29 februari, 2008
DE NAWEEËN VAN AUSTERLITZ
IN HET EUROPA VAN DE TOEKOMST
ce n'est pas défendre une doctrine,
c'est tuer un homme.
(Sébastien de Castellion, 1553)
Het klinkt allemaal wondermooi, maar het is het niet. Hoe zou Europa immers een mooie toekomst kunnen tegemoet gaan, als die toekomst gebouwd wordt op leugen en bedrog? In zijn toespraak in Straatsburg op 2 juli 2007 neemt Nicolas Sarkozy een ferm loopje met de geschiedenis wanneer hij stelt:
"Qu’est-ce que l’idéal européen ? C’est la volonté de dresser l’Europe contre la mort d’une certaine idée de l’homme et de la civilisation dont la menace fut d’abord dans la succession des guerres civiles européennes puis dans la guerre froide, et qui se trouve aujourd’hui dans le risque d’aplatissement du monde global et dans les crispations identitaires qu’il provoque. Voilà ce que c’est, l’idéal européen. "
Zonder blikken of blozen stelt Nicolas Sarkozy de Duits-Franse en de Wereldoorlogen voor als "Europese burgeroorlogen" , interne incidenten dus. De tentoonstelling spreekt dan weer over "50 jaar geschiedenis". Dit is bijzonder bedenkelijk, want de geschiedenis van Europa begint in het jaar 180, bij de dood van Marcus Aurelius. Het gegoochel met feiten en identiteiten door de top van Europa is geen onschuldig academisch tijdverdrijf. Wat voorbereid wordt, zijn het gekneed zelfbeeld en de gecontroleerde levensomstandigheden van de toekomstige Europeaan. Anders gezegd: welk leven heeft Europa voor ons in petto, wat staat ons te wachten? En verder: hoe kunnen we daar een houding tegenover aannemen, en welke, met het oog op een waardig en menselijk leven? Laten we daarom eerst een vollediger "verhaal van Europa" vertellen.
Het Romeinse Rijk is nooit gevallen
Het beeld van Romeinen die zich dag in dag uit te buiten gingen in seks- en eetorgieën, zich vergaapten op voor de leeuwen gesmeten vervolgde christenen, en die kikten op elkaar gruwelijk afmakende gladiatoren, tot hun decadent imperium onder de voet gelopen werd door massa’s "barbaren", is op zijn zachtst gezegd een karikatuur die behoort tot de katholieke "historiografie" en kerkelijke propaganda. Deze scheefgetrokken maar gangbare voorstelling over de Romeinse samenleving, levendig aanwezig in onze geesten, behoort bij het Rome rond de eerste eeuw: Caesar en Cleopatra, Nero en Calligula, Ben Hur, de recente peperdure BBC-serie "Rome" en, Asterix, uiteraard. Maar daar staat tegenover dat het "officiële" einde van het West-Romeinse Rijk slechts op 4 september 476 kwam, dwz 400 jaar later. Wat gebeurde er ondertussen? En wat gebeurde er in dat andere Romeinse Rijk, het Oost-Romeinse Rijk? Het woord dat wij voor die laatste hebben uitgevonden, "Byzantijnen", is recent en onterecht. Het begrip was de inwoners van het Oost-Romeinse Rijk volkomen vreemd. Zij waren, bleven, spraken over en zagen zichzelf als Romeinen.
Er is dus iets grondig mis met de gangbare voorstelling van het Romeinse Rijk.
Machtsstrijd was de regel in het antieke Rome, in het bijzonder tussen de republikeinen en de populisten. Caesar, een populist, won de burgeroorlog, werd vermoord omdat hij koning wou worden, en bracht zo de eerste "augustus" of "princeps" voort: zijn adoptiefzoon Octavianus. Die princeps moeten we ons niet voorstellen als een "keizer" maar als een "verhevene president voor het leven". Het systeem van opvolging bleek duidelijk: de "princeps" zocht en koos een geschikte opvolger, adopteerde die, en de de zaak was geregeld. Soms bleek dit een vergissing, zoals bij Nero en Calligula, andere "principi" waren goede bestuurders, naar Romeinse normen dan. De macht van en in het Romeinse Rijk was gebaseerd op brutale onderwerping en zelfs genocide, maar voor wie die macht aanvaardde bood de "Pax Romana" bescherming en godsdienstvrijheid.
Aan deze reeks komt een einde in 180 bij de dood van Marcus Aurelius, de "laatste" Romeinse "keizer". Om minder bekende redenen had die geen adoptief zoon als opvolger aangeduid (misschien omdat hij opstand vermoedde, misschien vond hij er geen, misschien werd hij gedwongen ?), maar wel zijn eigen zoon. Het gevolg van die beslissing was honderd jaar permanente burgeroorlog. Het leger wou zijn kandidaat, de senaat de hare, de zonen waren ambitieus, alsook wie vond dat hij adoptiefzoon had kunnen worden, en ook de katholieke Kerk had een oogje op de macht. De burgeroorlog bracht het Rijk economisch aan de grond, tot Diocletianus macht genoeg verwierf om alle tegenstanders te verslaan en hervormingen door te voeren. Eén daarvan was het uitroepen van de keizer-cultus tot staatsgodsdienst. Wanneer Diocletianus zich terugtrok, barstte de burgeroorlog opnieuw uit, met meer en meer het katholicisme als inzet. Constantijn I kwam als winnaar uit die strijd. Hij bewaarde het concept staatsgodsdienst, maar verving de keizer-cultus door het katholicisme. Rond het jaar 300, een kleine 200 jaar voor de "officiële val", had de katholieke Kerk de burgeroorlog om de macht gewonnen en werd het katholicisme staatsgodsdienst in het Romeinse Rijk, in een samenleving die nog geen 20% christenen telde, laat staan katholieken.
De gevolgen zouden rampzalig zijn voor Europa.
Het katholicisme als staatsgodsdienst rond 300 betekende immers het startschot voor de installatie van een katholiek religieus terreurbewind, dat zowel de antieke cultuur van de aardbodem zou vegen, alsook elke van de tientallen niet-katholieke maar authentiek-christelijke religies. "Heidendom" en "ketterij" werden het doelwit van gewelddaden van de bisschoppen, die zich, zoals in Alexandrije, om de inwoners godsvruchtigheid bij te brengen, bedienden van straatbendes bestaande uit monniken van de kloosters in de Wadi El-Natrun-woestijn (de volgelingen van de heremiet Antonius). Tempels werden kort en klein geslagen, bibliotheken verbrand, sportieve spelen afgeschaft, beelden vernield, mensen vermoord, alles in naam van het "katholikos", de "Enige Waarheid" . Niet-katholieke christenen, die eerder nog te lijden hadden gehad onder de christenvervolgingen van de "antieke Romeinen", werden nu door de "katholieke Romeinen" vervolgd wegens "afwijkend geloof" of "anathema". Vanaf 24 februari 391, na het edict van de keizer Theodosius I op aansporen van de Roomse Bisschop Ambrosius, was elke vorm van godsdienstvrijheid uit het Rijk verdwenen.
Dit religieus terreurregime van de Romeinse katholieke keizers, is het fundament van wat wij de Europese "beschaving" noemen.
In het Oost-Romeinse Rijk werd het bewaard tot in de vijftiende eeuw, waarna Rusland de fakkel wou overnemen: keizer heette er "Tsaar". Ook het Ottomaanse rijk zette de tradities en de structuur verder, maar verving katholicisme (ondertussen "orthodox"-katholiek) door de islam. In het Westen werd het Romeinse Rijk overgenomen door de tot het katholicisme bekeerde Clovis (500), later door de Karolingers (800), en tenslotte door de Habsburgers (1500). Maar daarbij heette het niet meer "Romeinse Rijk" maar "Heilige Roomse Rijk".
De antieke beschaving: met de grond gelijk gemaakt
Ondanks de grondigheid waarmee de katholieke keizers getracht hebben alle niet-katholieke cultuurelementen te vernietigen, blijkt uit historisch en archeologisch onderzoek van een ontelbare hoeveelheid slachtoffers en van uitgebreide onderwerpen, de indringendheid van de katholieke terreur en van het bijhorend vandalisme beginnend in de vierde eeuw. Ik wil slechts drie voorbeelden vermelden.
De cultus van Egyptisch godin Isis was wijd verbreid over het Romeinse Rijk. Tot in Groot-Brittannië stonden tempels die Romeinen aan haar opdroegen. Ze werd apart vereerd, of in drie-eenheid samen Serapis (een hellenistische synthese godheid afgeleid van Osiris) en Horus, hun kind. Het oorspronkelijke verhaal gaat dat Isis' man Osiris door zijn broer werd vermoord, in veertien stukken gehakt en in de Nijl gegooid. Isis kon dertien stukken van het lichaam van haar echtgenoot terugvinden, maar het veertiende ontbrak: zijn penis. Daarom maakte Isis een penis van goud om het lichaam van haar man te vervolledigen waarna ze hem weer tot leven wekte. Ze werd zwanger en kreeg een kind, Horus. Osiris werd daarna god van de onderwereld, en Isis voedde haar zoon alleen op. Isis werd als godin van de helende levenslust vereerd, en cultus die ten volle universeel was, voor mannen en vrouwen, voor arm en rijk, voor aristocraten, burgers, en slaven. Bij zeelieden was ze zeer geliefd. De volgelingen volbrachten rituelen met vuur, water en wierook, zich terugtrekkend in hun innerlijke spiritualiteit. Alexander de Grote bracht een hellenistische versie van Osiris: Serapis. Een tempel aan hem gewijd heette "serapeum" , en die tempels waren om ter mooist. Het serapeum van Alexandrije behoorde tot de mooiste gebouwen van de antieke oudheid. Er was een aanzienlijke binn
enkoer waarrond de vertrekken van de priesters, priesteressen en bezoekers stonden. Mensen sliepen in de tempel met de hoop op genezing, of op een droom die hen op de weg daar naartoe zou brengen. Er stond een groot beeld van Serapis, gemaakt van hout, metaal en stenen in bonte kleuren. Aan de voet van het beeld stonden banken waar de volgelingen konden mediteren over de vriendelijke god die hen welgezind was. De tempel bevatte ook een belangrijk deel van de Alexandrijnse bibliotheek, ter studie. Rond 391 kwam het bevel van Theophilus, "Hij die God bemint", de bisschop van Alexandrije, om de tempel te vernietigen, wat er een belegerde burcht van maakte. Straatbendes van Nitriaanse monniken slaagden erin de verdediging te doorbreken, vernielden de altaren, de prachtige deuren, en sloegen alles kort en klein waar ze aankonden. Ze vernielden het beeld van Serapis en verbrandden alle stukken. De Isis-tempels ondergingen een gelijkaardig lot. De laatste tempel van Isis op het Egyptische eiland Philae, werd door katholieke keizers gesloten rond het jaar 600, en omgebouwd tot een kerk.
Maria Magdalena was naar alle waarschijnlijkheid de meest uitmuntende leerling van Jesus, en misschien ook zijn levensgezellin. Door Petrus werd ze verworpen, door Paulus gehaat, maar samen met Thomas vertegenwoordigde ze het begin van de gnostische stroming in het christendom. Thomas vertrok naar India, waar een christendom met volkomen eigen identiteit ontstond, tot deze volgelingen door Portugese kolonisten in de zestiende eeuw gedwongen werden zich te bekeren tot het katholicisme. Maar ook binnen het Romeinse Rijk bestonden gnostisch-christelijke stromingen, die allen door de katholieke kerkvaders verketterd en dus vervolgd werden. Ook de herinnering aan Maria Magdalena moest het ongelden. De kerkvaders stuurden systematisch het beeld de wereld in dat ze een "hoer" was, een uitdrukking die we ook nu nog gewoon zijn te horen bij fundamentalistische religieuzen als ze het over "afvallige vrouwen" hebben. Na Maria Magdalena waren de volgelingen van Valentinus de meest toonaangevende christelijk-gnostische stroming. Jesus was voor hen menselijk, de verlossing kwam door (innerlijke) kennis, niet door geloof, en zij beschouwden mannen en vrouwen als volkomen gelijkwaardig. Ze hadden priesteressen, vrouwelijke genezers en evanglisten. Dit beviel de kerkvaders niet, en die omschreven de Valentinianen als "losbandig", zoals de katholieke Kerk alles wat ze bestrijdt systematisch "barbaars" noemt. Tertullianus schrijft verontwaardigd over de gelijkwaardige rol van de vrouwen onder de gnostici:"De ketterse vrouwen zijn zelfs brutaal genoeg - met onbedekt hoofd! - om anderen te onderwijzen, om deel te nemen aan discussies". (Tertullianus, Recepten tegen ketterij, 41)
Het succes van de christelijke gnostici was dermate groot dat de katholieke kerkvaders hen niet alleen als ketters, maar nog meer als concurrenten of rivalen beschouwden. In het latere dertiende eeuwse Zuid-Frankrijk steunden de Katharen ook in zekere mate op een gnostische traditie. De katholieke kerk organiseerde enkele kruistochten naar Zuid-Frankrijk waarbij de Katharen als volk door de katholieke kruisvaarders werden uitgemoord, en, om verdere ketterijen te voorkomen richtte de Kerk daarna de Inquisitie op.
Maria Magdalena en de gnostici waren maar één van de vele verketterde christelijke stromingen. De kerk van Jerusalem, die geleid werd door de nazaten van Jacobus, de broer van Jesus, werd eveneens als gevaarlijke dwaling gebrandmerkt. Paulus noemde hen "valse apostelen" maar van hun kant spaarden zij ook hun kritiek op de predestinatieleer van Paulus niet. Jacobus schrijft:
"Wat nuttigheid is het, mijn broeders, indien iemand zegt, dat hij het geloof heeft, en hij heeft de werken niet? Kan dat geloof hem zalig maken? (...)Het geloof zonder werken is dood."
De volgelingen van Jacobus verwierpen de ontbevlekte ontvangenis en noemden zichzelf ook geen christenen maar Ebionieten of Nazareners ("Jesus Christus" betekent "Jesus, de Messias"). Voor de bisschop Epiphanius rond het jaar 400, waren de Nazareners een soort namaak-christenen: ze spraken wel over Jesus, maar eigenlijk waren ze gewoon een Joodse sekte. De Ierse monnik Pelagius bevestigde ook "de goede werken" en stelde dat mensen door eigen keuze en vrijheid een goed leven konden leiden, maar werd door de kerkvaders eveneens verketterd, en met hem nog zo vele andere christelijke stromingen die niet pasten in dogmatiek van het Paulinische christendom van de kerkvaders, onder meer of vooral omdat ze meer nadruk legden op de menselijkheid van Jesus.
Ook de "seculiere" academici ontsnapten niet aan de terreur. Zo was er de bloedmooie, uitmuntende Alexandrijnse wiskundige en filosofe Hypatia, die grote indruk maakte en veel intellectuelen rondom zich verzamelde. Zij werd in 415 op aanvraag van de bisschop van Alexandrije, Cyrillus, door een straatbende van Nitriaanse monniken aangerand, brutaal vermoord en haar resten werden publiek verbrand, dit alles enkel en alleen omdat ze mee opkwam voor het behoud van de tempels in haar stad. Drie eeuwen later roemde een andere bisschop, Nikiu, het geweld van de "godsvruchtige monniken" en schreef hierover:"Ze scheurden haar de kleren van het lijf en sleepten haar door de straten, totdat ze dood was. Toen brachten ze haar naar een plaats, die Cinaron heette, en verbranden haar lichaam met vuur. En het hele volk verzamelde zich om de patriarch Cyrillus en noemden hem de nieuwe Theophilus, omdat hij de laatste resten van de afgodenverering in de stad vernietigd had."
Het verhaal over de antieke godsdiensten, de niet-katholieke christenen en antieke intellectuelen is steeds hetzelfde: de bronnen drogen geleidelijk op na 400, dwz na het edict van Theodosius. De terreur ging door tot de antieke beschaving voldoende vernield was naar de zin van de katholieke kerkvaders.
Van de Constantijnen tot de Habsburgers
Om bestuurlijke redenen splitsten de katholieke Romeinse keizers hun Rijk in een West- en een Oost-Romeinse deel. In het West-Romeinse Rijk kwamen meer en meer Franken, Gothen en andere Germanen wonen. Zij maakten een akkoord met de Oost-Romeinse keizer dat die als enige erkende Romeinse keizer zou regeren, met Germaanse vazallen-koningen in het Westen. In tegenstelling tot de "Romeinse" Germanen die reeds lang de christelijke leer van het Arianisme hadden omarmd, bekeerde Clovis (een Frank uit onze Kempen) zich rechtstreeks tot het katholocisme en verklaarde amper 15 jaar na de machtsoverdracht katholicisme tot staatsgodsdienst voor de Franken.
Wanneer het Oost-Romeinse Rijk van de achtste eeuw meer en meer bedreigd werd door de groeiende invloed van de Islam, besloten de Karolingers (afkomstig van de streek rond Luik) de fakkel over te nemen. Karel de Grote werd door de paus tot Keizer gekroond van het "Heilige Roomse Rijk". Dit "Heilige Roomse Rijk" was de rechtstreekse verderzetting van het katholieke Romeinse Rijk van de Constantijnen en hun opvolgers. De religieuze terreur was er eveneens de grondslag van.
Het Heilige Roomse Rijk is meer dan een politieke constructie. Er is een ware "evolutietheorie" aan verbonden. Volgens het Paulinische christendom zal de wereld vergaan waarna Jesus zal oordelen over verlossing van de dan fysiek verrezen doden. Maar de kerkvaders zoals Tertullianus waren zo verstandig geweest te stellen dat het einde van de wereld niet zou komen zo lang de Romeinse keizers de macht in handen hadden, zo lang het Romeinse Rijk bleef bestaan. De beste manier om dit voortbestaan te garanderen was voor hen natuurlijk de bekering tot het katholocisme van alle Romeinen, bij extensie van de volledige mensheid. De ideologie ten grondslag aan het Heilige Roomse Rijk zijn de katholieke Paulinische eschatologie en bijhorende erfzonde- en verzoeningsleer.
Kortom: het bestaan van Het Heilige Roomse Rijk is de bestaansgarantie voor het voortbestaan van de wereld, als het valt of verdwijnt, komt de "Anti-Christ". Een veralgemeende kerstening is de enige manier om deze eindtijd te vermijden. Men zou niet voor minder kruistochten organiseren en een Inquisitie voor de zuiverheid van de geloofsleer in het leven roepen, tegen elke vorm van afvalligheid, afgodenverering of goddeloosheid: "Het Lot van De Wereld" hangt ervan af !!
Tijden de renaissance ontdekten vele humanisten oorspronkelijke antieke documenten en verwezen het Paulianisme naar het rijk der fabelen. Pico Della Mirandola beschouwde zichzelf als een "goed christen" maar verwierp in zijn tekst "Over de menselijke waardigheid" de erfzondeleer en onderschreef net als Pelagius de menselijke vrijheid. Voor Luther was daarentegen al dit afglijden weg van de oorspronkelijk leer er te veel aan, hij "protesteerde", riep zich uit tot enige ware katholiek en greep terug op de predestinatieleer van de vierde eeuw, van de Romeinse kerkvaders zoals Augustinus.
De macht over het Heilige Roomse Rijk was sinds de negende eeuw in velerlei handen geweest. De islam, het schisma met de orthodoxe kerk, de investituurstrijd, de renaissance, de reformatie hadden het zwaar onder druk gezet. In de zestiende eeuw zag de Habsburgse Karel V het als zijn goddelijke roeping om het terug in eer en glorie te herstellen, en legde zich toe op een imperialistische politiek. Vanaf nu werd "Het Heilige Roomse Rijk" een Habsburg Rijk. Om de godsdienstoorlogen te beslechten besluit Karel V : "Cuius regio, eius religio" , dwz de heerser van de (deel)staat bepaalt de godsdienst van zijn onderdanen. Het gevolg was een explosie van machtsstrijd om het plaatselijk gezag, met een totale versnippering tot gevolg. De keizerlijke macht verzwakte opnieuw.
De Franse revolutie bracht uiteindelijk de oplossing voor de godsdienstoorlogen met het invoeren van de scheiding tussen Kerk en Staat. Burgerrechten werden ingevoerd, in het bijzonder godsdienstvrijheid en vrijheid van meningsuiting. De Europese machten waren geschokt en vormden een Coalitie tegen de democratie. Binnen de oorlogen die de Europese grootmachten daarop voerden tegen het prille democratische Frankrijk, onderscheidde zich een jonge officier, Napoleon Bonaparte. Wanneer het nieuwe Franse regime begon te sputteren, greep hij de macht. Dit alles eerst tot groot genoegen van Europa, maar wanneer Napoleon zich tot "Tegen-Keizer" kroonde van de Habsburgse keizer, verklaarde het Habsburgse Europa hem de oorlog en viel het Frankrijk binnen.
Napoleon reageerde op deze invallen met een veroveringsstrategie, zijn militaire successen zijn verbluffend. Hij verdreef de Habsburgers uit de Nederlanden, uit Spanje en uit Italië, en trok naar Oostenrijk, waar hij op 2 december 1805 de Habsburgse legers ontmoette in de buurt van de stad Austerlitz. De geschiedenis is bekend: de Habsburgers ontbonden het Heilige Roomse Rijk omdat ze vreesden dat Napoleon zich de kroon ervan zou toeëigenen, en Napoleon versloeg de Oostenrijkse legers volkomen, ondanks een merkelijk kleinere mankracht, dankzij zijn militaire genialiteit.Het Heilige Roomse Rijk lag in 1805 aan diggelen, het werd officieel ontbonden op 6 augustus 1806, het bestond niet meer, na 1500 jaar de wereld behoed te hebben voor de ondergang en de eindtijd: "Komt nu de Anti-Christ? Wat nu?"
Na Austerlitz
Het is duidelijk dat met de Franse Revolutie, met "1789" de seculiere moderniteit doorbrak, geboren werd in Europa. De "Coalitie tegen de democratie" van de Europese grootmachten, was ook een coalitie tegen de moderniteit. Na de definitieve nederlaag van Napoleon in 1815 in Waterloo, werd door Klemens von Metternich in de voetsporen van het Congres van Wenen de "Heilige Alliantie" opgericht. Zij omvatte een samenwerkingsverband tussen de Europese aristocratie om elke nieuwe democratiseringsgolf te fnuiken. De Heilige Alliantie was een eerste poging tot restauratie van het Heilig Roomse Rijk. Maar de democratiseringsgolf bleek onstuitbaar. In België, Griekenland, Polen, Italië werden liberale democratieën opgericht, onttrokken aan de Habsburgse invloed. De Italiaanse overheid ontnam alle grondgebied aan het Vaticaan, dat daarop volgend soldaten ronselde over heel Europa, de Zouaven, om de pauselijke bezittingen te verdedigen. De pausen verklaarden elke vorm van democratie, liberalisme en socialisme tot ketterij. Uiteindelijk werd deze zaak geregeld door Mussolini, die Vaticaansstad aan de Kerk gaf in ruil voor religieuze steun aan zijn regime. De Heilige Alliantie zelf kwam in moeilijkheden door onenigheid volgend op de emancipatie van de Balkan. Duitsland koos de kant van de Turkse Ottomanen , Groot-Brittannië en Rusland die van de Grieken.
Ondertussen werden echter andere opvolgers voorbereid voor de restauratie van het "Heilige Roomse Rijk" , namelijk het "veelvolkerenrijk" Oostenrijk-Hongarije van de Habsburgers dat ontstond na de slag bij Austerlitz. De Nederlandse liberale politicus Frits Bolkestien ziet het als voorbeeld voor een verenigd Europa. Het was een federaal land, maar kwam in conflict met de panslavische beweging van miskende deelgbieden in de Balkan die aansluiting bij Rusland zochtten. De Eerste Wereldoorlog was er het gevolg van, en ook het Keizerrijk Oostenrijk-Hongarije als restauratie van het Heilige Roomse Rijk mislukte. Rusland werd USSR, het Ottomaanse rijk werd het seculiere Turkije, Duitsland en Oostenrijk westerse democratieën.
Nog geen vijf jaar daarna richtten Habsburgse aristicraten de "International Paneuropean Union" op die een verenigd katholiek Europa nastreeft. De stichting van Opus Deï, welk katholieke lekenactivisme stimuleert, valt in dezelfde periode. Een Habsburgse intellectueel, Ludwig von Mises, legde zich toe op de ontwikkeling van een nieuw soort liberalisme, het "libertarisme" dat vooral dient om het socialisme te bekampen. De Habsburgers verkla(a)r(d)en het economisch liberalisme van Ludwig von Mises tot "enig echte" liberalisme, net zoals het katholicisme voor hen het "enig echte" christendom is. De basiswaarden van deze paneuropese beweging zijn libertarisme, katholicisme, charitas en een verenigd Europa, expliciet onder de vorm van een "Verenigde Staten van Europa".
De van Vlaams-Kretensische afkomst Richard Coudenhove-Kalergi noemt men dikwijls de peetvader van de Europese Unie omdat hij de Paneuropese Beweging startte. Hij was een zoon van een Oostenrijks diplomaat in Japan en de legendarische Ayoma Mitsuko, een Japanse aristocrate uit een samoerai-familie die men soms "de grootmoeder van de Europese Unie" noemt. De vader van Richard was anti-semiet, zo sterk dat hij er een boek over wou schrijven. Tijdens het voorbereidende werk daarvoor veranderde hij van standpunt, en huldigde voortaan de tegenovergestelde mening: de Joden zijn een superras. De toekomst van de mensheid zag hij in volledige interraciale vermenging, onder leiding van de "geestelijke aristocraten". Zijn zoon, Richard Coudenhove-Kalergi, werkte deze stellingen verder uit en promootte een soort "Abrahamistisch Philo-semitisme". Hij schreef:"The man of the future will be of mixed race. Today's races and classes will gradually disappear owing to the vanishing of space, time, and prejudice. The Eurasian-Negroid race of the future, similar in its appearance to the Ancient Egyptians, will replace the diversity of peoples with a diversity of individuals (...)Strength of character paired with sharpness of the mind predestinates the Jews in their most excellent specimen to become the leaders of urbane humanity, from the false to the genuine spiritual aristocrats to the protagonists of capitalism as well as of the revolution." (Practical idealism 1925)
Voor hem waren islam en christendom uit de Joodse godsdienst afgeleid. Ze zijn alle drie semitische monotheïsmen en vormen één geheel. Om die visie kracht bij te zetten ontstond het "Three Faiths Forum" .
