zero-tolerantie tegenover fundamentalisme, waardoor de overheid elk burger in zijn vrije keuze beschermt voor het machtsmisbruik en het geweld dat uit fundamentalistisch extremisme voortkomt.

Godsdienstvrijheid in de betekenis van de democratische lekenstaat stelt menselijk welzijn centraal en garandeert het in een humanistische samenleving.

De lekenstaat beschermt de godsdienstvrijheid en het recht op afvalligheid van àlle burgers, niet alleen van enkele groepen die zich uitverkoren wanen, en maakt daardoor vreedzame coëxistentie mogelijk. Het is aan de overheid om de integriteit van de burger in zijn zingevingsproces te beschermen, het is aan de burger zelf om zijn levensvisie te ontwikkelen, los van overheidsbemoeienis. Actief pluralisme daarentegen is enerzijds een gevaarlijk ontmenselijkend relativisme, anderzijds een recept voor een repressieve en betuttelende nieuwe "geloofszuiverheid" van een fusiecultuur. De doctrine van het "actief pluralisme" is een nieuwe religie, oude wijn in nieuwe zakken, gebaseerd op het geloof in de "levensbeschouwelijke onkunde" van de individuele mens. Of, anders gezegd: actief pluralisme is helemaal geen pluralisme, maar bedrog.

Uit de scheiding van Kerk en Staat volgt ook de erkenning van het belang van wetenschap, van logische consistentie en objectivisme in conflict- en geweldhantering. Meningsverschillen kunnen immers geheel of gedeeltelijk bekeken worden vanuit het perspectief van feitelijke waarheid. Dat perspectief maakt een rechtvaardig oordeel mogelijk, dat loutere machtsmanipulaties overstijgt. De mogelijkheid tot wetenschappelijke en morele objectivering is een conditio sine qua non voor pacificatie.

Opdat iemand een grondig gefundeerde mening zou kunnen opbouwen, heeft hij daartoe het nodige materiaal en de nodige middelen nodig. Naast het garanderen van levensbeschouwelijke veiligheid is de tweede rol van de overheid in verband met godsdienstvrijheid het ter beschikking stellen van informatie en middelen waardoor de burgers hun eigen zingeving kunnen ontplooien. De burgers van hun kant genieten volle vrijheid daarvan gebruik te maken: gedwongen levensbeschouwelijk-oriënterende initiatieven waarin voorgekauwde dooddoeners onder het mom van cultuurwetenschap worden gepresenteerd, zijn propaganda en dus uit de boze. Het doel van de lekenstaat is authenticiteit.

Een bakker heeft tenslotte beter 10 trouwe klanten dan 1000 die af en toe eens komen proeven. Interculturalisme en actief pluralisme zijn synoniemen voor vervluchtiging van oorspronkelijkheid en eigenheid. Actief pluralisme misbruikt religie en de religieuze beleving voor politieke doeleinden, meestal eufemistisch omschreven als "samenlevingsopbouw". Politieke integrisme en oppervlakkigheid zijn het gevolg, waarbij de echte diepere betekenis van teksten en rituelen verloren gaat. Multicultureel burgerschap in het kader van een democratische lekenstaat is alles behalve "grijs", maar wel postief vrij.

Zingeving, levensoriëntatie en levensbeschouwing zijn een individuele aangelegenheid. Dat wil niet zeggen dat ze in een sociaal vacuüm groeien, noch dat het onwensleijk zou zijn te behoren tot levensbeschouwelijke of religieuze gemeenschappen of organisaties. Dit betekent wel dat zingeving een individuele keuze is en blijft: wat inhoud, beleving en vormgeving betreft, als ook wat betreft de keuze tot een levensbeschouwelijke organisatie toe te treden of die te verlaten. De kinderdoop overtreedt deze principes omdat de baby daarbij zonder zijn instemming wordt opgenomen in de "Naam van God", dwz in de kerkgemeenschap. Het basisconcept van "actief pluralisme" schendt eveneens de individuele zelfbeschikking omdat het uitgaat van gedwongen dialoog tussen geloofsgemeenschappen, en niet tussen burgers. Ook hierbij merkt men dat actief pluralisme een soort religie is die redeneert in met elkaar confronterende kerken en niet in mensen of burgerrechten.

Samenvattend kan ik stellen dat "actief pluralisme" een dubbel probleem bevat door kritiekloos relativisme tegenover wantoestanden enerzijds en door de potentiële promotie van religieus integrisme anderzijds, en het is daarom een gevaar voor de religieuze pacificatie binnen de samenleving. Multicultureel burgerschap heeft die probleempunten niet, en is dus een adequater beleidsinstrument.