Wat vader en zoon Coudenhove-Kalergi bijzonder apprecieerden in het Jodendom, was de religieuze onverdraagzaamheid, in tegenstelling tot de laksheid vervat in de godsdienstvrijheid van het antieke Romeinse Rijk. Secularisme en "heidendom" beschouwden ze als grote gevaren. Het boek "Pan-Europa" van Richard Coudenhove-Kalergi werd gelezen door de Japanse ultra-nationalisten, die er mee inspiratie uit putten voor hun pan-Aziatisch imperialisme. Ook na de Tweede Wereldoorlog bleven deze Japanse nationalisten in nauw contact met Richard Coudenhove-Kalergi.
De Nazi’s verboden de paneuropese beweging, omdat ze zichzelf beschouwden als de echte erfgenamen van het Heilige Roomse Rijk: zij waren het waarachtige "Derde Rijk". Tegenover de ideologie van volledige raciale vermenging stelden ze raszuiverheid, tegen de ideologie van Joden als superras, anti-semitisme. Of was het omgekeerd, en was Pan-Europa een reactie op het anti-semitisme van de ariosofie van Jörg Lanz von Liebenfels, die een Arisch-christendendom propageerde, en geen "Abrahamistisch".
In beide gevallen gaat het om het herstel van het "Heilige Roomse Rijk", het herstel van "Charlemagne".
Na de Tweede Wereldoorlog nam Otto von Habsburg, de zoon van de laatste en zaligverklaarde Oostenrijks-Hongaarse Keizer Karl von Habsburg, het initiatief over van de Paneuropese Beweging en trachtte ze zo veel mogelijk te populariseren met als doel de recuperatie van in Oost-Europa aan de communistische regimes verloren eigendommen. "Van Beethoven" levert op hun aandringen het Europese volkslied, de sterren van Maria komen in de vlag, en de Europese eenheidsmunt wordt een feit. Otto von Habsburg onderhoudt een nauwe relatie met Opus Deï, gelijktijdig opgericht met "International Paneuropean Union", en met het Vaticaan. Hij zette ook in op niet-katholieke maar kapitalistische lobbygroepen zoals de Mont-Pelerin Society en schimmige verenigingen zoals het CEDI, tot zelfs geheime diensten zoals "Le Cercle" van Jean Violet. Ook de verwantschap met de moeilijk te overschatten invloedrijke families als "von Thurn und Taxis" is vermeldenswaard: die bezaten ooit het monopolie op alle postverrichtingen binnen het Habsburgse Europa.
Popularisme, personalisme, communitarisme en libertarisme werden de nieuwe filosofische hoekstenen van het "Nieuwe Heilig Roomse Rijk" ter bestrijding van alle kwaad. En wie goed kijkt, ontwaart de Anti-Christ in alle moderne zedenverwilderingen en barbarismen van onze tijd ... .
Uncle Sam en Nonkel Otto: van EU naar VSE ?
De katholieke kerk heeft al sinds haar vroegste begin een tweesporenbeleid gevolgd: bekeren om de macht te veroveren, de macht veroveren om bekering af te dwingen. Dit tweesporenbeleid heeft uiteraard alleen zin als die centrale macht bestaat, en dus ijveren de nieuwe erfgenamen van het Heilige Roomse Rijk voor een "Verenigde Staten van Europa" naar analogie met de USA. En zo komen we bij het begin van deze bijdrage: gaan we naar een Euro-chauvinisme, naar een Euro-patriottisme ? Komt er een "Nonkel Otto" als tegenhanger van "Uncle Sam" ?
In het reeds vermeldde boek "Pan-Europa" uit 1923, stelt Richard Coudenhove-Kalergi volgende vraag:
"L'Europe, dans son morcellement politique et économique, peut-elle assurer sa paix et son indépendance face aux puissances mondiales extra-européennes qui sont en pleine croissance?"
De Fransman Edouard Hériot, en de Engelse Winston Churchil, eveneens voorstanders van een Nieuwe Aristocratie als leiders voor de "Verenigde Staten van Europa", traden hem bij. Een verenigd Europa als bescherming tegen een gemeenschappelijke vijand, het beeld is niet meer weg te denken uit de discours van de Europese top. Ook de socialistische intellectueel Jürgen Habermas is gewonnen voor de oprichting van de "Verenigde Staten van Europa" , om gelijkaardige redenen, dat een verenigd Europa beter stand kan houden tegen bedreigingen allerlei.
Welke bedreigingen?
Richard Coudenhove-Kalergi zal wel de huidige groeilanden niet in gedachten gehad hebben, maar wel de toenmalige, dwz de USA en Japan. En vooral: het secularisme, het atheïsme, het "consumerisme". Richard Coudenhove-Kalergi wou de terugkeer van een uniform katholiek Europa "omdat het Joods was", een creatie van een superras. De invulling "de vijanden van Europa" is veranderd door de jaren, de rethoriek is dezelfde gebleven: het blijft een katholiek gevecht voor de "enig echte waarheid", en tegen ketters en barbaren.
Jürgen Habermas ziet vooral de USA als bedreiging en wil daarom een eigen Europees leger dat als vanzelfsprekend humanitair zal zijn. Hij is ook bang van een komende clash van beschavingen, waarin een verenigd Europa zich beter zou kunnen profileren, en ook de sociale zekerheid kan voor hem alleen gevrijwaard door de nieuwe superstaat Europa. De wortels van de Europese democratie zijn voor Habermas katholiek, en hij treedt daarme het discours van Joseph Ratzinger bij over het christendom als uitvinder van de democratie. Nog geen eeuw geleden verketterden de pausen de democratie als des duivels, maar kom, over details moet men niet vallen. Andere socialisten omarmen de Europese moslimgemeenschap en verlaten eveneens zo hun relatie tot de Verlichting. Klasseneenheid gaat voor hen boven alles: het Europese socialisme islamiseert, sommige moslims zien de socialistische klassensrijd als een nieuwe Heilige Oorlog, als een nieuwe Jihad. Ook de socialistische fractie is in de ban het huidige Europese Abrahamisme.
Nicolas Sarkozy profileert zich op dit ogenblik als "Le Charlemangne du temps moderne" . Het vermijden van Euro-kritische referenda is zijn doel, het scheppen van een Europese identiteit zijn middel. Daarbij schuwt hij het politiek opportunisme niet en stelt hij op vraag van katholieke traditionalisten de typische Franse "laïcité" in vraag. De Euro-renaissance van de Euro-identiteit behoort bij de Euro-geschiedenisvervalsing van Nicolas Sarkozy, maar beoogt vooral elke vorm van burgerdemocratie onmogelijk te maken. Als de burgers zich Europees voelen, stemmen ze niet meer "tegen" : weeral een probleem minder voor wie graag president van de Verenigde Staten van Europa wil worden.
De Europese Unie lijkt wel een "Groot Beieren". Het zijn meer en meer de Habsburgers als industriëlen en Joseph Ratzinger als paus, die de toekomst van Europa bepalen: een "Europa der Volkeren" een "Intercultureel-Europa" , waar Volkeren "als partners en niet langer als rivalen leven", en vooral: waarin de mens als individu, als burger helemaal niet telt en zonder waarde is.
Wat is er mis met het Habsburgse "volkerendenken" dat Europa beheerst sinds de godsdienstvrede van Augsburg in 1555 ? Er bestaan zeker vele etnieën, volkeren, maar de idee dat men die netjes en zuiver op één grondgebied kan samenbrengen, is een gevaarlijke illusie. Door diaspora en migraties zijn vele inwoners over de aarde verspreid, en omgekeerd hebben vele gebieden altijd vele nieuwkomers ontvangen. Elke regio op aarde, elk "territorium" is principieel multi-etnisch, multi-cultureel, zelfs "multi-raciaal". Een "Volk" als eenduidige verbinding tussen "volk en territorium", "volk en staat" , is een utopie, dwz een dwangtoestand. Het territorilaiteitsbeginsel is een ongeschikt instrument tot pacificatie, want het veroorzaakt interne machtsstrijd. Wie de macht heeft, bepaalt in deze ideologie immers de cultuur. Volkeren die op eigen houtje samenwerkingsverbanden beginnen af te sluiten met "bevoorrechte" partners binnen de EU, brengen de machtsevenwichten daarvan in gevaar: in die zin brengt de EU zichzelf in gevaar door volkerendenken te promoten. Volkerendenken voor de enen is macht voor de anderen, dwz het komt meestal alleen de plaatselijke elites ten goede, en waarschijnlijk is dat ook de bedoeling ervan. Volkerendenken kan ook aanleiding geven tot genocide of andere ontsporing van geweld, wanneer de perceptie bestaat dat het eigen volk uitverkoren en de andere, of een ander volk "minderwaardig" is. Als er al iets ontvoogdends is aan volkerendenken, dan kan die emancipatie ook bereikt worden langs de weg van gerespecteerde burgerrechten. Het ontbinden van de ene natie, kan ook een politiek machtsmiddel zijn van landen die wel hun eenheid bestendigen: het valt op dat Duitsland herenigt terwijl de Balkan versnippert. Het belangrijkste probleem van volkerendenken is echter de eraan inherente miskenning van "het recht op afvalligheid" . Volkerendenken is een soort predestinatieleer, en zo merken we weer dat Europa een katholiek-libertarisch project is.
Het Habsburgse Europa stelt zich voor als libertarisch, christelijk, "sociaal" en europees. Wat is het tegendeel daarvan? Een "socialistische", seculiere, barbaarse nationalist: de Anti-Christ van de 21ste eeuw. Of gewoon iemand die andere "normen en waarden" heeft, zoals diegenen die een niet-christelijk humanistisch overheidsbeleid binnen een lekenstaat onderschrijven. Om die buiten te houden promoot het Habsburgse Europa een zuiverheidsbeleid voor een katholieke Europese monocultuur, dat het dit jaar promoot met "Het Jaar van de Interculturele dialoog". Daarmee willen Europese politici als Nicolas Sarkozy de basis leggen van een Europees nationalisme, als opstapje naar een Verenigde Staten van Europa, naar "Nonkel Otto". Van waarachtige redelijke individuele zelfbeschikking zal daarin weinig sprake zijn, zo min als dat was in het "Heilige Roomse" Europa van de laatste 1700 jaar.
Een en ander verklaart de ambivalente houding van de Europese Unie tegenover islam en tegenover separatisme. Juan Carlos, de koning van Spanje is een Habsburger, en dus is separatisme in Spanje onwenselijk en kiest men voor autonomie van deelgebieden. Servië daarentegen heeft van oudsher en Slavisch verband met Rusland, en kan best versnipperd worden, en dus steunt de Europese Unie Kosovaars separatisme. De Europese Habsburgse industriëlen hebben migranten als werknemers nodig, dus stuurt de Europese Unie in navolging van de paneuropese beweging aan op een "interreligieuze dialoog", maar wel uitsluitend tussen de drie Abrahamistische godsdiensten. Anderzijds zijn vele traditionalistische katholieken bang voor de "islamisering" van Europa", en wordt er daarom de nadruk gelegd op inburgering en op de katholieke wortels van de Europese identiteit. Het gevolg is dat drie grote politieke stromingen (christendemocraten, liberalen en socialisten) een opportunistische houding ontwikkelen tegenover levensbeschouwelijke kwesties. Het Vaticaan geeft zich uit voor uitvinder van de democratie, de liberalen omarmen de conservatieven, en de socialisten dingen naar de gunst van de moslimgemeenschap. Het gevaar daarvan is dat levensbeschouwelijke en morele kwesties irrelevant worden, met ontmenselijking tot gevolg.
De drie grote Europese fracties blijken aldus uit de hand te eten van de Habsburgse industriëlen en politici. Samen zien ze geen problemen in een nieuwe theocratisering van Europa. Nochtans ligt de basis van de democratie in het modernisme, in het Verlichtingsdenken, in "1789".
De ziel van "1789": de geboorte van een democratische lekenstaat
De scheiding van Kerk en Staat is de kern van Franse revolutie. Die ontnam aan de Inquisitie alle wereldlijke macht en gaf bestaansrecht aan al wie door de Kerk gediaboliseerd werd. Daarbij werden burgerrrechten en burgerlijke vrijheden wettelijk verankerd, zoals de godsdienstvrijheid en de vrije meningsuiting. Die burgerrechten maken duidelijk dat ieder mens het recht heeft een leven te leiden naar eigen inzicht, zich vrij een mening te vormen en die vrij te uiten, zonder vrees voor intimidaties of andere schadelijke effecten. "1789" bevestigde de zelfbeschikking van elk individueel burger in zoverre die geen inbreuk betekent op punten van algemeen recht, zo lang die niet strijdig is met de mensenrechten. Die mensenrechten zijn noodzakelijk twee-aan-twee contradictorisch, zodat elke afweging steeds in een context geplaatst moet worden.
De Fransen hebben met schade en schande moeten ondervinden dat het concept "Burgerrechtenbeweging" geen synoniem is voor het concept "Burgerbeweging". Een burgerbeweging gaat immers uit van het dualisme tussen elite en volk (= "de burgers"), en is geneigd een soort a priori waardigheid of onwaardigheid toe te kennen aan mensen naar gelang hun klasse of andere plaats in de samenleving. Een burgerrechtenbeweging geeft waardigheid aan iedereen, arm of rijk, machtig of onmachtig, man of vrouw, religieus of areligieus, maar geeft ook de mogelijkheid van onwaardig gedrag aan iedereen. Niemand is waardig of onwaardig door zijn afkomst, iedereen kan zich waardig of onwaardig gedragen, tot welke groepen men ook behoort.
Niemand of geen instelling heeft een monopolie op de menselijke waardigheid, dwz menselijke waardigheid is universeel en niet cultuurgebonden. Niemand heeft het recht menselijke waardigheid alleen aan de eigen groep toe te kennen, ook of vooral het Vaticaan niet wanneer het met het huidige personalisme die waardigheid alleen aan katholieken toekent of voorbehoudt. De morele beslissing tot waardig gedrag komt toe aan de individuele mens, die daartoe de gewaarborgde beslissingsruimte nodig heeft. Die wettelijke garantie van de individuele levensinvulling komt toe aan elk burger, niet alleen de armen maar ook de rijken, niet alleen de rijken maar ook de armen, zijn burgerrechten. Een Europa van burgers is een confrontatie van gedachten en van ideeën, niet van "Volkeren" of elites, maar van mensen. Het spreekt vanzelf dat deze rechten minstens ten dele positieve, proactieve rechten zijn, maar anderzijds is het onmogelijk een begrip als "gelijke kansen" te definiëren. Wat wel mogelijk is het wegwerken van manifeste discriminaties. Ook het "gelijke kansen beleid" is een Habsburgse utopie, gebouwd op de ideologie van de gelijkvormigheid dat "elk gelijk is voor God", op het solafideïsme van Paulus en Augustinus.
"1789" plaatste de verankering van de burgerlijke vrijheden en rechten in een democratische lekenstaat centraal. Het is die verankering van de seculariteit die tot op vandaag door het Habsburgse Europa bestreden wordt. Lekenstaten zijn als natiestaten legale kaders die de duurzame en authentieke godsdienstvrijheid mogelijk maken en garanderen. De lekenstaat is de kern van multicultureel burgerschap, waar etnisch-fundamentalisme en racisme zich terugplooien op een plaatselijke of oorspronkelijke monocultuur, het interculturalisme een soort "omgekeerd racisme" omvat dat een eenheidsworst-monocultuur nastreeft, en multicultureel tribalisme de onoverschatbare waarde vergeet van de lekenstaat als modern pacificatie-instrument van religieuze conflicten.
Men spreekt over "actief pluralisme" als alternatief voor de democratische lekenstaat.
Godsdienstvrijheid wordt niet bereikt door het "gelijk steunen" van "alle godsdiensten" zoals de leer van het actief pluralisme wil. Het begrip "gelijk steunen" is allerminst duidelijk en "alle godsdiensten" nog minder. Bij nader toezien blijkt het hier weerom in hoofdzaak om de abrahamistische religies te gaan. Maar ernstiger is dat deze "gelijke" benadering elke gerechtvaardigde en objectiverende cultuurkritiek verwerpt, zodat er niets minder dan een dekmantel voor wantoestanden uit kan ontstaan. Door zulk relativisme verschuift gerechtvaardigde cultuurkritiek naar de culpabilisering van wie zich tegen religieus misbruik verzet: alle godsdiensten "komen uit één bron", er is op zich immers niets verkeerds mee en dus ligt alle schuld bij de perceptie van de "onverdraagzame" die "bijgewerkt" moet worden. De taak van de overheid is echter niet het "gelijk steunen van godsdiensten", maar wel duidelijkheid en veiligheid creëren door zero-tolerantie tegenover fundamentalisme, waardoor de overheid elk burger in zijn vrije keuze beschermt voor het machtsmisbruik en het geweld dat uit fundamentalistisch extremisme voortkomt.
Godsdienstvrijheid in de betekenis van de democratische lekenstaat stelt menselijk welzijn centraal en garandeert het in een humanistische samenleving.
De lekenstaat beschermt de godsdienstvrijheid en het recht op afvalligheid van àlle burgers, niet alleen van enkele groepen die zich uitverkoren wanen, en maakt daardoor vreedzame coëxistentie mogelijk. Het is aan de overheid om de integriteit van de burger in zijn zingevingsproces te beschermen, het is aan de burger zelf om zijn levensvisie te ontwikkelen, los van overheidsbemoeienis. Actief pluralisme daarentegen is enerzijds een gevaarlijk ontmenselijkend relativisme, anderzijds een recept voor een repressieve en betuttelende nieuwe "geloofszuiverheid" van een fusiecultuur. De doctrine van het "actief pluralisme" is een nieuwe religie, oude wijn in nieuwe zakken, gebaseerd op het geloof in de "levensbeschouwelijke onkunde" van de individuele mens. Of, anders gezegd: actief pluralisme is helemaal geen pluralisme, maar bedrog.
Uit de scheiding van Kerk en Staat volgt ook de erkenning van het belang van wetenschap, van logische consistentie en objectivisme in conflict- en geweldhantering. Meningsverschillen kunnen immers geheel of gedeeltelijk bekeken worden vanuit het perspectief van feitelijke waarheid. Dat perspectief maakt een rechtvaardig oordeel mogelijk, dat loutere machtsmanipulaties overstijgt. De mogelijkheid tot wetenschappelijke en morele objectivering is een conditio sine qua non voor pacificatie.
Opdat iemand een grondig gefundeerde mening zou kunnen opbouwen, heeft hij daartoe het nodige materiaal en de nodige middelen nodig. Naast het garanderen van levensbeschouwelijke veiligheid is de tweede rol van de overheid in verband met godsdienstvrijheid het ter beschikking stellen van informatie en middelen waardoor de burgers hun eigen zingeving kunnen ontplooien. De burgers van hun kant genieten volle vrijheid daarvan gebruik te maken: gedwongen levensbeschouwelijk-oriënterende initiatieven waarin voorgekauwde dooddoeners onder het mom van cultuurwetenschap worden gepresenteerd, zijn propaganda en dus uit de boze. Het doel van de lekenstaat is authenticiteit.
Een bakker heeft tenslotte beter 10 trouwe klanten dan 1000 die af en toe eens komen proeven. Interculturalisme en actief pluralisme zijn synoniemen voor vervluchtiging van oorspronkelijkheid en eigenheid. Actief pluralisme misbruikt religie en de religieuze beleving voor politieke doeleinden, meestal eufemistisch omschreven als "samenlevingsopbouw". Politieke integrisme en oppervlakkigheid zijn het gevolg, waarbij de echte diepere betekenis van teksten en rituelen verloren gaat. Multicultureel burgerschap in het kader van een democratische lekenstaat is alles behalve "grijs", maar wel postief vrij.
Zingeving, levensoriëntatie en levensbeschouwing zijn een individuele aangelegenheid. Dat wil niet zeggen dat ze in een sociaal vacuüm groeien, noch dat het onwensleijk zou zijn te behoren tot levensbeschouwelijke of religieuze gemeenschappen of organisaties. Dit betekent wel dat zingeving een individuele keuze is en blijft: wat inhoud, beleving en vormgeving betreft, als ook wat betreft de keuze tot een levensbeschouwelijke organisatie toe te treden of die te verlaten. De kinderdoop overtreedt deze principes omdat de baby daarbij zonder zijn instemming wordt opgenomen in de "Naam van God", dwz in de kerkgemeenschap. Het basisconcept van "actief pluralisme" schendt eveneens de individuele zelfbeschikking omdat het uitgaat van gedwongen dialoog tussen geloofsgemeenschappen, en niet tussen burgers. Ook hierbij merkt men dat actief pluralisme een soort religie is die redeneert in met elkaar confronterende kerken en niet in mensen of burgerrechten.
Samenvattend kan ik stellen dat "actief pluralisme" een dubbel probleem bevat door kritiekloos relativisme tegenover wantoestanden enerzijds en door de potentiële promotie van religieus integrisme anderzijds, en het is daarom een gevaar voor de religieuze pacificatie binnen de samenleving. Multicultureel burgerschap heeft die probleempunten niet, en is dus een adequater beleidsinstrument.
"1789" betekende de geboorte van de legale waarborg van de redelijke zelfbeschikking van de individuele burger. Het is die erfenis die we best koesteren, en we vermijden zeker best het kind met het badwater weg te gooien, zoals op dit ogenblik door niet weinigen wordt gevreesd. Omwille van de toenemende theocratisering van Europa, geven meer en meer burgers geven het signaal dat de scheiding van Kerk en Staat te weinig naar waarde wordt geschat.
Naar een Europese en internationale burgerrechtenbeweging
De koloniale wereldorde heeft afgedaan, de vraag is wat ervoor in de plaats komt. Municipalisme, een wereld van stadstaten, is een utopie, omdat die steeds zal samengaan met een of andere vorm van totalitaire wereldregering. Sommigen streven naar een werelddemocratie, anderen naar een totaal globaliserend kapitalisme. Hierbij stelt de Europese Unie zich graag op als een verdediging tegen een gezamenlijke (externe) vijand.
De drie valkuilen voor de toekomst zitten echter binnen Europa zelf: het zijn totalitaire democratie, volkerendenken en meedogenloos hyperkapitalisme. Beide laatste staan in functie van industriële elites.
Als een Europa of wereld "der Volkeren" een ongepast inadequaat antwoord op deze nieuwe toestand omvat, wat is dan wel een alternatief dat het welzijn van de burgers respecteert? Een Nieuwe Wereldorde vraagt een nieuwe maatschappijstructuur, maar welke?
Het alternatief voor een "Europa der Volkeren" is een "Europa van burgers" die democratische vertegenwoordigd zijn in een gelaagdheid van bestuursniveaus, waarbij bevoegdheden worden verdeeld volgens het criterium van efficiëntie met het oog op mensenrechten. Burgerrechten worden gemaximaliseerd, het territorialiteitsbeginsel geminimaliseerd. Alle niveaus zijn tussenniveaus, en hebben allen bestaansrecht in zoverre ze redelijk gefundeerd kunnen worden. Het nationale niveau bepaalt de soevereiniteit van het land, waarvan de redelijke zelfbeschikking van de burgers de spiegel is. Soevereiniteit en nationaliteit hoeven dus niet volledig te verdwijnen. Deze internationale politieke stratificatie, mensenrechtelijk-georiënteerde subsidiariteit, of kortweg "gelaagdheid" als alternatief voor volkerendenken zou er bij voorbeeld zo kunnen uitzien:
Verenigde Naties -> Landenbond -> Natie -> Regio -> Provincie -> Arrondissement -> Stad -> District -> burger, en omgekeerd
Aldus ontstaat een samenleving gebouwd op door bestuurlijke gelaagdheid gegarandeerde burgerrechten. Om deze bestuurslagen goed te laten functioneren is het nodig het begrip democratie te verdiepen, zodat alleen gegronde voorstellen het beleidsniveau halen, maar waarbij door de bestuurders ook de nodige aandacht gegevens wordt aan gegronde bezwaren vanuit de bevolking.
Eén Europees woordvoerder kan interessant zijn om de communicatie te stroomlijnen, maar als het op beleids- en beslissingsbevoegdheden aankomt, is een president voor Europa onwenselijk. Elkaar overlappende bestuurskringen zijn beter in staat een diversiteit aan meningen en inzichten op een creatieve wijze te bundelen, en voorkomen maatschappelijke polarisering voor of tegen het presidentieel beleid.
Centraal blijft daarbij de gedachte dat de menselijke waardigheid toekomt aan alle mensen, dus ook aan niet-katholieken of aan niet-Europeanen, en omgekeerd, dat alle mensen "in staat" zijn tot onwaardig gedrag, dus ook katholieken en Europeanen. Menselijke waardigheid en mensenrechten zijn verbonden aan het menselijke individu, aan de burger, aan zijn menselijke behoeften. Kortom: een burgerrechtenbeweging als universeel en individueel humanisme, dat een passend alternatief biedt voor de valkuilen van het totalitarisme, fundamentalisme en egoïsme die vandaag de Europese Unie kenmerken.
Het concept van de democratische lekenstaat is daarbij letterlijk van levensbelang. Laat ons het koesteren en laat ons ontgroeien aan de schaduw van de restauratiepogingen van het Heilige Roomse Rijk, ook al noemt men die restauratiepogingen bij wijze van "alleenzaligmakende" namaak-verdraagzaamheid "actief pluralisme".
23 januari, 2007
TE VEEL DRUK OP DE KETEL
"On a besoin de temps, besoin de temps pour nous.
De symptomen van de westerse armoede blijven niet beperkt tot een oppervlakkig seksleven. Een relatie aangaan en onderhouden blijkt bijzonder problematisch, sommigen geraken niet verder dan "seriële" monogamie. Daardoor dreigt de betekenis van de term "duurzame relatie" volledig verloren te gaan: wie weet nog wat het wil zeggen, wat het inhoudt? De berichten van huiselijk geweld, zelfs van gezinsdrama's, van kinder- en zelfverwaarlozing, van zelfmoord nemen toe. Voor wie al de stap zet om een baby "te maken", is er geen of te weinig tijd en ruimte voor borstvoeding. Velen "geven het op" en eindigen alleen, ieder in zijn huisje.
"Ieder in zijn huisje" kan misschien staan als een exponent van "vrijheid", in werkelijkheid betekent deze atomisering van de maatschappij één grote ellende. Een ellende waar mensen niet graag verblijven. Even op reis kan de gedachten verzetten, maar eens terug thuis zijn de problemen dezelfde en is de spaarrekening geplunderd. De discotent wat verder in het weekend , of dagelijkse oordopmuziek die je geen minuut verlaat en in de oren een andere wereld oproept dan welke de ogen zien. Of alternatieve identiteiten in vrije tijdsbestedingen allerhande.
Wegvluchten kan in overvloed, in oorverdovende dancings, in luxueuze hotels, in koopverslaving, in narcistische reality-shows, of in de virtuele realiteiten van computerspelletjes die een "second life" aanbieden. Al dat vluchten verzet de gedachten, maar vraagt energie, veel energie.
En dan is er het overaanbod aan alledaagse keuzes: alleen al van een pakje koffie kiezen zou je moe worden. Bij elk product dat je vast neemt in een grootwaren huis, maakt men ongewild een volledige prijs/kwaliteitsanalyse. Vandaag wordt er veel gevraagd, maar slapen en recupereren we des te minder. De gevolgen blijven niet uit: de westerling is uitgeput
De wereld verandert snel, nu leeft er een intieme "dress-code". De "Lolita-look" krijgt weerklank, en "haar" is niet meer welkom of het behoeft gecultiveerd te zijn. De "coupe naturel" toont nu smakeloos, en allerlei sjablonen om hartjes en landingsbanen te scheren of te trimmen doen de ronde. De keuze van schaamhaarsnit is overigens niet louter esthetisch, maar geeft ook iemands identiteit weer op seksmarkt. Afgaande op het oordeel van een kenner, is een "chick" met een omgekeerd driehoekje saai in bed maar gelukkig een bedreigde soort (!), de landingsbaan onbepaald en freaky, volledig kaal gewoonlijk daarentegen goed in bed, kan goed tegen pijn (?) en verkiest likeur, de sjabloon is het meest "fun", en de ongetemde jungle komt alleen voor bij oudere vrouwen (van 40 plus) en bij primitieve volkeren.

Heeft de "Lolita-look" nog een verdere betekenis, buiten mode en hygiëne? Pharmabedrijven ontwikkelen pillen om dames en meisjes menstruatieloos door het leven te laten gaan. Plastische chirurgen worden aangezocht voor schaamlipverkleiningen. Alle tekenen van rijpheid en vruchtbaarheid zijn blijkbaar ongewenst. Schaamhaar- en menstruatieloos, eeuwig kind-volwassen, het lijkt wel het motto: "iedereen-pedofiel" ? In navolging van het gebod van de eeuwige jeugd, is "grijs" voor haren volledig taboe, wat liters haarverfverkoop oplevert aan de cosmetische industrie.
Het lijkt wel of westerlingen massaal wegvluchten uit hun volwassen-zijn. Er bestaat zelfs een werkelijkheid waarin menselijke vluchtreacties daadwerkelijk beoogd worden: de "democratische" folterkamers van de CIA en het Amerikaanse leger, zoals in Abu Ghraib. Folteren zonder lichamelijke letsel achter te laten is het middel: vernederen, desoriënteren, zintuiglijke gewaarwoordingen ontnemen, bedreigen, uitputten, pijn doen lijden, onder hypnose brengen en drogeren. Het doel is de mentale volwassenheid vernietigen en een psychologische regressie veroorzaken, en zo "medewerking" te verkrijgen.
Sommige slachtoffers zijn daarna liever dood dan levend. Ook in deze extreme situaties is druk op de mens de oorzaak van zijn mentale wegvluchten, van zijn verlies aan volwassenheid, van regressie. In die zin zijn de CIA-folterkamers een afspiegeling van het "gewone" leven waarbij mensen hun intrinsieke waarde wordt ontnomen en waarbij zij herleid worden tot hun markt- of gebruikwaarde voor anderen. In beide gevallen is de druk zo intens dat mensen het opgeven om volwassen te (willen) worden of te blijven.
Klimaatswijziging
De belangrijkste vraag blijft naar mijn mening onbeantwoord: "Waarom nu ?".
"Menselijke activiteit" is een veel te vaag begrip. Stel dat een kleine minderheid van de mensheid een industriële economie en kapitalistische levenswijze had ontwikkeld en de rest in ongerepte natuur leefde. Dat zou geen enkel probleem stellen, want de verstoringen door dat kleine deel zouden rechtgezet worden door het recuperatievermogen van het andere. Men zou kunnen veronderstellen dat dit de toestand was tot 1985.
Met de globalisering en de omslag van "ontwikkelingslanden" tot "groeilanden", neemt nu een veel groter deel van de wereld de industrieel-kapitalistische levenswijze over, zodat de milieuvernietiging opgetrokken wordt tot voor de natuur en de aarde onhandelbare en ondraagbare niveaus. De klimaatswijziging is dus niet het gevolg van "menselijke activiteit" in abstracto (een abstracte analyse die bovendien kan leiden tot het culpabiliseren van de gewone burger), maar wel van heel concreet, de globalisering van de westers-kapitalistische leef- en productievormen.
Of nog met andere woorden: de plotse klimaatswijziging bewijst dat de westerse levensstijl niet globaliseerbaar is.
Daardoor ontstaat een dilemma, aangezien de meesten die westerse levensstijl als synoniem voor welvaart beschouwen. Het kapitalisme, zeggen sommigen, brengt de oplossing voor alle problemen, een stelling die door de klimaatswijziging geloochenstraft wordt. Maar moeten we de westerse welvaart dan voorbehouden aan een klein groepje "happy few"?
Een kapitalistische groei zal nooit aan meer mensen welvaart brengen dan aan de upperclass. De american dream wil doen geloven dat grote rijkdom door ieder kan verworven worden, maar daar de kans daartoe is niet groter dan die bij het winnen van een loterij: niet iedereen kan het grote lot winnen. En hoe meer mensen hetzelfde winnende nummer hebben, hoe kleiner de hoofdprijs. De american dream is een contradictio in terminis, maar hij motiveert velen.
De loonkloof tussen de gangbare lonen in het Westen en in de groeilanden bedraagt ongeveer een factor 200, de loonkloof tussen het gangbare loon in het Westen enerzijds en dat van voetbal-, basket-, film-, popsterren of topmanagers anderzijds bedraagt een factor 2000 of meer. Daarmee bedraagt de loonkloof tussen een topmanager en een werknemer in de groeilanden een factor 400000. Men vindt dit getal van 400000 terug als men het vermogen van de allerrijksten erdoor deelt: dan bekomt men 100000 Euro, de prijs van een kleine woning in België. Op wereldschaal kan u zich deze toestand als een dorpje van 15000 superrijken voorstellen, die evenveel bezitten als de zes miljard andere wereldbewoners. Het kapitalisme zorgt in de eerste plaats voor de globalisering van de superrijkdom.
Maar zelfs al kunnen we de minimumlevenstandaard 200 maal verhogen door middel van de globalisering van de westerse levenswijze, dan betekent dit de totale vernietiging van de natuur en van de aarde als levende planeet.
De oplossing voor dit "duurzaamheidsdilemma" vraagt het zoeken naar gepaste correctie op ons maatschappijmodel in het algemeen, onder meer door "vrijwillige soberheid" in het bijzonder. Hierop kom ik verder terug.
Modeshow van bij de beesten
Uiteraard zijn er die huisdieren die met veel affectie opgenomen zijn in een warme familie en er volledig deel van uitmaken. Maar er zijn ook diegene die verwaarloosd worden of een bepaald extern doel dienen. Sommige dieren zijn een puur financiële investering om prijzen mee te behalen op dierenwedstrijden. Ze worden geboetseerd naar een norm, en als ze niet voldoen, gedumpt. Er zijn de dierensporten waar het er niet meer zachtzinnig aan toegaat. Dan zijn er de "vrijetijds-dieren". Paarden staan zich te pletter te vervelen in maneges, fazanten worden gekweekt en uitgezet voor "de jacht". Vele dieren worden het slachtoffer van de "vlucht uit de werkelijkheid" van de westerling.
En er zijn de "consumptie-dieren", die we "nodig" hebben voor voeding. Vooral voor hen is het allemaal ellende, op grote industriële schaal. De consument die een op piepschuimplaatje-met-plastic-verpakte biefstuk koopt, heeft geen weet of inzicht in het leed dat daar is aan voorafgegaan. Of hij heeft er wel weet van, maar staat machteloos, welke situatie zijn behoefte aan escapisme nog vergroot. De vervreemding is totaal: "Wat is een varken? Dat is een dier dat in een tekenfilm met de auto rijdt!".
Ook onze dieren betalen de prijs. Niet voor niets verschijnt er op het politieke landschap hier en daar een "Partij voor de Dieren".
De strijd om het minimumloon
Stilaan echter beginnen de groeilanden een eigen productie te ontwikkelen. De eigenaars van die bedrijven , de westerse en de "exotische", zijn collega’s, de werknemers behoren zichzelf wederzijds als concurrenten te zien. Alle bedrijven blijken immers belang te hebben bij lage lonen. Waar de lonen "te hoog" zijn, is er "ruimte voor kostenbesparing". De eigen productie in de groeilanden is een middel om deze "kostenbesparingen" in westerse landen te bewerkstelligen. Waar bedrijven vroeger delokaliseerden naar "lage loonlanden", zijn het nu de lonen van de westerse werknemers die onder vuur komen te liggen.
De lage lonen in de groeilanden zijn geen afgescheiden fenomeen. Ook andere "kosten" worden geweerd: veiligheid, voeding, leef- en werkomstandigheden, sociale wetgeving staan niet in de balansen van deze bedrijven. Op de arbeidsvloer in menig groeiland heersen ware wantoestanden. Die wantoestanden maken lage prijzen mogelijk, en stellen daardoor onze eigen arbeidswetgeving onder druk. De westerling werkt daar gretig aan mee, want ook hij verkiest goedkope producten in de winkelrekken, en zo doende ondergraaft hij zijn eigen welzijn.
In die context worden de werknemers zorgvuldig schuldgevoelens aangepraat. De kosten moeten omlaag, de productie omhoog, daarbij vragen stellen heet "onverantwoordelijk". Het kapitalisme heeft de vaderlandslievende arbeidsplicht ontdekt, wat vroeger tijdens een oorlog de opoffering op het slagveld was, wordt dat nu op de werkvloer.
De gevolgen zijn talrijk. "jobzekerheid" moet de plaats ruimen voor "werkzekerheid". Niet alleen een vaste werkgever en vaste werkplaats, maar ook vaste werkuren worden de uitzondering. "Flexibiliteit" is het ordewoord.
De lonen omlaag, de werklast omhoog. Men spreekt over langere werkweken, verhoogde efficiëntie (hetzelfde werk door minder mensen dus), een langere loopbaan. En vooral, meer mensen aan het werk. Debatteerde men vroeger over het recht op werk van vrouwen, nu hebben vrouwen eveneens arbeidsplicht. En gehandicapten krijgen hun plaatsje in het productieproces. Het argument dat als meer mensen werken, de druk op de anderen verlicht wordt, is vals: het doel is eerst het aantal werkenden te verhogen om daarna de individuele "productiviteit" te verhogen.
Bij deze wereld waarin militaire dienstplicht zijn plaats heeft afgestaan aan de arbeidsplicht, hoort een 24-uurseconomie. Winkels zouden altijd open moeten zijn, want productie-overschotten zijn ten alle prijze te vermijden. De westerling heeft niet alleen de plicht om flexibel te produceren, maar ook om fanatiek te consumeren.
Shop until you drop
Overgewicht is een bron van economische activiteit. De zwaarlijvige consumeert twee maal: éénmaal om te dik te worden en nog een maal om terug te vermageren. Geen mensen verstaan hun economische burgerplichten zo goed als die met een jojo-end overgewicht. Maar omdat vele zwaarlijvigen in hun betreurenswaardige toestand geraakt zijn door het overmatig verbruik van junkfood, zijn ze tevens "ondervoed" op het vlak van vitamines en mineralen. Zij kunnen dus niet stoppen met eten.
Dit is fysiek zo, maar ook economisch. Overconsumptie veroorzaakt overkreditering (schulden dus), en men gaat niet langer werken om zich iets moois aan te schaffen maar om de eigen schuldgraad te verlichten.
Consumptie schept werkgelegenheid, en dus zet de huidige westerling zich al shoppend in de schuld om aan het werk te blijven, om daarna te werken om zijn schulden af te betalen. De winst die dit proces genereert, is voor de upperclass. Dit absurde economische model, dat steunt op consumptiedwang, zet de werknemers onder een ondraaglijke druk, veroorzaakt massa’s dierenleed, vernietigt de natuur en wijzigt het klimaat op onvoorzienbare wijze.
De vraag is dan ook hoe lang we deze kapitalistische absurditeit nog kunnen en willen aanhouden.
Vrijwillige soberheid
Eerst is belangrijk dat het om een vrijwillige levenswijze, een vrije keuze gaat. Ik spreek dus niet over een of andere vorm van afgedwongen armoede, weze het door de sociale omstandigheden, weze het om religieuze of andere redenen. Gedwongen soberheid is een toestand van geweld, daar kan men geen vredelievende samenleving op bouwen.
Vervolgens is soberheid niet hetzelfde als armoedigheid of verdragen frustratie ten gevolge van zelf-opgelegd ascetisme. Vrijwillige soberheid is verbonden met consuminderen, maar dan wel als authentiek consuminderen, niet met consuminderen-als-zuinigheid dat in dienst staat van consu-meren.
Bij het nadenken over vrijwillige soberheid ga ik uit van de menselijke behoeften in hun volledigheid, dus cultuur en zelfontplooiing inbegrepen, en wil ik een antwoord vinden op de vraag: "Wat heb ik nodig ?". Met als doel een samenleving van bevredigde mensen, kan men kiezen voor kwaliteitsproducten die de menselijke behoeften voldoen. Die hoeven dan niet noodzakelijk "goedkoop" te zijn. Daarbij is het nodig om de cultuur van het genieten te ontwikkelen, want zonder deze cultuur zullen sommige behoeften onbevredigd blijven, m.a.w.: genieten moet je leren. Wie kan genieten en wie kwaliteitsproducten ter beschikking heeft om aan zijn noden te voldoen, zal naar grote waarschijnlijkheid als mens bevredigd zijn. Van de overige dingen kan men dan vanzelf afstand doen, mocht het probleem zich dan nog stellen.
Wie kan genieten van zijn grijze haren heeft geen kleurshampoo nodig.
Kiezen voor vrijwillige soberheid is kiezen tegen overconsumptie, tegen massacultuur en ook tegen snobisme. Epicurisme en stoïcisme ontmoeten elkaar. Het gaat niet om een ascetisch, zelfverloochenend, masochistisch kiezen voor somberheid en saaiheid, integendeel, het gaat om de verwezenlijking van een behoeftenvervullend leven. Een nieuwe vorm van rijkdom.
Dat betekent economisch dat winstbejag terug vervangen wordt door winst, en dat de lonen kunnen stijgen en dat bedrijven meer kunnen investeren in duurzaamheid. Voor wie het wenst kan dan één gezinsinkomen, eventueel verdeeld over de twee partners onder de vorm van part-time werk, volstaan voor een goed leven. Schulden worden afgebouwd en ontsparen afgeremd. De werk- en consumptielast neemt af, gezinnen kunnen winnen in stabiliteit. Door algemene werkontlasting kunnen mensen dan een rustiger en meer voldaan leven leiden.
De genoemde kwaliteitsproducten blijven onderdeel van economische activiteit. Die economische cyclus start bij het winnen van grondstoffen, gaat dan over in het vervaardigen van producten, die daarna verdeeld, verkocht en uiteindelijk gebruikt worden, en zo eindigt de cyclus bij het afdanken als afval van de goederen zodat ze opnieuw grondstof worden. Bij elk van deze fasen kan een plan gemaakt worden om haar zo duurzaam en ethisch mogelijk te laten verlopen. Dat neemt niet weg dat hoe minder er geconsumeerd wordt, hoe sterker de productie verkleint, en dus ook hoe minder milieubedreiging er bestaat. De optie van een duurzame economie en die van vrijwillige soberheid vullen elkaar aan.
De internationale context is belangrijk. Immers: één van de redenen van de westerse consumptiedwang, zijn de erbarmelijke werkomstandigheden in de groeilanden. Internationale initiatieven zijn nodig om ook op die "markten" de nodige kwaliteitscorrecties te realiseren. Protectionistische maatregelen zoals een taks op onethisch geproduceerde buitenlandse producten, kunnen daarbij nuttig zijn.
IJdelheid in het algemeen kan bron zijn van geweld, bijgevolg blijkt dat wie een vredelievende samenleving beoogt, op één of andere manier pleit voor soberheid. Mensenrechten, die de menselijke behoeften vertalen in recht, zijn ook belangrijk voor een vredelievende samenleving, en zo krijgen we ook vanuit vredesperspectief de thematiek van zelfkritische behoeftenbevrediging.
Vrijwillige soberheid heeft dus zowel een individuele als een globale dimensie, ten gunste van een wereld met meer authentiek genieten, met een samenlevingsmodel dat wél globaliseerbaar is, in tegenstelling tot het op consumptiedwang gebaseerde westers-kapitalisme.
Om die reden stigmatiseren kapitalistisch-libertarische denkers de vrijwillige soberheid. Zij spreken over "eco-fascisme" en hanteren nog andere lieve en vriendelijke omschrijvingen. Dit bewijst nog maar eens dat vrijwillige soberheid de Achilleshiel van het kapitalisme is: wanneer er productie-overschotten ontstaan, begint het systeem te wankelen.
Daardoor riskeren we echter een nieuw dilemma: stel dat de remedie even erg is als de kwaal, dat er een chaos zou ontstaan die even ingrijpend is als de zelfvernietiging van het kapitalisme? Wel: is dat zo, zijn we al zo ver gevorderd? En, als dat zo zou zijn, wat hebben de "gewone mensen" dan te verliezen? Zich inzetten voor goede doelen, ook financieel, zou ook bij de upperclass, een wenselijke zaak zijn.
Ecologisch humanisme
Wanneer de mens de natuur gebruikt, kan dat niet alleen om het vervullen van "basisbehoeften", maar evenzeer voor de zo genoemde "hogere behoeften" van de mens. Behoeftenbevrediging maakt een meer vredelievende samenleving, die op haar beurt gunstig is voor natuurbehoud. Omgekeerd zal een meer "ecologsiche" samenleving ook een meer vredelievende zijn. De behoefte aan een vredelievende samenleving gaat hand in hand met de noodzaak van duurzaamheid en met respect voor de natuur.
Of, korter: ecologie is mensenwerk.
06 mei, 2006
MENSAPEN IN NOOD
Als ik de wereld van 1934, mijn geboortejaar,
(Jane Goodall)
Forest of the Amazon
W.H. Hudsons roman "Green Mansions" inspireerde Heitor Villa-Lobos tot het componeren van een groots symfonisch gedicht over het regenwoud van de Amazone. Het was één van zijn laatste werken, met onder meer prachtige aria's voor sopraan ( "Love Song" , "Sentimental melody" ). De muziek verhaalt de lotgevallen van het nog enig overblijvende vogel-meisje Rima, die met de dieren in hun eigen taal kon spreken. Zij wordt uiteindelijk slachtoffer van het platbranden van het woud. "Forest of the Amazon" is een scherpe aanklacht tegen de teloorgang van het regenwoud, waardoor zovele dieren omkomen en zovele diersoorten uitsterven. Rima symboliseert in dit gedicht de universele liefde.
Niet alleen het regenwoud van de Amazone is bedreigd, elk regenwoud staat er slecht voor. De Congo is de tweede grootste rivier in volume, en het omringende regenwoud ervan is het tweede grootste op aarde. Het omvat 18% van het ons resterende tropisch regenwoud. In elk van die wouden leven dieren, elk van die wouden is een habitat voor diersoorten.
De antropoloog Dr. Louis Leakey wou in dit Afrikaanse regenwoud en op Borneo informatie verzamelen over mensapen: de chimpansee, de gorilla, de oerang-oetang en de bonobo. Door hen te bestuderen in hun natuurlijke omgeving, wou hij meer te weten komen over de aard van de mens. De Leakey's hebben ondertussen van antropologie een familie-traditie gemaakt.
Als onderzoekers voor zijn opdracht koos hij bewust voor vrouwen. Hij hoopte dat ze op minder rivaliteit en weerstand zouden stoten tijdens contacten met de mensapen-gemeenschappen. Als onderzoekster voor de chimpansees vond hij Jane Goodall, die haar (mannelijke) collega’s verbijsterde door de dieren die ze onderzocht, namen te geven, en geen nummers zoals proefdieren. Gorilla’s waren het studie-object van Diane Fossey, die erin slaagde het wreed imago van de gorilla te wissen (en te vervangen door dat van een wrede mens), en die jammerlijk haar leven liet in haar poging om de berggorilla’s te beschermen tegen stropers. Voor veldwerk buiten Afrika stuurde hij Biruté Galdikas die in de moeraswouden van Kalimantan in Borneo de oerang-oetang opvolgde. Zij trad in de voetsporen van Alfred Wallace, die als tijdverdrijf oerang-oetangs als een lieve lust uit de bomen schoot, maar er toch ook enkele nuttige gegevens over optekende. Aan de bonobo is Leaky niet toegekomen, maar het werk van hun studie werd, of beter: wordt ter harte genomen door de Zoo, in Planckendael, en in het bijzonder door de jonge wetenschapster Ellen Van Krunkelsven.
De getuigenis van Jane Goodall
Jane Goodall is zonder twijfel een onvoorstelbare bron van inspiratie. Ze heeft het allemaal gezien, in ons vroeger Belgisch Congo, het menselijk leed, het dierenleed, en ze heeft erover geschreven. Als eerste citaat noteer ik volgende passage:
(Rick is een jongen die een verdrinkende chimpansee redde, en dat voorval kwam op TV)
"De directeur van het JGI zag de opname en belde Rick. "Dat was heel moedig wat u hebt gedaan. Waarom deed u het het?"
"Nou, weet u," zei Rick, "ik keek toevallig in zijn ogen en het was alsof ik in de ogen van een man keek. En wat ik in die ogen las, was: "is er dan niemand die me helpt?""
Ik heb die schreeuw om hulp zo vaak in de ogen van lijdende dieren gezien: bij een vastgeboden chimpanseewees die op een markt in Afrika te koop werd aangeboden, een volwassen mannetjesaap die me vanuit zijn steriele cel van 1,5 op 1,5 meter in een medisch onderzoekslaboratorium aankeek, een uitgemergelde en stervende hond die door zijn eigenaar op het strand van Dar es Salaam was achtergelaten, een olifant die met twee voeten aan een cementen vloer zat vastgeketend. Ik heb die blik gezien in de ogen van straatkinderen en bij de overlevenden na de "etnische zuiveringen" in Burundi. Overal om ons heen over de hele wereld, kijken levende wezens ons aan met een smeekbede in hun ogen, vragend om hulp.
Als we het aandurven om in die ogen te kijken, dan voelen we hun lijden in ons hart" (uit: "Want mens en dier hebben hetzelfde lot..." blz 192)
De zachtmoedige beschouwingen van Jane Goodall getuigen van grote bekommernis en diep mededogen. En vooral van het bewustzijn dat het welzijn van de natuur en het welzijn van de mens, geen tegengestelde, maar gelijklopende belangen zijn.
"En wat ik in die ogen las, was: "is er dan niemand die me helpt?""
(WLALW)
Mensapen of mensen?
Een artikel in het tijdschrift "EOS" van maart dit jaar (nr. 3/06, bladzijde 19) trok bijzonder mijn aandacht: "Chimps moeten eigenlijk mensen worden" . Het DNA van de chimpansee, en ik veronderstel dus ook van de bonobo, staat dichter bij dat van de mens dan bij dat van andere apen. Tussen 1775 en 1816 werden mens en chimpansee samen ondergebracht bij het geslacht "Homo", en de wetenschappers in kwestie pleiten ervoor om dit opnieuw zo te doen. Interessant detail: de menstruatiecyclus van bonobo-vrouwtjes is zo gelijklopend met de menselijke, dat de onderzoeksters van bonobogroepen met hen synchroon menstrueren.
Van alle mensensoorten die geleefd hebben is alleen de "homo sapiens sapiens" overgebleven, en die vormt één soort. De idee dat er geen min of meer "recente" contacten geweest zijn met andere mensensoorten, werd onlangs nog op losse schroeven gezet door de ontdekking van de "homo floresiensis" , een afstammeling van de "homo erectus" nog wel, waarvan de soortgenoten lefden voor één miljoen jaar, en die desondanks tot een 40000 jaar geleden op het eiland Flores zou geleefd hebben. In de mythen en legenden is die waarschijnlijk blijven voortleven, een samen-leven in hetzelfde habitat tussen beide mensensoorten is dus niet uitgesloten.
De idee dat we als "homo sapiens" eenzaam en alleen zijn, is misschien minder verantwoord dan we denken. Vraag is wel wat dit zou betekenen voor bijvoorbeeld de "mensenrechten", wanneer andere dieren als behorend tot het geslacht "Homo" worden omschreven. Ik kom hier verder op terug, met de vraag naar een zinnige benadering van dierenrechten.
Het is goed dat het collectief narcisme dat wij "menselijke beschaving" noemen, stilaan wordt ontmanteld: meer en meer blijkt dat vroegere mensen ook "modern" dachten ("niets nieuws onder de zon") met symbolen; meer en meer blijkt het verschil tussen mens en dier een onderscheid en geen tegenstelling (gevoelens bij dieren zien is geen of op zijn minst niet altijd "projectie").
Mensapen: slachtoffers van menselijk geweld
Zoals zo veel andere proefdieren zijn ook mensapen slachtoffer geworden van wetenschap en industrie. Nuttige, maar vooral nutteloze en wrede experimenten werden op hen uitgevoerd, waarvan de beschrijvingen en de foto’s alleen walg kunnen oproepen. Ook de situatie in sommige kleinere dierentuinen is zorgwekkend.
De vrije geglobaliseerde markt en (burger)oorlog vernietigen door houtkap hun habitat, en drijven hopeloze mensen tot het versterken van de jacht op "bush-meat" of tot deelname aan illegale dierenhandel. Beide laatste bestaan immers niet om aan de behoeften van de plaatselijke bevolking te voldoen, maar omwille van een zoeken naar delicatessen en naar exclusiviteit bij (Westerse) snobs. Gorilla-vlees wordt gerookt en daarna verkocht op de markt. Eén van de belangrijkste stimulansen tot die handel zijn de firma's die wegen aanleggen.
(Foto's bushmeat.net)
Door de wegen zelf worden de wouden dieper bereikbaar en ontsloten. Maar bovendien nemen werknemers van die firma's actief deel aan de winstgevende handel van de "fijnproeverij": ze verschaffen de jagers munitie en wapens, en vervoeren hun prooien van het woud naar de markt. Deze handel in bush-meat is sterk verbonden met andere illegale handel. Ook de overbevissing door de Europese Unie van de Afrikaanse zeeën, zet Afrikanen ertoe aan meer te jagen op plaatselijk wild, zoals dit artikel over Ghana illustreert.
Het algemeen resultaat is een toestand van verregaande mishandeling en uitroeiing, met het creëren van nog maar eens enkele bedreigde diersoorten erbij.