"1789" betekende de geboorte van de legale waarborg van de redelijke zelfbeschikking van de individuele burger. Het is die erfenis die we best koesteren, en we vermijden zeker best het kind met het badwater weg te gooien, zoals op dit ogenblik door niet weinigen wordt gevreesd. Omwille van de toenemende theocratisering van Europa, geven meer en meer burgers geven het signaal dat de scheiding van Kerk en Staat te weinig naar waarde wordt geschat.

Naar een Europese en internationale burgerrechtenbeweging
De koloniale wereldorde heeft afgedaan, de vraag is wat ervoor in de plaats komt. Municipalisme, een wereld van stadstaten, is een utopie, omdat die steeds zal samengaan met een of andere vorm van totalitaire wereldregering. Sommigen streven naar een werelddemocratie, anderen naar een totaal globaliserend kapitalisme. Hierbij stelt de Europese Unie zich graag op als een verdediging tegen een gezamenlijke (externe) vijand.

De drie valkuilen voor de toekomst zitten echter binnen Europa zelf: het zijn totalitaire democratie, volkerendenken en meedogenloos hyperkapitalisme. Beide laatste staan in functie van industriële elites.

Als een Europa of wereld "der Volkeren" een ongepast inadequaat antwoord op deze nieuwe toestand omvat, wat is dan wel een alternatief dat het welzijn van de burgers respecteert? Een Nieuwe Wereldorde vraagt een nieuwe maatschappijstructuur, maar welke?

Het alternatief voor een "Europa der Volkeren" is een "Europa van burgers" die democratische vertegenwoordigd zijn in een gelaagdheid van bestuursniveaus, waarbij bevoegdheden worden verdeeld volgens het criterium van efficiëntie met het oog op mensenrechten. Burgerrechten worden gemaximaliseerd, het territorialiteitsbeginsel geminimaliseerd. Alle niveaus zijn tussenniveaus, en hebben allen bestaansrecht in zoverre ze redelijk gefundeerd kunnen worden. Het nationale niveau bepaalt de soevereiniteit van het land, waarvan de redelijke zelfbeschikking van de burgers de spiegel is. Soevereiniteit en nationaliteit hoeven dus niet volledig te verdwijnen. Deze internationale politieke stratificatie, mensenrechtelijk-georiënteerde subsidiariteit, of kortweg "gelaagdheid" als alternatief voor volkerendenken zou er bij voorbeeld zo kunnen uitzien:

Verenigde Naties -> Landenbond -> Natie -> Regio -> Provincie -> Arrondissement -> Stad -> District -> burger, en omgekeerd

Aldus ontstaat een samenleving gebouwd op door bestuurlijke gelaagdheid gegarandeerde burgerrechten. Om deze bestuurslagen goed te laten functioneren is het nodig het begrip democratie te verdiepen, zodat alleen gegronde voorstellen het beleidsniveau halen, maar waarbij door de bestuurders ook de nodige aandacht gegevens wordt aan gegronde bezwaren vanuit de bevolking.

Eén Europees woordvoerder kan interessant zijn om de communicatie te stroomlijnen, maar als het op beleids- en beslissingsbevoegdheden aankomt, is een president voor Europa onwenselijk. Elkaar overlappende bestuurskringen zijn beter in staat een diversiteit aan meningen en inzichten op een creatieve wijze te bundelen, en voorkomen maatschappelijke polarisering voor of tegen het presidentieel beleid.

Centraal blijft daarbij de gedachte dat de menselijke waardigheid toekomt aan alle mensen, dus ook aan niet-katholieken of aan niet-Europeanen, en omgekeerd, dat alle mensen "in staat" zijn tot onwaardig gedrag, dus ook katholieken en Europeanen. Menselijke waardigheid en mensenrechten zijn verbonden aan het menselijke individu, aan de burger, aan zijn menselijke behoeften. Kortom: een burgerrechtenbeweging als universeel en individueel humanisme, dat een passend alternatief biedt voor de valkuilen van het totalitarisme, fundamentalisme en egoïsme die vandaag de Europese Unie kenmerken.

Het concept van de democratische lekenstaat is daarbij letterlijk van levensbelang. Laat ons het koesteren en laat ons ontgroeien aan de schaduw van de restauratiepogingen van het Heilige Roomse Rijk, ook al noemt men die restauratiepogingen bij wijze van "alleenzaligmakende" namaak-verdraagzaamheid "actief pluralisme".

This page is powered by Blogger. Isn't yours?