Chimpansees zijn nog met een 250000-tal, bonobo's en oerang-oetangs met 50000 en er kunnen slechts 700 levende gorilla's geteld worden, zodat de status van deze laatste voor het WWF "met uitsterven bedreigd" is. Een gevaar van een te kleine populatie is inteelt, en die zou reeds in de genen van de oerang-oetangs af te lezen zijn.
De vaststelling dat zovele diersoorten met uitsterven bedreigd zijn, of zelfs daadwerkelijk alleen nog in biologische naslagwerken te vinden zijn, als ze ooit al geregistreerd werden tenminste, is een soort indicator voor de algemene toestand van onze menselijke samenleving. Oorlog is wreed voor mens én dier. Zowel mens als dier worden slachtoffer van economische globalisereing, burgeroorlog, wetteloosheid en corruptie, illegale handel.
De organisatie "TRAFFIC" zet zich in om de "bush meat- slachtpartijen" te stoppen. Zij ijvert voor natuurbescherming en voedelsvoorziening. Ook "The bushmeat-project" zet zich in voor het beëindigen van deze wantoestanden. De foto's van Karl Ammann brengen een schrijnende getuigenis van de slachtpartijen. In Nederland is de stichting "AAP" actief. Ook de Verenigde Naties hebben de ernst van het probleem ingezien: GRASP (Great Ape Survival Project) is hun bijdrage.
Omgekeerd kan meer aandacht voor dierenwelzijn een aanzet zijn tot het scheppen van een meer menselijke en vredelievende samenleving. Respect voor dieren kan men zien als een maatstaf (tussen andere) voor een vredelievende samenleving.
In haar boeken legt Jane Goodall niet te veel nadruk op deze droevige leefomstandigheden. Veeleer spreekt ze over haar bevindingen, over het vermogen tot empathie en mededogen van de chimpansees. Ze heeft ervoor gekozen te willen inspireren.
Een mooie illustratie van deze emotionele vermogens vond ik in het boek van Dirk Draulans ( "De mens van morgen" ) over het veldwerk in Congo van Ellen Van Krunkelsven:
"Ellens weerzien met de bonobo's na een jaar scheiding was ontroerend. De dieren bleken haar nog te kennen. Ze keken omlaag uit de toppen van hun bomen en zagen dat het goed was. Van blanke vrouwen met lange haren hadden ze niets te duchten - die gedroegen zich discreet en maakten geen lawaai."
Naar een zinnige verdediging van het welzijn van mensapen
Verschillende mensen zijn terecht en diep geraakt door de huidige bijna structurele mishandeling van dieren. Niet alle filosofische onderbouw van dierenrechten is echter even zinnig. Persoonlijk zie ik geen nut in de denkwijzen van "painism" , "speciesisme" , of "Animal Liberation" . Over pijn als filosofische fundering kan ik kort zijn: niet alles wat schadelijk is, doet pijn, en niet alles wat pijn doet, is schadelijk.
Naast pijn is een andere manier om dierenrechten te funderen argumenteren naar hun verwantschap met de mens, dieren beschouwen als "gedeeltelijk mens", om daaruit een uitbreiding van de mensenrechten af te leiden. De ethicus Peter Singer is bekend om dit standpunt. In een andere bijdrage heb ik daarover reeds mijn standpunt vermeld: je kan geen rechten van zwarten verdedigen met het argument dat ze een beetje of heel veel blank zijn. Wie dierenrechten verdedigt met het argument dat dieren ten dele menselijk zijn, legt geen fundering voor dierenrechten op zich, maar maakt alleen de menselijke soort een beetje groter.
Seks met dieren stelt voor hen geen probleem, als het maar geen pijn doet.
"Animal Liberation" wil een bevrijdingsbeweging zijn voor dieren naar het voorbeeld van slaven- of vrouwenemancipatie. Mensapen zouden in geen geval in een kooi mogen zitten en het recht hebben op vrij rondlopen. Om het een beetje te overdrijven: de Animal Liberation wil van dieren huisdieren met stemrecht maken. Vrij rondlopende gorilla's in Brussel: veel wereldvreemder kan je je het niet voorstellen.
Een belangrijk nadeel van deze funderingen voor dierenrechten is dat ze een zeker "wierdo" gehalte hebben, en dierenrechten daardoor herleiden tot een passie van freaks.
Persoonlijk ben ik voor principieel respect voor het andere in het anders zijn. Een gorilla hoeft voor mij niet ten dele menselijk te zijn, opdat ik het wreed zou vinden dat erop gejaagd wordt. Dierenrechten zijn rechten van het onmondige, dat is de kern van het onderwerp. Zij zullen zelf hun rechten nooit verdedigen in een rechtbank, het zal altijd een mens zijn die het voor hen opneemt.
De gorilla en de chimpansee zijn dan ook niet voorbestemd om vrij rond te lopen in Brussel, Antwerpen of New-York, maar wel in de regenwouden, in hun oorspronkelijk habitat. Voor mij is de heraanleg en de bescherming van het natuurlijk habitat in het algemeen de eerste stap in een evenwichtig dierenrechten-programma. Een onderscheid tussen principieel wilde diersoorten en huisdieren is daarom noodzakelijk. De rechten van de dieren die toevertrouwd zijn aan menselijke zorg, funderen we best in het menselijke gedrag en niet in dieren zelf. Wie een geit laat verhongeren is schuldig-nalatig. Wie een hond mishandelt, is excessief gewelddadig. Het is dit menselijk gedrag dat tot probleemgedrag kan benoemd worden, zodat er een opening komt naar begeleiding en bestraffing van de daders. We hebben dus goede wetten nodig die duidelijk omschrijven welke behandelingen van dieren niet kunnen. Maar dit blijft de uitzondering op de regel , nl. op de regel dat dieren thuishoren in hun natuurlijk habitat, en dat we dit habitat moeten respecteren.
Wanneer we het welzijn van dieren in het algemeen en van mensapen in het bijzonder op die manier benaderen, dan merken we dat het menselijk probleemgedrag dat verantwoordelijk is voor de ellende van de dieren en de vernietiging in de natuur, hetzelfde is als hetgeen verantwoordelijk is voor menselijke ellende: de geglobaliseerde meedogenloze economie, fundamentalisme allerlei, machtsmisbruik, egoïsme, en gewoon menselijke beperktheid.
Jane Goodall's laatste boek heet: "Want mens en dier hebben hetzelfde lot..." . Ik denk inderdaad dat die invalshoek een fundering in de werkelijkheid kan uitbouwen naar algemene maatschappelijke acties.
Natuurbescherming, dierenrechten en menselijke emancipatie worden zo één grote en identieke ambitie. Welke zin heeft het om te streven naar een gelijke welvaart voor alle mensen, als die welvaart noodzakelijk milieuvernietiging en dierenmishandeling inhoudt? In zulk een samenleving zal immers ook de natuur van de mens een bedreigd en onderdrukt onderwerp zijn: wie de natuur vernietigt, vernietigt de menselijke natuur en de menselijke waardigheid. Streven naar meer menselijk welzijn, naar een verbetering van de menselijke levenskwaliteit, kan niet zonder streven naar milieubehoud en het respecteren van dierenrechten. Natuurbescherming, dierenrechten en menselijke emancipatie omvatten voor mij de drie pijlers van duurzaamheid.
Is vegetarisme een ethische imperatief?
Jane Goodall is Peter Singer niet ongunstig gezind:
"Ik was zelf ook vleeseter tot ik het boek "Animal Liberation" van Peter Singer las. Pas toen maakte ik voor het eerst kennis met de bio-industrie, de kistkalveren, de legbatterijen, enzovoort. Twintig jaar geleden ben ik vegetariër geworden en ik geloof dat ik mijn energie en goede gezondheid aan dat besluit te danken heb, dat enkel uit ethische overwegingen voortkwam."
Hoef je als oprecht dierenvriend echt vegetariër te zijn? Ik heb alle sympathie voor de vegetarische keuze. Ze is culinair noch sociaal gemakkelijk en getuigt van moed. Ik wil geen kritische opmerkingen maken over vegetarisme als dusdanig, wel over de voorstelling van vegetarisme als moreel dwingend, zoals dit gebeurt bij enkele Oosterse godsdiensten, of bij dierenrechtenorganisaties. Sommigen stereotyperen het onderwerp: wie vlees eet kan niet anders dan een gewelddadige-macho-paternalist zijn.
Ik zou graag enkele bedenkingen hierover met u delen.
Vegetarisme, het klinkt paradoxaal, hoeft niet diervriendelijk te zijn. Ik ken vegetariërs die de keuze gemaakt hebben juist uit afkeer voor dieren. Wie een ruim hok heeft met scharrelkippen, zal de vos moeten buiten houden. Bizons en olifanten die velden vertrappelen, kunnen ook onwelkome gasten zijn voor de vegetarische boer. De jacht die er mogelijk het gevolg van is, kan moeilijk diervriendelijk genoemd worden. Het Amazonewoud wordt niet alleen platgebrand omwille van weiden voor hamburgerkoeien, maar ook voor sojaplantages.
Als ik echt vegetarisme moreel imperatief zou vinden, zou ik niet meer weten wat ik de kat moet te eten geven, of wat de Zoo moet doen met hun roofdieren. Het zou dieronvriendelijk zijn deze uitsluitend vleeseters met sojaproducten te voeden. Ook chimpansees eten af en toe vlees. Als de kat vlees mag eten, waarom ik dan niet?
In een breder kader kan vegetarisme zelfs onverdraagzaam worden, als de keuze gemotiveerd wordt door een drang naar zuiverheid. Wie denkt dat vegetariërs per definitie verdraagzaam en vredelievend zijn, zal in de realiteit moeten vaststellen dat dit een illusie is.
Ik vind vegetarisme, zoals Jane er voor koos, een mooie en verantwoorde keuze, maar desondanks geen noodzaak voor dierenvrienden en verdedigers van dierenrechten. Ook als "vleeseter" kan je dierenrechten verdedigen, omdat je wil dat het vlees dat je eet van goede kwaliteit is en afkomstig van goed behandelde dieren. Om de vergelijking te maken met eieren: wie een zeer terechte afkeer heeft voor legbatterijen, kan ijveren voor meer scharrelkippen, die hoeft daarom het ei geen vaarwel te zeggen.
Het belang van technologische vernieuwing.
Naast wettelijke kaders, is technologische vernieuwing daarom cruciaal in het ijveren naar meer respect voor de natuur en voor meer dierenrechten. Meer en betere technieken openen een deur op duurzame energievoorziening, betaalbare zuiveringsinstallaties, alternatieven voor dierproeven, efficiëntere bestrijding van illegale handel, betere voedselproductie, meer ontspannen werkomstandigheden wanneer de techniek wordt aangewend om de werknemers te ontlasten, niet om hun productiviteit te verhogen.
Technische innovatie hoeft niet aangewend te worden om een namaak-wereld te scheppen: het licht en de warmte van een open haard, de sfeer van kaarslicht, kunnen niet vervangen worden door een neon-spaarlamp.
Pioniers van duurzaamheid
Jane Goodall, Diane Fossey, Biruté Galdikas, en nog zovele anderen, zoals de Belgische Ellen Van Krunkelsven, hebben zich ingezet om door veldwerk de schrijnende toestand van de mensapen in de belangstelling te brengen en er een politieke agenda voor te creëren. Dat is zonder meer hun historische verdienste.
Jane Goodall heeft een aantal publicaties op haar naam staan, waarvan de centrale boodschap die van hoop is. Enkele citaten (uit: "Reason for Hope" , vertaald als "Hoop voor de Toekomst", blz 223 ev):
"De vraag die me het meest wordt gesteld tijdens mijn reizen over de hele wereld, weerspiegelt de diepste angst van mensen: "Jane, denk je dat er nog hoop is?" Is er hoop voor de regenwouden van Afrika? Voor de chimpansees? Voor de mensen in Afrika? Is er hoop voor de aarde, onze prachtige aarde die we te gronde aan het richten zijn? Is er nog hoop voor ons en voor onze kleinkinderen?
Soms is het moeilijk om optimistisch te blijven.
...
Ja, we zijn onze planeet aan het verwoesten. De wouden verdwijnen, erosie slaat toe, de grondwaterspiegel zakt, de woestijnen breiden zich uit. Hongersnoden, ziekten, armoede en onwetendheid zijn overal. Mensen zijn wreed, egoïstisch, jaloers, rancuneus en corrupt.
...
En toch heb ik, ondanks alles, hoop voor de toekomst - voor onze toekomst - maar alleen als we onze levensstijl veranderen, en wel zo snel mogelijk. Ik geloof niet dat we nog veel tijd hebben. Wij, u en ik, moeten deze veranderingen aanbrengen."
Jane ziet vier redenen voor hoop: het menselijk brein, het herstellingsvermogen van de natuur, de energie en het enthousiasme van jonge mensen, en de ontembare menselijke geest. Daartoe startte ze het het "Roots and Shoots" programma, om bij zo veel mogelijk jongeren, van de kleuterschool tot de universiteit, liefde voor de natuur te stimuleren.
"Het stimuleren van en kansen bieden aan jonge mensen en hun vooral hoop geven, is mijn contributie aan hun toekomst en daarmee aan de toekomst van de aarde.""
De moed om te handelen
In haar laatste boek "The ten Trusts:"What We Must Do to Care for the Animals We Love" , vertaald als "Want mens en dier hebben hetzelfde lot...", somt Jane tien aandachtspunten op waar de lezer inspiratie uit kan putten:
1. Wees blij om tot het dierenrijk te behoren;
2. Respecteer alles wat leeft;
3. Sta open voor dieren en probeer van ze te leren;
4. Breng onze kinderen liefde en respect voor de natuur bij;
5. Het leven op aarde moet goed beheerd worden;
6. Het behoud van de geluiden van de natuur;
7. Leer van de natuur zonder deze te vernietigen;
8. De moed om te handelen;
9. Steun de mensen die zich inzetten voor de dieren en de natuur;
10. Weet dat je niet alleen staat en leef met hoop.
Handelen is het centrale thema, handelen en de hoop niet opgeven. Jane ziet drie mogelijkheden:
"In de eerste plaats door het verspreiden van informatie, door deel te nemen aan vreedzame betogingen en door brieven te schrijven. In de tweede plaats kunnen we weigeren om producten te kopen van ondernemingen die schade toebrengen aan het milieu en we kunnen elke vorm van het exploiteren van dieren door de vermaaksindustrie afwijzen. In de derde - misschien wel de belangrijkste - plaats, kunnen we ons eigen leven inrichten op een manier waarmee we de omgeving zo min mogelijk belasten."
Niet wereldschokkend misschien, maar een duidelijk statement. We kunnen er Jane Goodall alleen maar dankbaar om zijn.
28 februari, 2006
ONTREGELD (2)
Verderbouwend op vorige tekst, volgen hier een tiental nadelen van het zomeruur, redenen waarom de invoering van zomeruur en vervroeging onwenselijk zijn. U zal ongetwijfeld deze lijst nog kunnen uitbreiden met verdere argumenten tegen het zomeruur en tegen de vervroeging van de wettelijke tijd. Na deze opsomming ga ik verder in op de juiste zonnetijd en op de Europese uurzones zelf.
(1) Een van de belangrijkste redenen om een ST (Standard Time) in te voeren die de zonnetijd zo dicht mogelijk benadert, is de onverdraagzaamheid die verborgen zit in de ideologie van zomeruur en vervroeging.
De gedachte dat men meer of minder licht kan hebben door een wettelijke maatregel is ongepast. Elke dag van het jaar heeft zijn specifieke aantal zonne-uren. Er bestaat niet zoiets als een extra-uur daglicht door het zomeruur, zulk een bewering is zinsbegoocheling. Door het zomeruur blijft het 's avonds voor niemand langer licht, we staan gewoon vroeger op. Het is verbazend hoe efficiënt collectief zelfbedrog kan zijn.
Ieder is vrij om het ogenblik waarop hij wil wakker worden en opstaan, zelf te kiezen. Wil men, om langere avonden te hebben, de kantoren open houden van zeven uur in de morgen tot twee uur op de middag, zoals op dit ogenblik tijdens de zomer in continentaal West-Europa, dan kan men dat gewoon zo doen, daarvoor hoeft men geen algemene tijdsverschuiving bij wet vast te leggen.
Het zomeruur is desinformatie: men maakt mensen wijs dat zeven uur negen uur is, en zie, niemand vindt het erg dat de banken om zeven (negen) uur open gaan. DST is dwang door leugen. Een Canadees schrijver zei het in 1947 zo:
" At the back of the Daylight Saving scheme I detect the bony, blue-fingered hand of Puritanism, eager to push people into bed earlier, and get them up earlier, to make them healthy, wealthy and wise in spite of themselves." (Robertson Davies, The Diary of Samuel Marchbanks, 1947, XIX, Sunday.)
In een systeem met standaard tijd kan ieder die het wenst vroeg opstaan, maar in een systeem met DST wordt iedereen op één of andere manier gedwongen het kunstmatige en onnatuurlijke ritme te volgen.
In België leven we aan het westerlijk uiterste van de Duitse uurzone. Hoe futiel het "argument" van de langere avonden of van meer daglicht wel niet is, kan men eenvoudig begrijpen door te vergelijken met wie in het oosterlijke uiterste van onze uurzone woont: in Polen, Hongarije, Bosnië, Zuid-Italië, ... . Ik heb nog nooit een toerist horen klagen over het feit dat het daar zo vroeg donker wordt. Nochtans zien hun openingsuren er net zo uit als de onze, waardoor bv. in het Oosten van Polen een sluitingsuur van vijf uur in de zomer echt vijf uur is en geen drie uur, zoals bij ons. Kijk even naar de openingsuren van dit Pools kasteel.
(2) De verstoring van het bioritme valt vooral op bij de overgang van winteruur naar zomeruur, maar is eigenlijk voortdurend aanwezig. Deze verstoring, door de discrepantie met de natuurlijke biologisch klokken in het lichaam, is zo sterk dat uit zomeruur en vervroeging noodzakelijker wijze schade voor de gezondheid moet volgen. Verschillende neurologische aandoeningen worden erdoor versterkt.
(3) DST dwingt iedereen, maar de natuur kent geen DST. Baby’s, bejaarden, dieren, planten botsen in hun ritme met tijdsvervroeging. Vervroeging is milieubelastend, kindonvriendelijk en een mishandeling voor bejaarden. Landbouwers ondervinden schade door de discrepantie van het ritme van de samenleving en dat van hun teelt.
(4) Mogelijk verhoogt DST de verkeersveiligheid in juni en juli, in de andere maanden zal ze die verminderen. Aansluitend bij het vorige punt kan men hierover opmerken dat de spits door DST op het minst gunstige ogenblik valt: de warmste momenten van de dag, waardoor de schadelijke effecten van luchtvervuiling toenemen.
(5) DST roept verkeerde associaties op. Sommige kinderen begrijpen niet dat melk van de koe komt, omdat ze die steeds in dozen in de supermarkt kopen. Evenzo denken sommigen dat DST het natuurlijke uur is, en dat in de winter de klok wordt achteruit gezet. Het korten van de dagen in de herfst wordt toegewezen aan het verdwijnen van DST, en zo ontstaat een begripsverwarring tussen zomer en zomeruur, tussen winter en winteruur.
(6) Culturele verwarring is een algemeen gevolg van DST en vervroeging. Landen waar nog een volledig natuurlijk uur geldt, zijn zeldzaam. Japan heeft een volledig juist uur. Sommige Westerse streken ook, maar alleen tijdens de winter, zoals Londen en Berlijn en verschillende plaatsen in de USA. Wanneer ik hoor dat George Bush jr. elke dag om vijf uur opstaat, dan bedenk ik dat in België de peuters reeds om vijf uur naar een kinderdagverblijf worden gebracht, alleen noemen wij in België "vijf uur", "zeven uur".
Hetzelfde geldt voor historische of literaire teksten: wanneer een negentiende-eeuwse dichter spreekt dat hij om zes uur opstaat en de dageraad aanschouwt eind april, probeer dit hem dan eens na te doen: in België is er om zes uur ’s ochtends (klokkentijd) in april weinig dageraad te bespeuren. Het beeld van de wereld dat we hebben raakt volledig misvormd door tijdsvervroeging. En ook voor de wetenschap stelt zich een probleem: sociobiologisch onderzoek bijvoorbeeld kan best verwijzen naar de plaatselijk juiste zonnetijd. Paradoxaal genoeg is de echte universele tijd, deze plaatselijk juiste zonnetijd. Dan is vier uur 's morgens vier uur 's morgens voor iedereen, zonder misverstand.
Hoe zeer men onvoldoende bewust is van de vervroeging blijkt bijvoorbeeld uit deze foute manier om het Zuiden te zoeken met een compas. De scouts van de volgende link hebben het alvast beter begrepen, en vinden het Zuiden probleemloos zonder compas, maar wel alleen in België.
(7) Siësta is een mediterrane gewoonten om de hete middagzon te mijden. Arme bouwvakkers in Galicië! Wanneer zij om vijf uur opnieuw beginnen werken, geeft de zon een warmte die in Japan middagzon van twee uur geeft. Door de vervroeging schuift de middag naar de voormiddag, maar de avond naar de namiddag, waardoor het aanpassend effect van de siësta volledig verloren gaat. In plaats van de warmte te mijden, gaat men ze meer zoeken. DST is slechte aanpassing. Hetzelfde geldt voor zonnebaden. De gezondste ogenblikken om te zonnen aan de Belgische kust zijn tussen vier en zeven uur klokkentijd, het ogenblik dat men nu het strand verlaat om een restaurant te zoeken dat om zes uur (vier uur) vol zal zitten, om reeds om tien uur (acht uur ) de deuren te sluiten.
(8) Veel van de argumentatie ten gunste van DST is verouderd. De werkuren zijn flexibeler, wat de veralgemening van de effecten deels vernietigt. Kunstlicht neemt een kleiner deel in van het energieverbruik dan vroeger.
(9) DST is een expressie van rendabiliteits-denken. De vraag van Millet was hoe hij een dag rendabeler kon maken. Een typisch probleem voor een bedrijfsleider, dat kadert in een mentaliteit van diegenen die de wereld willen veranderen tot een groot geglobaliseerd bedrijf.
(10) DST kan de idee wekken dat tijd een administratief gegeven is. Uiteraard is dit niet zo: alleen de zon geeft de tijd aan. Vervroeging en DST zijn een samengaan van vrijemarkt-fundamentalisme en totalitaire denkwijzen. Het hoeft dan ook niet te verbazen dat een land als China, naast Europa, ook sterke afwijkingen kent.
De juiste zonnetijd is een complex gegeven
De meesten weten uiteraard dat de verhouding dag/nacht verandert gedurende het jaar. Minder zijn ervan op de hoogte dat de som van dag en nacht gedurende een kalenderjaar niet steeds gelijk is aan 24 uur. De totale lengte van een zonnedag schommelt tientalle seconden gedurende het hele jaar, soms is de zonnedag langer dan 24 uur, soms korter. Eigenlijk zijn er slechts vier ogenblikken in een jaar waarop een zonnedag exact 24 uur lang is.
Deze verschillen stapelen zich op (zoals een klok die elke dag een minuut achterloopt, na twee weken een kwartier fout staat) met als gevolg een verschuiving van de juiste zonnetijd tegenover de "middelbare zonnetijd" (of tegenover de standaard tijd). De zon gaat extra-vroeg (16 min) onder in november waardoor deze verschuiving het zichtbare korten der dagen in het Noordelijk halfrond versterkt. De zon gaat "verlaat" (14 min) onder in februari, en dus vergroot in diezelfde landen het effect van het lengen der dagen. Deze schommeling noemt men de tijdsvereffening. Het voortdurende veranderen van de lengte van de zonnedag, die deze tijdsvereffening veroorzaakt, is het gevolg van de schuine stand van de aardas (die ook de seizoenen veroorzaakt) en de ellipsvormige vorm van de aardbaan rond de zon (u vindt op volgende link de tijdsvereffening volledig wiskundig uitgewerkt).
Op het Zuidelijk halfrond geeft de tijdsvereffening een ander seizoenseffect. Het licht en de lichtveranderingen, van elke plaats op elk ogenblik van de dag, zijn uniek, elke dag heeft zijn specifiek kleurenpalet.
Naast de juiste zonnetijd, bestaat er een sterrentijd, en een atoomtijd. Uit de vergelijking tussen zonnetijd en atoomtijd, blijkt dat de rotatie van de aarde vertraagt, dat dus de dagen langer worden.
De gedachte van een arbitraire administratieve tijd, heeft geen fundering, behalve politieke macht.
Natuur gaat boven de Wet
Zelfs de meest zorgvuldige rechter zal na het meest zorgvuldige onderzoek moeten besluiten tot het vaststellen van de "juridische" waarheid. Hoe zorgvuldig ook vastgesteld, deze juridische waarheid kan nog steeds een gerechtelijke dwaling zijn. Afspraken blijven maar afspraken, wetten zijn maar wetten. Het mag dan onmogelijk zijn een vorm van natuurrecht ondubbelzinnig en objectief te formuleren, positief recht in een vacuüm is een zeer gevaarlijk iets. Dat is de reden waarom er mensenrechten opgesteld werden: om de grenzen af te bakenen waarbinnen afspraken mogelijk zijn.
Klokkentijd is dan ook een maatschappelijk subjectief gegeven, in tegenstelling tot het uur dat aangeduid wordt door een zonnewijzer, die het uur toont door middel van objectieve schaduwen.(Doe eens het "zonnewijzerpad" in Rupelmonde, of bezoek het "zonnewijzerpark" in Genk)
De menselijke dag is assymmetrisch
De chronobiologie heeft de golven in melatonine ontdekt, die ons slaap- en waakritme regelen. Uit deze onderzoeken blijkt dat de mens slaapt van tien uur 's avonds tot zes uur 's morgens, zonnetijd. In West-Europees continentaal zomeruur is dit van middernacht tot acht uur 's morgens. Dat de gangbare werkuren daar niet mee stroken, is duidelijk.
We hebben drie delen in de dag: de ochtend, de namiddag en de avond. Een donkere avond is geen "kwaad", en slapen bij ochtendzon is geen verspilling, zoals William Willet propageerde met zijn pamflet "The Waste of Daylight" . Rusten in de ochtend, gezellig socialiseren tijdens de avond, de nachtelijke hemel bekijken,... zijn belangrijk voor het menselijk welzijn. Of, met de woorden van Robertson Davies (zie hoger):
" I even object to the implication that I am wasting something valuable if I stay in bed after the sun has risen. As an admirer of moonlight I resent the bossy insistence of those who want to reduce my time for enjoying it."
De West-Europese klokkentijd heeft weinig te maken met tijdsaanduiding of tijdmeting, maar wel mat politieke, economische en, zoals hoger bleek, ook moralistische aanspraken op maatschappelijke macht. Zij is een middel om een volledige samenleving volgens een bepaald patroon te conformeren, een expressie van het schrijnende gebrek aan respect voor zelfbeschikking in onze huidige wereld. Waarschijnlijk is er geen propaganda zo geslaagd als die vier uur, zes uur noemt. Het zomeruur, of de "zomertijd", is een vorm van collectief zelfbedrog geworden.
Wat we nodig hebben is respect voor zelfbeschikking en voor de dingen zoals ze zijn. De discrepantie van twee, zelfs drie uur (in Galicië en Bretagne) met de juiste zonnetijd, is een symbool voor het misprijzen voor de natuur in onze industriële samenleving. De afwijkende klokkentijd is een gevolg van dwang, leugen en economisch fundamentalisme. Het verzet ertegen en het promoten van een invoering van een standaard tijd die zo dicht mogelijk ligt bij de juiste zonnetijd, zijn een symbool van het streven naar mee levenskwaliteit en naar respect voor de natuur, naar duurzaamheid.
De slogan "Abolish Daylight Saving Time" , gaat over meer dan tijd alleen. Lees bijvoorbeeld ook de klacht van deze Tsjechische bakker, merk op dat deze link over zonnetijd een politiek manifest voorstelt, of neem deel aan de "internet-voting" over zonnetijd en DST aan het einde van die pagina.
Nieuwe uurzones voor Europa
Een nieuwe uurzone in West-Europa zou veel kunnen verbeteren. Een herschikking waarbij Ierland, Groot-Brittannië, Portugal, samen met Nederland, België, Luxemburg, Frankrijk en Spanje een GMT-uurzone zouden vormen, zou, in combinatie met de afschaffing van DST, een aanvaardbare afwijking van de zonnetijd in West-Europa brengen.
Dat er dan continentaal grenzen van uurzones bijkomen, kan in de huidige hoog-technologische tijd niet echt een probleem zijn. Belangrijk is dat de West-Europeanen er zich bewust van worden in welke mate hun leven kunstmatig is geworden, door leugen en dwang.
ONTREGELD (1)
Een zomerse dag
Reis even mee naar het land Fantasia. Het is een land van harde en ijverige werkers. Tussen vier uur en half vijf in de morgen staan de meeste mensen op. Zelfs baby's worden op dat ogenblik gewekt, om tussen vijf uur en half zes aan een kinderdagverblijf toevertrouwd te worden. Ook ouderen worden voor zes uur verwacht aan het ontbijt. Tussen zes uur en half zeven zitten de meeste scholieren hun eerste les op school te volgen. Wie om tien uur een taverne bezoekt, ziet er velen middagmalen gebruiken: biefstuk, friet, spaghetti, of welke warme maaltijd ook. Tegen vier uur in de namiddag zijn de meesten terug thuis voor het avondeten. Ouderen worden soms al tussen drie en vier uur in de namiddag, wanneer de zon nog hoog staat, terug in bed gelegd voor hun nachtrust. Tussen negen en tien uur in de avond gaan de inwoners van Fantasia dan slapen, om de ochtend daarna weer om vier uur half vijf op te staan. Dit gekke land bestaat: het heet België, of Nederland, of Frankrijk of Spanje. In de Franse streek Bretagne of in het Spaanse Galicië, is het nog erger: daar staan ze om drie uur half vier op. Voor alle duidelijkheid: dit is geen grap, maar bittere ernst.
We zijn zo ondertussen gewend aan de idee dat tijd iets volkomen arbitrairs zou zijn. Levend in een bunker, zouden we kunnen zeggen dat twaalf uur 's nachts, twaalf uur 's middags is. Niets is echter minder waar: de tijd is nauw verweven met onze fysieke en geestelijke gezondheid, met ons natuurlijk wezen zelf.
Bij bewustwording van dit probleem, merk ik meestal drie reacties (kijk ook naar deze): of : het doet er niet toe (tijd is arbitrair), of: omkering der waarden (men beschouwt het kunstmatige zomeruur (zomertijd) als het authentieke natuurlijke uur en wil daarom het "winteruur afschaffen" ), of, ten derde : verbijstering over de eigen onwetendheid. Over de indringende wijze waarop we in sommige landen (België, Nederland, Spanje, het Westen van China) aangetast zijn door een gedefaseerde tijd, en de daarbijhorende arbitraire logica, gaat deze bijdrage.
Blinden raken soms van slag
Blinden, in het bijzonder bij een beschadigde oogzenuw, hebben soms slaapstoornissen, gemiddeld meer dan andere mensen. De reden is een soort constante jet-lag. Slaperigheid wordt in het lichaam geregeld door het hormoon melatonine en gestuurd door de pijnappelklier, die het verloop van de dag volgen in welbepaalde golven, de circadiane ritmen. Wanneer het donker wordt produceert de pijnappelklier melatonine, waardoor je slaperig wordt.
Een volledige melatonine-cyclus duurt iets meer dan 24-uur, en, wanneer deze klok niet elke dag op "nul" wordt gezet, ontstaat er een faseverschil tussen de "melatonine-dag" en de werkelijke dag. Dit voortdurende bijwerken van de biologisch klok gebeurt door de waarneming van daglicht, en dat is voor sommige blinden onmogelijk. Dit stelt hen voor een groot probleem, omdat slapen, depressie, epilepsie, stress, nauw met elkaar verbonden zijn. Lichttherapie, behandelingen met melatonine, ... kunnen hen helpen gelijke tred te houden met het werkelijke verloop van de dag.
Niet alleen blinden kennen deze problemen. Mensen in erg noordelijke landen als Zweden en Noorwegen, kunnen in de winter ook last hebben van een tekort aan licht, of, beter: een duidelijk lichtritme. Tijdens de zomer moeten ze zich afschermen tegen een te lange dag, tijdens de winter is er gewoon te weinig licht.
De "biologische klok" van mens, dier, plant en zelfs van bacteriën wordt bestudeerd door de chronobiologie. Zij is nog een jonge wetenschap, maar heeft reeds verschillende ritmes en klokken in het lichaam ontdekt. Deze klokken werken nauw samen en vormen één geheel. Gebeurtenissen die deze klokken afstemmen noemt men "Zeitgebers". Licht is dé Zeitgeber, maar ook maaltijden geven ritme aan. Ondertussen is men zelfs al tot het inzicht gekomen dat het ogenblik van een welbepaalde medische behandeling, zo belangrijk kan zijn als de behandeling zelf. De biologische klok is gelokaliseerd tussen beide ogen ( de "suprachiasmatische kern") en is verbonden met hun netvlies.
Halverwege de negentiende eeuw sliepen de mensen negen uur per nacht, nu nog zeven. Ons slaappatroon is sterk veranderd, onder meer door de invloed van kunstlicht. Slapen blijft een mysterieus iets, maar hangt duidelijk samen met de algemene neuro-chemo-electrische werking van de hersenen. De afwijkende waarneming van licht, meer bepaald van de dageraad, kan dus nauw samenhangen met neurologische problemen als depressie, stress, slapeloosheid en epilepsie.
Dit geldt dus onder meer voor blinden, waarom zou het dan ook niet gelden voor wie wijsgemaakt wordt dat het om vier ’s morgens eigenlijk al zes uur is? Verstoring van het bioritme geldt immers niet voor niets als één van de belangrijkste nadelen van het zomeruur en van de vervroeging van de wettelijke tijd. Bij de overgang van winteruur naar zomeruur komt ze het meest in de aandacht, maar deze verstoring van het bioritme bestaat elke dag.
Klokkentijd in België
Tot 1 mei 1892 gebruikte men in België de tijd van een grote stad in de onmiddellijke nabijheid. De tijd in die grote steden werd aangegeven door de kerktoren, waarvan de klok afgestemd werd op een zonnewijzer. Dit werd wat onpraktisch door de toegenomen industrialisering en mobiliteit. Er reden treinen van Oostende naar Luik. Een standaard uur voor heel België werd nodig, en, met de wet van 28 april 1892 werd de GMT (Greenwich Mean Time) de wettelijke tijd in België. Een logische en goede keuze. Wanneer het in Greenwich (Londen) 12 uur is, is het in De Panne 12u 10 en in Malmedy 12u 24. De gemiddelde afwijking tussen de meeste Belgische steden en Londen bedraagt 17 minuten. Bovendien bevinden de meeste grote steden zich in het Westen van het land.
Na de Eerste Wereldoorlog werd een zomeruur ingevoerd, tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hieraan nog een vervroeging van één uur toegevoegd door de Duitse bezetters, zodat het uur van de bezette gebieden afgestemd werd op het Duitse. Deze vervroeging is bewaard gebleven na het einde van de oorlog, maar het zomeruur daarbovenop werd afgeschaft. België had van 1946 tot 1977 een continu zomeruur, dus vervroeging. Sinds 1977 hebben we in Europa, de regelgeving volgend van de Europese Commissie (zoek met "zomertijd"), opnieuw de uurregeling van Nazi-Duitsland: vervroeging plus zomeruur.
Wie in het Spaanse Galicië enkele kilometer zuidwaarts reist tot over de Portugese grens, moet zijn klok verzetten van Duitse naar Engelse tijd. Portugal en Galicië liggen op dezelfde lengtegraad als Ierland, een westerlengte dus, en geen oosterlengte. De afwijking tegenover de juiste zonnetijd bedraagt daar drie uur! Ook de stad Brest in het Franse Bretagne heeft een westerlengte als ligging. Deze afwijking wordt alleen geëvenaard door het Westen van China (pdf wereld tijdzones), dat de tijd volgt van Shangai, het uiterste Oosten van China.
In België ondergaan we de invloed zowel vervroeging als van zomeruur, waardoor we in de zomer bijna twee uur afwijken van de juiste zonnetijd. Wat kunnen van zulke extreme misvormingen de motivaties zijn? Ik zal ze bespreken aan de hand van twee historische teksten uit het begin van de twintigste eeuw, één ten voordele van vervroeging en één ten voordele van het invoeren van het zomeruur.
Dokter Leopold Dejace
Léopold Dejace was chirurg uit de buurt van Luik en hoofdredacteur van het Belgische medische tijdschrift "Le Scalpel", waarin hij zelf ook schreef, zoals blijkt uit volgende aankondiging op het net:
VOYAGE D'ÉTUDES MÉDICALES]. DEJACE (L.). - Voyage d'Études Médicales. Onzième V.E.M. Aux stations du Sud-Est de la France.
Liège, Impr. La Meuse, [1912].
Plaquette petit in-8. 34 pages. Agrafé. Couverture un peu salie. Cachets.
Extrait du journal Le Scalpel et Liège Médical, 1911-1912.
In 1901 schrijft hij een tekst ten gunste van vervroeging. Hij klaagt erover dat de Belgische wetgever zich in 1892 vergist heeft met de invoering van GMT als standaardtijd voor België. Een aanpassing van deze "fout" ziet hij in belang van "de industriëlen, de landbouwers, de arbeiders, de bedienden, de moralisten".
Een eerste bijzondere vaststelling in de tekst is dat Léopold Dejace het Duitse tijd ziet als de enig juiste zonnetijd: "Het sociale leven is niet meer afgestemd op de zon en op het daglicht, maar op een overeengekomen stand van de wijzers en de klok". Die klacht is terecht in die zin dat standaardtijd altijd een bij wet vastgelegd gegeven is, in tegenstelling tot de juiste zonnetijd, maar uiteraard is deze klacht ook zeer bizar door de perceptie van de Duitse tijd als "De Zonnetijd" bij uitstek voor heel Europa, waar op dat ogenblik althans de Belgische tijd "jammerlijk" van afweek:
"Wanneer de uurwerken van onze stations en Belgische steden 12 uur aanwijzen, dan wijzen de Duitse, Oostenrijkse, en Italiaanse klokken 1 uur aan."
"Elke Belg, die op reis was in Duitsland en die van de voordelen kon proeven van het centrale uur, zet bij zijn terugreis, met spijt, zijn uurwerk terug op Meridiaan Tijd. Waarom richten de sterke bonden die er in België bestaan geen vereniging op die (...) voordelen opeist van het Centrale Europese uur om de gevaren van ons kunstmatig uur te bestrijden?"
Zulke beweringen zijn toch echt sterk. Zelfs als het volgen van de Duitse tijd in België al voordelen zou hebben, zoals Léopold Dejace beweerde, dan zijn die in Duitsland niet zichtbaar, omdat de Duitse tijd in Duitsland hetzelfde is als de Engelse tijd in België. Deze omkering die van het natuurlijke uur het kunstmatige uur maakt, en dan nog in naam van de wetenschap ("De wetenschappers zouden er zich moeten rekenschap van geven dat het zonne-uur en het conventioneel uur zo maar niet aangepast kan worden. Een berekening volstaat om de waarheid te kennen"), is toch wel heel bijzonder, en doet eerder vermoeden dat een gedweep met de Duitse cultuur er de bron van is.
Welk waren volgens Léopold Dejace dan de voordelen van tijdsvervroeging?
"Laten wij twee punten van de sociale moraal aanstippen in verbinding met het Centraal Europese uur:
- Aan de avond van elke dag zijn uur natuurlijk licht terug bezorgen, is in werkelijkheid een bestrijding van het nachtelijk uitgaan. Als de nacht valt komen de gevaarlijke nachtdieren, de apachen, de pooiers en de meisjes van plezier op het toneel. De publieke ordehandhaving heeft er alle belang bij om de werkuren van dit soort uitschot te verminderen.
- Het alcoholisme zou gevoelig verminderen als men de klok een uur later zet. Het volstaat om een ritje te maken door onze dorpen met hun landbouw of industrie om te weten te komen dat de zomer het dood seizoen is voor de cafés. De werklieden die van hun dagtaak huiswaarts keren bij klare dag, zij minder geneigd een café te bezoeken. Als men voor deze mannen gedurende verschillende maanden hun thuiskomst bij daglicht laat gebeuren, is dit een vermindering van het alcoholgebruik na het werk, met de vermindering van de gezinsproblemen erdoor veroorzaakt."
"De moralisten veroordelen sinds jaren de nachtelijke activiteiten en het West-Europese uur bevordert deze."
Het is niet echt nodig te wijzen op de sterk moraliserende inslag van deze argumenten, maar ik onthoud vooral de houding van iemand die voor anderen wil beslissen hoe zij moeten leven.
Een argument dat ook vandaag nog leeft is dat van het extra-uur daglicht:
"Indien het centrale uur wordt ingesteld in België dan zouden deze sukkelaars thuis gedurende maanden kunnen genieten van het resterend daglicht en kunnen deze hun tijd, eventueel spenderen met wandelen of heilzaam tuinieren. Gedurende de maanden april tot september kunnen zij profiteren van de buitenlucht. De andere kant van de medaille is dat men vroeger moet opstaan, maar elke hygiënist zal ten allen tijde het met de kippen opstaan en vroeg slapen gaan aan bevelen."
"Voor België is dit uur licht volledig verloren en wordt opgeofferd aan de avondschemering door het aannemen van de Greenwichtijd. Zijn de schadelijke gevolgen dan zo miniem dat men aan de menselijke plant één uur onttrekt van de weldoende zonnestralen? Heden kennen wij beter de voordelen van de weldoende zonnestralen, en het is absurd om uit een betwistbaar administratief standpunt de ganse natie één uur zon af te nemen."
Zo heb ik nu, honderd jaar later, gelezen dat het zomeruur goed is tegen tandbederf, omdat meer daglicht meer vitamine D aanmaakt in de huid. Anderen wijzen erop dat meer daglicht ook meer huidkanker veroorzaakt. In elk geval vond Léopold Dejace de zaak erg belangrijk:
" Wij hebben maar alleen het probleem aangeraakt, maar trekken er toch de aandacht van elkeen op. Misschien komt er ooit een dag dat iemand zich zal inzetten om de oplossing te brengen voor dit sociaal gezondheidsprobleem. Wij stellen van onze kant dit probleem voor aan een onderzoek van de hoge gezondheidsraad."
Een argument van een heel andere soort en ook nog actueel, is dat van "besparingen".
"Wij bespreken vrijwillig de belangrijke vraag van de supplementaire industriële verlichtingkost niet, die in de handen van de economisten blijft, maar blijven alleen bij de vraag over de invloed op de algemene gezondheid."
En daarmee komen we bij de verdedigingen van het zomeruur (DST: Daylight Saving Time)
Het pamflet van William Willett
Het eerste pamflet ten gunste van de invoering van een zomeruur werd geschreven door Benjamin Franklin in 1784. Dit was echter een humoristische tekst om mensen aan te sporen vroeger te gaan slapen en vroeger op te staan. De Engelse bouwondernemer William Willett schreef in 1907 (pas) de eerste en meest bekende tekst om het zomeruur in te voeren. In 1908 werd in het Engelse parlement zijn wetsvoorstel afgewezen. De Duitse legers hadden de idee echter wel onthouden en voerden in 1914 in de bezette gebieden een zomeruur in, om brandstof te sparen. Uiteindelijk kreeg het Duitse oorlogsvoorbeeld navolging: op 17 mei 1916 werd de invoering van DST goedgekeurd in Groot-Brittannië, tegen een storm van protest in. Het zomeruur is dus het product van Angelsaksisch liberalisme en Duits imperialisme.
Het was William Willett bij een vroege ochtendwandeling opgevallen dat de luiken overal gesloten waren. Deze bijzondere ervaring was voor hem het begin van een heel engagement om een zomeruur ingevoerd te krijgen. In zijn artikel "The Waste of Daylight" argumenteert hij:
"We lose nothing, and gain substantially. (...) Those who have travelled by sea east or west, will remember how easily they accommodated themselves to the frequent alterations of time on board ship."
Ondertussen weten we wel dat aanpassen aan een nieuw tijdschema meer dan een week duurt. Voor dieren op een boerderij duurt het zelfs langer. Bovendien is het aanpassen aan het zomeruur slechts ten dele te vergelijken met de aanpassing aan de lengtegraad door de passagiers van een schip: voor hen schuiven alle "Zeitgebers" samen op, voor de slachtoffers van zomeruur en vervroeging ontstaat een andere ordening tussen lichtinval en maaltijden. Maar Millet denkt vooral aan de voordelen van een extra-uur daglicht:
"By a simple expedient these advantages can be secured. If we will reduce the length of four Sundays by 20 minutes, a loss of which practically no one would be conscious, we shall have 8o minutes more daylight after 6 p.m. every day during May, June, July and August, and an avenge of 45 minutes more every day during April and September."
"Now every hour so spent makes for health and strength of body and mind. With 9 hours and 20 minutes every week, of additional opportunity, the value of existing opportunities for exercise and recreation will be more than proportionately increased."
Hij ziet mogelijkheden voor de vrijetijdsindustrie:
"The benefits afforded by parks and open spaces will be doubled, and the nation may some day have cause to be thankful that by this means opportunities for rifle practice will have been created, which under existing conditions cannot be contemplated."
Hierover bestaat nu zelfs twist: vorig jaar bestond er op bepaalde plaatsen in de USA de idee om het zomeruur te verlengen tot eind oktober (zoals in Europa), maar dit veroorzaakte onmiddellijk een belangenconflict tussen de barbecue-verkopers en de media: niemand houdt een barbecue voor zijn televisie, en dus was een commerciële keuze noodzakelijk.
En uiteindelijk is er het argument van de besparing op kunstlicht:
"Everyone, rich and poor alike, will find their ordinary expenditure on electric light, gas, oil and candles considerably reduced for nearly six months in every year."
Deze stelling moet flink gerelativeerd worden: wat ’s avonds zou gewonnen worden, wordt veel 's morgen verloren vooral in het begin van de lente, op het einde van de zomer en in de herfst. Het aandeel kunstlicht in de totale hoeveelheid van energieverbruik daalt. De besparing zou 0,5% per jaar zijn. Of er een financiële besparing is, is dan helemaal onzeker, aangezien het aanpassen aan de tijdsverandering ook kosten met zich meebrengt.
Het woord "Everyone" komt veel voor in de tekst van Millett, een typisch kenmerk van een totalitaire denkwijze van wie anderen wil dwingen binnen het eigen denkkader. In die totalitaire logica vinden zomeruur en vervroeging elkaar.
Lees verder: "ONTREGELD (2), de zonnetijd als symbool van verdraagzaamheid"
16 januari, 2006
"THE LORD OF THE RINGS"
De actualiteit is rijk aan gebeurtenissen. Twee nieuwsitems van december 2005 in België zijn me wat sterker bijgebleven: de aankondiging van de sluiting van de bierfabriek in Hoegaarden en het verwijderen door de spoorwegmaatschappij NMBS van de affiches van "de GAIA-gans" . Hoegaarden is een dorp in België, een beetje onder Tienen, dat zijn naam heeft gegeven aan een plaatselijk witbier. De kleine brouwerij werd enkele jaren geleden overgenomen door een biermultinational en nu, zonder verpinken, en ondanks het grote succes van het bier, gesloten om de productie ervan naar elders te verhuizen. GAIA is een Belgische dierenrechten-organisatie die de voorbije feestperiode een affichecampagne tegen foie gras heeft opgezet. Daartoe heeft ze affiches gemaakt van "SM-ganzen", om de aandacht trekken op de mishandeling van gedwangvoederde dieren. De waarde van de traditie van het streekbier Hoegaarden, is voor het huidige bedrijf waardeloos. Tegen foie gras mag geen actie gevoerd worden tijdens de feestdagen. Twee uitingen van hetzelfde economisch fundamentalisme dat dit tijdvak kenmerkt. In dit economische fundamentalisme bestaat er geen waarde buiten "meerwaarde", we zouden kunnen zeggen dat het de menselijke werkelijkheid "ont-waardt".
Hoe kunnen we omgaan met deze indringende ontwaarding? Hoe kunnen we de werkelijkheid haar menselijke waarde teruggeven, of, anders gezegd, de menselijke waardigheid herbevestigen? Dat is het onderwerp van deze bijdrage.
Ontwaarding door commercialisering
"The last samurai" vertelt het verhaal van een Amerikaans officier die na vele veldslagen te hebben overleefd, na het beëindigen van de Secessieoorlog een kermisattractie is geworden. Daardoor lijkt het leven hem zinloos en hij raakt aan de drank. Gerekruteerd voor een missie in Japan, valt hij in de handen van opstandige samoerai. Hij ontdekt er hun rust, eer en trots, en wisselt van kamp. Bij een ontmoeting met een vroegere wapenbroeder, vraagt die hem: "What is it about your own people that you hate so much?". Inderdaad: welk aspect van de Westerse cultuur wekt zijn weerzin op? Ontwaarding. Dat alles herleid en beperkt wordt tot een consumptie-artikel.
Een van de onderwerpen die slachtoffer worden van deze economisch-fundamentalistische ontwaarding is de natie-staat, of laat het mij een beetje met pathos "het vaderland" noemen. De natie staat op drie manieren onder druk: regionalisme, supra-nationalisme, en wat ik noem, meta-nationalisme. Regionalisme behoeft, naar ik meen, geen toelichting. Supra-nationalisme vertoont zich als voorstellen tot Europese politieke eenmaking, of universele (wereld) democratie. Het gaat bij beiden om territorium dat geografisch wordt omschreven. Het meta-nationalisme van de multinationals is niet geografisch maar sektorieel. Zoiets als "Wij van Bekaert", met een eigen wetgeving die de nationale te boven gaat. Of als de internationale denktanks die achter gesloten deuren de toekomst van de wereld uittekenen (hertekenen), en plannen maken die pas publiek bekend worden als ze voldongen feiten zijn. Daarbij wordt de wereld niet verdeeld volgens een geografisch territorium, maar volgens een internationaal bedrijfsnetwerk. Een voorbeeld is het antwoord van Bert De Graeve (VRT-interview) wanneer hem om de delokalisatieplannen van Bekaert werd gevraagd: "Slecht voor België, maar goed voor Bekaert."
Mannen of vrouwen die fier zijn op hun leeftijd, het is not-done vandaag. Zeker niet in beroepen waarbij men "presentabel" moet zijn. Van filmsterren wordt verwacht er 20 uit te zien van 18 tot 58. Wie daaraan niet meedoet, verlaat het circuit. Niet alleen 20, maar ook ideaal. Met opgespoten lippen, vergrote of verkleinde borsten of neuzen, of, minder agressief met belangrijke hoeveelheden verzorgingscrèmes, make-up en haarverf. Grijs is voor bejaarden. Alles is imago: verkoop jezelf.
Daar het vrije markt- of economische fundamentalisme alleen de waarde van eigendom erkent, verliezen andere waarden "hun waarde" . In "Ballistic" verklaart de anti-held: "Voor ons telt alleen "Profit and Power" ". In "The Legend of Zorro" streeft een Europese graaf winst na, ten koste van de bevolking en de omgeving. Argumenten die dit winstbejag in de weg kunnen staan zijn "onrelevant sentiment", zonder waarde. Voor het economische fundamentalisme telt alleen "meer-waarde", de mogelijkheid tot het verwerven van meer eigendom, deze meerwaarde is de "maat aller dingen". Elke kost is er een te veel, elke winst is er een te weinig. Sociale wetten zijn "heilige koeien" om overboord te gooien of "om hamburgers van te maken".
Economisch fundamentalisme is mogelijk dankzij consumptiedwang. Door consumeren groeit de economie, en worden arbeidsplaatsen "gecreëerd". Mensen worden geacht te consumeren om aan het werk te blijven: consu-minderen betekent meer werkloosheid, althans in die logica. Een vertegenwoordiger van kredietverleners zei zelfs: "Het consumptiekrediet stimuleert de economie en is uiterst belangrijk voor de werkgelegenheid. Daarom moet de overheid inspanningen leveren om het krediet aantrekkelijker te maken, ..." Consumeren om te consumeren, een consumptiedwang gegrondvest in morele chantage. Menselijk foie gras.
Interessant is de economische meerwaarde van zwaarlijvigheid. Wie zwaarlijvig is, heeft goed geconsumeerd (ijskreem, hamburgers, ...) en in die zin goed zijn "burgerplicht gedaan", die extra kilootje komen immers niet vanzelf. Omgekeerd is er niets zo commercieel boeiend als het verschijnsel "zwaarlijvigheid en overgewicht": boeken over diëten, vermageringsclubs, dieet-artikelen, medicijnen tegen de ziekte tegen gevolge van zwaarlijvigheid, plastische chirurgie voor wie zijn gewicht gehalveerd heeft,... kortom: kassa, kassa. Eerst overconsumeren, om daarna opnieuw te consumeren om de gevolgen van overconsumptie weg te nemen. De logica van de huidige wereld is consistent.
Onze Westerse economie noem ik een "ongelukseconomie" , en wel om twee redenen. We shoppen als vrije tijd, compensatie of als verslaving, eigenlijk omwille van "ongelukkig zijn". Ongeluk is een economische meerwaarde. Daarboven zijn de menselijke relaties ten gevolge van de vrije markt sterk verstoord, en vergt de arbeidstaak meer dan mensen kunnen geven. Dit alles wordt ingebed in een ideologie, eigenlijk een soort oorlogsretoriek, van vrijwaring van de concurrentiekracht, die van de bevolking een grote mate van zelfverloochening vraagt. Vandaag is de economie een bron van ongeluk voor de gewone mensen, die, omwille van dit ongeluk, economisch meer actief worden. Menselijk ( en niet-menselijk) ongeluk is dus een hoeksteen van ons Westerse economisch gebeuren, vandaar mijn omschrijving als "ongelukseconomie". De gezondheidsstatistieken ondersteunen deze stelling.
Op een bepaalde manier zou men de gedwangvoederde gans tot icoon van de huidige Westerse samenleving kunnen uitroepen: consumptiedwang. De dwang is echter minder fysiek. Shoppen om te shoppen. We leren vragen om de dwang die is opgelegd. En daarmee is de cirkel voor een tweede keer rond. De GAIA-gans herbergt een dubbele kritiek: op verstoorde menselijke relaties én op consumptiedwang.
De algemene leuze is: "Als het maar verkoopt!". Dit leidt tot bizarre toestanden waarbij zelfs maatschappij-kritiek vercommercialiseerd is. Een boek is een boek, en voor een uitgever doet het er niet toe waarover het gaat, als het maar verkocht raakt en winst genereert. Door deze manier van om te gaan met de werkelijkheid, verliest deze werkelijkheid haar waarde. Ze wordt ont-waard.
Hoe kunnen we deze ontwaarding terugschroeven, hoe kunnen de werkelijkheid haar menselijke waarde teruggeven?
Herbevestiging van de menselijke waardigheid
Hoe kan men de idee van universele menselijke waardigheid funderen? Al te veel wordt die vraag beantwoord met het zoeken naar redenen waardoor mensen meerwaarde zouden hebben tegenover andere leven de wezens of tegenover het niet-menselijke. Zulk een antwoord zoek ik niet, ik wil begrijpen waaruit de inhoudelijke waarde van mensen bestaat.
Een eerste component daarvan zie ik in de biologische gelijkheid van alle mensen. De algemene biologische constructie van de mens is dezelfde. Dit maakt dat er diep onder alle culturele verschillen meer gelijkheid is dan we denken. Zo heeft de schouder van ieder mensen universeel gewricht, de elleboog een scharnier. Onze bewegingscoördinatie is daardoor gelijkaardig. Geen mens kan leven in een atmosfeer die geen perfect aangepaste mix van gassen bevat, zoals die in de atmosfeer van de aarde bestaat. We leven op dezelfde planeet, en zien 's nachts de maan en de sterren. We hebben honger als we lang niet hebben gegeten en ons bloed is rood. We hebben allen behoeften.
Een tweede component noem ik de menselijke existentiële hulpeloosheid. Waarom is een huilende baby zo aandoenlijk? Hulpeloos en behoeftig, volledig aangewezen op de goede wil en de zorg van de volwassenen die hem omringen en omkaderen. We zijn beperkt, in omvang en grootte, in ruimte, in mobiliteit, in tijd, en vooral in denk- en waarnemingsvermogen. Als beperkte wezens streven we ernaar onze behoeften te bevredigen. Beperkt en aan ons lot overgelaten, hulpeloos, bouwen we aan een samenleving. Aan die hulpeloosheid ontsnapt niemand.
Waardigheid als gevolg van moreel handelen is een derde component. Wat is moreel handelen? Hierover bestaan verschillende benaderingen, wat nu volgt is de mijne. Moraliteit is een objectief maar immaterieel gegeven. Een vaas die op tafel staat, is beschrijfbaar als een bepaalde moleculenstructuur, materieel definieerbaar. Wanneer, bijvoorbeeld na een onhandige beweging, deze vaas van de tafel valt, is deze gebeurtenis, als gebeurtenis, een immaterieel gegeven. Naar mate ons handelen zich voltrekt, ontwikkelt zich een (parallel) universum aan immateriële feiten, onze geschiedenis. In de mate dat ons handelen een gevolg is van onze vrijheid tot handelen, heeft dit immaterieel feit ook een moreel aspect. In mijn visie is dit moreel aspect even objectief en onveranderlijk, vastgelegd bij en tijdens het voltrekken van de handeling.
Net zoals we beperkt zijn in de waarneming van de objectieve materiële werkelijkheid, net zo zijn we beperkt in de waarneming van de moraliteit van ons handelen. Ons handelen bezit dus een moraliteit die we niet kunnen kennen, of toch niet volledig. We kunnen trachten ons een beeld te vormen van het moreel karakter van ons huidig, verleden of ons toekomstig handelen, maar er is geen sluitend antwoord, niet omdat het niet bestaat, maar omdat we te beperkt zijn om dit te kennen. Wat we wel kunnen, is ons toegewijd en ernstig bekommeren over het moreel karakter van ons handelen, wetende dat onze benadering een gissing zal blijven. Deze morele ernst is een expressie van de wil tot moreel handelen. Ik denk dat dit het maximum is dat we kunnen bereiken.
Waarde is dus immaterieel én objectief, en geeft ons een antwoord op wat waarde-vol is in onze wereld, waardevol genoeg om er zich voor in te zetten om ze "levend" te houden.
De verwezenlijking van onze vrijheid is een eerste manier om een waarde te bevestigen. In vaardigheid en arbeid, met iets dat we willen bereiken, tonen we onze vrijheid, maken we duidelijk waarvoor we staan. Iemand die iets wil doen voor een goed doel. Een restaurant voor daklozen. Een herstelling doen in huis. Een projectverwezenlijking. We doen iets waarvan we denken dat het goed is voor de wereld dat het zou gedaan worden. Door ons in te zetten voor immateriële waarden krijgt onze werkelijkheid terug een menselijke betekenis.
Er is nog een tweede manier om waarden te bevestigen. De uitspraak "Als ik iets goeds doe, handel ik moreel", kan herschreven worden als "Als ik niet "iets-slechts" doe, handel ik moreel". Het verschil zit daarin dat het goede een expressie is van de eigen verbeeldingskracht, maar dat het slechte kan aangereikt worden door anderen. Ik zag zo een fragment uit de televisie reeks "Rome". Vorenus is een officier in het Romeinse leger. Het vechten en de slachtingen jn Gallië beu, wil hij een normaal gezinsleven. Hij wordt body-gard van een zakenman. Wanneer die hem vraagt een wanbetaler te molesteren en te doden, neemt hij ontslag. Thuis vertelt hij aan zijn vrouw zijn "werkdag" en de reden van zijn ontslag. Zij begrijpt hem volkomen, maar ze herinnert er hem wel aan dat ze huur moeten betalen en kinderen te voeden hebben. Hij besluit dan, tegen zijn zin, om terug in dienst te gaan bij het leger van Marcus Antonius. Ik vind dit een treffend voorbeeld van een afweging van de wil om goed te doen (zorgen voor zijn gezin) en de weigering om slecht te doen. Terug dienst nemen is voor Vorenus een bitter feit.
In het Oosten noemt men dit "investeren in verliezen" of "winnen door verliezen" . Door de weigering van materieel gewin, wint men aan waardigheid. De, in China vervolgde, Falun Gong, heeft dit winnen door verliezen tot een van haar kernwaarden gemaakt.
Na biologische gelijkheid en existentiële hulpeloosheid, is deze derde component (projectverwezenlijking en weigering) voor ons als mensen zeer belangrijk. Doorheen het verwezenlijken van het goede dat we willen, in het weigeren van het kwade dat we verwerpen, vinden we als mensen onze waardigheid. Wanneer dit onmogelijk is, of we zelfs gedwongen worden tegen dit inzicht in te handelen, zijn we, letterlijk, vernederd.
Voor het morele handelen is de kracht van de weigering van het slechte van uitermate groot belang. De Milgram experimenten tonen echter hoe veel persoonlijkheidskracht men daarvoor moet bezitten. Het vraagt veel om te zeggen: "Neen, daaraan doe ik niet mee!". Tegen de groepsdruk in of tegen gezag. Nochtans is het op zulk een ogenblik dat men bewijst dat immateriële waarden, waarden zijn.
Willen we de menselijke waardigheid herbevestigen, is een bezinning nodig over wat men wil én ook over wat men niet wil. Wat willen we verwezenlijken en waartoe willen we ons niet lenen? Wat hebben we nodig om onze levenskwaliteit te verhogen, en welke middelen willen we zeker niet gebruiken om dit doel te bereiken? Deze vraag is bijzonder indringend in een wereld waarin we gestuurd worden door manipulaties en onze aandacht wordt afgeleid van wat echt goed voor ons is. En, net als Vorenus, zullen we met vuile handen (een beetje) slecht aanvaarden, als we er een goed mee kunnen bereiken. Dit laatste, is echter tragisch, een absoluut te vermijden vernedering van onze menselijke waardigheid. Het ontnemen van de mogelijkheid tot moreel handelen, de ervaring van het verlies aan positieve vrijheid, is de uiteindelijke ontmenselijking van onze werkelijkheid.
De manipulatie bij uitstek, die van het economisch fundamentalisme, is het streven naar de laagste prijs. Door prijskorting wordt ons leven goedkoop, letterlijke en figuurlijk. Hoe gaan we best daarmee om?
De valstrik van de "prijskorting": het leven is niet goedkoop.
De tijd van de solden is er weer. In grote mate worden "koopjes" binnengehaald. In onze buurt waren er tot voor vijftien jaar verschillende kruideniers. Die zijn alle verdwenen wegens te duur in vergelijking met de supermarkten. In Groot-Britannië combineert men: kleine winkels van één en dezelfde keten moeten de bereikbaarheid verbeteren. Maar ook supermarkten voeren nu een ware prijzenslag, met huismerken aan het prijzenfront. Instinctief zoeken mensen de laagste prijs. Erg begrijpelijk, en verantwoord voor de kleine budgetten, het is een teken van goed beheer.
Het zoeken van de laagste prijs, het is een gewoonte. Echter niet alleen bij consumenten, ook bij producenten. Die zoeken arbeid aan de laagste prijs. En dan krijgt de Westerse consument het deksel op de neus, want de werkgever verhuist naar lage-loonlanden. Een gevolg van dezelfde logica. Goedkoop blijkt plots niet meer goedkoop. Aan een laag getal op het ticket, hangt een hoge menselijke prijs: meer files, flexible werkuren, minder gezin, meer stress, overbelasting, verwaarloosde kinderen, meer eenzaamheid.
Naast mensen die om gewoon rond te komen het goedkoopste alternatief zoeken, zijn er die goedkoop om goedkoop zoeken: de vrekken. Voor hen heeft niets voldoende waarde om er geld aan te spenderen. Ook voor de vrek heeft de werkelijkheid geen waarde, is die ont-waard. Daartegenover staan diegenen die gaan voor "duur om duur", de snobs. Voor hén is er geen verband meer tussen prijs en kwaliteit, en dient de prijs veeleer sociale doeleinden: de exclusiviteit, het reserveren van bepaalde goederen voor bepaalde groepen, het zich afzetten tegen of afbakenen van anderen om "onder elkaar" te zijn. Er bestaan ook volledig ontkoppelde prijzen, zoals bij zeldzame postzegels en kunst. Elke verantwoording is daarbij verdwenen, de prijs wordt uitsluitend gedreven door speculatie en hebzucht. En er is ook de problematiek van de verspilling , waarbij elke vorm van budgetplanning ontbreekt, goederen nutteloos of overbodig worden aangekocht, wegwerpartikelen, of te veel van hetzelfde. Koop meer schoenen dan je kan dragen in een heel leven.
Consumptiedwang is de hedendaagse norm. "Shop until you drop". Waardoor mensen ontsparen , schulden aangaan, en bijgevolg een stuk veiligheid en zekerheid verliezen. Een mooi voorbeeld van consumptiedwang, in de echte zin van dwang, is de invoering van digitale TV. Eerst is er de vraag of digitale TV problemen kan stellen voor de privacy van de kijkers: de provider is technisch in staat te weten waarnaar u kijkt, zeker als het gaat om programma's op aanvraag. Met de PC kan je al met bijzondere e-mailprogramma's foto's versturen, naar kennissen of om te laten afdrukken. Met dezelfde privacy-problemen: Big Brother is digitaal. Wie beseft dat briefgeheim en vrije pers tot de grondvoorwaarden van een democratie behoren, kan daar alleen bezorgd om zijn. Maar ook is er het feit dat de overgang van analoge naar digitale TV een politiek dictaat zou zijn. Een dictaat dat u verplicht te kiezen tussen enerzijds blijven TV kijken met aankoop van de bijhorende digitale technische hulpstukken, of geen TV meer kijken, tenzij met schotelantenne. Analoge TV verdwijnt, op bevel van... . Zoals ik reeds hoger zei, de westerling is een beetje (veel) als de gecontroleerde en gedwangvoederde gans.
Hoe daarop te reageren? Door, zoals de vrek of de absolute asceet, niets meer te consumeren? Ik neem aan dat er verkrachte vrouwen zijn, die later problemen hebben met het aangaan van nieuwe, gezonde seksuele contacten. De Gaia-vergelijking doordenkend, zal de gans die, als reactie op het dwangvoederen weigert te eten (wat een zeer begrijpelijke reactie is), uiteindelijk sterven.
Kritisch consumeren en echt consuminderen lijkt het antwoord. Vrijwillige soberheid in de zin dat consumptie een antwoord wordt op de vraag: "Wat heb ik (echt) nodig?" . Een gevolg van de "bezinning" op wat echt waardevol is voor u als consument, en, iets waarvoor men dan ook bereid is de gepaste prijs te betalen. Dit is consu-minderen in de zin van minder consumeren (zie het treffende artikel uit "Zuinigheid met stijl": "De Status van Soberheid"). In tegenstelling van "Meer doen met minder"-consuminderen, waarbij met voor alles de goedkoopste prijs zoekt met de bedoeling juist meer te kunnen kopen, dus consu-minderen om te consu-meren. Het is cynisch dat maatschappijkritiek in het algemeen en zelfs "consuminderen" in het bijzonder een consumptie-artikel is geworden.
De gedachte is economie te herdefiniëren als behoeftenbevrediging. Vandaar, voorafgaand aan het consumeren, een kritische reflectie op de eigen behoeften. Zo zullen er projecten zijn die u wil verwezenlijken. U wil een old-timer herstellen, en koopt de stukken die daartoe nodig zijn. Misschien kan u ook gewoon ruilen met een ander liefhebber van old-timers, of misschien geeft een ander liefhebber u gewoon een onderdeel als geschenk. Ruilen en schenken kunnen ook goederen verdelen en behoeften bevredigen. Ook kunnen mensen elkaar helpen in plaats van diensten te kopen. Dit noem ik de "gift-economie" .
Kritisch consumeren, echt consuminderen, gifteconomie, het zijn wegen weg van opportunisme en snobisme. De prijskorting van de vrije markt is er een met een boomerang-effect: je betaalt ze later dubbel en dik terug, tenzij dat een ander moet opdraaien voor het leed dat je veroorzaakt. Voor wie oog heeft voor immateriële waarden als eer en stijl, is dit laatste echter beneden alle waardigheid.
Het leven is niet goedkoop. Beter dan op jacht te gaan naar kortingen, zijn soberheid en een eerlijke prijs betalen voor de intrinsieke waarde.
De vriendschap van Sam
In de film-trilogie "The Lord of the Rings" is Sam de trouwe metgezel van de "ringdrager" Frodo Baggins. Frodo ziet het soms niet meer zitten, het dragen van de ring der almacht is een zware last. Sam moedigt Frodo telkens aan: "Omdat er goede dingen in de wereld zijn, voor welke het waard is te vechten". Uit het verloop van de film blijken dat vooral vriendschap en moed te zijn. Vriendschap maakt de wereld menselijk.
Het is een statement om in een wereld van ontmenselijking en economisch fundamentalisme resoluut (kordaat, standvastig, assertief ) te kiezen voor de herbevestiging van de menselijke waarden. Goede projecten willen verwezenlijken, het kwade weigeren, soberheid, vriendschap en moed cultiveren, om er enkele te noemen.
15 december, 2005
SAMEN - LEVEN (3)
Oh! guerre ya mungu gani?
Oh! guerre ya mungu gani?... Oorlog in naam van welke God?
Oh! guerre rangi ya damu ...Oorlog in naam van welke kleur?
Rangi ya damu ... Oorlog met de kleur van bloed
Rangi ni moja ...Bloed heeft maar één kleur.
(Khadja Nin - "Sambolera" )
In "Samen-leven (1) " en "Samen-leven(2) " heb ik gesteld dat we op dit ogenblik in het tijdvak van het fundamentalisme leven. Fundamentalisme zie ik als een denkfout die zich op elk onderwerp kan richten. Het komt daarom in vele vormen voor, ook onder de vorm van verlichtingsfundamentalisme. Het belangrijkste en meest invloedrijke fundamentalisme, dat misschien wel de andere uitlokt, is niet het religieuze, maar wel het economische, ultra-liberale fundamentalisme, waarbij alleen eigendom waardevol is en alleen het streven naar eigendom zin geeft (heeft). Algemeen blijft een beeld van een fundamentalistische pandemie tegen gevolge van de huidige vrije-markt globalisering. Tevens heb ik gesteld dat (de huidige Westerse) totalitaire democratie kan gezien worden als "fundamentalisme aan de macht", zodat beide verschijnselen elkaar versterken en uitlokken.
Aangezien het bij fundamentalisme om een overdrijvende-denkfout gaat, kan men ernaar streven, niet om het onderwerp te bestrijden, maar wel om het fundamentalisme te begrijpen en om deze verkeerde benaderingswijze terug binnen leefbare proporties te brengen. Zo kunnen we zoeken naar een evenwichtige multiculturele basis voor een vredescultuur: als het ware een genezingsproces. Daaraan wil ik hier aandacht geven.
Multicultureel funderen
1. Funderen is een behoefte
(Cultureel) funderen is een menselijke behoefte. Mensen hebben behoefte aan denkstructuren die de werkelijkheid betekenis en zin geven. Men bouwt aan en investeert in waarden en tradities, die het handelen, het nemen van beslissingen en het organiseren van de samenleving of een kleinere groep, zoals de familie, mogelijk maken. Dit is een (culturele) identiteit, zonder welke het leven niet mogelijk is. Cultuur is een waarde en een werkelijkheid, waarvan men het bestaansrecht kan eisen en verdedigen.
2. Een dubbele marge
In een samenleving leven we samen en dus niet alleen, noch als individu, noch als cultuur. Daarom heeft dit zelf-funderen nood aan een dubbele marge. Wanneer we inzien dat we recht hebben op onze culturele identiteit, zien we ook in dat we niet het recht hebben die op te leggen aan anderen: niet aan andere groepen binnen onze samenleving, en ook niet aan bestaande of toekomstige leden van de eigen groep. Culturele fundering is een keuze, waarvoor we het recht eisen, maar het ook aan anderen geven. Dit is een dubbele marge: één naar buiten en één naar binnen. Het woord cultuur heeft geen zin als er niet voor gekozen kan worden. Eveneens is het noodzakelijk zelfkritisch te kijken in hoeverre de cultuur die men wil overbrengen, de mensenrechten van de groepsleden niet schendt .
Een brede kijk op de samenleving en de maatschappij is nodig om een respectvol bewustzijn van de algemene culturele verscheidenheid op te bouwen, om bestaansrecht te kunnen eisen en te kunnen geven. Het gaat erom te weten in welke samenleving men leeft.
3. Terroir
Cultuur groeit in een bepaald terroir. De recepten van de traditionele keuken maken gebruik van de voedingsmiddelen die in de streek voorhanden zijn. De literatuur speelt zich af tegen het plaatselijke landschap. De cultuur kijkt terug op een plaatselijke geschiedenis van eeuwen, stamboomonderzoek kan in eigen streek gebeuren. Dit is de (heersende) autochtone cultuur, ietwat in tegenstelling tot de cultuur van migranten die hun wortels en tradities ver van huis hebben. Bewustzijn van dit onderscheid is belangrijk, opdat multiculturalisme niet louter een vat vol culturen zou zijn: begrip voor het feit dat dit een ander soort problemen geeft naargelang men behoort tot een migrantencultuur of tot een autochtone cultuur. In de USA is de autochtone cultuur, die van de indianen, in de verdrukking door de cultuur van de Europese migranten. De Joden hebben een migrantencultuur van tweeduizend jaar oud, te tellen van toen ze bij de diaspora door Keizer Trajanus verjaagd werden uit Jerusalem.
4. Mensenrechten en rechtstaat
In West-Europa is er een derde speler aanwezig "op de achtergrond" namelijk de democratische rechtstaat. Deze vertegenwoordigt tegelijkertijd een kader van positief recht waarbinnen de verschillende culturen zich bewegen, én de Europese traditie van de "Mensenrechten" . Rechtstaat, mensenrechten, autochtone-cultuur, migranten-cultuur maken samen belangrijke spelers in ons maatschappelijk gebeuren. Dit betekent dat de situatie van een niet-Westerse religieuze traditie in de West-Europese democratische rechtstaat sterk verschilt van die in een land met een meer feodale of absloute bestuursvorm, in de zin van een cultuur waarbij die religie en staat enigszins één macht vormen. Bovenstaande marges houden dan ook in dat in het Westen een religie met het samen-leven met andere culturen beter rekening houdt, maar wel bestaansrecht eist, en anderzijds dat het Westen het feodale karakter van het land van oorsprong respecteert. Deze mogelijke feodaliteit is een onderdeel van het recht op zelfbeschikking van dit land.
Naar aanleiding van de multiculturaliteit op wereldschaal, worden geregeld de mensenrechten in vraag gesteld door niet-Westerse culturen. Eveneens libertarische alleen-eigendom-telt-denkers stellen de geldigheid van mensenrechten in vraag. Het is inderdaad belangrijk te beseffen dat de concrete opsomming van de mensenrechten een werk was van sommige mensen in 1948, en dat zij dus een eerste en te vervolmaken aanzet zijn. Mensenrechten hebben behoeften aan wetenschappelijke uitdieping en filosofische fundering. In vorige paragraaf gaf ik al aan dat we beter voorzichtig omspringen met het gebruik van mensenrechten naar anderen toe. Maar deze terughoudendheid en voorzichtigheid zijn heel wat anders dan het principe of de mogelijkheid tot mensenrechten zelf in vraag stellen.
Men kan zich afvragen waarom mensen gelijk in waardigheid geboren worden. Om dit aan te geven kan men verwijzen naar de biologische gelijkheid van de mens: we zijn min of meer hetzelfde gebouwd, eten drinken, lopen, en hebben op dezelfde manier seks. Wanneer we ons kwetsen, bloeden we. Men kan ook verwijzen naar de existentiële hulpeloosheid van alle mensen: iedereen is beperkt in mogelijkheden, in tijd en in ruimte, en toch moeten we ondanks deze beperktheden ons leven leiden, samen met anderen en met de wereld. We kunnen ook verwijzen naar de behoeftigheid van alle mensen, waaruit we een recht op behoeftenbevrediging kunnen afleiden, dat we voldoen door arbeid (niet door arbeidsmarkt). Het recht op behoeftenbevrediging, het recht op leven, betekent het verbod op uitbuiting. Het is jammer dat libertariërs respect voor andere mensen zien als een beperking van hun vrijheid of als dwang. Hoezeer libertariërs neerkijken op de menselijke waardigheid, blijkt bv. uit volgend citaat uit "Human Dignity: Reason or Disire" , van Frank van Dun (blz 14):
"It is obviously not true that all human beings have dignity in the ordinary sense of the word. There is daily proof of this (...) in almost any broadcast of the Jerry Springer Show".
De menselijke waardigheid vindt haar verantwoording in de mogelijkheid van mensen tot moreel handelen, door welk handelen de mens zichzelf waarde geeft. Het feit dat de ene mens dit anders of meer of minder doet dan een ander, het feit zelfs dat er grensgebieden bestaan van het menselijke, verandert daar niets aan. Menselijke waardigheid is een dynamisch begrip, en dat is de reden waarom de taal woorden voorziet als "vernedering", maar ook als "trots" en "eer".
Ook het feit dat mensenrechten elkaar kunnen tegenspreken, is voor libertariërs een probleem. Zo schrijft Frank van Dun (o.c. blz. 5):
"Enforcement of one person’s economic, social, and cultural rights necessarily involves forcing others to reliquish their property, or to use it in a way prescribed by the enforcers."
Het recht op behoorlijk loon komt in tegenstrijd met het recht op eigendom. Dit lijkt alleen een dilemma omdat libertariërs één mensenrecht vergeten te lezen, namelijk het laatste. Dit zegt dat geen mensenrecht mag worden toegepast op die wijze dat die toepassing een ander mensenrecht schendt. Dit schept geen dilemma’s, maar is integendeel een bewijs van bewustzijn van wat ik noem "het principe van noodzakelijk evenwicht". In heel veel gevallen dienen dus afwegingen gemaakt te worden, wat betekent dat men het ethisch karakter van een handeling beter geval per geval beschouwt. De werkelijkheid is te verscheiden voor absolute regels. Mensenrechten zijn geen regels, maar een uiting van de noodzakelijke voorwaarden voor het leiden van een gelukkig leven, iets waarop alle mensen recht hebben. Geluk, samen met anderen, niet ten koste van anderen, zoals in de ultra-liberale doctrine.
Het principe van de menselijke universaliteit, ook al behoeft dit begrip verdere toelichting, is verantwoord, en vertegenwoordigt een onmisbaar baken voor een vredelievende samenleving, ten einde relativisme en misbruik te kunnen benoemen en te kunnen vermijden.
5. Noodzakelijk evenwicht
In een multiculturele samenleving is het dus goed dat ieder zijn plaats kent, maar/en ook op-eist. Het funderen van de eigen identiteit komt dan in evenwicht met respect voor anderen, traditie en omgeving. De stelling die ik hier toelicht, is de hoger aangehaalde van "het principe van noodzakelijk evenwicht" . Zonder dit principe loopt elke menselijke handelen en streven het risico te verworden tot een fanatisme, zoals cultureel funderen dan verwordt tot fundamentalisme. Deze gedachten ligt eveneens aan de basis van het bekende "kernkwadrantenspel".
De communicatieve democratie
Het kader van de democratische rechtstaat is een belangrijke speler in de multiculturele samenleving. Anderzijds geven totalitaire tendensen binnen de democratie aanleiding tot het verharden van cultureel funderen tot fundamentalisme, wanneer die tendensen cultureel bestaansrecht niet of onvoldoende erkennen. De problematiek van de democratie is meer dan alleen maar wie welke beleid moet voeren. De "directe democratie" behandelt de vraag naar "Wat?". De universele werelddemocratie behandelt de vraag naar "Wie?". Belangrijk echter is het (op dit ogenblik vergeten) "Hoe?". Hoe worden beleidsbeslissingen uitgevoerd, bijgestuurd, hoe luistert men naar de bevolking, in plaats van alleen, in het beste geval, te "communiceren" (dus eigenlijk mede te delen) wat er beslist werd ergens binnenskamers. Een democratische rechtstaat die in staat is te communiceren met de burgers, noem ik "de communicatieve democratie", in tegenstelling tot de huidige Westerse totalitaire democratie.
Multicultureel bewustzijn
"Vredelievend multicultureel" is een noodzakelijk zelfkritische denkpiste, vooral in de huidige mobiele samenleving. Zelfs met verminderde mobiliteit behoort het multiculturele tot het wezen van onze Westerse samenleving. Grenzen moeten immers nooit volledig open zijn, of nooit volledig gesloten, maar ademen, zoals onze huid ademt: wie zich vol schildert met lak, zal sterven, maar wie afgestroopt is en geen huid meer heeft, eveneens. De huid is een levensbelangrijk orgaan van het menselijk lichaam, als ademende filter, evenzeer heeft een natie goedwerkende grenzen nodig. Ook hierbij geldt het principe van het noodzakelijk evenwicht.
"Multiculturaliteit" is een sterker begrip dan "pluralisme". Pluralisme betekent "meer van hetzelfde". Dan aanvaarden we anderen (alleen) als ze op een andere manier "Westers" zijn. Multicultureel betekent een echte eigen culturele identiteit, binnen bepaalde marges zoals ik heb beschreven, zodat vredelievend multicultureel niet verhardt of verwordt tot strijd tussen fundamentalismen.
Evenwichtig multicultureel bewustzijn is een zelf-kritisch groeiproces, met respect, voor zichzelf en voor de (het) andere als kernbegrip, en, een noodzakelijk element van vredescultuur, dat we "multicultureel burgerschap" kunnen noemen.
SAMEN - LEVEN (2)
Fundamentalisme in vele vormen (vervolg, lees ook: "Samen-leven (1) ")
Religieus fundamentalisme
1. Christendom
Het eerste religieuze fundamentalisme dat met die naam werd aangeduid, is een protestantse stroming ontstaan in de negentiende eeuw in de USA. Zo schrijft Wikipedia:
"Fundamentalisme was een beweging van Amerikaanse Christenen, die vanaf 1870 kritiek uitten op modernistische theologische tendensen. Zij formuleerden een vijftal "fundamentele geloofswaarheden", die in 1910 bekend werden als "The Five Fundamentals" . Hierover werd ook een serie boeken uitgegeven onder de naam A testimony of the Truth. In 1920 leidde dit tot de oprichting van de World's Christian Fundamentals Association."
Daardoor heeft de term "fundamentalisme" betekenis gekregen voor de rest van de wereld.
2. Islam
Ook al is Islam-fundamentalisme niet het belangrijkste fundamentalisme van deze tijd, is het niet uit de actualiteit weg te denken. Waarschijnlijk kunnen er minstens drie soorten onderscheiden worden: het Islamfundamentalisme in autochtone islamlanden zoals Iran of Saoudi-Arabië, dat in bezette gebieden zoals Irak of Palestina, en dat in Westerse democratieën, zoals in Europa of zelfs in Algerije. Op dit onderscheid kom ik terug in "Samen-leven (3)".
3. Andere levensbeschouwingen
Etnisch en nationalistisch fundamentalisme
Met deze fundamentalismen wil ik verwijzen naar de bv. het Vlaamse of het Servische nationalisme (separatisme), gebaseerd op de idee van volk of van natie. Supra-nationale instellingen zien zij als een grote bedreiging.
Irrationalistisch fundamentalisme
Sommige New-Age stromingen vinden zichzelf in een absoluut subjectivisme. De wereld wordt gezien als een individuele gedachte, wat dat individu verantwoordelijk maakt voor de toestand ervan. Immers: de wereld is zijn gedachte. Dit fundamentalisme is zo wat het spiegelbeeld van het sceptisch rationalisme. Zoals deze laatste het vanzelfsprekend vinden dat alleen materie telt, zo worden in bepaalde New-Age stromingen controversiële paranormale of esoterische concepten kritiekloos als reëel voorondersteld en het discours is soms sterk anti-ratio. Ook de gedachte "Nieuwe Wereld", de gedachte van "opnieuw te beginnen" is een gemeenschappelijk kenmerk met andere fundamentalismen. Misschien neigt New-Age als doctrine meer naar het sektarische dan naar het fundamentalisme, maar sommige trachten via politieke lobby macht te beïnvloeden. Een ander probleem is de gemakkelijke commercialisering van New-Age producten.
Nog andere fundamentalismen
1. Pijn
Elk onderwerp kan zich lenen tot een fundamentalistisch vertekening. Toch wel opmerkenswaardig is het zo genaamde "pain-ism" dat ten grondslag ligt van de dierenbevrijdingsbeweging. Deze stroming wil dieren "menselijk" verklaren door hun vermogen tot lijden. Dierenrechten worden dan verdedigd op basis van vermeende menselijke eigenschappen bij dieren, zoals dus het vermogen om pijn te lijden. Hier is sprake van een dubbele denkfout. Het is schadelijk (voor de dieren) dierenrechten te verdedigen op basis van hun "mens-zijn" (net zoals je rechten van zwarten niet verdedigt op basis van hun "blank-zijn"), beter is ze te verdedigen op basis het evidente respect voor hun bestaan zelf. Eveneens is het verkeerd pijn als norm voor moreel handelen te nemen, aangezien er veel goede dingen zijn die op één of andere manier noodzakelijk pijnlijk zijn. "Pijn" is niet hetzelfde als "schade". Sterker nog, aan deze fundamentalistisch afkeer van pijn, lijkt het omgekeerde, het fun-fundamentalisme verbonden, zowat de cultuur van de oppervlakkigheid.
2. Ongebondenheid
Verder is er het fundamentalisme van het ontkoppelde individu, dat de atomisering van de maatschappij weerspiegelt met een beeld van "individuele ongebondenheid", onder meer vertegenwoordigd door een idee van absolute mobiliteit.
De fundamentalistische werkelijkheid
De stelling van deze drie artikels over "Samen-leven" is dat fundamentalisme een vertekening is van het denken, die elk facet van de menselijke realiteit kan treffen. Om een nog beter beeld te krijgen van de oorzaken van fundamentalisme kan men een stap verder zetten dan alleen fundamentalisme beschrijven en de denkwijze en de context ervan willen begrijpen.
Ik meen in de fundamentalistische denkwijze twee componenten te kunnen onderscheiden:
1. Meervoudige bewustzijnsvernauwing
Het fundamentalistische denken vernauwt de complexe en verscheiden menselijke werkelijkheid tot een dimensie ervan, bv godsdienst of economie. Daarna vernauwt deze denkwijze deze dimensie tot haar fundering, die daardoor "fundament" wordt, om daarna te vernauwen op één aspect van dit fundament. Misschien is hierdoor een lange reeks bewustzijnsvernauwingen mogelijk. Ultra-liberaal economisch fundamentalisme vernauwt zo eerst tot economie, dan tot vrije markt, dan tot eigendom. Marxisme is ook een economisch fundamentalisme, maar het herleidt alleen tot economie, zodat we kunnen spreken van "economisch determinisme": de andere dimensies worden niet ontkend, maar als een expressie gezien van de economie, die integendeel tot de libertariërs, voor wie alleen eigendom telt.
2. Fanatieke dwang
Een tweede denkfout is daarbij de idee dat men deze vernauwing moet opleggen aan de rest van de maatschappij, en wel op twee manieren: aan alle andere culturen van de multiculturele samenleving, en aan alle leden van de eigen cultuur, de reeds bestaande en de komenden, dwz de komende generaties. Op die manier wil het fundamentalisme een dubbele fanatieke dwang uitoefenen: naar binnen en naar buiten.
Fundamentalisme en totalitaire democratie: kip of ei
Wanneer een fundamentalisme aan de macht komt via democratische verkiezingen, ontstaat een totalitaire democratie. Het streven naar dwang van de andere culturen vertaalt zich in het streven naar politieke macht, een weg dus die fundamentalisten gebruiken om hun cultuur op te leggen aan anderen. Bij hen leeft de idee dat aan de fundamenten pas is tegemoet gekomen als de volledige maatschappij in regel leeft met de eigen fundamenten, want anders is de ondergang nabij. Fundamentalisme kan dus aanleiding zijn tot een verhoging van het totalitair karakter van een samenleving, door het verwerven van politieke invloed of politieke macht.
Het omgekeerde is ook waar: wanneer democratische bestuurders zonder nuance of voldoende draagvlak hun wil opleggen aan de bevolking, bedreigen zij de bestaande funderingen van de verscheiden culturen. Daardoor kunnen die zich teruggeworpen voelen op hun fundamenten, waardoor men terugkeert naar het vorige punt. Het lijkt begrijpelijk dat er een vicieuze cirkel bestaat waarbij totalitaire democratie en fundamentalisme elkaar uitlokken.
Fundamentalisme lokt fundamentalisme uit
Begrijpelijk lijkt ook dat fundamentalisme nog meer fundamentalisme uitlokt. Ultra-liberaal economisch fundamentalisme, dat stelt dat alleen eigendom telt en alle andere dimensie van de menselijke werkelijkheid waardeloos zijn, kunnen een terugwerping op de andere, bv. de religieuze, fundamenten veroorzaken. De protestant Dick Wursten schrijft:
"Historisch gezien is het fundamentalisme een christelijk fenomeen. Het woord is "gemunt" in 1920 toen een journalist de naam gaf aan een groep radicale, orthodoxe en conservatieve protestanten (in de USA) die zich heftig verzetten tegen de niet te stuiten liberalisering van theologie, kerk èn samenleving."
Als dit waar is voor het protestantse, negentiende-eeuwse fundamentalisme, dan zal dit waarschijnlijk ook wel gelden voor dat van onze tijd. Het ultra-liberale economische fundamentalisme dat kapitalisme en vrije markt verheerlijkt, kan dus gezien worden als het meest ernstige fundamentalisme van onze tijd. Door de globalisering daarvan heeft zich ondertussen een pandemie van het economische fundamentalisme ontwikkeld.
Lees verder : "Samen-leven (3) "
SAMEN - LEVEN (1)
Bij het lezen van bovenstaande titel denkt u misschien dat dit artikel over moslimterreur en moslimfundamentalisme handelt. Niets is echter minder waar, want dit artkel handelt slechts in de laatste plaats over moslimfundamentalisme: ik wil even stil staan bij fundamentalisme in het algemeen, de vele verschijningsvormen en de rol ervan in onze maatschappij.
Wanneer mensen in de toekomst zullen terugblikken op onze tijd, het begin van de éénentwintigste eeuw, dan zullen ze die waarschijnlijk "Het tijdvak van het fundamentalisme" noemen, zo verziekt is onze wereld door de fundamentalistische logica. Het gaat immers niet om een facet van de menselijke werkelijkheid, maar over "een-denken-in-overdrijving", waar elk onderwerp het slachtoffer kan van worden. Dat is de stelling die ik in deze drie artikels wil toelichten. Ik wil ook met u nadenken hoe we deze overdrijving kunnen ontspannen tot normaal en vredelievend funderen van een eigen cultuur of eigen (culturele) identiteit, de redenering volgend van wat ik noem "het principe van noodzakelijk evenwicht" . Een loodgieter herstelt beter de lekkende waterleiding in een vochtig huis, liever dan deze waterleiding uit dit huis te verwijderen en zo de watervoorziening ervan weg te nemen.
Fundamentalisme kom je tegen in allerlei vormen. In een reeks lezingen die hij deze dagen geeft, gaat Henk Oosterling eveneens uit van dit standpunt van de veelvuldigheid aan fundamentalismen. Hij onderscheidt in hoofdzaak vier soorten: religieus fundamentalisme, marktfundamentalisme, verlichtingsfundamentalisme en autofundamentalisme. De protestant Dick Wursten hanteert volgende (gebruikelijke) definitie van fundamentalisme: Hij noemt een stroming "fundamentalistisch" als ze de volgende drie kenmerken tegelijk heeft: (1) absoluut gezag van een heilig boek (2) doorgedreven organisatie van gelijkgezinden (3) militant optreden in de openbare ruimte. Laat mij spreken van orthodoxie, ideologische vereniging en maatschappelijke agressiviteit. Deze kenmerken kunnen nuttig zijn bij de vergelijking van de verschillende hier opgesomde fundamentalismen. De lijst kan nooit volledig zijn, omdat, zoals ik reeds stelde, elk onderwerp tot fundamentalisme kan overdreven of vernauwd worden. Hier volgt een -kort- overzicht (lees ook: "Samenleven 2" op deze Blog), mijn persoonlijke indeling.
Fundamentalisme in vele vormen
Verlichtingsfundamentalisme
1. Sceptisch rationalisme:
Het sceptisch rationalisme definieert de werkelijkheid als materie: wat niet materieel is, is niet. De eenvoudige bedenking dat het feit van een materiële gebeurtenis, op zich een immateriëel gegeven is, lijkt voldoende om te kunnen besluiten dat de menselijke werkelijkheid meer is dan materie. Een menselijke brein dat denkt aan een materiële gebeurtenis, bv de vaas valt van de tafel, kan een link leggen tussen de materie van het brein en de gedachte aan dit feit, het feit als dusdanig blijft immateriëel. Ik spreek hier over de werkelijkheid van "de geschiedenis", "de belevingswereld", "de moraal",... . Omdat het sceptisch rationalisme de menselijke werkelijkheid herleidt tot materie, hoeft het dan ook niet te verwonderen dat het niet in staat is een moraal te funderen. Dit betekent niet dat zijn aanhangers zich noodzakelijk immoreel gedragen, dit betekent dat hun moraal niet gefundeerd is in hun sceptisch rationalisme. De arrogantie van sceptici ligt daarin dat zij menen voldoende verheven te zijn boven en bekwaam te zijn om, de rest van de wereld te beoordelen en te veroordelen: waardering vooronderstelt een waarderend subject, dat als vanzelfsprekend onfeilbaar wordt verondersteld. Sceptici spelen de rol van ideologisch rechter, zonder enige verantwoording dat ze daar geschikt voor zouden zijn. Er bestaan sceptisch verenigingen, zoals SKEPP, die zich niet tevreden stellen met een gezellig bij elkaar zijn onder sceptici, maar die blind, militant en zelfs agressief - zoals in het geval van Indische rationalisten, met organisaties als "The Tarksheel Society"of "Science and Rationalists' Association of India" - alle "bijgeloof" willen bestrijden. Deze organisaties voldoen aan de bovenstaande omschrijving van fundamentalisme.
2. Vrij Onderzoek
De aanhangers van de afwezigheid van de belemmeringen van dogma’s spreken van het principe van Vrij Onderzoek, steeds met hoofdletters. Dit geeft aan dat het inderdaad bedoeld is als een absoluut principe dat men dogma’s verwerpt. De nieuwe studenten van de Vrije Universiteit Brussel, die zich onderwerpen aan de "doop", moeten er daarbij eeuwige trouw aan zweren, en de "vrijzinnige gemeenschap" of "georganiseerde vrijzinnigheid" heeft het in de Belgische wet laten inschrijven als wezenskenmerk van hun levensbeschouwing. Omwille van het absoluut streven naar afwezigheid van belemmering, naar negatieve vrijheid, beschouw ik de leer van het Vrij Onderzoek als de kennisleer van de vrije markt ideologie. Evenmin als op de leer van de vrije markt, kan men uit de leer van het Vrij Onderzoek een moraal afleiden. Dat dit een moeilijk punt is, wat betreft onderzoeksonderwerp en -methode, blijken de aanhangers ervan wel te begrijpen. Zij kunnen hun moreel beleven op het principe niet funderen, en dit ligt moelijk. Ludo Abdicht lijkt te beseffen dat er een evolutie nodig is in dit "Verlichtingsdenken". Een herformulering van "Vrij Onderzoek" als "het recht op de vrijheid van verantwoord onderzoek" zou volgende voordelen hebben:
1. Als "recht op vrijheid" zou dit verwijzen naar de ruimte en de steun die de ene mensen aan de andere dienen te geven om noodzakelijk onderzoek te voeren;
2. "Vrijheid van verantwoord onderzoek" verwijst naar het noodzakelijke spanningsveld tussen vrijheid, verantwoordelijkheid en zorg;
3. De formulering "recht op" en de kleine letters, verwijzen naar een recht tussen andere rechten, bv de mensenrechten, ipv naar een absoluut levensbeschouwelijke principe.
De aanhangers van het principe van Vrij Onderzoek zijn georganiseerd en zetten zich in om maatschappelijke dwalingen te bestrijden, onder de leuze "Scientia Vincere Tenebras", de wetenschap overwint de duisternis. Op een ogenblik dat wetenschappelijke inbreng de wereld kan vernietigen, is dit aan herziening toe. Het algemeen discours van de vrijzinnige verenigingen is ook anti-clericaal. De doctrine van "Vrij Onderzoek" noem ik dus eveneens een vorm van fundamentalisme, als vrijzinnig fundamentalisme dus.
3. Mensenrechten (?)
Met het vraagteken achter het woord "mensenrechten" wil ik aanduiden dat dit onderwerp eigenlijk hier niet op zijn plaats is. Nochtans is de spanning reëel. Op de plaats van de mensenrechten in een multiculturele samenleving, kom ik terug in "Samen-leven (3)". Enkele kanttekeningen zijn echter op zijn plaats. Het verwijt van mensenrechten als verlichtingsfundamentalisme kan neigen naar cultuurrelativisme, maar omgekeerd kan een ongepast bekritiseren van andere culturele gewoonten aanleiding geven tot karikaturen en stereotypen. Zo bv de van de geïntegreerde, brave en onschuldige moslima, belaagd door de agressieve moslim-man, en uitgescholden voor "hoer". Niet dat dit probleem niet bestaat, de veralgemening ervan is fout. Vrouwen zijn net zozeer voorstander van hoofddoeken. Bij culturen die vrouwen besnijden zijn het ook vrouwen die er de (mede)dragers van die (afschuwelijke) gewoonte zijn. Net zoals er mannen zullen zijn die er met weerzin naar kijken. Stereotyperen helpt de problematiek niet vooruit, begrijpen misschien wel. De stereotypering gaat echter verder: voor sommige zichzelf-progressief-noemenden, is de idee van het verwijt van verlichtingsfundamentalisme in dit verband een bewijs van een rechtse ideologie. Daarmee zijn we bij ons volgende onderwerp: de ethische arrogantie.
4. Ethische arrogantie
Onder ethische arrogantie versta ik de vereenzelviging van een persoon, organisatie, partij of identiteit, met een concreet ethisch standpunt. Voorbeelden zijn er genoeg: over Kyoto, over de homowetten, over kunstappreciatie, over fundamentalisme, over stemrecht,... . Ethische arrogantie komt voor bij zichzelf-progressief-noemenden, zoals bij het socialistisch utopisme. Zij kan zich ook uiten als ethische dwang, wanneer mensen met een bepaalde mening worden verondersteld van een bepaalde organisatie lid te worden omwille van hiervoor vermelde vereenzelviging van organisatie en concreet standpunt. De ethische arrogantie is in wezen een drogredenering die bestaat uit een onzorgvuldig gebruik van de logische implicatie. De negatie van "Uit A volgt B" is "Uit niet-B volgt niet-A". Dit noemt men "contrapositie" of "transformatie". De volgorde dient dus omgekeerd te worden bij de ontkenning van een gevolgtrekking, en tegen die regel zondigt de ethische arrogantie. Algemeen gaat de redenering als volgt:
(1) Uit A volgt B
(2) Uit niet-A volgt niet-B (verkeerde ontkenning van (1))
(3) Uit B volgt A (correcte ontkenning van (2))
Besluit: A=B
Even met een voorbeeld toegelicht:
(1) Wie voor de Kyoto-akkoorden is, is progressief;
(2) Wie tegen de Kyoto-akkoorden is, is conservatief; (verkeerde ontkenning)
(3) Wie progressief is, is voor de Kyoto-akkoorden; (correcte ontkenning)
wat dus leidt tot een vereenzelviging van "progressief" met "voorstander van de Kyoto-akkoorden".
Een beetje een "Zonnekoning-syndroom": "L’Etat, c’est Moi!" Elk gesprek wordt door deze instelling onmogelijk wegens onmiddellijke diabolisering of criminalisering van het tegenargument en/of van de debatpartner. De vereenzelviging van "spreken over verlichtingsfundamentalisme" met "rechts" zoals in bovenstaande link, is van deze ethische arrogantie een gepast voorbeeld.
Een tweede gevolg van ethische arrogantie kan de vicieuze cirkel zijn "Uit A volgt B, uit B volgt A". Het eeuwige "kip of ei", typerend voor paradoxale communicatie ("Uw mening is vrij, maar ons standpunt is het juiste!"). Links organiseert zich, want Rechts is gevaarlijk; Rechts organiseert zich, want de maatschappij is te Links, enz. ook hiervan zijn talloze voorbeelden te vinden.
5. Verlichtingsfundamentalisme is mogelijk
Na het lanceren van de term "verlichtingsfundamentalisme", onder meer in politieke debatten, is gesteld door libertariërs dat dit een contradictio in terminis zou zijn, omdat kritisch denken typerend is voor de Verlichting. De uitspraak "Wie kritisch denkt behoort tot de Verlichting" is gelijk aan: "Ofwel denk je niet kritisch, ofwel behoor je tot de verlichting, ofwel beide". Dwz uit de eigenschap kritisch denken kan je niet besluiten tot het onkritisch zijn van de Verlichting. De uitspraak "Wie tot de Verlichting behoort, denkt kritisch", is vals als er mensen zijn die tot de Verlichting behoorden en toch onkritisch dachten. Zoals Robespierre en de Jakobijnen, zoals de Marxisten, zoals Napoleon en zijn aanhangers. Deze gevolgtrekking is dus vals. Ik kan dus besluiten dat onkritisch denken mogelijk is binnen de Verlichting, en dat verlichtingsfundamentalisme wel degelijk kan bestaan, en, zoals aangetoond in hoger staande voorbeelden, wel degelijk bestaat.
Economisch fundamentalisme
U kan eerst het artikel "Emancipatie - bevrijding als vaardigheid" lezen, waarin ik het huidige ultra-liberale denken heb besproken, ook bekend als "Libertarisme". De peetvader daarvan Ludwig von Mises, erkende maar een waardevol goed: eigendom. De menselijke werkelijkheid wordt herleid tot eigendom en het menselijke streven tot het ongeremd verwerven van eigendom. Het is de filosofie van het hyper-kapitalisme, door de bijhoerende "het-doet-er-niet-toe"- doctrine voor andere waarden, een cultuur van het opportunisme. Deze cultuur is op de dag van vandaag wijd verbreid, in die mate dat we over opportunisme kunnen spreken als hét wezenskenmerk bij uitstek van de éénentwintigste eeuw. De aanhangers van deze doctrine organiseren zich, in "Novo Civitas", "The Mont Pelerin Society" , "Centre pour une Nouvelle Europe", en allerlei andere "von Mises Instituten" . Door middel van denk-tanken streven zij ernaar om hun stempel op de huidige samenleving te drukken.
De menselijke werkelijkheid wordt herleid tot economie, de economie tot vrije markt. Ik spreek hier van economisch- of van vrije-markt-fundamentalisme.
Voor een deel is deze leer een reactie op het marxisme, waarbij persoonlijk eigendom verboden was. Het "recht op eigendom" is ingeschreven in de mensenrechten, wat wil zeggen dat persoonlijk eigendom aan een behoefte beantwoordt. Iets heel anders is echter de werkelijkheid te vernauwen tot het streven naar eigendom.
Het economisch fundamentalisme en bijhorend opportunisme kan probleemloos gecombineerd worden met andere fundamentalismen. Met een conservatieve leer bv, en dan heb je als resultaat republikeinen. Of met ethische arrogantie, en dan heb je als resultaat wat men "Paars" noemt: de doctrine van "De Actieve Welvaarstaat" is in werkelijkhied niet meer dan een samen-gaan van libertarisme met ethische arrogantie (onder de vorm van socialistisch utopisme). Voor de economische fundamentalisten immers, doet-het-er-niet-toe, zolang de vrije markt maar intact is. Daarom schreef Friedrich August von Hayek dat hij geen conservatief is: het was hem om het even.
Een gezamenlijk gevolg van verlichtingsfundamentalisme en economisch fundamentalisme, is de cultuur van de namaak. De machinale reproduceerbaarheid en de wetenschappelijke "vooruitgang" hebben verregaande kunstmatigheid gecreëerd van namaak huisdieren tot namaak mensen. De idee leeft dat niets industrieel of wetenschappelijk kopieerbaar is: van schilderijen tot levende wezens. Met andere woorden: deze fundamentalismen maken het leven tot kitsch en fake.
Lees verder: "Samen-leven (2) "
27 november, 2005
EMANCIPATIE
In het jaar 1814 maakt Francesco Goya een schilderij dat wereldgeschiedenis zal worden. Hij schildert de executie, op 3 mei 1808, van de verdedigers van Madrid. Het werk is een indringende aanklacht tegen de zinloosheid van brutaliteit en (politiek) geweld.
De aanleiding tot die executie was het Spaanse verzet tegen het bewind van Napoleons broer, Jozef Bonaparte. Na een mislukte veldtocht in Spanje, en de onderlinge twisten van het Spaanse Hof beu, onttroonde Napoleon de adel en maakte zijn broer koning van Spanje. Dit bewind werd niet aanvaard en het verzet ertegen ontlaadde zich in een guerilla met wreedheden aan beide zijden.
Niet alleen de Spanjaarden in Spanje waren ontevreden over hun nieuwe vorst, even zo die in de kolonies. Spanje in handen van een vreemde bezetter, deed sommigen twijfelen aan hun trouw aan de kroon. De idee van onafhankelijke Zuid-Amerikaanse staten was geboren. Voorstanders ervan wilden deze bevrijding eerst bereiken langs politieke weg, maar de stroming werd in bloed gesmoord.
Simon Bolivar was degene die deze bevrijding wist te verwezenlijken langs militaire weg. Hij behoorde tot de "crème de la crème" van de Venezolaanse elite. Hij trouwt in Spanje en keert met zijn echtgenote terug naar Venezuela. Kort na hun terugkeer sterft zijn vrouw, een verlies dat voor Simon Bolivar het begin is van een gepassioneerd militaire en politiek engagement. Gesteund door generaals met groot strategisch talent, voortdurend op de vlucht voor zijn vijanden, schuilend in wouden, vlakten en de bergen, slaagt hij er in Venezuela, Colombia en Ecuador te "bevrijden". Wat hij niet kan , is de onderlinge twisten over "hoe het nu verder moet" beslechten. Hij wordt dictator en verliest al zijn roem en glorie. Niettemin wordt hij een cult-figuur. Droomde hij niet van een verenigd Zuid-Amerika, dat opgewassen was tegen de grote broer uit het noorden? Het is moeilijk geworden over Simon Bolivar een studie te maken, omdat de verhalen over hem gekleurd zijn met een gedreven geloof in zijn bovennatuurlijke kwaliteiten.
De Noord-Amerikaanse kolonisten hadden eveneens al twintig jaar vroeger hun koloniale vorst de deur gewezen. De vraag "hoe het nu verder moest" is door hen ingevuld met de grondwet en vrijhandel. De verovering van het westen kon beginnen. Het Japanse shogunaat werd het mes op de keel gezet, de Japanse grenzen werden geopend en het keizerrijk hersteld. Aan de arrogantie en het racisme waar dit mee gepaard ging, worden we herinnerd in meesterwerken als "Madama Butterfly" van Giacomo Puccini. De Amerikaanse presidenten hebben steeds dekolonisatie en defeodalisering willen aanmoedigen, zelfs forceren, maar dan wel uit eigen belang, of nog beter, in het belang van de vrije markt. Het is dan ook niet moeilijk te begrijpen dat Simon Bolivar een volksheld is geworden. Nog maar recent werd door de Latijns-Amerikaanse regeringen het voorstel voor een grote Amerikaanse vrijhandelszone afgewezen. De Amerikaanse politiek is duidelijk: gooi de koning buiten, zoals zij hebben (voor)gedaan, en vervang die leegte door de vrije markt. Voor de plaatselijke bevolking betekent dit dat ze van onderdanen van een koning, tot onderworpenen van het (neo-)liberale imperialisme worden.
Het besef dringt door: wat de Amerikanen bevrijding noemen, is er geen. Het is schijnemancipatie, gericht op misbruik. Zoals totalitaire democratie lijkt op democratie, maar er geen is, lijkt de liberale ontvoogding op emancipatie, maar het is er ook geen. Zulk soort verschijnselen heb ik een naam gegeven, ik noem ze een "Llibin" . Looks like it, but is not. Liberaal-kapitalistrische ontvoogding is een Llibin.
De peetvader van het huidige ultra-liberale gedachtengoed is Ludwig von Mises. Leerling van Carl Menger en stichter van de "Oostenrijkse school". Leraar van Friedrich August von Hayek, die Tatcher en Reagan inspireerde. Het huidige ultra-liberalisme gaat echter verder, terug naar de bron, en is in die zin een vorm van orthodoxie. Het gaat terug naar de fundamenten van het liberalisme, herleidt de werkelijkheid daartoe, en is dus een vorm van economisch fundamentalisme. "Von-Mises-instituten" rijzen als paddenstoelen uit de grond. Liberalisme is normaal gezien anti-utopisch, maar deze nieuwe orthodoxe stroming schuwt de utopisch dwang niet, zoals blijkt uit hun aanhang aan het begrip "Nieuw Begin": "Centre pour une Nouvelle Europe" , "Novo Civitas" zijn twee Belgische voorbeelden.
De filosofie van Ludwig von Mises kan worden samengevat als de stelling dat er maar één menselijk goed waardevol is, namelijk eigendom. Al het andere is waarde-loos, en daarom om het even. Een het-doet-er-niet-toe-cultuur: man/vrouw, Belg/buitenlander, hetero/homo of bi, film/reality-show,... het-doet-er-niet-toe. Eveneens: elke staatsinterventie is er één te veel. In zijn uiterste consequentie doorgedacht betekent dit anarchisme, en daar zitten de huidige "Von-Misers" mee in de knoop. Zij klagen over de huidige ongebreidelde morele teloorgang en algemeen verspreide "permissiviteit". Eigenaardig genoeg betekent de (eigenlijk door henzelf veroorzaakte) klacht "alles is toegelaten" een roep om extrinsieke moraal, om (toch wel onliberale) autoritaire interventie, die blijkbaar ontbreekt. Waarschijnlijk hebben deze aanhangers van von Mises ondervonden, dat als niets waardevol is buiten eigendom, het gezin op losse schroeven komt en de kinderen onopgevoed blijven. En met die onopgevoeden heeft de overheid "niks als last", "moeilijk inpasbaar" in het productieproces. Vandaar een pleidooi voor "republikeinse waarden" en "het gezin". Niet een gezin echter als warme haard en beschutting tegen een harde wereld, maar wel een indoctrinatie-medium voor de ultra-liberale ideologie, een kweekvijver voor werksoldaatjes, een concept dat met het respecteren van de natuurlijke functie van een evenwichtig gezin niets te maken heeft. De idee leeft om gezinstaken zoveel als mogelijk uit te besteden, te vermarkten. Een kleine variatie op het thema van de burgerij met huispersoneel: zo zijn de kinderen "niet verwaarloosd", en hebben de ouders de handen vrij om hun plaats in te nemen in het hyper-kapitalistische productie-proces, of voor andere "hogere taken". De ultra-liberale bezorgdheid van de "Von-Misers" voor het gezin en de familie, is, net als de ultra-liberale ontvoogding, een Llibin.
Een tweede thema waarbij de ultra-liberalen met zichzelf in de knoop raken, is de problematiek van oorlog en vrede. De vrije markt beschermt niet tegen uitbuiting, en kan daardoor al dan niet gewelddagige reacties oproepen. Om te beginnen schuiven de ultra-liberalen deze hete aardappel door naar de overheid: conflicten beginnen volgens hen bij of na overheidsinterventies en in geen geval ten gevolge van de vrije markt. Ingrijpen in deze conflicten kan oorlog betekenen, en oorlog is eveneens een vorm van overheidsinterventie, zelfs als die gevoerd wordt om handelsbelangen veilig te stellen (?). Oorlog verstoort de markt, houdt werknemers weg van de arbeidsmarkt, dus zijn ultra-liberalen tegen oorlog. "Tegen oorlog" is echter niet hetzelfde als "voor-vrede", omdat vredescultuur veel meer is dan de afwezigheid van militair conflict. Staatsinterventies hoeven niet noodzakelijk gewelddagig te zijn, er bestaat ook nog zoiets als diplomatie, en, non-interventie ten opzichte van geweld kan leiden tot schuldige nalatigheid. De ultra-liberale "anti-war" retoriek is eveneens een Llibin.
De basisgedachte van het liberalisme, waar bovenstaande schijnbare-ontvoogding, schijnbaar-gezin en schijnbaar-pacifisme uit voortkomen, is de definitie van vrijheid als "negatieve vrijheid". "Wie ontdaan is van alle beperkingen, is vrij" is een grondstelling van het liberalisme. Onder "beperkingen" kan men veel verstaan: allemaal lastige dingen (of zelfs personen) waar men vanaf wil. Ook in godsdienstige context leeft de idee dat de geest in het lichaam vast zit, en dat het zich ontdoen van het lichaam de geest bevrijdt. Wie zich echter uitsluitend en kritiekloos ontdoet van zijn "belemmeringen", ontdoet zich misschien van waardevolle zaken en blijft bovendien met een leegte achter. De liberale, negatieve, vrijheid is een zinloos vacuüm, dat niet weinig wordt opgevuld met het recht van de "sterkste", in het geval van von Mises, de rijkste.
Als tegendeel voor negatieve vrijheid bestaat "positieve" vrijheid, als autonomie, maar door de overheid georganiseerd. Door de leerplicht leert men lezen, en zo wint men aan zelfstandigheid. Verscheidenheid wordt een gevaar, want "onrechtvaardig". In het uiterste van deze gedachte beslist de overheid waar men talent voor heeft, en kiest zij hoe men zich moet ontwikkelen. Dit vrijheidsconcept, veeleer van het socialistisch utopisme, eindigt eveneens in dictatuur.
Wil men emancipatie zien als groeien in zelfbeschikking, dan kan men het liberale vacuüm vullen met vaardigheid. Wat heeft het zin als de overheid voor mij een huis met ingerichte keuken voorziet, de wet mij volledige (negatieve) vrijheid geeft in wat ik wil koken en in de winkels alle voedingswaren beschikbaar zijn, als ik nog geen ei kan bakken? Omgekeerd zal iemand die kan koken, wel een manier vinden om, ondanks de omstandigheden, een maaltijd te bereiden. Het aanleren van vaardigheden, is het domein van cultuuroverdracht en zelfontwikkeling.
Wie kan koken, moet nog beslissen om dit te doen , en de maaltijd nog bereiden ook. De beslissing om een vaardigheid om te zetten tot actie is het gebied van de ethiek, het feit van de actie te voltrekken, noem ik arbeid. Wanneer men projecten volbrengt waartoe men vaardig is, ontwikkelt men zichzelf. Arbeid is zo een middel tot zelfontplooiing, zij is het emancipatieproces zelf. Het is een arbeid waarvoor men zelf heeft gekozen.
Deze omschrijving geldt niet alleen voor individuen. Een gemeenschap kan groeien in haar vaardigheid tot samenleven, tot behoorlijk zelfbestuur, zich organiseren tot een duurzame productie en tot de verdeling van de aldus beschikbare middelen. Democratie is immers niet alleende vraag van "Wie?" en "Wat?, maar ook van "Hoe?": de vraag van Simon Bolivar "hoe het nu verder moet?". De uitbouw van dit zelfbestuur is ook een vorm van arbeid en van emancipatie. Het creëert het kader waarbinnen mensen hun vaardigheden kunnen ontwikkelen.
Sterk tegengesteld aan het concept van arbeid als zelfontplooiing, is wat ik noem de arbeidsmarkt. Vandaag de dag is er veel te koop op "de markt". Sommigen verkopen een nier of hun eicellen, of zelfs een kind. Lucht is een beleggingsproduct geworden. Op de arbeidsmarkt verkoopt iemand een deel van zijn arbeidstijd in ruil voor geld, op dezelfde manier als iemand een deel van zichzelf verkoopt. Of men verkoopt zichzelf helemaal, en dan wordt men slaaf. De begripsverwarring tussen arbeid en "gaan werken" is een belangrijke bron van misverstand. Arbeid omschrijven als of vernauwen tot "arbeidsmarkt" is tevens een Llibin.
Vaardigheid stelt mensen in staat om door arbeid te verwezenlijken wat zij waardevol vinden, en om zo een leefbare wereld te ontwikkelen. Dit concept en dit proces noem ik emancipatie.
20 november, 2005
NATUURLIJK WEEFSEL
Tijdens de vakantieperioden, gaat het toerisme letterlijk steeds verder. Vroeger was dit de Noordzeekust of de Ardennen, dan Spanje en Griekenland, nu Sri Lanka en Indonesië, Zuid-Afrika en Kenia, Mexico of Cuba. Op minder dan een dag kan je aan de andere kant van de wereld een droomweekend doorbrengen.
De grenzen van het toerisme zijn blijkbaar nog niet bereikt. De Amerikaanse firma Space Adventures brengt binnenkort "de ruimte op de markt". Enkele multimiljonairs maakten al zulk een commerciële ruimtevlucht. De Amerikaanse overheid, van haar kant, droomt van bemande vluchten naar Mars.
In al deze verhalen vind ik iets gemeenschappelijks, dat ik het "Star-Trek-Syndroom" noem. Het is de gedachte, dat een mens niet meer is dan een fysiek lichaam, volledig gescheiden van zijn omgeving, gewoon overplaatsbaar, zonder problemen. Zoals je bij een puzzle een stukje verplaatst van hier naar daar. Inderdaad, in "Star-Trek" vliegt de bemanning van de "Enterprise" onder leiding van Captain Kirk het hele heelal rond, en landt op de ene planeet, dan weer op de andere. De leefbaarheid van de planeet wordt daarbij meestal weergegeven onder de vorm van één of ander zuurstofpercentage in de lucht, of iets dergelijks. De mens als willekeurig (o)verplaatsbaar voorwerp.
Wie een beetje zijn gedachten laat lopen naar onze relatie met onze planeet "Aarde", vindt wel meer dan de 21% zuurstof in de atmosfeer. De zwaartekracht bijvoorbeeld. Een dag rechtop staan, zal nog lukken, maar wie een dag ondersteboven hangt, sterft aan een hersenbloeding. Elke stap die we zetten geeft een schok in onze beenderen, die deze stimuleert om kalk op te nemen. Het verschijnen van het zonlicht in de ochtend werkt als een "tijdsaangever" voor onze biologische klok, die afgestemd is op de rotatiesnelheid van onze planeet, namelijk 24 uur. Wie op korte tijd ver reist, ondervindt jet-lag. Aan zee en bij rivieren zijn we gewend aan eb en vloed, een gevolg van de aanwezigheid van de maan. De koolstofmoleculen in ons lichaam, werden ooit door vulkanen in de atmosfeer gebracht. De seizoenen in de gematigde streken , zijn een gevolg van de schuine stand van de aard-as. De indianen van het Andes-gebergte hebben meer hemoglobine in hun bloed, als gevolg van het lagere zuurstofgehalte in de lucht.
De Gaia-hypothese van James Lovelock legt grote nadruk op de onderlinge verbondenheid van alle leven op aarde, onderling en met de planeet. Ook de nieuwe wetenschap "Biogeologie" (niet verwarren met "geobiologie" , die op nog een andere manier hieraan aandacht schenkt ) wil de wederzijdse betrokkenheid van leven en planeet bestuderen en in kaart brengen. Wat ontbreekt in het "Star-Trek-Syndroom" is een visie op deze verbondenheid. Zij is innerlijk en wezenlijk, niet een mystieke verbodenheid met "het hogere".
Een visie op verbondenheid kan je op verschillende manieren invullen:
- onbestaand, zoals in bovenstaande voorbeelden
- verbondenheid met "het hogere", waardoor dat "hogere" het karakter van een wetgever krijgt
- onderlinge verbondenheid onder op-zich-staande mensen
- innerlijke verbondenheid met de natuur
- innerlijke verbondenheid met de natuur en met de maatschappij van mensen-in-een-gezin
De sociale psychologie ziet het individu als een groepslid. Ze gaat uit van groepsdynamica. Groepen worden onderscheiden van los-zand-verzamelingen van mensen. Wie met twintig op een trein staat te wachten, vormt geen groep, maar een samenscholing. In die visie krijgt het gedrag van mensen betekenis, naar gelang de groepen waartoe hij behoort: het gezin, de club, de gemeenschap. Een geïsoleerd individu (Robinson Crosoë op Mars) is niet levensvatbaar. Zelfs van alleenstaanden zou je kunnen zeggen dat zij deel uitmaken van een gezin van één persoon. Verschillende studies, bijvoorbeeld bij ouderen, hebben uitgewezen dat de fysieke en de geestelijke gezondheid sterk afhankelijk zijn van sociale contacten en geborgenheid. De sociale integratie van een persoon geven hem kracht, emotionele rijkdom en bescherming.
Het geatomiseerde individu is dus de sociale tegenhanger van de astronaut: niet alleen ontkoppeld van de planeet, maar ook van zijn familieverbanden. Omgekeerd heeft de vernietiging van de familieverbanden atomisering en afhankelijkheid tot gevolg. Een sekte verbiedt of belemmert contact van de sekteleden met hun familie. Zij krijgen een nieuwe naam binnen een "nieuwe familie", moeten hun vroegere banden verbreken en vergeten, en zich toeleggen op de nieuwe gemeenschap waartoe ze nu behoren. Familiecontacten worden daar ervaren als een gevaar.
Het bedreigen van familieverbanden kan in het algemeen dienst doen als ernstig "knipperlicht" voor machtspolitiek, door middel van zelfverlies en de atomisering van de mens.
Op dit ogenblik wordt deze familiale integratie bedreigd door minstens twee maatschappelijke fenomenen: de vrije markt enerzijds en de holebi-wetten anderzijds.
De communicatie rond het laatste is bijzonder problematisch, omdat ze volledig gepolariseerd is, zodat je eigenlijk niet meer kan spreken van een echt maatschappelijk debat. Holebi-wetten zijn een icoon geworden van zichzelf-progressief-noemenden, en dat is bijzonder jammer. Tijdens de laatste presidentsverkiezingen in de USA hebben de Republikeinen deze polarisering handig uitgespeeld door gelijktijdig een referendum over het homo-huwelijk te organiseren. Vragen stellen rond de holebi-wetten, is voor sommigen een echt taboe.
Je zou kunnen aannemen dat conservatieven over het algemeen holebi-wetten afkeuren, en dat bijgevolg de voorstanders ervan progressief zijn. Daaruit besluiten dat wie progressief is of wil zijn, ook noodzakelijk voorstander is of moet zijn van holebi-wetten, is een stap te ver, of, een verkeerde conclusie. Alle situaties zijn verschillend, en dat argument geldt in alle richtingen, niet alleen ten voordele, maar ook ten nadele van holebi-wetten. In tegenstelling tot een hetero-gezin, kunnen de kinderen in een homo-gezin uitsluitend geadopteerd zijn. Homoseksualiteit is onvruchtbaar: een kind dat geboren wordt in een homo-gezin, kan met maximaal één partner genetische verwantschap hebben, echte biologische reproductie is er onmogelijk. De paradox van het homo-huwelijk is dat voor holebi’s een regeling wordt gevraagd (huwelijk), die door dezelfden voor progressieve hetero’s wordt afgewezen. Die wonen liever gewoon (al dan niet seriëel) samen.
De problematiek is zeer complex, en zonder twijfel een maatschappelijk en menselijk feit dat zeer veel aandacht vereist en verdient. Deze terechte en goedbedoelde bezorgdheid laten gebruiken of misbruiken door degenen die om machtsredenen het verschijnsel "familieverbanden" willen verzwakken, is niet de aangewezen weg om tegemoet te komen aan deze terechte probleemstellingen. Ik denk dat dit debat nood heeft aan nuancering en aan zin voor realiteit, en dat het beter is het niet te "ver-ideologiseren".
De combinatie van vrije-markt-economie en emancipatie van de vrouw heeft als neveneffect dat in de meeste gezinnen twee het werk van drie moeten doen. Sommigen vangen dit op door huishoudelijk werk uit te besteden, maar om dit te kunnen betalen, moet er weer meer gewerkt worden, niet thuis, maar op de arbeidsmarkt. De flexibilisering van deze arbeidsmarkt maakt dat beide partners soms heel verscheiden werkuren op verafgelegen werkplaatsen hebben. Dat zulks een gezin zwaar onder druk zet, is meer dan normaal. Hoe ver kan je gaan met het uitbesteden van gezinstaken? De vaardigheid die daarvoor nodig is, gaat door verwaarlozing verloren, zodat uiteindelijk het uitbesteden geen keuze meer is. Beide grootouders worden eveneens op de arbeidsmarkt verwacht, zodat ook zij het gangbare helpende handje niet meer kunnen toesteken. Vervreemd, vereenzaamd en overbelast: zo kan je een gezin toch geen kindvriendelijke omgeving noemen. Als er al kinderen zijn: niet zo bij een "dins-koppel": double income, no sex.
Gezelligheid vraagt nabijheid. De kamasutra werd geschreven voor gehuwde paren. "Progressieve" kringen zijn echter dikwijls tegenstander van het patriarchale gezin. De positie van de moslim-vrouw wordt, enigszins met Westers geheugenverlies, beschimpt. Problematisch daarbij zijn niet de familieverbanden zelf, wel de invulling daarvan. Een gezin kan ook evenwichtig zijn.
Net zoals bij de sekte, worden in een ultra-liberale context om (economische) machtsredenen de familieverbanden onder druk gezet. Net zoals de astronaut los is van de aarde, zien we hier een ontkoppeld en op zichzelf teruggeworpen individu. En alle ideologische vrolijkheid over die ongebondenheid van de mens, kan wel doen vergeten dat er tevens een aspect "lijden" in aanwezig is.
Het beeld dat ik hier wil schetsen is er een van innerlijke verbondenheid, met de aarde, met de natuur en met een familie, in een levende gemeenschap. Meer dan materiëel eigendom, is dit, naar mijn mening, menselijke rijkdom. Duurzaamheid is op die manier niet tegengesteld aan, maar de voedingsbodem van en de basisvoorwaarde voor economische bloei (liever dan "groei").
12 november, 2005
GEPRANGD
Mijn ontdekking van de term "Totalitaire Democratie"
Tijdens mijn zoektocht om deze wereld van de 21ste eeuw te begrijpen, ben ik bij Wikipedia gestoten op de term "totalitaire democratie". De definitie ervan luidt daar:
"Totalitarian democracy" is a term coined by Israeli historian J. L. Talmon to refer to a system of government in which lawfully elected representatives maintain the integrity of a nation state whose citizens, while granted the right to vote, have little or no participation in the decision-making process of the government."
Een bestuursvorm dus met het uitzicht van een democratie, je kan (moet) gaan stemmen, maar inhoudelijk eigenlijk een dictatuur. Deze omschrijving was werkelijk een aha-erlebnis, het is een begrip dat perfect de huidige toestand van de Westerse democratie omvat. Wie de totalitaire aspecten ervan onderzoekt en in kaart brengt, kan zonder veel moeite een twintigtal redenen opsommen waarom onze huidige bestuursvorm nog enkel democratie pro forma is.
Het boek van JL Talmon is dan ook zonder meer een boeiend inzicht in de totalitaire logica.
Links op het net
Gesterkt door deze interessante ontdekking ben ik gaan grasduinen op het net. Er zijn inderdaad nogal wat denkers of groepen die zich beklagen over "totalitaire democratie". Opvallend was echter wie. Zo bijvoorbeeld:
- Alexandre Zinoviev, die tevens het Servische nationalisme verdedigt;
- Centre de Formation à l’Action Civique et Culturelle selon le Droit naturel et Chrétien ;
- IABOC;
- Altermedia;
- Hocine Ait Ahmed;
- Mutations-Radicales;
- Jan Van Eyck Kring.
De denkers die de term "totalitaire democratie" uitvonden, JL Talmon, evenals Karl Popper , ea, behoren tot de liberale familie. Voor hen staat economie centraal. Laat ons zeggen dat de kritiek vanuit de rechter hoek van het politiek-maatschappelijke spectrum komt.
En toch, er is ook de site over "pluto-archy" als alternatief voor totalitaire democratie.
Tien jaar geleden werd Yitzhak Rabin vermoord
Terwijl ik dit alles aan het opzoeken was, vertelde het avondnieuws mij dat in Israel de tienjarige herdenking plaatsvond van de moord op Yitzhak Rabin. Hij werd vermoord omwille van zijn vredesvoorstellen door een orthodoxe Jood, niet door een Palestijn, net als ook Gandhi werd vermoord door een Indiër, Martin Luther King door een zwarte. Deze dagen staan de kranten vol van fundamentalistische terreur.
Een evenwicht en een relatie
Fundamentalismen zijn er in veelvoud: religieus, etnisch, nationalistisch, economisch, rationalistisch, ethisch, sektair, seksueel... .
Een gefundeerde mening is goud waard, maar wanneer wordt ze fundamentalistisch? Een bestuur dat voor de burgers van het land verantwoordelijkheid wil nemen is eveneens van onschatbaar belang, maar wanneer wordt dit bestuur totalitair?
Zijn het verschijnsel "totalitaire democratie" en het verschijnsel "fundamentalisme" niet diep onderling met elkaar verbonden? Lokt het een het ander niet uit, in een vicieuze cirkel?
Ieder burger heeft het recht op een mening, een gefundeerde mening, wat die ook moge wezen. In hoeverre ieder burger het recht heeft te handelen volgens die mening, is een andere zaak. Ieder bestuur heeft een visie nodig. In hoeverre dit bestuur het recht heeft die op te dringen aan de bevolking en zich te mengen in de privacy van de burgers, is, eveneens, een andere zaak.
Een delicaat evenwicht, maar tevens ook een kwalitatieve relatie: die van spreken, luisteren en gehoord worden. Van zelfrelativering. Van communicatie in de interactieve betekenis van het woord, niet in de betekenis van eenrichtingsmonologen die "het uitleggen". Echte democratie is niet alleen een kwestie van wie bestuurt, maar vooral van "hoe?".
Wie het alleen maar uitlegt, zonder te luisteren, is overtuigd van de enige-morele-waarheid. Deze overtuiging is volgens JL Talmon en K. Popper typisch voor het totalitaire denken:
JL Talmon: "The idea of a sole exclusive truth, which is the basis of the rigid and fixed conception of Republican virtue, excludes the possibility of political parties representing honest differences of opinion"(blz 115)
"The leader identifies himself with the absolute doctrine and the refusal of others to submit comes to be regarded not as a normal difference of opinion, but as a crime." (blz 40)
Bv Popper over Plato: "This autoritarian intellectualism, this belief in in the possession of an infallible instrument of discovery, or infallible method,..., is often called "rationalism", but is diametrically opposed tot what we call by this name". (The open society and its ennemies, deel 1, blz 227)
Overtuigd zijn van de enige-morele-waarheid, is dat ook niet fundamentalistisch? Wat hier op het spel staat is niet de vrije meningsuiting, wel het hebben van een (afwijkende) mening zelf.
Zelfbeschikking
Fundamentalisme en totalitarisme hebben met elkaar gemeen dat het "ismen" zijn. Overdrijvingen van wat normaal noodzakelijk is: een gefundeerde mening en behoorlijk bestuur. De wens tot (volledige) controle over het leven van de burgers hebben ze ook gemeenschappelijk. Burgers raken verpletterd door hun verscheiden en vaak tegengestelde aanspraken.
In wezen hebben geen van beide respect voor zelfbeschikking en voor menselijke behoeftenbevrediging. Nochtans maken die laatste een groot deel van onze menselijkheid uit.
10 november, 2005
DIGNITADOC
Een blog is een bijzonder interessant communicatiemiddel, maar heeft in deze vorm het nadeel dat er geen bestanden kunnen bij ingevoegd worden.
Daarom is er een kleine webruimte "Dignitadoc" waar ik documenten verzamel om er in huidige of komende bijdragen naar te kunnen verwijzen.
Klik op "Dignitadoc" om ernaar toe te gaan.
Misschien wil u eens de juiste zonnetijd berekenen (het is een excel-bestand)
Wil u deelnemen aan een open multiculturele dialoog over vrede en geweldloosheid, kan mogelijk het document "Hopen op en Werken aan Vrede en Geweldloosheid" , van het project 'uitnodiging Vredelievende Samenleving', u interesseren.
Bent u voorstander van een democratisch en unitair België, en, zoals ik, het separatistisch fundamentalisme een beetje beu, dan zegt het document "Duurzaam België" u misschien iets.


